Estradiol

Stofnaam
Estradiol
Merknaam
Zumenon, Estrofem, Systen, Cetura, Progynova
ATC code
G03CA03

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Oraal:on-label
Transdermaal: off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Puberteitsinductie: start 5 mcg/kg/dag in 1 dosis. Dosering elke 6-9 maanden ophogen tot een doorbraakbloeding ontstaat, max 2 mg/dag
behandeling van syndroom van Turner: 2 mg/dag in combinatie met een cyclisch progestageen.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Pleister, transdermaal 50 (4 mg); 75 (6 mg); 100 3-4-dagen (8 mg); 100, 7-dagen (8 mg); 50 (3.2 mg); 75 (4.8 mg); 100 (6.4 mg)
Tablet 0,5 mg, 2 mg
Dragee (valeraat) 1 mg, 2 mg 
Er zijn transdermale patches in geregistreerd in Nederland in sterktes 50 microg/etmaal, 75 microg/etmaal en 100 microg/etmaal. In het buitenland zijn transdermale patches van 25 microg/etmaal verkrijgbaar (Evorel). Deze zijn op artsenverklaring te bestellen.

In stukken geknipte patches kunnen minimaal 5 dagen in verpakking bewaard worden, zonder dat de concentratie estradiol op de pleister stukjes verandert (Ankargberg-Lindgren 2019)

 

Eigenschappen

Meest actieve, natuurlijk oestrogeen. Oestrogenen hebben een gunstige invloed op climacterische klachten en de botmassa.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Puberteitsinductie bij hypogonadisme
  • Oraal
    • Meisjes ≥ 11 jaar
      [4] [8]
      • Aanvangsdosering tijdens het eerste behandeljaar (0-12 maanden):  5 microg./kg/dag in 1 dosis Innemen bij het slapen gaan. .
      • Daarna:

        13 - 24 maanden 7,5 microg./kg/dag
        25 - 30 maanden 10 microg./kg/dag
        31 - 36 maanden 15 microg./kg/dag
        37 - 48 maanden 20 microg./kg/dag
        • Dosering/titratie aanpassen naar individuele behoefte
        • Medroxyprogestron toevoegen bij doorbraakbloeding of na 1-2 jaar. Als de volwassen dosering van 2 mg estradiol is bereikt wordt overgegaan op een combinatiepil of een anticonceptie pil
  • Transdermaal
    • ≥ 11 jaar
      [6] [7] [8]
      •   < 40 kg > 40-55 kg > 55 kg
        Jaar 1 3,1 microg 4,2 microg 6,2 microg
        Jaar 2 6,2 microg 8,3 microg 12,5 microg
        Jaar 3 16,7 microg 18,8 microg 25 microg
        Jaar 4 en verder 1 microg/kg/dag 1 microg/kg/dag 1 microg/kg/dag
          Pleister 25 microg Pleister 50 microg
        3,1 microg 1/8e deel van pleister 1/16e deel van pleister
        4,2 microg 1/6e deel van pleister 1/12e deel van pleister
        6,2 microg 1/4e deel van pleister 1/8e deel van pleister
        8,3 microg 1/3e deel van pleister 1/6e deel van pleister
        12,5 microg 1/2e deel van pleister 1/4e deel van pleister
        16,7 microg 2/3e deel van pleister 1/3e deel van pleister
        18,8 microg 3/4e deel van pleister 3/8e deel van pleister
        25 microg Hele pleister Halve pleister

         

        • Jaar 1 en 2: Aanbrengen vóór slapen volgende ochtend verwijderen
        • Jaar 3: benodige dosis in 2 gelijke delen verdelen en beide delen aanbrengen in de avond. In de ochtend 1 deel verwijderen en 1 deel laten zitten tot aanbrengen van nieuwe pleister.
        • Jaar 4: Pleister blijft in zijn geheel continue op de huid. 3 x per week een nieuwe pleister aanbrengen (elke 2-3 dagen)

        Aan het begin van jaar 4 in de ochtend serum estradiol bepalen (target range 150–450 pmol/L

Priming voorafgaand aan groeihormoontest
  • Oraal
    • ≥ 8 jaar en < 20 kg
      [5]
      • 1 mg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur: gedurende 3 avonden voorafgaand aan de test
    • ≥ 8 jaar en ≥ 20 kg
      [5]
      • 2 mg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur: gedurende 3 avonden voorafgaand aan de test

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

OESTROGENEN

NATUURLIJKE EN SEMISYNTHETISCHE OESTROGENEN

Estriol

Synapause
G03CA04
G03CA01
G03CA57

Bijwerkingen algemeen

Oraal:
Vaak (1-10%): pijnlijke borsten, uterien of vaginaal bloedverlies incl. 'spotting', bekkenpijn. (Perifeer) oedeem. Misselijkheid, buikpijn, flatulentie. Hoofdpijn, migraine. Depressie. Asthenie. Beenkrampen. Gewichtsverandering. Huiduitslag, jeuk.

Soms (0,1-1%): borstvergroting, dysmenorroe, menorragie, veranderde vaginale afscheiding, pre–menstrueel syndroom. Vergroting van myomen. Vaginale candidiasis. Dyspepsie, braken. Duizeligheid. Nervositeit, libidoverandering. Visusstoornis. Galblaasaandoening, cholelithiase. Palpitaties. Veneuze trombo–embolie, hypertensie, perifeer vaatlijden, varicose. Overgevoeligheidsreacties, erythema nodosum, urticaria. Klachten van een cystitis. Rugpijn.

Zelden (0,01-0,1%): hirsutisme, acne. Gestoorde leverfunctie, soms met geelzucht. Vermoeidheid. Angst. Steiler worden van cornea, contactlens–intolerantie. Spierkrampen.

Zeer zelden (< 0,01%): hemolytische anemie. Chorea. Beroerte, myocardinfarct. Angio-oedeem, erythema multiforme, erythema nodosum, purpura, chloasma of melasma. Verergering van porfyrie.

Verder zijn gemeld: diarree. Alopecia. Slapeloosheid. Fibrocystische borstziekte.


Pleister:
Zeer vaak (> 10%): jeuk of huiduitslag op de plaats waar de pleister is aangebracht.

Vaak (1–10%): depressie, stemmingswisselingen. Migraine, duizeligheid, hoofdpijn. Visuele stoornissen. Misselijkheid, buikpijn, diarree. Jeuk, huiduitslag. Artralgie. Pijnlijke of gevoelige borsten, vergrote borsten, endometriumhyperplasie, dysmenorroe, menorragie, onregelmatig vaginaal bloedverlies incl. 'spotting', leukorroe. Verandering in lichaamsgewicht, vochtretentie met perifeer oedeem. Erytheem, oedeem of andere reactie op de plaats waar de pleister is aangebracht.

Soms (0,1-1%): genitale candidiase. Overgevoeligheid. Slapeloosheid. Vertigo. Veneuze trombo-embolie, hartkloppingen, hypertensie. Braken, dyspepsie, flatulentie. Erythema nodosum, urticaria, huidirritatie. Myalgie. Goedaardige borsttumor, verkleuring van de borsten, afscheiding uit de borsten, verhoogd volume van uteriene fibroïden, leiomyoom, poliepen in de baarmoederhals, ovariële cyste, vaginitis. (Gegeneraliseerd) oedeem, pijn in de oksels, asthenie. Stijging γ-GT of bloedcholesterol.

Zelden (0,01-0,1%): mammacarcinoom, endometriumcarcinoom. Glucose-intolerantie. Angst, verandering in libido. (Verergering van) epilepsie. Cerebrovasculair accident, myocardinfarct. Intolerantie voor contactlenzen. Opgeblazen buik. Cholelithiase, cholestase, geelzucht, afwijkende levertests. Angio-oedeem, huidverkleuring, hirsutisme, acne. Spierkrampen, botpijn. Verandering in vaginale afscheiding, PMS-achtige klachten. Vermoeidheid.

Verder zijn gemeld: anafylactische of anafylactoïde reactie, contacteczeem, alopecia, chloasma, fibrocysteuze borstaandoening.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • actuele of doorgemaakte veneuze trombo-embolie (diepveneuze trombose, longembolie);
  • actuele of recent doorgemaakte arteriële trombo-embolische aandoening (angina pectoris, hartinfarct);
  • aanwezigheid van een trombofiele aandoening (bv. proteïne C-, proteïne S- of antitrombine-deficiëntie);
  • acute leveraandoening (in de anamnese) zolang de leverfunctiewaarden niet zijn genormaliseerd;
  • oestrogeenafhankelijke tumor (zoals endometriumcarcinoom);
  • mammacarcinoom in de anamnese;
  • onbehandelde hyperplasie van het endometrium;
  • onverklaarde vaginale bloedingen;
  • acute porfyrie.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Controle: Beoordeel voortzetting van de behandeling periodiek, op zijn minst jaarlijks. Controleer de patiënt extra bij één van de volgende aandoeningen (i.v.m. terugkeren of verergeren) in de voorgeschiedenis:

  • uterusmyomen of endometriose,
  • endometriumhyperplasie,
  • risicofactoren voor trombo-embolische aandoeningen (zie hierna),
  • risicofactoren voor oestrogeengevoelige tumoren (mammacarcinoom bij eerstegraads familielid),
  • hypertensie,
  • leveraandoening,
  • cholelithiase,
  • diabetes mellitus,
  • migraine of ernstige hoofdpijn,
  • systemische lupus erythematodes,
  • epilepsie,
  • astma,
  • otosclerose.

Wees voorzichtig bij een verminderde hart- of nierfunctie, omdat oestrogenen vochtretentie kunnen veroorzaken. Wees voorzichtig bij bestaande hypertriglyceridemie wegens meer kans op pancreatitis. Bij predispositie voor chloasma direct zonlicht vermijden.

Staak de behandeling direct in de volgende gevallen:

  • tekenen van trombose;
  • significante stijging van de bloeddruk;
  • geelzucht of achteruitgang van de leverfunctie;
  • voor het eerst optreden van migraine–achtige hoofdpijn.

De kans op veneuze trombo–embolie neemt toe, met name in het eerste jaar; risicofactoren zijn een hogere leeftijd, positieve familie-anamnese, immobilisatie, obesitas (BMI > 30 kg/m²), systemische lupus erythematodes, carcinoom en mogelijk varicosis. Indien na een electieve operatieve ingreep langdurige immobilisatie is te verwachten, eventueel de suppletie vier tot zes weken vóór de ingreep onderbreken.

De kans op mammacarcinoom neemt geleidelijk toe bij gebruik van oestrogeensuppletie, vooral in combinatie met een progestageen (in studies werd dit na 1–4 jaar van gebruik statistisch waarneembaar). Deze toegenomen kans neemt geleidelijk af na staken van de hormoonsuppletie. Indien langer dan 5 jaar gebruikt, kan het extra risico nog 10 jaar of langer aanhouden. De radiologische detectie van mammacarcinoom kan worden bemoeilijkt door toename van de dichtheid van weefsel op mammografische beelden, vooral door gecombineerd oestrogeen-progestageen gebruik.

Mogelijk neemt de kans op ovariumcarcinoom geleidelijk iets toe.

Bij vrouwen met een intacte uterus is er meer kans op endometriumhyperplasie en -carcinoom, wanneer gedurende een langere periode alleen oestrogenen worden gebruikt. Additionele toediening van een progestageen beschermt tegen dit vergrote risico. Als doorbraakbloedingen of 'spotting' optreden na geruime tijd van therapie of aanhouden na het stoppen van de behandeling, dan nader onderzoek verrichten om maligniteit van het endometrium uit te sluiten.



Interacties

Niet beoordeeld: erytromycine verhoogt de AUC met 33%.

Interacties oestrogenen algemeen
Relevant: oestrogenen (estriol, estradiol, geconjugeerde oestrogenen) en aromataseremmers of tamoxifen kunnen elkaars werking verminderen.

Niet relevant: de plasmaconcentratie van agomelatine kan toenemen.

Niet beoordeeld: de plasmaconcentratie kan dalen door enzyminducerende stoffen (bosentan, carbamazepine, efavirenz, fenobarbital, fenytoïne, griseofulvine, hypericum, nevirapine, oxcarbazepine, primidon, rifabutine, rifampicine, ritonavir en topiramaat).

Interacties oestrogenen algemeen

Relevant: oestrogenen (estriol, estradiol, geconjugeerde oestrogenen) en aromataseremmers, fulvestrant of tamoxifen kunnen elkaars werking verminderen.

Niet relevant: de plasmaconcentratie van agomelatine kan toenemen.

Niet beoordeeld: de plasmaconcentratie kan dalen door inductoren.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas ( Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 21 okt 2010
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 juni 2018
  4. Noordam C et al, Werkboek Kinderendocrinologie, digitale publicatie op www.nvk.nl (alleen leden), 2010
  5. NVK werkgroep Groeihormoon, Protocol voor priming met geslachtshormonen voorafgaande aan groeihormoon stimulatietesten, 13 dec 2019
  6. Sas, T et al, Pubertas Tarda -Diagnostiek en behandeling, www.nvk.nl (sectie leden), 17 mei 2016
  7. Ankarberg-Lindgren, C et al, Estradiol matrix patches for pubertal induction: stability of cut pieces at different temperatures, Endocrine Connections, 2019, 8, 360-366
  8. Donaldson M et al, Optimal Pubertal Induction in Girls with Turner Syndrome Using Either Oral or Transdermal Estradiol: A Proposed Modern Strategy, Horm Res Paediatr, 2019, 91, 1-11

Wijzigingen

  • 19 april 2021 16:46: Het orale doseerschema bij puberteitsinductie aangepast obv de studie van Donaldson
  • 21 januari 2020 16:11: Transdermale toediening toegevoegd obv behandelprotocol Nederlandse kinderendocrinologen
  • 17 december 2019 15:59: De dosering voor priming voorafgaand aan groeihormoon test is aangepast obv advies NVK adviesgroep Groeihormoon dd 13 dec 2019

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering