Denosumab

Stofnaam
Denosumab
Merknaam
Xgeva
ATC code
M05BX04
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Reusceltumor van het bot:
> 12 jaar: 120 mg/dosis SC op dag 1,8,15 en 29 en vervolgens elke 4 weken

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. 70 mg/ml 
Inj.vlst. 60 mg/ml

Eigenschappen

Humaan IgG2 monoklonaal antilichaam. Bindt specifiek en met hoge affiniteit aan de receptoractivator van het nucleaire factor κ-B-ligand (RANK-ligand of RANKL), een cytokine dat essentieel is voor de vorming en activering van osteoclasten. Het wegvangen van RANKL in de circulatie voorkomt de binding van RANKL aan RANK op het celmembraan van osteoclasten en hun voorlopercellen waardoor de vorming, activiteit en overleving van deze cellen wordt beperkt. Dit leidt tot minder botresorptie in corticaal en trabeculair botweefsel en minder door kanker geïnduceerde vernietiging van botweefsel. Bij reusceltumor van het bot wordt een afname van het aantal osteoclast-achtige reuscellen waargenomen.

Kinetische gegevens

Biologische beschikbaarheid na subcutane toediening: 62% 
T1/2: gemiddeld 28 dagen (14-55 dagen)

Doseringen

Indicatie: Reusceltumor van het bot
  • Subcutaan
    • ≥ 12 jaar
      [1]
      • 120 mg/dosis, op dag 1, 8, 15 en 29 en daarna elke 4 weken..

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Bij verminderde nierfunctie is aanpassing van de dosering niet noodzakelijk.

Controle van de serumcalciumconcentratie wordt aanbevolen bij ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring kleiner dan 30 ml/min) en dialysepatiënten vanwege het verhoogde risico op hypocalciëmie bij deze patiënten.

Bijwerkingen bij kinderen

Het bijwerkingenprofiel bij kinderen (12-18 jaar)  komt overeen met het bijwerkingenprofiel bij volwassenen. Klinisch significante hypercalciëmie na het stopzetten van de behandeling is gemeld in de postmarketingsetting bij pediatrische patiënten.

Bijwerkingen algemeen

Zeer vaak (> 10%): hypocalciëmie (vooral in de eerste twee weken). Dyspneu. Diarree. Spier- en skeletpijn.

Vaak (1-10%): nieuwe primaire maligniteit (bij patiënten met gevorderde maligniteiten). Osteonecrose van de kaak. Hyperhidrose. Hypofosfatemie.

Soms (0,1-1%): medicijn-geïnduceerde lichenoïde reacties. Atypische femurfracturen (tijdens en tot 9 maanden na de behandeling).

Zelden (0,01-0,1%): overgevoeligheid, incl. anafylactische reacties.

Verder zijn gemeld: ernstige symptomatische hypocalciëmie (incl. gevallen met fatale afloop), osteonecrose van de uitwendige gehoorgang.

Weken of maanden na staken van de behandeling bij patiënten met reusceltumor van het bot is hypercalciëmie opgetreden (frequentie 0,1-1%); er waren gevallen waarvoor ziekenhuisopname was vereist en waarbij acuut nierletsel optrad.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • hypocalciëmie;
  • niet-genezen laesies als gevolg van kaak- of mondchirurgie

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Voorafgaand aan de behandeling een eventueel aanwezige hypocalciëmie corrigeren met calcium en vitamine D. Tijdens het gebruik kan op elk moment hypocalciëmie optreden; ernstige gevallen deden zich meestal voor tijdens de eerste weken van de behandeling. Controleer de calciumspiegel voorafgaand aan de eerste toediening (Prolia: vóór elke toediening), binnen 2 weken daarna (Prolia: alleen bij predispositie voor hypocalciëmie) en bij vermoedelijke symptomen van hypocalciëmie. Bij gebruik van Xgeva is vaker controleren aanbevolen bij risicofactoren voor hypocalciëmie. Symptomen van hypocalciëmie zijn onder meer paresthesieën, spierstijfheid, spiertrekkingen, spierkrampen en in ernstige gevallen verlenging van het QT-interval, tetanie, epileptische aanvallen en veranderde mentale toestand. Patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min) of dialysepatiënten hebben meer kans op het ontwikkelen van hypocalciëmie; controleer bij hen de calciumspiegel regelmatig.

Bij langdurig gebruik van botresorptieremmers zoals denosumab is er meer kans op bijwerkingen zoals osteonecrose van de kaak en atypische femurfracturen, door een significante remodellering van het bot.

Osteonecrose van de kaak treedt vaak op bij behandeling met Xgeva en zelden bij gebruik van Prolia. Overweeg de volgende risicofactoren ter beoordeling van de kans op osteonecrose van de kaak bij een patiënt:

  • potentie van het middel, toedieningsweg (meer kans bij parenterale toediening), cumulatieve dosis van botresorptietherapie;
  • kanker, comorbiditeiten (bv. anemie, stollingsstoornis, infectie), roken;
  • gelijktijdige behandelingen: corticosteroïden, chemotherapie, angiogeneseremmers, radiotherapie van hoofd en hals;
  • slechte mondhygiëne, parodontitis, slecht passend kunstgebit, bestaande tandziekte, invasieve tandheelkundige ingrepen (bv. tandextractie).

Voorafgaand aan behandeling met Xgeva wordt een tandheelkundig onderzoek met passende preventieve tandheelkundige behandeling aanbevolen. Bij Prolia wordt dit alleen aanbevolen bij risicofactoren voor osteonecrose van de kaak. Behandeling dient te worden uitgesteld bij niet-genezen open beschadigingen van zachte weefsels in de mond. Tijdens behandeling zijn optimale mondhygiëne en regelmatige tandartscontrole aangewezen. Invasieve tandheelkundige procedures alleen na zorgvuldige overweging uitvoeren en niet kort voor of na het toedienen van denosumab. Laat de patiënt direct contact opnemen indien problemen met mond of gebit optreden, zoals loszittende tanden, pijn of zwelling, niet-genezende zweren of pusafscheiding. Bij optreden van osteonecrose van de kaak met deskundigen een behandelplan opstellen; een tijdelijke onderbreking van denosumab kan nodig zijn.

Osteonecrose van de uitwendige gehoorgang is gemeld bij gebruik van denosumab. Mogelijke risicofactoren zijn o.a. gebruik van corticosteroïden, chemotherapie en/of lokale infectie of trauma. Overweeg de mogelijkheid van osteonecrose van de uitwendige gehoorgang bij oorklachten zoals chronische oorinfecties.

Atypische femurfracturen zijn gemeld; de kans hierop neemt toe bij langer gebruik. Bij optreden van pijn in de dij, lies of heup de patiënt onderzoeken op een onvolledige femurfractuur. Het kan soms weken tot maanden duren vóór zich een volledige femorale fractuur ontwikkelt. Bij optreden van een proximale femurfractuur ook de contralaterale femur onderzoeken, omdat de fracturen in veel gevallen bilateraal optreden. Slechte genezing van dergelijke fracturen is gemeld.

Weken of maanden na staken van de behandeling bij reusceltumor van het bot is (ernstige) hypercalciëmie gemeld. Controleer de patiënt na staken op tekenen van hypercalciëmie, overweeg periodieke controle van de serumcalciumspiegel en beoordeel opnieuw de suppletiebehoefte van calcium en vitamine D.

De veiligheid en werkzaamheid bij patiënten met een leverfunctiestoornis is niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens over patiënten met langdurige systemische glucocorticoïdtherapie en ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min).

 

Interacties

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Referenties

  1. Amgen Europe B.V. , SmPC Xgeva (EU/1/11/703/001 -003) 24-03-2020, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch kompas (Eigenschappen, bijwerkingen, contra-indicaties, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 11 jun 2020
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 11 jun 2020

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering