Midazolam

Stofnaam
Midazolam
Merknaam
Dormicum
ATC code
N05CD08
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Premedicatie:
Rectaal > 6 mnd: on-label
Oraal, nasaal, IV: off-label
Procedurele sedatie:
Oromucosaal: off-label
Rectaal > 6 mnd, IV > 6 mnd: On-label
Sedatie IC
Prematuren: On-label
Overige leeftijden, onderhoudsdosering >0,12 mg/kg/u of <0,06 mg/kg/u: off-label
Langdurige, acute convulsies
On-label
Overige indicaties
Off-label

 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Tablet: Gecontraindiceerd voor kinderen.
Injectievloeistof:
Conscious sedation
IV
6 mnd-5 jaar: startdosis 0,05-0,1 mg/kg, totale dosis <6mg.
6-12 jaar: startdosis 0,025-0,05 mg/kg, totale dosis <10 mg.
Rectaal: >6 mnd: 0,3-0,5 mg/kg,
IM: 1-15 jaar: 0,05-0,15 mg/kg).
Premedicatie voor anesthesie:
RECTAAL: Kinderen>6 mnd: 0,3-0,5 mg/kg.
IM: 1-15 jaar: 0,08-0,2 mg/kg.
Sedatie op de IC:
Iv bij neonaten<32 weken zwangerschapsduur: 0,03 mg/kg/u.
Iv bij neonaten>32 weken en kinderen t/m 6 mnd: 0,06 mg/kg/u.
Iv bij kinderen>6 mnd: Oplaaddosis 0,05-0,2 mg/kg, onderhoudsdosis: 0,06-0,12 mg/kg/u.
Oplossing voor oromucosaal gebruik:
Langdurige, acute convulsies:
Oromucosaal:
3 tot 6 mnd: 2,5 mg eenmalig (in het ziekenhuis).
6 mnd tot 1 jr: 2,5 mg eenmalig.
1 tot 5 jr: 5 mg eenmalig.
5 tot 10 jr: 7,5 mg eenmalig.
10 tot 18 jr: 10 mg eenmalig.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (als hydrochloride) 1 mg/ml; 5 mg/ml (kan IV, oraal en rectaal gebruikt worden)
Tablet (als maleaat) 7.5 mg, 15 mg
Oromucosale vlst. (als hydrochloride) 5 mg/ml; 0.5, 1, 1.5, 2 ml
Neusspray 2,5 mg/puff (30,9 mg/ml), 0,5 mg/puff

Midazolam neusspray bevat propyleenglycol. De neusspray met 2,5 mg/puffje bevat tevens benzylalcohol.

Eigenschappen

Benzodiazepine, toegepast als hypnoticum. Het heeft tevens anxiolytische, sedatieve en mogelijk spierverslappende en anticonvulsieve eigenschappen. Anterograde amnesie tijdens volledige sedatie (i.v.) duurt ca. 1 tot 1½ uur en is afhankelijk van dosering en gevoeligheid van de patiënt.

Kinetische gegevens

Oraal: effect na 30-45 min
Rectaal: effect na 10-20 min
Intraveneus: effect na 3 min
Werkingsduur na 1 dosis 1-2 uur.

De volgende kinetische parameters zijn gevonden na oromucosale toediening [SmPC Buccolam]:

Dosis (mg)2,557,510
Leeftijd 3-11 mnd 1-4 jaar 5-9 jaar 10-18 jaar
Cmax (ng/ml) 104 148 140 87

Cl: 30 ml/kg/min
t½: 204 min

Na intraveneuze of rectale toediening is de t½ bij gezonde kinderen van 3-10 jaar 1-1,5 uur. Bij neonaten is dit 6-12 uur [SmPC Dormicum]. Bij ernstig zieke kinderen (1-17 jaar) zijn de volgende kinetische parameters gevonden bij intraveneus toegediend midazolam [de Wildt 2003]:
Cl: 5,0 ± 3,9 ml/kg/min
t½: 5,5 ± 3,5 uur
Vd: 1,7 ± 1,1 l/kg


Na nasale toediening zijn deze parameters gevonden bij kinderen van 1,75-4 jaar (n=6) [Rey 1991]:
Cl/f: 1,44 l/kg/uur
t½: 2,22 uur
tmax: 0,19 uur
Cmax: 104 µg/l

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Premedicatie vóór inleiding van anesthesie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [9]
      • 0,2 - 0,5 mg/kg/dosis éénmalig Maximale dosering per gift: 15mg/dosis
      • Advies inname/toediening:

        De injectievloeistof kan oraal gebruikt worden

  • Rectaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [14]
      • 0,2 - 0,5 mg/kg/dosis éénmalig Maximale dosering per gift: 15mg/dosis
      • De injectievloeistof kan rectaal gebruikt worden.

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 0,05 mg/kg/dosis éénmalig Maximale dosering per gift: 10mg/dosis
  • Nasaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [7] [10] [11]
      • 0,2 - 0,5 mg/kg/dosis éénmalig , max: 10mg/dosis
Indicatie: Procedurele sedatie
  • Oromucosaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [12]
      • 0,2 - 0,5 mg/kg/dosis éénmalig
  • Rectaal
    • 1 maand tot 7 maanden
      [6]
      • 0,2 - 0,4 mg/kg/dosis éénmalig
      • Advies inname/toediening:

        De injectievloeistof kan rectaal gebruikt worden

    • ≥ 7 maanden
      [8]
      • 0,3 - 0,5 mg/kg/dosis éénmalig
      • Advies inname/toediening:

        De injectievloeistof kan rectaal gebruikt worden

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 0,1 mg/kg/dosis Herhalen bij onvoldoende effect
      • Toediening onder bewaking.

Indicatie: Sedatie op de IC
  • Intraveneus
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 32 weken
      [18] [19] [20] [21]
      • Startdosering: DEZE DOSERING IS VAN TOEPASSING TOT EEN POSTNATALE LEEFTIJD VAN 8 WEKEN 0,05 mg/kg/dosis bolus in een half uur Indien een direct sedatief effect noodzakelijk is, dan dient het risico op hypotensie afgewogen te worden tegen een sneller effect.
      • Onderhoudsdosering: 0,03 - 0,1 mg/kg/uur continu infuus Bij onvoldoende effect ophogen op geleide van sedatie en bijwerkingen. Voorafgaand aan ophogen dosis continu infuus opnieuw een startdosering (0,05 mg/kg) toedienen.
      • Toediening onder bewaking.

    • Prematuren Zwangerschapsduur 32 weken tot 37 weken
      [18] [19] [20] [21]
      • Startdosering: DEZE DOSERING IS VAN TOEPASSING TOT EEN POSTNATALE LEEFTIJD VAN 4 WEKEN 0,05 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,05 - 0,2 mg/kg/uur continu infuus Bij onvoldoende effect ophogen op geleide van sedatie en bijwerkingen. Voorafgaand aan ophogen dosis continu infuus opnieuw een startdosering (0,05 mg/kg) toedienen.
      • Toediening onder bewaking. 

    • a terme neonaat
      [18] [19] [20] [21]
      • Startdosering: 0,05 - 0,1 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,05 - 0,3 mg/kg/uur continu infuus Bij onvoldoende effect ophogen op geleide van sedatie en bijwerkingen. Voorafgaand aan ophogen dosis continu infuus opnieuw een startdosering (0,05-0,1 mg/kg) toedienen.
      • Toediening onder bewaking

    • 1 maand tot 18 jaar en < 40 kg
      [18] [19] [20] [21]
      • Startdosering: 0,05 - 0,2 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,05 - 0,3 mg/kg/uur continu infuus , max: 1mg/kg/uur Bij onvoldoende effect ophogen op geleide van sedatie en bijwerkingen. Voorafgaand aan ophogen dosis continu infuus opnieuw een startdosering (0,05-0,2 mg/kg) toedienen.
        • Toediening onder bewaking.
        • Vaak is ophogen boven 0,4 mg/kg/uur niet effectief, overweeg in dat geval een ander opioid of ander sedativum toe te voegen. 
    • 1 maand tot 18 jaar en ≥ 40 kg
      [18] [19] [20] [21]
      • Startdosering: 0,05 - 0,2 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,05 - 0,2 mg/kg/uur continu infuus Bij onvoldoende effect ophogen op geleide van sedatie en bijwerkingen. Voorafgaand aan ophogen dosis continu infuus opnieuw een startdosering (0,05-0,2 mg/kg) toedienen.
      • Toediening onder bewaking

Indicatie: Status epilepticus
  • Intraveneus
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 36 weken
      [5]
      • Startdosering: Oplaaddosering: 0,05 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,05 - 0,3 mg/kg/uur continu infuus Ophogen van de onderhoudsdosering met stappen van 0,05 mg/kg/uur. Voorafgaand aan ophogen eerst een extra oplaaddosering.
        • Bij persisteren aanvallen: stop midazolam, geef lidocaine
        • Indien aanvalsvrij: afbouwen met 0,05 mg/kg/uur per 24 uur

        Bij prematuren verminderde klaring en mogelijk hoger risico op hypotensie en verminderde cerebrale perfusie

    • Neonaten Zwangerschapsduur ≥ 36 weken en ≥ 2,5 kg
      [5]
      • Startdosering: Met en zonder hypothermie:
        oplaaddosering
        0,1
        mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,1 - 0,3 mg/kg/uur continu infuus Ophogen van de onderhoudsdosering met stappen van 0,1 mg/kg/uur. Voorafgaand aan ophogen eerst een extra oplaaddosering.
        • Bij persisteren aanvallen: stop midazolam, geef lidocaine
        • Indien aanvalsvrij: afbouwen met 0,1 mg/kg/uur per 24 uur
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [15]
      • Indien intramusculaire, buccale of nasale toediening niet effectief is: 0,1 mg/kg/dosis éénmalig , max: 5mg/dosis Zonodig 1x herhalen na 5 minuten.
      • Indien status persisteert (30-90 minuten): oplaaddosis 0,1 mg/kg IV gevolgd door continu infuus 0,1 mg/kg/uur. Verhoog de toedieningssnelheid iedere 5 minuten met 0,1 mg/kg/uur tot de status onder controle is, max 1 mg/kg/uur. Geef bij iedere dosisverhoging opnieuw een bolusdosering van 0,1 mg/kg.

  • Intramusculair
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • 0,2 mg/kg/dosis éénmalig , max: 10mg/dosis Zonodig 1x herhalen na 5 minuten.
        ALTERNATIEF: 0,5 mg/kg
  • Oromucosaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • 0,2 mg/kg/dosis éénmalig , max: 10mg/dosis Zonodig 1x herhalen na 5 minuten.
        ALTERNATIEF: 0,5 mg/kg
  • Nasaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [7]
      • 0,2 mg/kg/dosis éénmalig , max: 10mg/dosis Zonodig 1x herhalen na 5 minuten
      • Overeenkomend met:
        >2,5-5 kg:           0,5 mg  (1 spray 0,5 mg/spray)
        >5-7,5 kg:           1 mg     (2 sprays 0,5 mg/spray)
        >7,5-10 kg:          1,5 mg (3 sprays 0,5 mg/spray)
        >10-12,5 kg:        2 mg    (4 sprays 0,5 mg/spray)
        >12,5-25 kg:      2,5 mg (1 spray 2,5 mg/spray)
        >25-37,5 kg:        5 mg    (2 sprays 2,5 mg/spray)
        >37,5-50 kg:        7,5 mg (3 sprays 2,5 mg/spray)
        > 50 kg:              10 mg   (4 sprays 2,5 mg/spray)

         

Indicatie: Dyspnoe in de palliatieve fase
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 0,1 - 0,2 mg/kg/dosis bolus Indien continu infuus: 0,06 - 0,24 mg/kg/uur met een inloopsnelheid van 1-4 ml/uur. Voorafgaand aan ophogen dosis continu infuus opnieuw een bolus (0,1 - 0,2 mg/kg) toedienen.
  • Subcutaan
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 0,06 - 0,24 mg/kg/uur continu infuus met een inloopsnelheid van 1-4 ml/uur.
Indicatie: Angst en depressie in de palliatieve fase
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 0,025 - 0,05 mg/kg/dosis zo nodig , max: 5mg/dosis
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 0,25 - 1 mg/kg/dosis zo nodig , max: 20mg/dosis
  • Nasaal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 0,2 mg/kg/dosis zo nodig , max: 10mg/dosis
Indicatie: Palliatieve sedatie
  • Intraveneus
    • 0 maanden tot 6 maanden
      [22]
      • Startdosering: 0,1 mg/kg/dosis bolus in 30 minuten
      • Onderhoudsdosering: 0,02 - 0,05 mg/kg/uur continu infuus
         
        • Indien nodig elke 2-4 uur onderhoudsdosering ophogen met 0,05 mg/kg/uur. Voorafgaand aan elke ophoging opnieuw een startdosering (0,1 mg/kg) geven.
        • Wanneer een dosis van 0,3 mg/kg/uur bereikt wordt, overweeg dan om levomepromazine toe te voegen.
    • 6 maanden tot 6 jaar
      [22] [23]
      • Startdosering: 0,1 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,1 mg/kg/uur continu infuus
         
        • Indien nodig elke 2 uur onderhoudsdosering ophogen met 0,05-0,1 mg/kg/uur. Voorafgaand aan elke ophoging opnieuw een startdosering (0,1 mg/kg) geven.
        • Het kan zijn dat sneller ophogen nodig is.
        • Wanneer een dosis van 0,3 mg/kg/uur bereikt wordt, overweeg dan om levomepromazine toe te voegen.
    • 6 jaar tot 18 jaar en < 50 kg
      [22] [23]
      • Startdosering: 0,1 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,05 mg/kg/uur continu infuus
         
        • Indien nodig elke 2 uur onderhoudsdosering ophogen met 0,05 mg/kg/uur. Voorafgaand aan elke ophoging opnieuw een startdosering (0,1 mg/kg) geven.
        • Wanneer een dosis van 0,3 mg/kg/uur bereikt wordt, overweeg dan om levomepromazine toe te voegen.
    • 6 jaar tot 18 jaar en ≥ 50 kg
      [22]
      • Startdosering: 10 mg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 1,5 - 2,5 mg/uur continu infuus
         
        • Indien nodig elke 4 uur onderhoudsdosering ophogen met 50%. Voorafgaand aan elke ophoging opnieuw een bolus van 5 mg geven.
        • Wanneer een dosis van 20 mg bereikt wordt, overweeg dan om levomepromazine toe te voegen.
  • Subcutaan
    • 0 maanden tot 6 maanden
      [22]
      • Startdosering: 0,1 mg/kg/dosis bolus in 30 minuten
      • Onderhoudsdosering: 0,02 - 0,05 mg/kg/uur continu infuus
         
        • Indien nodig elke 2-4 uur onderhoudsdosering ophogen met 0,05 mg/kg/uur. Voorafgaand aan elke ophoging opnieuw een startdosering (0,1 mg/kg) geven.
        • Wanneer een dosis van 0,3 mg/kg/uur bereikt wordt, overweeg dan om levomepromazine toe te voegen.
    • 6 maanden tot 6 jaar
      [22] [23]
      • Startdosering: 0,1 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,1 mg/kg/uur continu infuus
         
        • Indien nodig elke 2 uur onderhoudsdosering ophogen met 0,05-0,1 mg/kg/uur. Voorafgaand aan elke ophoging opnieuw een startdosering (0,1 mg/kg) geven.
        • Het kan zijn dat sneller ophogen nodig is.
        • Wanneer een dosis van 0,3 mg/kg/uur bereikt wordt, overweeg dan om levomepromazine toe te voegen.
    • 6 jaar tot 18 jaar en < 50 kg
      [22] [23]
      • Startdosering: 0,1 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,05 mg/kg/uur continu infuus
         
        • Indien nodig elke 2 uur onderhoudsdosering ophogen met 0,05 mg/kg/uur. Voorafgaand aan elke ophoging opnieuw een startdosering (0,1 mg/kg) geven.
        • Wanneer een dosis van 0,3 mg/kg/uur bereikt wordt, overweeg dan om levomepromazine toe te voegen.
    • 6 jaar tot 18 jaar en ≥ 50 kg
      [22]
      • Startdosering: 10 mg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 1,5 - 2,5 mg/uur continu infuus
         
        • Indien nodig elke 4 uur onderhoudsdosering ophogen met 50%. Voorafgaand aan elke ophoging opnieuw een bolus van 5 mg geven.
        • Wanneer een dosis van 20 mg bereikt wordt, overweeg dan om levomepromazine toe te voegen.
  • Nasaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 0,2 - 0,5 mg/kg/dosis zo nodig
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 0,2 - 0,5 mg/kg/dosis zo nodig

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig.
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig.
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Doseren op geleide van het effect en de bijwerkingen. Let op accumulatie van de actieve metaboliet.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen doseeradvies wordt niet gegeven
Klinische gevolgen

Bij lichte intoxicatie treden slaperigheid en verwardheid op; in ernstiger gevallen kunnen ook ataxie, hypotonie, hypotensie, ademhalingsdepressie en coma optreden. De verschijnselen verdwijnen in de loop van een paar dagen.

HYPNOTICA EN SEDATIVA

BARBITURATEN
N05CA01
ALDEHYDEN EN DERIVATEN
N05CC01
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Nitrazepam

Mogadon
N05CD02

Temazepam

Normison
N05CD07

Bijwerkingen bij kinderen

Na IV toediening:
Paradoxale reacties: agitatie, vijandigheid, woede-uitbarstingen, agressie, opwinding, onwillekeurige bewegingen, hyperactiviteit, geweldpleging en duizeligheid, verwarring. Convulsies bij prematuren en pasgeborenen.
Na oromucosale toediening:
Vaak: sedatie, somnolentie, respiratoire depressie, verlaagd bewustzijnsniveau, misselijkheid en braken.
Soms: pruritus, uitslag en urticaria.
Zeer zelden: agressie, agitatie, boosheid, verwardheid, euforie, hallucinatie, vijandigheid, bewegingsstoornis, fysieke aanval, anterograde amnesie, ataxie, hoofdpijn, duizeligheid, aanval, paradoxale reacties, bradycardie, hartstilstand, hypotensie, vasodilatatie, respiratoir arrest, laryngospasme, apneu, dyspneu, obstipatie, droge mond, vermoeidheid en hik.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vooral in het begin van de behandeling: slaperigheid overdag, moeheid, diplopie, duizeligheid, hoofdpijn, verminderde alertheid, verwardheid, ataxie, emotionele stoornis, euforie, afvlakking van het gevoel, spierzwakte.

Verder zijn gemeld: (postoperatieve) sedatie, libidostoornis, gedragsstoornis, depressie, nachtmerries, anterograde amnesie, onthoudingsverschijnselen. Misselijkheid, braken, obstipatie. Ademhalingsdepressie. Hartfalen, hartstilstand. Overgevoeligheid, angio-oedeem, jeuk, huiduitslag, urticaria. Neiging tot vallen waardoor fracturen bij bejaarden.

Daarnaast na parenterale toediening: convulsies bij prematuren en pasgeborenen, onthoudingsconvulsies. Droge mond. Hik. Hartstilstand. Ademhalingsdepressie, ademstilstand, apneu, dyspneu, spasmen van de larynx. Bradycardie, hypotensie, vaatverwijding, tromboflebitis, trombose. Pijn en roodheid op de injectieplaats. Anafylactische shock.

Vooral bij kinderen en ouderen: paradoxale reacties, zoals rusteloosheid, agitatie, prikkelbaarheid, opwinding, hyperactiviteit, agressie, vijandigheid, opwinding, geweldpleging, hallucinaties, wanen, psychose, onwillekeurige bewegingen (zoals tonisch-klonische bewegingenen, tremoren).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor benzodiazepinen. Myasthenia gravis. Ernstige respiratoire insufficiëntie. Alleen oraal: Slaap-apneusyndroom. Ernstige leverinsufficiëntie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Toedienen onder bewaking.
De antagonist flumazenil (Anexate) dient aanwezig te zijn: 0,01 mg/kg, zonodig na 1 min herhalen.
Cave ademdepressie, astma, ademwegobstructie, combinatie met opiaten.
Bij poliklinische toepassing/dagbehandeling: pas naar huis als kind goed wakker is.
Bij cardiovasculair instabiele kinderen snelle i.v. toediening vermijden.
Bij neonaten en preterm geborenen die niet zijn geïntubeerd is bij sedatie terughoudendheid geboden vanwege een toegenomen risico van apneu. Benzodiazepinen niet toepassen bij kinderen voor de behandeling van slaapstoornissen.
Midazolam neusspray kan als pijnlijk worden ervaren, overweeg daarom vooraf een lidocaïne neusspray. De neusspray heeft een vieze smaak, geef eventueel een lolly.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen; vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Bij onvoldoende slaapduur is hier meer kans op. Indien minder dan 7–8 uur beschikbaar is om te slapen en bij hogere doseringen is er meer kans op anterograde amnesie. Amnestische effecten kunnen gepaard gaan met onaangepast gedrag.

Het risico van afhankelijkheid neemt toe bij hogere doseringen, een langere gebruiksduur en bij alcohol- en/of drugsmisbruik in de voorgeschiedenis; wees terughoudend bij middelenmisbruik in de voorgeschiedenis. Bij herhaald gebruik gedurende enkele weken kan het hypnotisch effect van benzodiazepinen minder worden (tolerantie). In verband met de risico's van afhankelijkheid, tolerantie en centrale bijwerkingen dient het gebruik te worden beperkt tot bij voorkeur enkele dagen en max. 2 weken. Om mogelijke onthoudings- en/of rebound-verschijnselen te voorkomen dient men bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk te verminderen. Er zijn aanwijzingen dat bij benzodiazepinen met een korte werkingsduur reeds binnen het toedieningsinterval onthoudingsverschijnselen kunnen optreden, vooral bij hoge doseringen.

De parenterale toediening moet in aanwezigheid van monitoring- en reanimatiefaciliteiten en door een ervaren arts te gebeuren. Bij risicopatiënten en kinderen is dosisverlaging en continue bewaking aangewezen. Wees terughoudend met sedatie bij pasgeborenen en preterm-geborenen die niet zijn geïntubeerd, vanwege een toegenomen risico van apneu. Benzodiazepinen niet toepassen bij kinderen voor de behandeling van slaapstoornissen.

Interacties

Midazolam is substraat voor CYP3A4.

Relevant:
Afname midazolam: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren en dabrafenib.

Toename midazolam: de concentratie stijgt door cimetidine, krachtige CYP3A4-remmers, diltiazem, fluconazol, fluvoxamine, HCV-middelen, HIV-proteaseremmers, idelalisib, posaconazol, ribociclib en verapamil.

Niet relevant: de concentratie stijgt door (fos)aprepitant, crizotinib, darifenacine, ethinylestradiol, everolimus, isavuconazol, isoniazide, ivacaftor, lapatinib, lurasidon, netupitant, nilotinib, palbociclib, pazopanib en Zepatier®.

De concentratie daalt door vemurafenib en telotristat ethyl.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met amiodaron, cabazitaxel, carfilzomib, ciclosporine, danazol, felodipine, gemfibrozil, kinidine, miconazol, nicardipine, nifedipine, quinupristine/dalfopristine, tamoxifen, testosteron en vandetanib.

Niet beoordeeld: intraveneuze toediening verlaagt de MAC van inhalatie-anesthetica.

Combinatie van intraveneuze toediening van midazolam met opioïden geeft een verhoogd risico op ademhalingsdepressie en ademstilstand. Wanneer bij gebruik van midazolam bij PSA aanvullende analgesie nodig is, wordt aanbevolen de dosering van midazolam te verlagen tot de helft van de normale dosering. Gebruik van kortwerkende opioïden, zoals alfentanil en fentanil, wordt aanbevolen. Deze worden toegediend nadat het maximale effect van het opioïd is bereikt. Bij korte en zeer pijnlijke episoden tijdens een ingreep kan de dosering van het opioïd worden verlaagd tot een kwart van de normale dosering.

De sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.

Grapefruitsap kan de biologische beschikbaarheid verhogen door remming van CYP3A4. In een kleine interactiestudie waarbij 15 mg midazolam oraal met 200 ml grapefruitsap werd ingenomen, nam de AUC met ong. 52% toe en de Cmax met ong. 56%. Bij kortdurend gebruik van 1 glas of 2 grapefruits per dag is het risico op bijwerkingen echter laag.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 dec 2018
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 04 jan 2016
  4. D.A. van Waardenburg, et al, Richtlijn epileptisch aanvallen/ status epilepticus > 1 maand., www.nvk.nl, 2013
  5. Smit LS et al, Richtlijnen voor behandeling van neonatale epileptische aanvallen, Nederlands Vlaamse Werkgroep Neonatale Neurologie van de sectie Neonatologie van de NVK en van de Nederlandse Vereniging voor Kinderneurologie, Nieuwe aangepaste versie juni 2012
  6. Kamps WA et al, Werkboek ondersteunende behandeling kinderoncologie, VU Uitgeverij, 2005
  7. GMP Apotheek De Magistrale Bereider, Bijsluiter midazolam spray (april 2013), Geraadpleegd 10 feb 2013
  8. Roche Nederland B.V., SPC Dormicum (RVG 10064) 25-2-2015. , www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  9. Shoroghi M et al. , Perioperative effects of oral midazolam premedication in children undergoing skin laser treatment. A double-blinded randomized placebo-controlled trial., Acta Cir Bras, 2011, Aug;26(4), 303-9
  10. Hosseini Jahromi SA et al. , Comparison of the effects of intranasal midazolam versus different doses of intranasal ketamine on reducing preoperative pediatric anxiety: a prospective randomized clinical trial, J Anesth, J Anesth, Dec;26(6), 878-82
  11. Buonsenso D et al. , Utility of intranasal Ketamine and Midazolam to perform gastric aspirates in children: a double-blind, placebo controlled, randomized study, BMC Pediatr., 2014, Mar 5, 14:67
  12. CBO, Samenvatting richtlijn sedatie en/of analgesie (PSA) op locaties buiten de operatiekamer. Deel III: bij kinderen, www.diliguide.nl, 2009
  13. ViroPharma SPRL, SPC Buccolam (EU/1/11/709/001-4) 27-3-2014, www.ema.europa.eu
  14. Advanced life support group., Advanced pediatric life support, 2011, 5th edition
  15. NVN., Richtlijn epilepsie (diagnostiek en behandeling van)., www.neurologie.nl, 2013
  16. de Wildt SN et al. , Population pharmacokinetics and metabolism of midazolam in pediatric intensive care patients., Crit Care Med, 2003, Jul;31(7), 1952-8
  17. Rey E et al. , Pharmacokinetics of midazolam in children: comparative study of intranasal and intravenous administration, Eur J Clin Pharmacol., 1991, 41(4), 335-7
  18. Anand KJ et al, Analgesia and sedation in preterm neonates who require ventilatory support: results from the NOPAIN trial. Neonatal Outcome and Prolonged Analgesia in Neonates, Arch Pediatr Adolesc Med., 1999, Apr;153(4), 331-8
  19. Jacqz-Aigrain E et al., Placebo-controlled trial of midazolam sedation in mechanically ventilated newborn babies, Lancet, 1994, Sep 3;344(8923), 646-50
  20. Ng E et al., Intravenous midazolam infusion for sedation of infants in the neonatal intensive care unit, Cochrane Database Syst Rev. , 2017, Jan 31;1, CD002052
  21. Pacifici GM et al., Clinical pharmacology of midazolam in neonates and children: effect of disease-a review, Int J Pediatr., 2014, 309342
  22. Koene S et al. , Palliatieve sedatie bij kinderen. , Huisarts Wet , 2017, 60(7), 324-7
  23. Korzeniewska-Eksterowicz A et al. , Palliative sedation at home for terminally ill children with cancer., J Pain Symptom Manage. , 2014 , Nov;48(5), 968-74

Wijzigingen

  • 28 september 2017 06:54: Bij IV toediening voor status epilepticus is de volwassen dosering als maximale dosering toegevoegd.
  • 04 januari 2016 13:57: De wetenschappelijke literatuur over de toepassing van midazolam bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot de volgende wijzigingen: - toevoeging advies voor nasale toediening bij premedicatie (voor inleiding van anesthesie) - toevoeging indicatie 'procedurele sedatie' (en doorhaling van de indicatie sedatie bij invasieve procedures) - toevoeging van de indicatie 'sedatie op de IC' met een doseeradvies voor prematuur geboren babies -de toevoeging van een doseeradvies voor prematuur geboren babies met een status epilepticus (en doorhaling van de aparte indicatie neonatale epileptische aanvallen) -toevoeging van de indicatie 'dyspnoe in de palliatieve fase' -toevoeging van de indicatie 'angst en depressie in de palliatieve fase - toevoegingen van doseeraanpassingen bij nierfunctiestoornissen -toevoeging kinetische parameters -toevoeging bijwerkingen