Acetazolamide

Stofnaam
Acetazolamide
Merknaam
Diamox
ATC code
S01EC01
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Epilepsie, adjuvante therapie: on-label
Diureticum bij oedeem: on-label
Verlaging intraoculaire druk: Off-label
Verlaging intracraniele druk: Off-label


 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Glaucoom: Niet geregistreerd voor kinderen
Epilepsie: (Kinderen) totaal 8-30 mg/kg verdeeld over de dag.
Oedeem: (Kinderen) 5 mg/kg gedurende 2 dagen, daarna 1 dag rust waarna herhaling van dit schema.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 250 mg
Susp. oraal 10 mg/ml  (FNA)
Poeder voor injectievloeistof 500 mg
 

Eigenschappen

Acetazolamide remt het enzym koolzuuranhydrase, hetgeen in het oog leidt tot vermindering van de secretie van kamervocht (via de ciliaire spieren), waardoor de intra-oculaire druk daalt. Daarnaast heeft het een anti-epileptische en licht diuretische werking. Het diuretische effect treedt op door blokkering van de reabsorptie van natrium in de niertubuli. Hierbij is de uitscheiding van natrium en waterstofcarbonaat toegenomen. Oedemateus vocht (bv. bij longoedeem t.g.v. hoogteziekte) wordt vrijgemaakt uit de weefsels en uitgescheiden. Het werkingsmechanisme dat aan het anti-epileptische effect ten grondslag ligt, is onbekend. Acetazolamide vertraagt de vorming van cerebrospinaalvloeistof door de plexus choroideus. Bij continue orale toediening neemt het diuretische effect in enkele dagen af, terwijl het remmende effect op de carbo-anhydrase in de ciliaire spieren blijft bestaan. Acetazolamide is chemisch verwant aan sulfonamiden, maar heeft geen bacteriostatische werking

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Epilepsie, adjuvante therapie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4]
      • 8 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 1.500mg/dag
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4]
      • 8 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 1.500mg/dag
      • Parenterale toediening uitsluitend in geval van spoed

Indicatie: Verlaging intraoculaire druk
Indicatie: Verlaging intracraniele druk
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [11] [12]
      • Startdosering: 30 mg/kg/dag in 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Eventueel ophogen tot maximaal 100 mg/kg/dag in 3 doses , max: 1.500mg/dag
      • Elektrolytenbalans monitoren en eventueel corrigeren met kalium en bicarbonaat.
        Dosering gebaseerd op cases.

Indicatie: Diureticum bij oedeem
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • 's Ochtends 5 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 375mg/dag
      • Behandelduur:

        2 dagen, vervolgens 1 dag rust. Dan herhalen van dit schema.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 uur Verder doseren op geleide van effect met een maximum van 2 dd 250 mg.
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 uur Verder doseren op geleide van effect met een maximum van 2 dd 250 mg.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies kan niet worden gegeven.

GLAUCOOMMIDDELEN EN MIOTICA

PARASYMPATHICOMIMETICA

Pilocarpine

Pilocarpine Minims, Pilogel
S01EB01
KOOLZUURANHYDRASEREMMERS

Dorzolamide

Trusopt
S01EC03
BETA-BLOKKERS

Timolol

Timoptol
S01ED01
PROSTAGLANDINE-ANALOGA

Bimatoprost

Lumigan
S01EE03

Latanoprost

Xalatan
S01EE01

Travoprost

Travatan
S01EE04
OVERIGE GLAUCOOMMIDDELEN
S01EX
PARASYMPATHICOMIMETICA

Pilocarpine

Pilocarpine Minims, Pilogel
S01EB01
KOOLZUURANHYDRASEREMMERS

Dorzolamide

Trusopt
S01EC03
BETA-BLOKKERS

Timolol

Timoptol
S01ED01
PROSTAGLANDINE-ANALOGA

Bimatoprost

Lumigan
S01EE03

Latanoprost

Xalatan
S01EE01

Travoprost

Travatan
S01EE04
OVERIGE GLAUCOOMMIDDELEN
S01EX

Bijwerkingen bij kinderen

Acidose, nier- en leverfunctiestoornissen, huidreacties, overgevoeligheidsreacties. Bij langdurig gebruik metabole acidose, nierstenen, beenmergdepressie.

Bijwerkingen bij volwassenen

Soms (0,1-1%): beenmerg depressie (aplastische anemie, agranulocytose, leukopenie, trombocytopenie, trombocytopenische purpura, pancytopenie). Slechthorendheid en tinnitus. Melaena. Abnormale leverfunctie. Huiduitslag, urticaria, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse. Anafylaxie. Kristalurie, nier- en ureterkolieken, hematurie, glucosurie, nierfalen. Metabole acidose, voorbijgaande hypokaliëmie, hyponatriëmie, hyperglykemie, hypoglykemie, osteomalacie. Zelden (0,01%-0,1%): convulsies, slapte, verlammingsverschijnselen. Hepatitis, cholestatische icterus, fulminante levernecrose. Pruritus, fotosensibilisatie. Verder zijn gemeld: duizeligheid, paresthesieën (voornamelijk tintelingen in de extremiteiten), verwardheid, irritatie, opwinding, hoofdpijn, ataxie, sufheid, slaperigheid. Myopie. Misselijkheid, braken, diarree, verlies van eetlust, gewichtsverlies, smaakstoornis, dorst. Blozen. Hypotensie. Vermoeidheid, koorts, malaise, verminderd libido. Depressie.

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Chronisch niet-congestief gesloten-kamerhoekglaucoom. Natrium- en kaliumdepletie, hypochloremische acidose. Ernstige lever- en nierfunctiestoornissen. M. Addison. Cor pulmonale. Overgevoeligheid voor sulfonamiden.

 

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

 Kruisovergevoeligheid bij sulfonamide-allergie kan optreden. Cave metabole acidose bij langdurig gebuik, ritmestoornissen, gebruik van digoxine of corticosteroiden.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Verhoging van de dosis heeft geen verhoogde diurese tot gevolg en kan aanleiding geven tot toename van bijwerkingen. Wees voorzichtig bij patiënten die aan aandoeningen lijden die geassocieerd worden met, of die aanleg vertonen tot verstoringen in de elektrolyten- of zuur/base balans, zoals patiënten met nier functiestoornissen, pulmonale obstructie, emfyseem, patiënten met diabetes mellitus en patiënten die lijden aan een verslechterde alveolaire ventilatie. Bij risico's voor hypokaliëmie (zoals bij diureticagebruik, primair hyperaldosteronisme) en bij omstandigheden waarbij hypokaliëmie ernstige gevolgen kan hebben (zoals bij digoxinegebruik, levercirrose) mag acetazolamide alleen worden gebruikt onder zeer regelmatige controle van het serum kalium. Het bloedbeeld vóór en regelmatig tijdens de behandeling controleren; bij verandering hiervan het gebruik staken. Bij bergsporten kan snelle stijging (binnen 24 uur) van zeeniveau tot boven 3000 m en langer verblijf op deze hoogte, hoogteziekte veroorzaken. Boven 3000 m max. 500 m/24 uur stijgen. Bij grotere stijging een lager gelegen overnachtingsplaats zoeken. Suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag zijn gemeld bij patiënten die behandeld zijn met anti-epileptica; het is onduidelijk of dit ook op kan treden bij gebruik van acetazolamide

Interacties

Relevant: het risico op hypokaliëmie neemt toe bij gebruik van diuretica die de kaliumuitscheiding bevorderen.

Salicylaten (in analgetische of antireumatische doses) en acetazolamide kunnen elkaars toxiciteit versterken. De interactie kan zich langzaam en sluipend ontwikkelen.

Door alkalisering van de urine wordt de uitscheiding van kinidine vertraagd en de werking van methenamine tegengegaan.

Niet beoordeeld: door alkalisering van de urine kan de uitscheiding van bijvoorbeeld amfetaminen en efedrine worden vertraagd.
Het risico op osteomalacie neemt toe bij combinatie met fenytoïne, fenobarbital en primidon.

Referenties

  1. Katayama F, et al, Long-term effectiveness and side effects of acetazolamide as an adjunct to other anticonvulsants in the treatment of refractory epilepsies, Brain Dev, 2002, Apr;24(3), 150-4
  2. College voor zorgverzekeringen (CVZ), Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 25 sept 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 dec 2018
  4. Goldshield Pharmaceuticals Ltd., SPC Diamox (RVG 00644), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 18 augustus 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h00644.pdf
  5. Sharan S, et al, The effect of oral acetazolamide on weight gain in children, Can J Ophthalmol, 2010 , Feb;45(1), 41-5
  6. Sabri K, et al, The additive effect of topical dorzolamide and systemic acetazolamide in pediatric glaucoma, J AAPOS, 2006 , Oct;10(5), 464-8
  7. Zierhut M, et al, Treatment of uveitic macular edema with acetazolamide, Doc Ophthalmol, 1999, 97(3-4), 409-13
  8. Portellos M, et al, Topical versus oral carbonic anhydrase inhibitor therapy for pediatric glaucoma, J AAPOS, 1998, Feb;2(1), 43-7
  9. Haas J. , Principles and problems of therapy in congenital glaucoma., Invest Ophthalmol., 1968, Apr;7(2), 140-6
  10. Galin MA, et al, Acetazolamide and outflow facility, Arch Ophthalmol, 1966, Oct;76(4), 493-7
  11. Carrion E, et al, Use of acetazolamide to decrease cerebrospinal fluid production in chronically ventilated patients with ventriculopleural shunts., Arch Dis Child., 2001, Jan;84(1), 68-71
  12. Shinnar S, et al, Management of hydrocephalus in infancy: use of acetazolamide and furosemide to avoid cerebrospinal fluid shunts., J Pediatr, 1985, Jul;107(1), 31-7

Wijzigingen