Mitoxantron

Stofnaam
Mitoxantron
Merknaam
Novantrone
ATC code
L01DB07
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Conc. voor infusieopl. (als dihydrochloride) 2 mg/ml 5 ml, 10 ml, 12.5 ml

Eigenschappen

Synthetisch antraceendion, dat farmacologisch overeenkomt met de anthracyclinen. Het bindt zich aan DNA en veroorzaakt "crosslinking" en breuken in DNA-strengen. Het verstoort ook RNA en is een remmer van topo-isomerase II.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Oncologische aandoeningen
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Dosis en dosisfrequentie van cytostatica zijn afhankelijk van de aandoening en sterk aan nieuwe inzichten onderhevig. Cytostatica worden in de oncologie/hematologie veelal in combinatie gebruikt. Om deze redenen wordt verwezen naar de gedetailleerde behandelprotocollen en is er geen dosisadvies opgenomen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

CYTOTOXISCHE ANTIBIOTICA EN VERWANTE VERBINDINGEN

ANTHRACYCLINEN EN VERWANTE VERBINDINGEN

Daunorubicine

Cerubidine
L01DB02
L01DB01

Idarubicine

Zavedos
L01DB06
OVERIGE CYTOTOXISCHE ANTIBIOTICA

Bleomycine

Bleomedac
L01DC01

Bijwerkingen bij volwassenen

Beenmergdepressie is de belangrijkste dosisbeperkende bijwerking. Zeer vaak (> 10%): (mogelijk ernstige) leukopenie, neutropenie, anemie, granulocytopenie. Infecties (o.a. bovenste luchtwegen, urinewegen). Voorbijgaande ECG-afwijkingen (na langdurige behandeling), aritmieën. Bloedingen. Lichte misselijkheid en braken, mucositis, stomatitis, smaakstoornissen, buikpijn, obstipatie, diarree. Alopecia (graad 1–2 bij ca. 50%). Verhoogde ureumconcentratie. Koorts. Vaak (1–10%): trombocytopenie. Pneumonie, sepsis, rinitis. Verlies van eetlust. Duizeligheid, slaperigheid, convulsies, neuritis, lichte paresthesieën, hoofdpijn. Asymptomatische verminderde linkerventrikel ejectiefractie, pijn op de borst, congestief hartfalen (na langdurige behandeling), sinus bradycardie, hypotensie. Hepatotoxiciteit, stijging van ALAT. Blauw-groene verkleuring van de urine binnen 24 uur na toediening (en soms ook van de sclera), nefrotoxiciteit, verhoogd serumcreatinine, verhoogd stikstofgehalte in plasma. Amenorroe. Vermoeidheid, oedeem. Soms (0,1-1%): angst, verwarring. Dyspneu. Gastro-intestinale bloedingen. Huiduitslag, erytheem. Allergische reacties. Zelden (0,01–0,1%): voorbijgaande blauwkleuring van de nagels en huid. Zeer zelden (< 0,01%): verandering in lichaamsgewicht. Verder zijn gemeld: acute leukemie, anafylactische shock, hyperurikemie, conjunctivitis, cardiomyopathie, myocardinfarct, pancreatitis, nagelafwijkingen (bv. onycholyse), flebitis, blauwe plekken, zwakte, tumorlysissyndroom.

Bij leukemie zijn de frequentie en ernst van de bijwerkingen meer uitgesproken, vooral van stomatitis en mucositis.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Reeds bestaande ernstige myelosuppressie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Extravasatie:Afwachtend beleid. Bij tekenen van huidnecrose behandelen met hypochlorietsmeersel (Eusol).

Urine kan blauw/groen verkleuren.

Algemeen cytostatica: diverse cytostatica kunnen aanleiding geven tot overgevoeligheidsreacties. Een noodset (bevattende epinefrine, clemastine en hydrocortison) dient aanwezig te zijn in de behandelkamer. Daarnaast zijn specifieke antidota aanwezig in de noodset.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Tijdens de behandeling regelmatig een volledige bloedceltelling uitvoeren, in verband met beenmergdepressie; op grond hiervan kunnen dosisaanpassingen noodzakelijk zijn (zie Doseringen). Beenmergdepressie kan ernstiger en langduriger zijn bij verzwakte patiënten, bij voorafgaande chemo- of radiotherapie en bij leverfunctiestoornissen. Vóór aanvang van de behandeling eventuele aanwezige infecties behandelen. Hartfunctiestoornissen treden met name op bij een reeds bestaande hartaandoening, voorafgaande behandeling met antracyclinen of voorafgaande radiotherapie van mediastinum of thorax. Bij aanwezigheid van een dergelijke risicofactor of bij behandeling met een cumulatieve dosis vanaf 160 mg/m², regelmatig cardiologisch onderzoek uitvoeren. Patiënten met ernstige leverinsufficiëntie, oedeem, ascites of pleurale effusie nauwlettend controleren. Topo-isomerase II-remmers, zoals mitoxantron, zijn in combinatie met andere anti-neoplastische stoffen en/of radiotherapie, geassocieerd met het optreden van acute myeloïde leukemie of myelodysplastisch syndroom. Bij leukemiebehandeling is er kans op het tumorlysissyndroom. Bij extravasatie kan ernstige lokale weefselschade ontstaan (waarbij débridement en huidtransplantatie nodig zijn). Bij extravasatie of een vermoeden ervan de toediening direct stoppen en het gebied rondom de injectieplaats gedurende ten minste één uur koelen met ijs. In verband met meldingen van lokale/regionale neuropathie (waarvan enkele irreversibel) niet toepassen als intra-arteriële injectie. Overweeg vóór aanvang van de behandeling cryopreservatie van sperma.

Interacties

Relevant: het metabolisme wordt geremd door hoge doses ciclosporine.

Niet relevant: de Cmax en AUC van ciprofloxacine, levofloxacine en ofloxacine kunnen afnemen.

Niet beoordeeld: combinatie met trastuzumab wordt ontraden, vanwege een toename van het risico op cardiotoxiciteit. Mitoxantron wordt bij voorkeur vermeden tot 25-27 weken na staken van trastuzumab.

Interacties oncolytica algemeen:

Relevant: de meeste cytostatische oncolytica (niet de tyrosinekinaseremmers en de monoklonale antilichamen) kunnen het effect van cumarinederivaten op vele manireren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van cumarines geeft een extra verhoogde bloedingsneiging. Voor de meeste cytostatische oncolytica is toename van de werking van het cumarinederivaat gemeld, voor mercaptopurine en mitotaan is afname van de werking gemeld. Behalve enzymremming spelen ook andere factoren een rol, zoals de ziekte kanker zelf en chemotherapie gerelateerde factoren, zoals braken en leverinsufficiëntie door metastasen.

Levende vaccins: vanwege de immunosuppressieve werking van veel oncolytica kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. Dit geldt ook voor de monoklonale antilichamen en de tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (zie aldaar). De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van oncolytica die immunosuppressief werken kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: omega-3-vetzuren verminderen de effectiviteit van sommige oncolytica. KWF Kankerbestrijding ontraadt visoliesupplementen of vette vis te gebruiken vanaf 24 uur voorafgaand aan chemotherapie met irinotecan of platinaverbindingen tot en met 24 uur daarna.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 05 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 25 april 2016

Wijzigingen