Alendroninezuur

Stofnaam
Alendroninezuur
Merknaam
Fosamax, Bonasol
ATC code
M05BA04
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Bisfosfonaat met remmend effect op de botafbraak door chemische adsorptie aan hydroxyapatietkristallen en/of rechtstreeks effect op de osteoclasten.

Farmacokinetiek bij kinderen

Biologische beschikbaarheid: 0,43%-0,56% (individueel sterk variabel 0,18%-1,74%)

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet  10 mg, 70 mg
Drank 0,7 mg/ml (de drank bevat 0,15% v/v ethanol)
 

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Osteogenesis imperfecta, remming botresoptie
  • Oraal
    • 3 jaar tot 18 jaar
      [1] [2] [3] [4] [6] [9]
      • 10 mg/dag in 1 dosis
      • Advies inname/toediening:

        Tablet tenminste 30 minuten voor het ontbijt rechtop zittend/staand innemen met voldoende water, niet liggen gedurende 30 minuten na inname.

        • Alternatief: 1-2 mg/kg/week, max 70 mg/week
        • Alleen te gebruiken door specialist met ervaring met dit middel
        • De wetenschappelijk onderbouwing voor het gebruik bij kinderen is beperkt.

         

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Aanpassing is niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Gebruik vermijden wegens gebrek aan gegevens
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Gebruik vermijden wegens gebrek aan gegevens
Klinische gevolgen

Bij verminderde nierfunctie kan de uitscheiding van alendroninezuur mogelijk verminderd zijn. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd.

Klinische gevolgen:

Bijwerkingen zijn onder andere maagdarmstoornissen, zoals misselijkheid, diarree, buikpijn, flatulentie en krampen, vooral bij hoge doses en aan het begin van de behandeling.

Een orale overdosis kan hypocalciëmie, hypofosfatemie en bijwerkingen op het bovenste deel van het maagdarmkanaal tot gevolg hebben, zoals opgezette buik, zuurbranden, oesofagitis, gastritis of een ulcus.

Bijwerkingen bij kinderen

Hoofdpijn, misselijkheid, koorts, buikpijn

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): gewrichtspijn, spierpijn, botpijn.

Vaak (1-10%): asthenie, perifeer oedeem. Alopecia, jeuk. Gastro-oesofageale reflux, oesofagusulcus, dyspepsie, dysfagie, abdominale distensie, buikpijn, flatulentie, obstipatie, diarree. Vertigo. Gewrichtszwelling. Duizeligheid, hoofdpijn.

Soms (0,1-1%): voorbijgaande symptomen als bij een acutefasereactie. Erytheem, huiduitslag. Misselijkheid, braken, oesofageale erosie, oesofagitis, gastritis, melena. Oogontsteking (episcleritis, scleritis, uveïtis). Dysgeusie.

Zelden (0,01-0,1%): Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, huiduitslag door fotosensibilisatie. Overgevoeligheidsreacties waaronder urticaria en angio-oedeem. Perforatie, ulcus of bloeding in het bovenste gedeelte van het maag-darmkanaal, oesofagusstrictuur, maag- of duodenumulcus. Atypische subtrochantaire en femurschachtfracturen (met name na 3-5 jaar gebruik van bisfosfonaten voor postmenopauzale osteoporose), osteonecrose van de kaak. Daling calcium of fosfaat in bloed, symptomatische hypocalciëmie.

Zeer zelden (< 0,01%): osteonecrose van de uitwendige gehoorgang.

Verder zijn gemeld: atypische fracturen van andere botten dan het dijbeen, zoals de ellepijp en het scheenbeen.

Toelichting

  • Bot-, spier- of gewrichtspijn: zelden ernstig en/of invaliderend, optredend tot enkele maanden na begin van de behandeling; meestal reversibel, soms terugkerend bij herhaalde blootstelling of bij gebruik van een ander bisfosfonaat.
  • Voorbijgaande symptomen als bij een acutefasereactie: spierpijn, malaise en zelden, koorts; vaak bij instelling van de behandeling.
  • Lichte daling serumcalcium en -fosfaat: met name bij gebruik van glucocorticoïden.
  • Symptomatische hypocalciëmie: incidenteel; vooral bij predisponerende aandoeningen zoals hypoparathyroïdie, vitamine D-deficiëntie en calciummalabsorptie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • hypocalciëmie;
  • afwijkingen aan de oesofagus die de lediging van de oesofagus kunnen vertragen, zoals strictuur of achalasie;
  • onvermogen minstens 30 minuten rechtop te kunnen zitten of staan
  • toegenomen risico van aspiratie (drank)

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Behandel een stoornis van het bot- en mineraalmetabolisme (bv. hypocalciëmie, vitamine D-deficiëntie, hypoparathyroïdie) vóór toepassing. Adviseer inname van voldoende calcium (800–1000 mg/dag) tijdens behandeling.

Irritatie aan de mucosa van het bovenste deel van het maag-darmkanaal kan optreden bij gebruik van orale bisfosfonaten. Wees daarom voorzichtig bij een actieve stoornis in het bovenste deel van het maag-darmkanaal zoals dysfagie, oesofageale aandoening, Barrett-slokdarm, gastritis, duodenitis of ulcera óf bij een recente voorgeschiedenis (in het afgelopen jaar) van gastro-intestinale ziekten zoals ulcus pepticum of operatieve ingreep aan het bovenste deel van het maag-darmkanaal anders dan pyloroplastiek. Instrueer de patiënt om bij klachten van slokdarmirritatie zoals dysfagie, pijn bij slikken, retrosternale pijn of zuurbranden (nieuw of verergerd), tijdig medische hulp te zoeken.

Osteonecrose van het kaakbeen is gemeld, vooral bij intraveneuze toediening, maar ook bij oraal gebruik, meestal in samenhang met tandheelkundige ingrepen en/of plaatselijke infectie bij kankerpatiënten die ook corticosteroïden en oncolytica gebruiken. Overweeg de volgende risicofactoren ter beoordeling van de kans op osteonecrose van de kaak bij een patiënt:

  • potentie van het middel, toedieningsweg (meer kans bij i.v.-toediening), cumulatieve dosis van botafbraak-remmende medicatie;
  • kanker, chemotherapie, radiotherapie, corticosteroïden, angiogeneseremmers, roken;
  • voorgeschiedenis van gebitsaandoening, slechte mondhygiëne, periodontale aandoening, slecht passend kunstgebit, invasieve tandheelkundige ingrepen.

Overweeg bij patiënten met een slecht gebit vóór behandeling een tandheelkundig onderzoek met passende preventieve tandheelkundige behandeling. Vermijd zo mogelijk invasieve tandheelkundige ingrepen tijdens behandeling, aangezien deze de symptomen kunnen verergeren. Voor alle patiënten wordt aangeraden te zorgen voor een goede mondhygiëne, regelmatige tandartscontrole en mondproblemen (loszittende tanden, pijn of zwelling) te melden.

Osteonecrose van de uitwendige gehoorgang is gemeld bij gebruik van bisfosfonaten, vooral bij langdurige behandeling. Mogelijke risicofactoren zijn o.a. gebruik van corticosteroïden, chemotherapie en/of lokale infectie of trauma. Overweeg de mogelijkheid van osteonecrose van de uitwendige gehoorgang bij oorklachten zoals pijn, afscheiding of chronische oorinfectie.

Atypische femurfracturen zijn gemeld, na minimaal of geen trauma, met name bij langdurige behandeling wegens osteoporose. Pijn in de dij, lies of heup kan optreden samen met kenmerken van stressfractuur bij beeldvormend onderzoek, soms weken tot maanden vóór het optreden van een volledige femorale fractuur. Bij optreden van een proximale femurfractuur de contralaterale femur onderzoeken, omdat de fracturen in veel gevallen bilateraal optreden. Slechte genezing van dergelijke fracturen is gemeld.

Atypische fracturen van andere lange botten, zoals de ellepijp en het scheenbeen, zijn gemeld bij langdurige behandeling, na minimaal of geen trauma. Sommige patiënten ervaren prodromale pijn voordat een volledige fractuur optreedt. In geval van een fractuur van de ellepijp kan dit samenhangen met herhaalde belasting door langdurig gebruik van loophulpmiddelen.

De optimale duur van de behandeling van osteoporose is niet vastgesteld; met name na 5 jaar gebruik of langer de behandeling heroverwegen.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Relevant:
Voedsel dat veel calcium bevat, antacida en middelen die veel calcium, ijzer, aluminium of magnesium bevatten, kunnen de absorptie van bisfosfonaten na orale toediening verminderen. Aanbevolen wordt bisfosfonaten ten minste 2 uur vóór deze middelen in te nemen.

De combinatie met aluminiumbevattende antacida is niet gewenst, omdat deze na langdurig gebruik aanleiding kunnen geven tot osteoporose.

Niet beoordeeld:
Bij combinatie met aminoglycosiden kan de serumcalciumconcentratie extra worden verlaagd.

BOTSTRUCTUUR EN BOTMINERALISATIEBEINVLOEDENDE MIDDELEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

BISFOSFONATEN
M05BA03

Risedroninezuur

Actonel
M05BA07
OVERIGE BOTMINERALISATIEBEINVLOEDENDE MIDDELEN

Burosumab

Crysvita
M05BX05

Denosumab

Xgeva
M05BX04

Referenties

  1. Ward LM, et al, Single-dose pharmacokinetics and tolerability of alendronate 35- and 70-milligram tablets in children and adolescents with osteogenesis imperfecta type I, J Clin Endocrinol Metab, 2005, Jul;90(7), 4051-6
  2. DiMeglio LA, et al, Two-year clinical trial of oral alendronate versus intravenous pamidronate in children with osteogenesis imperfecta, J Bone Miner Res, 2006, Jan;21(1), 132-40
  3. Dimeglio LA, et al, A comparison of oral and intravenous bisphosphonate therapy for children with osteogenesis imperfecta, J Pediatr Endocrinol Metab, 2005, Jan;18(1), 43-53
  4. Seikaly MG, et al, Impact of alendronate on quality of life in children with osteogenesis imperfecta, J Pediatr Orthop, 2005, Nov-Dec;25(6), 786-91
  5. Rudge S, et al, Effects of once-weekly oral alendronate on bone in children on glucocorticoid treatment, Rheumatology (Oxford). , 2005, Jun;44(6), 813-8
  6. Cho TJ, et al, Efficacy of oral alendronate in children with osteogenesis imperfecta, J Pediatr Orthop, 2005 , Sep-Oct;25(5), 607-12
  7. Lethaby C, et al, Bisphosphonate therapy for reduced bone mineral density during treatment of acute lymphoblastic leukemia in childhood and adolescence: a report of preliminary experience, J Pediatr Hematol Oncol, 2007, Sep;29(9), 613-6
  8. Wiernikowski JT, et al, Alendronate for steroid-induced osteopenia in children with acute lymphoblastic leukaemia or non-Hodgkin's lymphoma: results of a pilot study, J Oncol Pharm Pract, 2005, Jun;11(2), 51-6
  9. Vyskocil V, et al, Effect of alendronate therapy in children with osteogenesis imperfecta, Joint Bone Spine, 2005, Oct;72(5), 416-23
  10. NKFK Werkgroep nierfunctiestoornissen, Extrapolatie van KNMP risico analyse "Verminderde nierfunctie" voor volwassenen naar kinderen, 20 Dec 2021
  11. Zorginstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 20-6-2026
  12. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 20-6-2026

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering