Metformine

Stofnaam
Metformine
Merknaam
ATC code
A10BA02
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Oraal bloedglucoseverlagend middel, behorend tot de biguaniden. Het kan volgens drie mechanismen werken:

  • vermindering van de glucoseproductie in de lever
  • toename van de insulinegevoeligheid van perifere weefsels (met name spieren, adipocyten), waardoor glucoseopname en -gebruik toeneemt
  • remming van de absorptie van glucose in de darmen

Daarnaast stimuleert metformine de intracellulaire glycogeensynthese door inwerking op de glycogeensynthetase en verhoogt het de transportactiviteit van alle typen van membraan glucose-transporters (GLUT). Verder heeft metformine met directe afgifte een gunstige invloed op de lipidenstofwisseling (verlaging totaal cholesterol, LDL-cholesterol en triglyceridenspiegel).

Farmacokinetiek bij kinderen

Na een enkele toediening van 500 mg is het farmacokinetische profiel bij kinderen vergelijkbaar met het profiel van volwassenen. Na herhaalde doses (2 dd 500 mg gedurende 7 dagen) zijn de Cmax en AUC bij kinderen respectievelijk 33% en 40% lager vergeleken met volwassenen die 2 dd 500 mg gedurende 2 weken kregen. De klinische relevantie van deze bevinding is beperkt, omdat de dosering individueel aangepast wordt op basis van controle van de bloedglucose waarde. 

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Geregistreerd voor kinderen > 10 jaar met diabetes typ II, als monotherapie of gecombineerd met insuline. Dosering: 500 of 850 mg/dag, max 2 g/dag.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet (hydrochloride) 500 mg, 850 mg, 1000 mg
Drank 200 mg/ml

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Diabetes mellitus type II
  • Oraal
    • 10 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • 500 - 850 mg/dag in 1 dosis. Max: 2 g/dag.
      • Maximale dosering in 2-3 doses.

        Na 10-15 dagen aan de hand van bloedglucose bepalingen dosis aanpassen. Een geleidelijke verhoging van de dosering kan de gastro-intestinale tolerantie verbeteren.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig.
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Start met 50% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen niet aanpassen. vervolgens dosering geleidelijk verhogen tot de maximaal getolereerde onderhoudsdosering
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies wordt niet gegeven. Voor een volwassene luidt het advies: max 500 mg per dag.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Gecontraindiceerd
Klinische gevolgen

Let op: Bij verhoogde kans op dehydratatie of andere reden met kans op plotselinge achteruitgang van de nierfunctie niet verder ophogen.

Bij patiënten met een verminderde nierfunctie kan cumulatie van metformine optreden.

In zeldzame gevallen lactaatacidose. De gerapporteerde gevallen van lactaatacidose bij patiënten die met metformine werden behandeld, zijn primair vastgesteld bij diabetespatiënten met significant nierfalen, hoewel ook andere risicofactoren een rol kunnen spelen.

Bijwerkingen bij kinderen

De gerapporteerde bijwerkingen bij kinderen van 10-16 jaar zijn in aard en ernst van de bijwerkingen hetzelfde als bij volwassen patienten.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): meestal in het begin van de behandeling: maag-darmklachten zoals misselijkheid, braken, diarree, buikpijn en verlies van eetlust.

Vaak (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid. Smaakstoornissen (metaalsmaak). Afname van of tekort aan vitamine B12.

Zeer zelden (< 0,01%): huidreacties zoals erytheem, jeuk, urticaria. Levensbedreigende lactaatacidose, met name bij verminderde nierfunctie, gekenmerkt door dyspneu, buikpijn en hypothermie gevolgd door een comateuze toestand.

Verder zijn gemeld: afwijkende leverfunctie of hepatitis (reversibel na staken van het gebruik).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • acute metabole acidose (zoals lactaatacidose, diabetische ketoacidose);
  • precoma diabeticum;
  • ernstig nierfalen (creatinineklaring < 30 ml/min);
  • acute aandoening die de nierfunctie kan veranderen, zoals dehydratie, ernstige infectie of shock;
  • aandoening die weefselhypoxie kan veroorzaken (acute aandoening of verergering van een chronische aandoening), zoals gedecompenseerd hartfalen, respiratoir falen of recent myocardinfarct;
  • leverinsufficiëntie;
  • acute alcoholvergiftiging, alcoholisme.






Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij kinderen de effecten op de groei en de puberteit zorgvuldig controleren, omdat langetermijngegevens over de effecten hierop ontbreken. 

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Lactaatacidose is een zeldzame maar ernstige metabole complicatie die kan optreden door accumulatie van metformine; gemelde gevallen zijn met name opgetreden bij acute afname van de nierfunctie, cardiopulmonale ziekte of sepsis. Staak gebruik van metformine tijdelijk bij dehydratie (ernstig braken, diarree, koorts of verminderde vochtinname). Wees voorzichtig met starten van geneesmiddelen die de nierfunctie acuut kunnen verstoren, zoals antihypertensiva, diuretica en NSAID's. Andere risicofactoren zijn o.a. slecht gereguleerde diabetes, ketose, langdurig vasten, overmatig alcoholgebruik, leverinsufficiëntie en situaties die samenhangen met hypoxie. Lactaatacidose wordt gekenmerkt door acidotische dyspneu, buikpijn, spierkrampen, asthenie en hypothermie, gevolgd door coma. Staak het gebruik bij verdenking op lactaatacidose en laat de patiënt direct opnemen in het ziekenhuis.

Controleer de nierfunctie voorafgaand aan de behandeling en daarna ten minste jaarlijks, bij meer kans op progressie van nierfunctiestoornis en bij ouderen minstens twee- tot viermaal per jaar. Staak de behandeling tijdelijk bij omstandigheden die de nierfunctie kunnen veranderen (zie rubriek Contra-indicaties).

Bij stabiel chronisch hartfalen kan metformine worden gebruikt met regelmatige controle van de hart- en nierfunctie. Bij acuut en onstabiel hartfalen is het gebruik gecontra-indiceerd.

Ten minste 48 uur vóór een operatie onder algehele, spinale of epidurale anesthesie, de behandeling onderbreken. Hervat de behandeling niet eerder dan 48 uur na de ingreep of na het hervatten van orale voeding en alleen bij een stabiele nierfunctie.

Vitamine B12-deficiëntie is een bijwerking van metformine; de kans hierop neemt toe met toenemende dosering en behandelduur en/of bij risicofactoren voor vitamine B12-deficiëntie. Bij symptomen van deze deficiëntie (zoals anemie of neuropathie), controleer de vitamine B12-serumspiegel. Periodieke vitamine B12-controle kan nodig zijn bij risicofactoren voor vitamine B12-deficiëntie. Zet het gebruik van metformine voort zolang als wordt verdragen en geef passende corrigerende behandeling voor vitamine B12-tekort.

Het omhulsel van de tablet met gereguleerde afgifte kan in de feces worden teruggevonden, dit is normaal.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Het is substraat voor OCT1 en OCT2.

Relevant:
Toename metformine: de concentratie stijgt door bictegravir, cobicistat, dolutegravir en vandetanib.

Overig effect: het effect van VKA's kan worden verminderd.

Niet relevant:
Afname metformine: de absorptie daalt bij gelijktijdige toediening van patiromeer of sacubitril.

Toename metformine: de concentratie stijgt door tucatinib.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met jodiumbevattende röntgencontrastmiddelen. Ter voorkoming van contrastnefropathie en lactaatacidose adviseert de NVR-richtlijn Veilig gebruik van contrastmiddelen bij patiënten met verminderde nierfunctie (creatinineklaring kleiner dan 30 ml/min) metformine tijdelijk te staken.

Niet beoordeeld:
De hypoglykemische werking kan worden versterkt door ACE-remmers.

De hypoglykemische werking kan worden verminderd door corticosteroïden en sympathicomimetica.

De concentratie kan stijgen door rifampicine, cimetidine, trimethoprim en isavuconazol. De concentratie kan dalen door verapamil, crizotinib en olaparib.

Diuretica kunnen het risico op lactaatacidose verhogen.

Alcohol kan het effect van metformine op het lactaatmetabolisme vergroten; overmatig gebruik van alcohol wordt ontraden.

BLOEDGLUCOSEVERLAGENDE MIDDELEN EXCL. INSULINES

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

GLUCAGONACHTIG PEPTIDE-1-AGONISTEN (GLP-1-AGONISTEN)

Dulaglutide

Trulicity
A10BJ05

Exenatide

Bydureon
A10BJ01

Liraglutide

Victoza, Saxenda
A10BJ02
NATRIUMGLUCOSE-COTRANSPORTER-2-REMMERS (SGLT-2-REMMERS)

Dapagliflozine

Forxiga
A10BK01

Referentie

  1. Pharmachemie BV, SPC Metformine (RVG 10500) 06-07-2017, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen

  • 13 oktober 2020 10:46: Waarschuwing tav groei en puberteit toegevoegd obv SmPC
  • 20 april 2020 11:32: PK data bij kinderen toegevoegd obv SmPC
  • 09 oktober 2017 11:26: Wijziging advies bij verminderde nierfunctie
  • 12 mei 2015 14:20: De wetenschappelijke literatuur over de noodzaak tot aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot een herzien advies

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering