Acetazolamide

Stofnaam
Acetazolamide
Merknaam
Diamox
ATC code
S01EC01
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen

Toedieningsvormen en hulpstoffen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Versiebeheer

Label dosisadvies Kinderformularium

Epilepsie, adjuvante therapie: on-label
Diureticum bij oedeem: on-label
Verlaging intraoculaire druk: Off-label
Verlaging intracraniele druk: Off-label


 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Glaucoom: Niet geregistreerd voor kinderen
Epilepsie: (Kinderen) totaal 8-30 mg/kg verdeeld over de dag.
Oedeem: (Kinderen) 5 mg/kg gedurende 2 dagen, daarna 1 dag rust waarna herhaling van dit schema.
 

Eigenschappen

Acetazolamide is een koolzuuranhydraseremmer. Het is chemisch verwant aan de sulfonamiden, maar heeft geen bacteriostatische werking.

De werking bij glaucoom berust op vermindering van de kamervochtsecretie door remming van het enzym koolzuuranhydrase in het corpus ciliare in het oog. De verminderde toevoer van kamervocht leidt tot daling van de intra-oculaire druk. Werkingsduur na orale toediening: 8–12 uur.

De diuretische werking als gevolg van de remming van het koolzuuranhydrase in de nieren resulteert in een renaal verlies van HCO3–-ionen (bicarbonaat) die natrium, water en kalium meevoeren. Oedemateus vocht (bv. bij longoedeem t.g.v. hoogteziekte) wordt vrijgemaakt uit de weefsels en uitgescheiden. Bij chronische toediening verdwijnt het geringe tot matige diuretische effect na enkele dagen, als gevolg van compensatoire mechanismen.

De werkzaamheid van acetazolamide bij hoogteziekte kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan een veelvoud aan effecten. Remming van het koolzuuranhydrase in de nieren bevordert de uitscheiding van HCO3–-ionen (bicarbonaat). Hierdoor daalt de pH in het bloed wat leidt tot stimulatie van perifere chemoreceptoren in de carotislichaampjes, waardoor de ademhalingsfrequentie toeneemt en de arteriële zuurstofspanning verbetert. Hierdoor treedt een substantiële verbetering van de weefseloxygenatie op tijdens de acclimatisatie op hoogte (versnelling van de acclimatisatie). De exacte werkingsmechanismen waardoor acetazolamide symptomen van hoogteziekte vermindert, blijven echter onduidelijk.

Het werkingsmechanisme dat aan het anti-epileptische effect ten grondslag ligt, is onbekend. De anticonvulsieve werking van acetazolamide kan samenhangen met een directe remming van koolzuuranhydrase in het CZS, waardoor de kooldioxidespanning in de longblaasjes wordt verlaagd en de arteriële zuurstofspanning toeneemt. Acetazolamide kan de vorming van cerebrospinaalvloeistof door de plexus choroideus vertragen.

Farmacokinetiek

Geen informatie

Doseringen

Ga snel naar:

Epilepsie, adjuvante therapie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4]
      • 8 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses. Max: 1.500 mg/dag.
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4]
      • 8 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses. Max: 1.500 mg/dag.
      • Parenterale toediening uitsluitend in geval van spoed

Verlaging intraoculaire druk
Verlaging intracraniele druk
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [11] [12]
      • Startdosering: 30 mg/kg/dag in 3 doses.
      • Onderhoudsdosering: Eventueel ophogen tot maximaal 100 mg/kg/dag in 3 doses. Max: 1.500 mg/dag.
      • Elektrolytenbalans monitoren en eventueel corrigeren met kalium en bicarbonaat.
        Dosering gebaseerd op cases.

Diureticum bij oedeem
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • 's Ochtends 5 mg/kg/dag in 1 dosis. Max: 375 mg/dag.
      • Behandelduur:

        2 dagen, vervolgens 1 dag rust. Dan herhalen van dit schema.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 250 mg
Susp. oraal 10 mg/ml  (FNA)
Poeder voor injectievloeistof 500 mg
 

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 uur
Verder doseren op geleide van effect met een maximum van 2 dd 250 mg.
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 uur
Verder doseren op geleide van effect met een maximum van 2 dd 250 mg.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies kan niet worden gegeven.

GLAUCOOMMIDDELEN EN MIOTICA

PARASYMPATHICOMIMETICA

Pilocarpine

Pilocarpine Minims, Pilogel
S01EB01
KOOLZUURANHYDRASEREMMERS

Dorzolamide

Trusopt
S01EC03
BETA-BLOKKERS

Timolol

Timoptol-XE
S01ED01
PROSTAGLANDINE-ANALOGA

Bimatoprost

Lumigan
S01EE03

Latanoprost

Xalatan
S01EE01

Travoprost

Travatan
S01EE04
OVERIGE GLAUCOOMMIDDELEN
S01EX

Bijwerkingen bij kinderen

Acidose, nier- en leverfunctiestoornissen, huidreacties, overgevoeligheidsreacties. Bij langdurig gebruik metabole acidose, nierstenen, beenmergdepressie.

Bijwerkingen algemeen

Soms (0,1-1%): anafylaxie. Beenmerg depressie, aplastische anemie, agranulocytose, leukopenie, trombocytopenie, trombocytopenische purpura, pancytopenie. Slechthorendheid en tinnitus. Melena. Abnormale leverfunctie. Huiduitslag, urticaria, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse. Kristalurie, nier- en ureterkolieken, hematurie, glucosurie, nierfalen. Metabole acidose, voorbijgaande hypokaliëmie, hyponatriëmie, hyperglykemie, hypoglykemie, osteomalacie.

Zelden (0,01%-0,1%): convulsies, slapte, verlammingsverschijnselen. Hepatitis, cholestatische icterus, fulminante levernecrose. Jeuk, fotosensibilisatie.

Verder zijn gemeld: hypotensie. Acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP). Duizeligheid, paresthesieën (voornamelijk tintelingen in de extremiteiten), verwardheid, prikkelbaarheid, opwinding, hoofdpijn, ataxie, sufheid, slaperigheid. Myopie. Misselijkheid, braken, diarree, verlies van eetlust, gewichtsverlies, smaakstoornis, dorst. Blozen. Vermoeidheid, koorts, malaise. Verminderd libido. Nierstenen, urinezuurretentie. Depressie.



 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • chronisch niet-congestief gesloten-kamerhoekglaucoom; zie de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen;
  • natrium- en kaliumdepletie;
  • hypochloremische acidose;
  • ernstige nierfunctiestoornis;
  • leveraandoening of ernstige leverfunctiestoornis; zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen;
  • M. Addison;
  • cor pulmonale;
  • overgevoeligheid voor sulfonamiden.
     

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Kruisovergevoeligheid bij sulfonamide-allergie kan optreden. Wees voorzichtig bij metabole acidose bij langdurig gebuik, bij ritmestoornissen en bij gebruik van digoxine of corticosteroiden.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Het bloedbeeld vóór en regelmatig tijdens de behandeling controleren vanwege de kans op bloedbeeldafwijkingen (acute hemolytische anemie, agranulocytose, aplastische anemie, thrombocytopenie en eosinofilie). Bij verandering van het bloedbeeld het gebruik staken.

Niet gebruiken bij een leveraandoening of ernstige leverfunctiestoornis (m.n. cirrose) vanwege een verhoogd risico op hepatische encefalopathie.

Er zijn zelden ernstige overgevoeligheidsreacties soms met fatale afloop, op sulfonamiden (incl. acetazolamide) gemeld zoals het Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse en fulminante levernecrose. Overgevoeligheidsreacties kunnen terugkeren indien een sulfonamide of een derivaat daarvan opnieuw wordt toegediend, onafhankelijk van de toedieningswijze. Het optreden aan het begin van de behandeling van een gegeneraliseerd erytheem met koorts dat gepaard gaat met pustels kan een symptoom zijn van acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP). Laat patiënten elke ongewone huiduitslag melden; bij het optreden van overgevoeligheidsreacties of andere ernstige reacties de behandeling onmiddellijk staken.

Langdurig gebruik is gecontra-indiceerd bij chronisch niet-congestief gesloten-kamerhoekglaucoom. Er kan een organische afsluiting van de kamerhoek ontstaan, terwijl verergering van het glaucoom door een verlaagde intra-oculaire druk wordt gemaskeerd.

Controleer regelmatig serumelektrolyten. Acetazolamide kan verstoringen in de elektrolytenbalans veroorzaken, met inbegrip van hyponatriëmie, hypokaliëmie en metabole acidose. Wees voorzichtig bij patiënten die aan aandoeningen lijden die samenhangen met, of die aanleg vertonen tot verstoringen in de elektrolyten- of zuur/base balans, zoals patiënten met nierfunctiestoornissen of die lijden aan een verslechterde alveolaire ventilatie (pulmonale obstructie, emfyseem). Wees voorzichtig bij risico's voor hypokaliëmie zoals bij primair hyperaldosteronisme en het syndroom van Cushing.

Verhoging van de dosis heeft geen verhoogde diurese tot gevolg en kan aanleiding geven tot toename van bijwerkingen zoals slaperigheid en paresthesie.

Zowel verhoging als verlaging van het glucosegehalte zijn gemeld. Wees voorzichtig bij een gestoorde glucosetolerantie of diabetes mellitus.

Bij bergsporten kan snelle stijging (binnen 24 uur) van zeeniveau tot boven 3000 m en langer verblijf op deze hoogte, hoogteziekte veroorzaken. Boven 3000 m max. 500 m/overnachting stijgen. Breng na elke stijging van meer dan 500 m minstens twee nachten op dezelfde hoogte door. Volgens de reizigersadvisering Hoogteziekte van het LCR, preventief gebruik van acetazolamide overwegen bij een groot risico op hoogteziekte:

na eerder doorgemaakte hoogteziekte op een vergelijkbare (of lagere) hoogte;
bij stijgen > 600 m/dag boven 3000 m;
bij stijgen van zeeniveau tot > 3500 m in één dag.
Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van nierstenen vanwege het risico van versnelde niersteenvorming.

Suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag zijn gemeld bij patiënten die behandeld zijn met anti-epileptica; het is onduidelijk of dit ook op kan treden bij gebruik van acetazolamide. Controleer patiënten op tekenen van suïcidaal gedrag.

Interacties

Relevant: het risico op hypokaliëmie neemt toe bij gebruik van diuretica die de kaliumuitscheiding bevorderen.

Salicylaten (in analgetische of antireumatische doses) en acetazolamide kunnen elkaars toxiciteit versterken. De interactie kan zich langzaam en sluipend ontwikkelen.

Door alkalisering van de urine wordt de uitscheiding van kinidine vertraagd en de werking van methenamine tegengegaan.

Niet beoordeeld: door alkalisering van de urine kan de uitscheiding van bijvoorbeeld amfetaminen en efedrine worden vertraagd.
Het risico op osteomalacie neemt toe bij combinatie met fenytoïne, fenobarbital en primidon.

Referenties

  1. Katayama F, et al, Long-term effectiveness and side effects of acetazolamide as an adjunct to other anticonvulsants in the treatment of refractory epilepsies, Brain Dev, 2002, Apr;24(3), 150-4
  2. College voor zorgverzekeringen (CVZ), Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 21-5-2021
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 dec 2018
  4. Goldshield Pharmaceuticals Ltd., SPC Diamox (RVG 00644), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 18 augustus 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h00644.pdf
  5. Sharan S, et al, The effect of oral acetazolamide on weight gain in children, Can J Ophthalmol, 2010 , Feb;45(1), 41-5
  6. Sabri K, et al, The additive effect of topical dorzolamide and systemic acetazolamide in pediatric glaucoma, J AAPOS, 2006 , Oct;10(5), 464-8
  7. Zierhut M, et al, Treatment of uveitic macular edema with acetazolamide, Doc Ophthalmol, 1999, 97(3-4), 409-13
  8. Portellos M, et al, Topical versus oral carbonic anhydrase inhibitor therapy for pediatric glaucoma, J AAPOS, 1998, Feb;2(1), 43-7
  9. Haas J. , Principles and problems of therapy in congenital glaucoma., Invest Ophthalmol., 1968, Apr;7(2), 140-6
  10. Galin MA, et al, Acetazolamide and outflow facility, Arch Ophthalmol, 1966, Oct;76(4), 493-7
  11. Carrion E, et al, Use of acetazolamide to decrease cerebrospinal fluid production in chronically ventilated patients with ventriculopleural shunts., Arch Dis Child., 2001, Jan;84(1), 68-71
  12. Shinnar S, et al, Management of hydrocephalus in infancy: use of acetazolamide and furosemide to avoid cerebrospinal fluid shunts., J Pediatr, 1985, Jul;107(1), 31-7

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering