Ambrisentan

Stofnaam
Ambrisentan
Merknaam
Volibris
ATC code
C02KX02
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Ambrisentan is een endotheline-receptor-antagonist (ERA) met een affiniteit voor met name de receptor endotheline A (ETA); in veel geringere mate bindt ambrisentan aan de receptor endotheline B (ETB). Het vermindert zowel de pulmonale als de systemische vaatweerstand met als gevolg een toename van het hartminuutvolume zonder toename van de hartslag.

Farmacokinetiek bij kinderen

De farmacokinetiek van ambrisentan na orale toediening bij kinderen van 8 tot en met 17 jaar oud met PAH kwam globaal overeen met de farmacokinetiek bij volwassenen na correctie voor lichaamsgewicht (Bron: SmPC Volibris

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Pulmonale arteriële hypertensie 
≥ 8 jaar:
20-35 kg:
start 2,5 mg/dag in 1 dosis, ZN ophogen tot 5 mg/dag
35-50 kg: 5 mg/dag in 1 dosis, zonodig ophogen tot 7,5 mg/dag
≥ 50 kg: 5 mg/dag in 1 dosis, zonodig ophogen tot 10 mg/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 5 mg, 10 mg

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Pulmonale arteriele hypertensie
  • Oraal
    • 8 jaar tot 18 jaar en 20 tot 35 kg
      [1]
      • Startdosering: 2,5 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: zo nodig op basis van klinische respons en verdraagbaarheid ophogen tot 5 mg/dag in 1 dosis
    • 8 jaar tot 18 jaar en 35 tot 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 5 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: zo nodig op basis van klinische respons en verdraagbaarheid ophogen tot 7,5 mg/dag in 1 dosis
    • 8 jaar tot 18 jaar en ≥ 50 kg
      • Startdosering: 5 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: zo nodig op basis van klinische respons en verdraagbaarheid ophogen tot 10 mg/dag in 1 dosis

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

Het veiligheidsprofiel bij kinderen komt overeen met dat van volwassenen. 
Hoofdpijn en neusverstopping komen het meest voor bij kinderen.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn (waaronder sinushoofdpijn en migraine). Duizeligheid. Vochtretentie, perifeer oedeem (vooral bij hogere dosering en bij leeftijd > 65 j.). Palpitaties. Blozen. Dyspneu. Nasofaryngitis, neusverstopping. Misselijkheid, diarree, braken. Vermoeidheid. Pijn/ongemak op de borst. Anemie (verlaagd Hb, verlaagd hematocriet); soms is bloedtransfusie nodig.

Vaak (1-10%): overgevoeligheidsreacties (huiduitslag, jeuk, angio-oedeem). Hartfalen, hypotensie, syncope. Epistaxis, sinusitis, rinitis. Tinnitus. Buikpijn, obstipatie. Wazig zicht, afname gezichtsvermogen. Asthenie. Verhoogde levertransaminasen.

Soms (0,1-1%): auto–immuunhepatitis, leverschade. Plotseling gehoorverlies.

Tinnitus, plotseling gehoorverlies: Alleen gemeld bij combinatie van ambrisentan met tadalafil.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • idiopathische pulmonale fibrose;
  • ernstig verminderde leverfunctie (met of zonder cirrose);
  • uitgangswaarden van aspartaat aminotransferase (ASAT) en/of alanine aminotransferase (ALAT) > 3× ULN;
  • overgevoeligheid voor soja.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Ambrisentan is gecontra–indiceerd bij patiënten met idiopathische pulmonale fibrose (IPF) vanwege een mogelijke toename van ademhalingsproblemen, verslechtering van de longfunctie en overlijden.

Een behandeling met ambrisentan pas beginnen nadat eventueel aanwezige vochtretentie adequaat is behandeld. Bij klinisch significante vochtretentie tijdens de behandeling met ambrisentan staken van de therapie overwegen na uitsluiting van andere oorzaken. Perifeer oedeem treedt meestal op in de eerste maand van de behandeling en vaker bij combinatietherapie met tadalafil dan bij monotherapie.

Indien tijdens gebruik van ambrisentan de klinische situatie verslechtert naar WHO-klasse IV, overschakelen op een andere behandeling.

Een abnormale leverfunctie is in verband gebracht met pulmonale arteriële hypertensie; bij behandeling met ambrisentan zijn exacerbaties van onderliggende auto–immuunhepatitis, leverschade en verdere stijging van leverenzymwaarden gemeld. Verhoging van de leveraminotransferasen (ASAT/ALAT) kan zowel in een vroeg als in een laat stadium van de behandeling voorkomen; de toename is meestal geleidelijk en verloopt normaliter asymptomatisch. Bepaal de ASAT/ALAT-waarden voorafgaand aan de behandeling en daarna maandelijks en controleer de patiënt op symptomen van leverschade. Staak de behandeling bij aanhoudende, klinisch onverklaarbare verhoging van de spiegels of bij symptomen van leverschade zoals geelzucht. Alleen bij verhoging van de spiegels zonder symptomen kan worden overwogen na normalisatie de behandeling opnieuw te beginnen. Ambrisentan is niet onderzocht bij een afgenomen leverfunctie; waarschijnlijk is de blootstelling verhoogd.

Een matige, dosisafhankelijke afname in de hemoglobineconcentratie is mogelijk (vaker in combinatie met tadalafil) en stabiliseert zich doorgaans na de eerste vier weken van de behandeling. Controleer de hemoglobineconcentratie vóór aanvang van de therapie, na één en drie maanden en daarna om de drie maanden. Bij klinisch significante afname in hemoglobine- of hematocrietwaarde een dosisreductie of staken van de therapie overwegen.

Grote voorzichtigheid is geboden bij pulmonale veno-occlusieve aandoeningen in verband de kans op een levensbedreigend longoedeem.

Voorzichtig bij een creatinineklaring < 30 ml/min vanwege weinig ervaring.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Relevant:
De plasmaconcentratie kan stijgen door ciclosporine, de dosering moet worden aangepast.

Niet beoordeeld:
Rifampicine kan de ambrisentanconcentratie tijdelijk verhogen.

OVERIGE ANTIHYPERTENSIVA

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

ANTIHYPERTENSIVA VOOR PULMONAIRE ARTERIELE HYPERTENSIE

Bosentan

Tracleer
C02KX01

Referentie

  1. GlaxoSmithKline (Ireland) Limited, SmPC Volibris( EU/1/08/451/001) Rev 23, 24-5-2023, www.ema.europa.eu

Wijzigingen

  • 19 januari 2024 11:45: Nieuwe monografie op basis van SmPC Volibris

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering