Natriumwaterstofcarbonaat (= natriumbicarbonaat, natrii hydrogenocarbonas)

Stofnaam
Natriumwaterstofcarbonaat (= natriumbicarbonaat, natrii hydrogenocarbonas)
Merknaam
ATC code
B05BB01

Natriumwaterstofcarbonaat (= natriumbicarbonaat, natrii hydrogenocarbonas)

Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Correctie metabole acidose: Kinderen (inclusief neonaten): #mmol natriumwaterstofcarbonaat = basentekort x kg lichaamsgewicht x 0,3

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Infusievlst. 14 mg/ml; 42 mg/ml; 84 mg/ml

1,4% bevat 0,17 mmol/ml Na en bicarbonaat.
4,2% bevat 0,5 mmol/ml Na en bicarbonaat.
8,4% bevat 1 mmol/ml Na en bicarbonaat.

Eigenschappen

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Acute metabole acidose
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Dosis in mmol= 0,33 x lichaamsgewicht in kg x base deficit

        Dien eerst de helft van berekende dosis en evalueer vervolgens of restant ook toegediend moet worden.
        Injectievloeistof kan oraal toegediend worden

  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Dosis in mmol= 0,33 x lichaamsgewicht in kg x base deficit

        Dien eerst de helft van berekende dosis en evalueer vervolgens of restant ook toegediend moet worden.

Metabole acidose tgv chronische nierinsufficientie; alkaliseren van urine
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 4 g/m2/dag in 3 - 4 doses.
      • Dosering aanpassen op geleide PH van de urine, streefwaarde PH 7-7,5

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 4,2 % Oplossing: 100 - 200 ml/m2/dag in 3 - 8 doses.
      • Dosering aanpassen op geleide PH van de urine, streefwaarde PH 7-7,5

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

INTRAVENEUZE OPLOSSINGEN

OPLOSSINGEN MET INVLOED OP DE ELEKTROLYTENBALANS

Kristalloide oplossingen

Ringerlactaat, Hartmann
B05BB01
B05BB03
OPLOSSINGEN MET OSMOTISCH-DIURETISCHE WERKING

Mannitol

Osmosteril, Bronchitol
B05BC01

Bijwerkingen algemeen

Bij orale toediening kunnen een opgeblazen gevoel en flatulentie optreden door CO2-ontwikkeling in de maag.

Metabole alkalose kan optreden bij gebruik van hoge doses of bij patiënten met verminderde nierfunctie. Dit kan onder meer gepaard gaan met verhoogde spiertonus, spiertrekkingen en tetanie, met name bij patiënten met hypocalciëmie.

Hypokaliëmie kan optreden; toevoeging van alkalische oplossingen of herstel van acidose heeft opname van kalium in de cellen tot gevolg, waardoor hypokaliëmie kan ontstaan.

Overmatige toediening van natriumzouten kan leiden tot hypernatriëmie.

Verder kunnen intraveneuze oplossingen met een alkalisch karakter en/of hoge osmolariteit vasculaire irritatie en (trombo)flebitis veroorzaken. Extravasatie kan weefselnecrose tot gevolg hebben.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

Metabole of respiratoire alkalose, hypochloremie, hypochloorhydrie, hypokaliëmie en hypocalciëmie; bij natriumzouten tevens hypernatriëmie.

 

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Verder is bij waterstofcarbonaat(vormende)-verbindingen voorzichtigheid geboden bij hypoventilatie, aangezien bij een slechte longfunctie CO2 onvoldoende kan worden uitgeademd en verergering van intracellulaire acidose kan optreden.

Bij natriumzouten is tevens voorzichtigheid geboden bij hypertensie, hartfalen, perifeer oedeem of longoedeem, zwangerschapstoxicose, anurie, oligurie, levercirrose en hyperaldosteronisme.

Interacties

Relevant: de absorptie van ketoconazol, itraconazolcapsule en cefuroxim kan afnemen door verhoging van de pH van de maag; aanbevolen wordt deze middelen ten minste 2 uur vóór of 4 uur na natriumwaterstofcarbonaat in te nemen.

Bij gelijktijdige inname kan de absorptie van ijzerzouten afnemen. Aanbevolen wordt ijzer (gewoon preparaat) 2 uur vóór of 4 uur na natriumwaterstofcarbonaat in te nemen. Een ijzerpreparaat met gereguleerde afgifte moet worden vervangen door een gewoon preparaat.
De werking van methenamine wordt tegengegaan door alkalisering van de urine.

Niet relevant: natriumwaterstofcarbonaat vergroot de oplosbaarheid van methotrexaat in de urine door alkalisering, en vergroot zo de excretie. Van deze gewenste interactie wordt gebruik gemaakt bij 'high dose' methotrexaat.

Interacties alkaliserende middelen algemeen:

Niet beoordeeld: de uitscheiding van zwak basische stoffen (zoals flecaïnide, amfetaminen en efedrine) kan worden vertraagd, terwijl de uitscheiding van zwak zure farmaca (zoals salicylaten) kan worden versneld.

Voor de natriumzouten in deze groep geldt verder: het risico op hypernatriëmie neemt toe bij combinatie met geneesmiddelen die natriumretentie als bijwerking hebben, zoals NSAID's, androgenen, oestrogenen, corticosteroïden, zoethout en antihypertensiva met een vaatverwijdende of adrenerge neuronblokkerende werking. Ruim gebruik van natrium kan de uitscheiding van lithium vergroten.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Informatorium Medicamentorum, (Eigenschappen,Bijwerkingen, Contra-indicaties, Waarschuwingen en voorzorgen, Interacties), Geraadpleegd 11 dec 2018 (ia)
  3. Heijden, van der AJ, Werkboek Kindernefrologie, VU Uitgeverij, 2002, 1e druk
  4. Kamps WA et al, Werkboek ondersteundende behandeling kinderoncologie, VU Uitgeverij, 2005
  5. B.Braun Melsungen AG, SmPC Natriumwaterstofcarbonaat 1,4% g/v (RVG 55220) 19-01-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering