Norfloxacine

Stofnaam
Norfloxacine
Merknaam
ATC code
J01MA06
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Norfloxacine is niet geregistreerd voor gebruik bij kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 400 mg

Eigenschappen

Gefluorideerde chinolonverbinding. Chinolonen hebben een bactericide werking en beïnvloeden de DNA-synthese door remming van het bacteriële DNA-gyrase. Doorgaans gevoelig zijn: Aeromonas hydrophila, Proteus vulgaris, Providencia rettgeri, Salmonella spp. en Shigella spp. Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Enterococcus faecalis, Staphylococcus aureus (meticilline-gevoelig), Staphylococcus saprophyticus, Citrobacter freundii, Enterobacter aerogenes, Enterobacter cloaca, Escherichia coli, Klebsiella oxytoca, Klebsiella pneumoniae, Morganella morganii, Proteus mirabilis, Pseudomonas aeruginosa en Serratia marcescens. Ongevoelig zijn: Enterococcus faecium, Staphylococcus aureus (meticilline-resistent), Streptococcus agalactiae, Stenotrophomonas maltophilia, Clostridium difficile, Chlamydia trachomatis, Mycoplasma hominis en Ureaplasma urealyticum.

Kinetische gegevens

Er zijn uitsluitend abstracts van Japanse studies uit 1990 beschikbaar. Hieruit blijkt dat t1/2 bij kinderen varieert van 1.7 tot 4 uur.

Doseringen

Indicatie: Profylaxe van recidiverende urineweginfecties
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [12]
      • 2 - 5 mg/kg/dag in 1 dosis
Indicatie: Gecompliceerde urineweginfectie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [12]
      • 10 mg/kg/dag in 2 doses , max: 800mg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Profylaxe UWI:
GFR 50-80 ml/min/1.73 m2: Aanpassing niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2: Aanpassing niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2: 50% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen blijft gelijk.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2: Een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Gecompliceerde UWI:
GFR 50-80 ml/min/1.73 m2: Aanpassing niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2: Aanpassing niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2: 100% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2: Een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Klinische gevolgen

Neurologische bijwerkingen van chinolonen zijn hoofdpijn, duizeligheid, sufheid, paresthesieën, perifere neuropathie, perifere sensorische stoornissen, visusstoornissen en verwardheid. Deze klachten zijn gewoonlijk reversibel en dosisafhankelijk. In zeldzame gevallen zijn convulsies gemeld, vooral bij patiënten met epilepsie of cerebrovasculaire insufficiëntie in de anamnese.

Bij Dialyse

Hemodialyse en peritoneaal dialyse: 100% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur

Bijwerkingen bij kinderen

Uit dierproeven blijkt dat het gebruik van fluorochinolonen bij jonge proefdieren, afwijkingen in de kraakbeen-vorming veroorzaakt. Deze afwijkingen zijn niet aangetoond in de studie die bij jonge kinderen verricht zijn. [Arico et al., Bhattacharya et al.]

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid, licht gevoel in het hoofd, sufheid. Misselijkheid, buikpijn, koliekachtige buikpijnen. Rabdomyolyse. Huiduitslag. Leukopenie, neutropenie, eosinofilie. Verhoging ASAT, ALAT, alkalische fosfatase.

Soms (0,1-1%): (levensbedreigende) convulsies, polyneuropathie (waaronder Guillain-Barrésyndroom), paresthesie, exacerbatie van myasthenia gravis, vermoeidheid, slaapstoornissen. Palpitaties. Anorexia, dyspepsie, braken, diarree, hepatitis, pancreatitis. Lichtgevoeligheid, jeuk, ernstige huidreacties waaronder exfoliatieve dermatitis, Lyell-syndroom, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom. Overgevoeligheidsreacties zoals urticaria, angio-oedeem, petechiën, hemorragische bullae, papels met vasculitis, interstitiële nefritis. Stemmingsveranderingen, irritatie, depressie, angst, nervositeit, euforie, desoriëntatie, verwardheid, hallucinaties, psychotische reacties. Gezichtsstoornissen, tranenvloed. Oorsuizen. Artritis, myalgie, artralgie, tendinitis, tendovaginitis. Vaginale candidiasis. Trombocytopenie, verlaagd hematocriet, verlengde protrombinetijd, hemolytische anemie (soms geassocieerd met G6PD-deficiëntie). Verhoogde waarden bilirubine en serumureum, -creatinine, kristalurie.

Zelden (0,01-0,1%): pseudomembraneuze colitis. Ontsteking van de achillespees (kan leiden tot achillespeesruptuur).

Zeer zelden (< 0,01%): cholestatische hepatitis, levernecrose.

Verder zijn gemeld: verlenging QT-interval, ventriculaire aritmie, 'torsade de pointes'.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor chinolonen. Peesaandoeningen in de anamnese, gerelateerd aan het gebruik van fluorchinolonen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Terughoudendheid is geboden bij het toepassen van chinolonen bij kinderen in de groeifase. Het gebruik ervan dient zich te beperken tot gevallen waarbij andere therapeutische mogelijkheden ontbreken.

Er zijn weinig onderzoeken met betrekking tot de veiligheid en effectiviteit van norfloxacine bij kinderen uitgevoerd. De toepassing van dit middel dient gereserveerd te worden voor situaties waarin met andere antimicrobiële middelen onvoldoende resultaat wordt verkregen.

In proefdieronderzoek is in wisselende mate artropathie waargenomen bij zeer hoge doseringen bij jonge honden. Bij de mens zijn deze bijwerkingen evenwel nooit gemeld; fluorchinolonen worden daarom in toenemende mate bij kinderen gebruikt indien andere therapeutische mogelijkheden ontbreken of indien er ernstige bezwaren zijn tegen het gebruik van bepaalde andere breedspectrum antibiotica.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Wees voorzichtig bij G6PD-deficiëntie (hemolytische anemie), lever- en/of nierfunctiestoornissen, epilepsie (of andere factoren die tot convulsies predisponeren), myasthenia gravis (kan leiden tot levensbedreigende zwakte van de ademhalingsspieren), ernstige cerebrale laesies en bekende of vermoede psychiatrische aandoeningen.

Wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging zoals hypocalciëmie, hypokaliëmie, hypomagnesiëmie, relevante hartziekte, bradycardie, comedicatie met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen, congenitale of verworven QT-verlenging, hogere leeftijd en vrouwelijk geslacht; bij aanwezigheid van niet te behandelen risicofactoren regelmatig elektrolyten en ECG bepalen.

Ernstige en soms fatale overgevoeligheidsreacties kunnen bij gebruik van chinolonen optreden, soms al na inname van de eerste dosis.

Bij ernstige of aanhoudende diarree tijdens of na de behandeling de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen. Bij eerste tekenen van leverziekte de behandeling staken. De behandeling eveneens staken bij eerste tekenen van neuropathie (zoals pijn, branderig gevoel, tintelingen, zwakte) om irreversibele condities te voorkómen. Zwakte kan echter ook een teken zijn van myopathie. Wanneer het zicht verslechtert of andere effecten op de ogen worden ervaren onmiddellijk een oogarts raadplegen.

Bij symptomen van tendinitis de behandeling onmiddellijk staken en volledige rust toepassen. De tendinitis, meest frequent van de achillespees, kan aanleiding geven tot (soms al na 48 uur optredende) peesrupturen. Tendinitis en peesrupturen treden vooral op bij ouderen, bij grote lichamelijke inspanning, bij langdurige behandeling met corticosteroïden en bij de eerste wandeling van een bedlegerige patiënt.

In verband met mogelijke fotosensibilisatie niet overmatig blootstellen aan natuurlijk of kunstmatig zonlicht; bij optreden van symptomen van fotosensibilisatie de behandeling staken.

Interacties

Niet relevant: de AUC van mycofenolzuur kan afnemen.

Interacties chinolonen algemeen:

Relevant:

Absorptie: de absorptie van chinolonen wordt sterk verminderd door gelijktijdige inname van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadviezen):
•antacida: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór of 4 uur na een antacidum worden ingenomen. Andere mogelijkheden zijn tijdelijk staken van het antacidum, of bij zuurgerelateerde klachten vervangen door een secretieremmer, of het chinolon vervangen door een ander antibioticum;
•ijzerzouten: het chinolon moet ten minste 2 uur vóór het ijzerzout (gewoon preparaat) worden ingenomen; de ijzertherapie wordt bij voorkeur tijdelijk gestaakt;
•sucralfaat: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór sucralfaat worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt sucralfaat tijdelijk gestaakt of vervangen door een H2-antagonist; deze vervanging is niet mogelijk bij een 'B2-resectiemaag', maar wel bij overige indicaties;
•bismutoxide, calcium-, magnesium- en zinkzouten: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór het andere middel worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt het andere middel tijdelijk gestaakt, of wordt het chinolon vervangen door een ander antibioticum.

De absorptie wordt ook verminderd door de fosfaatbinders lanthaancarbonaat en sevelameer. Het chinolon wordt bij voorkeur vermeden; als dit niet mogelijk is, wordt het chinolon voor de nacht gegeven. Als het chinolon toch vaker dan 1x per dag wordt gegeven, moet het chinolon ten minste 1 uur vóór of 3 uur na de fosfaatbinder worden ingenomen.

Chinolonen remmen het metabolisme van: theofylline. De interactie is gemeld voor ciprofloxacine, norfloxacine en pipemidinezuur. De overige chinolonen hebben weinig tot geen invloed op de plasmaconcentratie van theofylline.

Niet relevant: de nefrotoxiciteit van ciclosporine kan toenemen.

Ciprofloxacine kan de Cmax en AUC van ropinirol verhogen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's of tacrolimus.

Interacties antimicrobiele middelen algemeen
Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

Referenties

  1. Arico M, et al, Long-term magnetic resonance survey of cartilage damage in leukemic children treated with fluoroquinolones, Pediatr Infect Dis J, 1995, 14:, 713-4
  2. Bhattacharya K, et al, Double-blind, randomized clinical trial for safety and efficacy of norfloxacin for shigellosis in children, Acta Paediatr, 1997, 86, 319-20
  3. Koyle MA, et al, Pediatric urinary tract infections: the role of fluoroquinolones, Pediatr Infect Dis J, 2003, 22, 1133-7
  4. Iwai N, et al, Basic and clinical studies on norfloxacin in the pediatric field, Jpn J Antibiot, 1990, 43, 1629-48
  5. Toyonaga Y, et al, Laboratory and clinical studies on norfloxacin in the pediatric field., Jpn J Antibiot, 1990, 43, 808-25
  6. Nakazawa S, et al, Pharmacokinetic, bacteriological and clinical studies in the pediatric field on norfloxacin., Jpn J Antibiot, 1990, 43(5), 799-807
  7. Motohiro T, et al, Pharmacokinetics and clinical studies of norfloxacin in the pediatric field, Jpn J Antibiot, 1990, 43, 901-17
  8. Fujii R, et al, Evaluation of norfloxacin in the pediatric field. Pediatric Study Group for Norfloxacin, Jpn J Antibiot, 1990, 43, 181-215
  9. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 21 nov 2016
  10. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 21 nov 2016
  11. Mylan B.V., SmPC norfloxacine (RVG 29846) 20-10-2014, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  12. Rademaker CMA et al. , Geneesmiddelen-formularium voor kinderen., 2007

Wijzigingen

  • 21 november 2016 14:32: De beschikbare wetenschappelijke literatuur over de toepassing van norfloxacine bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft niet geleid tot een aanpassing van het doseeradvies. Het doseeradvies voor aanpassing bij nierfunctiestoornissen is herzien.