Dulaglutide

Stofnaam
Dulaglutide
Merknaam
Trulicity
ATC code
A10BJ05
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Langwerkende glucagonachtige peptide (GLP-1)-agonist met ca. 90% sequentiehomologie met humaan GLP-1. Geproduceerd met behulp van recombinant-DNA-technologie in de Chinese hamster (CHO-cellen). Bindt zich aan de GLP-1-receptor en activeert deze. Bij hoge bloedglucosespiegels verhoogt dulaglutide het intracellulair cyclisch AMP (cAMP) in β-cellen in de pancreas, wat tot de afgifte van insuline leidt. Het verlaagt de glucagonsecretie, wat leidt tot verminderde hepatische glucoseafgifte. Dulaglutide vertraagt tevens de maaglediging.

Farmacokinetiek bij kinderen

De AUC bij kinderen (10-18 jaar, n=128) was ongeveer 37% lager dan die bij volwassen patiënten. Dit verschil werd niet klinisch relevant geacht. [SmPC]

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Diabetes mellitus type 2:
≥ 10 jaar: 0,75 mg /week

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. 0,75 mg, 1,5 mg, 3 mg, 4,5 mg.

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Diabetes mellitus type II
  • Subcutaan
    • 10 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: 0,75 mg/dosis 1 x per week.
      • Onderhoudsdosering: Zo nodig de dosering na minimaal 4 weken verhogen naar 1,5 mg/dosis 1 x per week.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

Bijwerkingen bij kinderen

Het veiligheidsprofiel bij kinderen is vergelijkbaar met dat van volwassen patiënten.
Het immunogeniciteitsprofiel bij kinderen komt overeen met  volwassen patiënten. 2,1% en 4,0% van de patiënten die in het pediatrische onderzoek werden behandeld met respectievelijk placebo en dulaglutide ontwikkelden tijdens de behandeling gevormde antistoffen tegen dulaglutide.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): hypoglykemie (bij gebruik in combinatie met insuline of een SU-derivaat met of zonder metformine). Maag-darmklachten zoals misselijkheid, braken, buikpijn en diarree (m.n. in het begin van de behandeling; nemen gewoonlijk af binnen enkele dagen of weken).

Vaak (1-10%): hypoglykemie (bij gebruik als monotherapie of in combinatie met metformine met of zonder pioglitazon). Verminderde eetlust, dyspepsie, gastro-oesofageale refluxziekte, opboeren, opgezette buik, flatulentie, obstipatie. Vermoeidheid. Sinustachycardie, eerstegraads atrioventriculair blok.

Soms (0,1-1%): systemische overgevoeligheid. Dehydratie. Cholelithiase, cholecystitis. Reacties op de injectieplaats zoals uitslag en/of erytheem.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reactie, angio-oedeem. Acute pancreatitis.

Verder zijn gemeld: niet-mechanische darmobstructie, pancreatitis.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Dulaglutide is geen vervanger voor insuline. Niet toepassen bij diabetes mellitus type 1 of diabetische ketoacidose.

Dehydratie, soms leidend tot acuut nierfalen of achteruitgang van de nierfunctie, is gemeld, met name aan het begin van de behandeling. Informeer patiënten over de kans op dehydratie, met name als gevolg van gastro-intestinale bijwerkingen, en op het nemen van voorzorgsmaatregelen om een vochttekort te voorkomen.

Acute pancreatitis is waargenomen bij gebruik van GLP1-agonisten; informeer patiënten over kenmerkende symptomen hiervan. Bij vermoeden van pancreatitis de behandeling staken. Indien de diagnose pancreatitis wordt gesteld de behandeling niet opnieuw beginnen.

Onderzoeksgegevens: Het gebruik wordt niet aanbevolen bij ernstige gastro-intestinale ziekte (waaronder ernstige gastroparese) en bij eindstadium nierziekte (creatinineklaring < 15 ml/min), vanwege gebrek aan gegevens.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Niet relevant:
Dulaglutide verhoogt de AUC van metoprolol en verlaagt de AUC van atorvastatine.

Niet beoordeeld:
Dulaglutide vertraagt de maaglediging en kan de mate en snelheid van absorptie van gelijktijdig oraal toegediende middelen verminderen.

BLOEDGLUCOSEVERLAGENDE MIDDELEN EXCL. INSULINES

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

BIGUANIDEN
A10BA02
GLUCAGONACHTIG PEPTIDE-1-AGONISTEN (GLP-1-AGONISTEN)

Exenatide

Bydureon
A10BJ01

Liraglutide

Victoza, Saxenda
A10BJ02
NATRIUMGLUCOSE-COTRANSPORTER-2-REMMERS (SGLT-2-REMMERS)

Dapagliflozine

Forxiga
A10BK01

Empagliflozine

Jardiance
A10BK03

Referenties

  1. Eli Lilly Nederland B.V., SmPC Trulicity (EU/1/14/956/001) Rev 17,16-3-2023, www.ema.europa.eu
  2. Zorginstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 14-4-2023
  3. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 14-4-2023

Wijzigingen

  • 04 mei 2023 15:12: Nieuwe monografie obv SmPC

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering