Digoxine

Stofnaam
Digoxine
Merknaam
Lanoxin
ATC code
C01AA05
Doseringen

Therapeutic Drug Monitoring
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Hartglycoside. Digoxine vergroot de contractiekracht van het hart (positief-inotroop), verlaagt de hartfrequentie (negatief-chronotroop) en vertraagt de AV-geleiding (negatief-dromotroop).

De positief-inotrope werking wordt veroorzaakt door remming van adenosinetrifosfatase waardoor de natrium-kalium-uitwisseling geremd wordt. Inactivering van deze natriumkaliumpomp verhoogt de concentratie intracellulaire natriumionen en verlaagt de concentratie intracellulaire kaliumionen; deze effecten liggen waarschijnlijk ten grondslag aan de directe elektrofysiologische en toxische werking van digoxine. Remming van het Na-K-transportsysteem gaat samen met een stijging van de cellulaire influx van calciumionen (door de natrium-calciumuitwisselaar), wat de beschikbaarheid van calcium verhoogt op het tijdstip van de excitatie-contractie koppeling waardoor de contractiekracht en contractiesnelheid van het hart toenemen.

De negatief chronotrope en dromotrope effecten berusten op versterking van de werking van de nervus vagus op het hart. Vanwege deze eigenschappen wordt digoxine toegepast bij atriumfibrilleren of atriumflutter met een hoge ventrikelfrequentie. Verder versterkt het de contractiekracht van het hart (positief-inotroop effect), waardoor het slagvolume en het hartminuutvolume worden vergroot en de hartfrequentie afneemt, de verhoogde centraal-veneuze druk daalt en het vergrote hart kleiner wordt; van deze effecten wordt gebruik gemaakt bij hartfalen.

 

Farmacokinetiek bij kinderen

Smalle therapeutische breedte. Voor snel effect is, gezien de lange halfwaardetijd, opladen noodzakelijk. Steady state wordt zonder opladen na ongeveer 10 dagen bereikt.
Biologische beschikbaarheid na orale toediening ongeveer 67 %.

De volgende klaring-waarden werden gevonden:
- Kinderen 1 week: 32 ± 7 ml/min/1,73 m2
- Kinderen 3 maanden: 65,6 ± 30 ml/min/1,73 m2
- Kinderen 12 maanden: 88 ± 43 ml/min/1,73 m2

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Oplaaddosis
Vroeggeboren<1,5 kg: 20 ug/kg/dag IV (oraal: 25 ug/kg/dag).
Vroeggeboren 1,5-2,5 kg: 30 ug/kg/dag IV (oraal idem).
Á terme geborenen tot 2 jaar: 35 ug/kg/dag IV (oraal: 45 ug/kg/dag).
2-5 jarigen: 35 ug/kg/dag IV/PO
5-10 jarigen: 25 ug/kg/dag IV/PO
Deze oplaaddosis over meerdere doseringen verdelen
Onderhoudsdosering:
Vroeggeborenen: 20% vd oplaaddosis.
Á terme geborenen en kinderen<10 jaar: 25% vd oplaaddosis.

Kinderen>10 jaar:
Snelle orale digitalisatie: 0.75-1,5 mg als enkelvoudige dosis.
Langzame orale digitalisatie: 0,25-0,75 mg/dag gedurende 1 week, gevolgd door een aangepaste onderhoudsdosis.
Onderhoudsdosering: (max hoeveelheid digoxine in depot x % eliminatie per dag)/100.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Drank 0.05 mg/ml
Inj.vlst. 0.25 mg/ml
Tablet 0.125 mg, 0.25 mg, 62.5 µg

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Supraventriculaire ritmestoornissen en decompensatio cordis
  • Oraal
    • Prematuren < 1,5 kg
      [1]
      • Startdosering: 25 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 5 microg/kg/dag in 1-2 doses

         

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • Prematuren 1,5 tot 2,5 kg
      [1]
      • Startdosering: 30 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 6 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • A terme neonaat 0 jaar tot 2 jaar
      [1]
      • Startdosering: 45 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 11,25 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 2 jaar tot 5 jaar
      [1]
      • Startdosering: 35 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 8,75 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 5 jaar tot 10 jaar
      [1]
      • Startdosering: 25 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 6,25 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 10 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Langzame digitalisatie

        Startdosering: 0,25-0,75 mg/dag gedurende 1 week
        Onderhoudsdosering: 0,125-0,5 mg/dag in 1-2 doses

        Snelle digitalisatie:

        Startdosering: 0,75-1,5 mg als éénmalige dosis
        Onderhoudsdosering: 0,125-0,5 mg/dag in 1-2 doses

        • Bij een verhoogd risico van toxiciteit de oplaaddosis verlagen met max. 50% en verdelen over meerdere giften met tussenpozen van 6 uur; na 24 uur gevolgd door een individuele onderhoudsdosis
        • Bovenstaande doseringen dienen individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen
  • Intraveneus
    • Prematuren < 1,5 kg
      [1]
      • Startdosering: 20 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 4 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen.

    • Prematuren 1,5 tot 2,5 kg
      [1]
      • Startdosering: 30 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 6 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • A terme neonaat 0 jaar tot 2 jaar
      [1]
      • Startdosering: 35 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 8,75 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 2 jaar tot 5 jaar
      [1]
      • Startdosering: 35 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 8,75 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 5 jaar tot 10 jaar
      [1]
      • Startdosering: 25 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 6,25 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen.

    • 10 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: 0,5-1 mg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering ORAAL: 0,125-0,5 mg/dag in 1-2 doses

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Digoxine bij kinderen < 10 jaar
GFR 10-50 ml/min/1,73m2:
- geef een normale oplaaddosis
-initiële onderhoudsdosering na opladen: 100% van de normale onderhoudsdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
- vervolgens dosering aanpassen op geleide van het klinische beeld en digoxinespiegel
GFR < 10 ml/min/1,73m2:
- een algemeen advies wordt niet gegeven
Let op: Bij een verminderde nierfunctie is de halfwaardetijd verlengd, het duurt langer voordat de steady-state is bereikt. Bepaal wekelijks de digoxinespiegel totdat de steady-state is bereikt.

Digoxine bij kinderen ≥ 10 jaar
GFR 10-50 ml/min/1,73m2:
-geef een normale oplaaddosis.
-initiële onderhoudsdosering na opladen: 0.125 mg/dag
-vervolgens dosering aanpassen op geleide van het klinische beeld en de digoxinespiegel
GFR < 10 ml/min/1,73m2:
-een algemeen advies wordt niet gegeven
Let op: Bij een verminderde nierfunctie is de halfwaardetijd verlengd, het duurt langer voordat de steady-state is bereikt. Bepaal wekelijks de digoxinespiegel totdat de steady-state is bereikt.

Klinische gevolgen

Informatie
Bij verminderde nierfunctie neemt de renale excretie van digoxine af, waardoor de digoxinespiegel kan stijgen tot toxische waarden.

De therapeutische serumconcentratie van digoxine ligt idealiter tussen 0.8 microg/l en 2.0 microg/l. Bij serumconcentratie hoger dan 3.0 microg/l neemt het risico op bijwerkingen van digoxine snel toe. Verschijnselen hiervan zijn gastro-intestinale klachten (misselijkheid, anorexie, braken), stoornissen van het centraal zenuwstelsel (verwarring, hallucinaties, duizeligheid, veranderingen in kleuren zien, wazig zien) en hartritmestoornissen.

Bijwerkingen bij kinderen

De therapeutische breedte van digoxine is gering. Bijwerkingen die optreden zijn over het algemeen een teken van overdosering. De verschijnselen kunnen worden verdeeld in:

  • Gastro-intestinale stoornissen: anorexie, misselijkheid, braken.
  • Neurologische verschijnselen: moeheid, nachtmerries, hoofdpijn, desoriëntatie.
  • Cardiale verschijnselen: ritmestoornissen

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Vaak (1-10%): duizeligheid, zenuwstelselaandoening. Verminderd zicht, wazig/geel zien. Aritmie, geleidingsstoornis, bigeminie, trigeminie, verlenging van het PR–interval, sinusbradycardie. Misselijkheid, braken, diarree. Urticariële of scarlatineuze huiduitslag, soms in combinatie met duidelijke eosinofilie.

Soms (0,1-1%): depressie.

Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie. Verminderde eetlust. Psychotische stoornis, apathie, verwardheid. Hoofdpijn. Supraventriculaire tachyaritmie, waaronder atriale tachycardie met of zonder AV–blok, supraventriculaire tachycardie, ventriculaire aritmie, ventriculaire extrasystolen, ST–segmentdepressie. Intestinale ischemie, maag-darmstelselnecrose. Gynaecomastie (bij langdurige toediening). Vermoeidheid, malaise, asthenie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • tweede- of derdegraads AV-blok (vooral bij Adams-Stokesaanvallen in de anamnese);
  • supraventriculaire aritmieën bij een niet onderzochte atrioventriculaire nevenverbinding, zoals bij het Wolff Parkinson-Whitesyndroom;
  • ventriculaire tachycardie of ventrikelfibrilleren;
  • hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (behalve bij gelijktijdig atriumfibrilleren en hartfalen);
  • ritmestoornissen door intoxicatie met hartglycosiden.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De toxiciteit wordt versterkt door hypokaliëmie, voorzichtigheid is geboden met combinatie met diuretica. Met name bij neonaten (prematuren en a terme) is cumulatie door vertraagde excretie van digoxine mogelijk, omdat de nierfunctie nog niet goed ontwikkeld is.
Smalle therapeutische breedte: spiegelbepalingen zijn noodzakelijk. Bloedmonsters welke zijn afgenomen binnen 8 uur na inname, kunnen niet worden geïnterpreteerd.

 

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Controleer regelmatig serumelektrolyten en nierfunctie.

De gevoeligheid van het hart voor hartglycosiden wordt vergroot door hypokaliëmie, ernstige respiratoire aandoeningen (hypoxie), hypomagnesiëmie en een sterke mate van hypercalciëmie.

Een lagere begin- en onderhoudsdosering moet worden overwogen bij ouderen, bij verminderde nierfunctie en verminderde schildklierfunctie.

Pas bij patiënten met een schildklieraandoening de dosering aan. Patiënten met hypothyroïdie zijn gevoeliger, patiënten met hyperthyroïdie zijn minder gevoelig voor digoxine. Verlaag tijdens de behandeling van thyrotoxicose de dosering naarmate de thyrotoxicose onder controle gebracht wordt.

Aritmieën kunnen worden versneld door een digoxine-intoxicatie en deze kunnen soms gelijkenis vertonen met de aritmieën waarvoor digoxine gebruikt wordt (bv. atriale tachycardie met variërend AV-blok wat op atriumfibrilleren kan lijken),

Houd rekening met het optreden van aritmieën bij gebruik van digoxine direct na een myocardinfarct, met name bij aanwezigheid van hypokaliëmie en/of hemodynamische instabiliteit,

Bij sicksinussyndroom kan digoxine sinusbradycardie veroorzaken of verergeren, of sinoatriaal blok veroorzaken.

Grote voorzichtigheid is geboden bij elektrische cardioversie: staak bij voorkeur 24 uur van tevoren de toediening van digoxine. De kans op gevaarlijke aritmieën met gelijkstroom cardioversie is aanzienlijk verhoogd bij digitalis-intoxicatie en is evenredig met de gebruikte energie bij cardioversie; pas de laagst werkzame hoeveelheid energie toe.

Snelle intraveneuze injectie kan vasoconstrictie veroorzaken wat tot hypertensie en/of verminderde coronaire doorstroming leidt. Daarom is een langzame injectie extra belangrijk bij hypertensief hartfalen of na een acuut myocardinfarct.

Vermijd bij voorkeur behandeling van hartfalen ten gevolge van cardiale amyloïdose; indien alternatieve behandelingen onmogelijk zijn, kan digoxine toegepast worden om bij amyloïdose van het hart en atriumfibrilleren de ventrikelsnelheid te beheersen.

Pas digoxine niet toe bij myocarditis vanwege het risico op vasoconstrictie.

Pas digoxine niet toe bij constrictieve pericarditis, tenzij om de ventrikelsnelheid gedurende atriumfibrilleren te reguleren of om de systolische disfunctie te verbeteren.

Bij behandeling van beriberi hartziekte tevens de onderliggende thiaminedeficiëntie behandelen.

Bepaling van de serumspiegel met digoxine kan met radio-immunoassay; minimaal 6 uur na inname bloed afnemen.

Therapeutische doses digoxine kunnen op het ECG leiden tot verlenging van het PQ-interval en verlaging van het ST-segment. Digoxine kan fout-positieve ST-T-veranderingen veroorzaken bij inspanningstesten. Deze veranderingen zijn te verwachten effecten van het middel en hoeven geen indicatie voor digoxine-intoxicatie te zijn.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Digoxine is substraat voor de transporter P-gp.

Relevant:
Absorptie: de absorptie neemt af bij gelijktijdig innemen met colestyramine. Digoxine moet ten minste 4 uur vóór colestyramine worden ingenomen.

Afname digoxine: de concentratie daalt door P-gp-inductoren (carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, hypericum, primidon, rifampicine), penicillamine en oraal toegediend sulfasalazine.

Toename digoxine: de concentratie stijgt door P-gp-remmers, capmatinib, chloroquine, claritromycine, diltiazem, bepaalde HCV-middelen (ledipasvir/sofosbuvir, glecaprevir/pibrentasvir), bepaalde HIV-middelen (cobicistat, darunavir, rilpivirine), hydroxychloroquine, lapatinib, propafenon, tucatinib of vemurafenib. Bij combinatie met amiodaron kan bovendien de onderdrukking van de sinusknoop door beide stoffen additief zijn met als gevolg bradycardie. Bij combinatie met diltiazem of verapamil kan de vertraging van de atrioventriculaire geleiding additief zijn; deze combinatie wordt vaak bewust voorgeschreven bij atriumfibrilleren.

Niet relevant:
Afname digoxine: de concentratie en AUC dalen door bosentan.

De AUC van oraal toegediend digoxine kan afnemen door antacida, bleomycine, cyclofosfamide, cytarabine, doxorubicine, melfalan, procarbazine en vincristine.

Toename digoxine: de concentratie stijgt door canagliflozine, darifenacine, edoxaban, ivacaftor, kinine, lenalidomide, maribavir, mirabegron, rucaparib, sitagliptine, sotorasib, telmisartan, ticagrelor, bepaalde TKI’s (entrectinib, neratinib, vandetanib, zanubrutinib), tolvaptan, venetoclax en voclosporine.

Overig effect: thiaziden en lisdiuretica kunnen hypokaliëmie induceren, hierdoor kan de toxiciteit van digoxine toenemen.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met amfotericine B, colesevelam, empagliflozine, fidaxomicine, geactiveerde kool, hoge intraveneuze doses calcium, SSRI's of vildagliptine.

Niet beoordeeld:
Afname digoxine: de absorptie kan afnemen door neomycine. Gescheiden innemen is niet zinvol.

De concentratie kan dalen door acarbose, adrenaline, bisacodyl, macrogol (verlaagt de Cmax en AUC van digoxine met ong. 40% resp. 30%) en salbutamol. Aanbevolen wordt bisacodyl 2 uur vóór digoxine in te nemen.

Toename digoxine: de concentratie kan stijgen door atorvastatine, carvedilol, gentamicine, isavuconazol, spironolacton, trimethoprim en protonpompremmers (voornamelijk bij omeprazol en met mindere mate bij pantoprazol en rabeprazol).

Overig effect: farmacodynamische interacties, met als gevolg aritmieën, kunnen optreden bij combinatie van digoxine met suxamethonium.

Corticosteroïden en laxantia kunnen hypokaliëmie induceren, waardoor de toxiciteit van digoxine kan toenemen.

HARTGLYCOSIDEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

Referenties

  1. Aspen Pharma Trading Limited, SPC Lanoxin (RVG 01363) 10-02-2017, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 8-4-2023
  3. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 1-6-2024

Wijzigingen

  • 27 november 2015 10:02: De bronnen die bij opstellen van de monografie zijn gebruikt zijn opnieuw bekeken. Dit heeft geleid tot toevoeging van farmacokinetische gegevens obv de SmPC en reguliere herziening van de rubrieken die op het FK en IM zijn gebaseerd
  • 12 mei 2015 14:25: De wetenschappelijke literatuur over de noodzaak tot aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot een herzien advies
  • 12 mei 2015 14:25: De wetenschappelijke literatuur over de noodzaak tot aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot een herzien advies

Overdosering