Metoprolol

Stofnaam
Metoprolol
Merknaam
Selokeen
ATC code
C07AB02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Hypertensie:
Intraveneus:
off-label
Oraal:
< 6 jaar
: off-label
> 6 jaar:
doseringen > 2 mg/kg/dag of > 200 mg/dag: off-label

Gedilateerde cardiomyopathie met hartfalen: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Hypertensie:
Oraal: > 6 jaar: 0,5-2 mg/kg/dag in 1 dosis, max 200 mg/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet (tartraat) 12,5 mg, 25 mg, 50 mg, 100 mg
Tablet met gereguleerde afgifte (tartraat) 200 mg
Tablet met gereguleerd afgifte (succinaat) 23,75 mg, 47,50 mg, 95 mg, 190 mg. Overeenkomend met resp. 25 mg, 50 mg, 100 mg, 200 mg metoprololtartraat.
Inj.vlst. (tartraat) 1 mg/ml
Drank (tartraat) 10 mg/ml

Eigenschappen

Lipofiele selectieve β-blokker zonder intrinsieke sympathicomimetische activiteit (ISA). Het vermindert de invloed van adrenerge prikkels op het hart. Het hartminuutvolume en het cardiale zuurstofverbruik nemen af. Tevens wordt de AV-geleiding vertraagd en treedt een antihypertensief effect op. In de tablet met gereguleerde afgifte is de werkzame stof aanwezig in microgranules. Deze zijn omhuld door een membraan, die de afgifte van de stof regelt waardoor gedurende 24 uur gelijkmatige serumconcentraties worden verkregen. Anti-hypertensieve werking: meestal maximaal binnen 1 week. Na stoppen van een chronische therapie kan het effect nog vier weken aanhouden.

Kinetische gegevens

Passeert de bloed-hersenbarrière makkelijk. Metabolisering: door de lever tot inactieve metabolieten, vnl. door CYP2D6. Eliminatie: via de nieren bijna volledig, 5% onveranderd. Het farmacokinetische profiel van metoprolol bij kinderen van 6 tot 17 jaar met hypertensie is vergelijkbaar
met het reeds bekende farmacokinetische profiel bij volwassenen. De schijnbare klaring na orale toediening (CL/F) nam lineair toe met het lichaamsgewicht
De eliminatiehalfwaardetijd bij neonaten bedraagt 5 – 10 uur.

Algemene opmerkingen

95 mg metoprololsuccinaat bevat een zelfde hoeveelheid metoprololbase als 100 mg metoprololtartraat.

Doseringen

Indicatie: Hypertensie
  • Oraal
    • a terme neonaat
      [1]
      • 1 - 3 mg/kg/dag in 2 doses
      • Er wordt gestart met een zeer lage orale dosis. Per week voorzichtig ophogen tot de maximale dosering tenzij klinisch bijwerkingen of verslechtering optreden.

        Er zijn geen onderzoeken gepubliceerd betreffende het gebruik van metoprolol bij neonaten.

    • 1 maand tot 12 jaar
      • 1 - 3 mg/kg/dag in 2 doses , max: 200mg/dag
      • Er wordt gestart met een zeer lage orale dosis. Per week voorzichtig ophogen tot de maximale dosering tenzij klinisch bijwerkingen of verslechtering optreden.

    • 12 jaar tot 18 jaar
      • 100 - 200 mg/dag in 2 - 4 doses , max: 200mg/dag
      • In de tablet met gereguleerde afgifte is de werkzame stof aanwezig in microgranules. Deze zijn omhuld door een membraan, die de afgifte van de stof regelt waardoor gedurende 24 uur gelijkmatige serumconcentraties worden verkregen. Indien de tablet met gereguleerde afgifte wordt gebruikt, de dagdosering in 1 enkele dosis geven  

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: 100 microg./kg/dosis in 5 min. Zo nodig nog 2 x herhalen (na 5 min)
      • Onderhoudsdosering: Op geleide effect 1 - 5 microg./kg/minuut continu infuus
      • De intraveneuze toediening dient klinisch te worden toegepast onder controle van ECG en bloeddruk.

        Er zijn geen gegevens omtrent de intraveneuze toediening bij kinderen beschikbaar

Indicatie: Gedilateerde cardiomyopathie met hartfalen
  • Oraal
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [8]
      • Toepassing bij gedilateerde cardiomyopathie met hartfalen dient uitsluitend na overleg met een kindercardioloog plaats te vinden.

        De veiligheid en werkzaamheid van metoprolol bij deze indicatie zijn niet in uitgebreide gecontroleerde klinische studies onderzocht. In een studie (N=15, 2,5 – 15 jaar) werd de volgende dosering toegepast: startdosering 0,2 mg/kg/dag in 2 doses, gemiddeld 1,1 ± 0,1 mg/kg/dag (range 0,5 – 2,3 mg/kg/dag).

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

BETA-BLOKKERS

SELECTIEVE BETA-BLOKKERS
C07AB03
C07AB09
ALFA- EN BETA-BLOKKERS
C07AG02

Labetalol

Trandate
C07AG01
NIET-SELECTIEVE BETA-BLOKKERS
C07AA05
C07AA07

Bijwerkingen bij kinderen

Orthostatische hypotensie, bradycardie, decompensatio cordis, vermoeidheid, duizeligheid, hoofdpijn, nachtmerries, droge mond, misselijkheid, buikpijn, braken en diarree.

Bijwerkingen bij volwassenen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme.

Zeer vaak (> 10%): vermoeidheid, (orthostatische) hypotensie.

Vaak (1-10%): duizeligheid, hoofdpijn. Bradycardie, palpitaties, evenwichtsstoornissen, dyspneu bij inspanning, koude handen en voeten, fenomeen van Raynaud. Misselijkheid, buikpijn, diarree, obstipatie.

Soms (0,1-1%): oedeem en precordiale pijn, toename hartfalen, eerstegraads hartblok, cardiogene shock bij bestaand acuut myocardinfarct. Braken. Bronchospasmen (ook bij patiënten zonder obstructieve longziekte). Huiduitslag zoals urticaria, psoriasisachtige en dystrofische laesies van de huid, toegenomen zweetproductie. Paresthesie, spierkrampen. Verminderde alertheid, slaapstoornissen, nachtmerries, depressie. Gewichtstoename.

Zelden (0,01-0,1%): hartaritmieën, hartgeleidingsstoornissen, syncope. Droge mond, droge/geïrriteerde ogen, visusstoornissen, conjunctivitis, rinitis. Haaruitval. Nervositeit, angst. Erectiele of seksuele disfunctie, ziekte van Peyronie. Gestoorde leverfunctie.

Zeer zelden (< 0,01%): gangreen bij al bestaande ernstige perifere doorbloedingsstoornissen. Trombocytopenie, leukopenie. Oorsuizen, gehoorproblemen. Smaakstoornissen, retroperitoneale fibrose. Fotosensibilisatie, verergering psoriasis. Artralgie, artritis. Hepatitis. Geheugenverlies, verwardheid, depersonalisatie, hallucinaties. Libido–en potentiestoornissen.

Verder zijn gemeld: afname HDL, toename triglyceriden in bloed.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Sinusbradycardie, AV block, hypotensie, astma en decompensatio cordis.

Contraindicaties bij volwassenen

Sick-sinussyndroom (behalve bij een permanente pacemaker), tweede en derdegraads AV-blok, hypotensie, cardiogene shock, klinisch relevante sinusbradycardie (hartfrequentie < 50 slagen/min). Instabiel of onbehandeld hartfalen. Onbehandeld feochromocytoom. Myocardinfarct met een hartfrequentie < 45 slagen/min, een PQ-interval > 0,24 s, een systolische bloeddruk < 100 mmHg en/of ernstig hartfalen. Ernstige bronchiale astma of ernstige bronchospasmen in de anamnese. Overgevoeligheid voor andere β–blokkers. Ernstige perifere circulatiestoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave omrekeningsfactor OR/IV; metoprolol ondergaat een 'first pass'-effect in de lever, waardoor de biologische beschikbaarheid bij volwassenen 35-50% bedraagt (Biologische beschikbaarheid bij kinderen is niet bekend). De intraveneuze toediening van metoprolol voor acute behandeling in een intensive-care-unit dient uitsluitend plaats te vinden onder controle van het ECG en de bloeddruk. Te snelle i.v. toediening kan leiden tot ernstige hypotensie en shock. Grote voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van verapamil, vanwege het risico op hypotensie, AV-geleidingsstoornissen en linkerventrikelinsufficiëntie. Bij metabole aandoeningen in verband met hypoglykemie alleen voorschrijven in overleg met een kinderarts metabole ziekten.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij opvallend weinig werkzaamheid of bij meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme. Het antihypertensief effect kan pas na zes weken worden beoordeeld. De selectiviteit neemt af met het hoger worden van de dosering. De i.v. toediening dient klinisch te worden toegepast onder controle van ECG en bloeddruk. Te snelle i.v. toediening kan leiden tot ernstige hypotensie en shock. Bij de behandeling van een (vermoed) myocardinfarct na elke i.v. dosis van 5 mg ECG en bloeddruk controleren. Instelling op orale therapie dient onder controle van de polsslag en de bloeddruk te geschieden (bv. 1×/w. gedurende 3–4 w.). Indien de hartfrequentie afneemt tot 50–55 slagen/min dient de dosering te worden verlaagd. Bij 'ernstiger' bradycardie (< 50 slagen/min) de toediening staken. Plotseling staken kan leiden tot ernstige aritmieën of verergering van angina pectoris of hartfalen. Bij hartfalen bij iedere dosis-verhoging de patiënt zorgvuldig evalueren; bij optreden van hypotensie kan een tijdelijke verlaging van de dosering nodig zijn of een verlaging van de dosering van de gelijktijdig gebruikte medicatie. Er is geen ervaring met het gebruik van metoprolol bij hartfalen met restrictieve en hypertrofische cardiomyopathie, met een aangeboren hartafwijking, met hemodynamisch significante organische hartklepafwijkingen, met sterk verminderde nier- en leverfunctie, met een myocardinfarct binnen drie maanden en met een leeftijd > 80 jaar. Voorzichtigheid is geboden bij eerstegraads AV–blok vanwege een negatief effect op de AV–geleiding. β-Blokkers kunnen de adrenerge symptomen van hyperthyroïdie en van hypoglykemie maskeren. Herstel van de glucosespiegel na hypoglykemie kan worden vertraagd; de selectieve β-blokkers hebben dit effect in veel mindere mate dan de niet–selectieve β-blokkers. Bij chronische obstructieve longziekten kan benauwdheid verergeren; eventueel de dosering aanpassen van gelijktijdig toegediende bronchusverwijdende middelen. Bij algehele anesthesie de anesthesist informeren over het gebruik van metoprolol; als het noodzakelijk is metoprolol te staken voor de operatie, de dosering stapsgewijs afbouwen, dit moet minimaal 48 uur voor de operatie afgerond zijn. Voorzichtigheid is geboden bij ernstige overgevoeligheidsreacties in de anamnese en tijdens desensibilisatietherapie, omdat vooral niet-selectieve β-blokkers de gevoeligheid voor allergenen en de ernst van anafylactoïde reacties kunnen doen toenemen. Bij een voorgeschiedenis van psoriasis, perifere circulatiestoornissen of 'variant'– of Prinzmetal-angina pectoris is terughoudendheid met β-blokkers geboden vanwege kans op toename van de klachten.

Interacties

Metoprolol is substraat voor CYP2D6.

Relevant: het metabolisme wordt geremd door cobicistat, krachtige CYP2D6-remmers, mirabegron, propafenon en tipranavir.

Niet relevant: dulaglutide en gefitinib kunnen de AUC verhogen.

Interacties β-Blokkers algemeen

Relevant:

β-Blokkers versterken het effect van: bij de eerste dosis van een niet-selectieve α1A-blokker (alfuzosine, doxazosine, terazosine) kan acute hypotensie optreden; dit kan worden verergerd bij toevoegen van de α-blokker aan de behandeling met een β-blokker.

Bij combinatie met diltiazem of verapamil kan de remmende werking op de AV-geleiding en de antihypertensieve werking worden versterkt, met als gevolg bradycardie, AV-block en hypotensie. De combinatie wordt in bepaalde gevallen bewust toegepast vanwege het synergistische effect, en wordt bij voorkeur (poli)klinisch ingesteld.

β-Blokkers verminderen het effect van: niet-selectieve β-blokkers en β-sympathicomimetica kunnen elkaars werking verminderen. Dit is van klinisch belang bij β-sympathicomimetica die bij astma of COPD worden toegepast, zie inleidende tekst Sympathicomimetica met vooral β2-effect.

Overig effect: niet-selectieve β-blokkers, en in mindere mate selectieve β-blokkers, kunnen de verschijnselen van hypoglykemie (bij gebruik van insuline, een sulfonylureumderivaat of repaglinide) maskeren en het herstel uit een hypoglykemie vertragen. Tevens kunnen ze tijdens hypoglykemie ernstige hypertensie veroorzaken. Verder kan de hypoglykemische werking van orale bloedglucoseverlagende middelen afnemen, omdat β-blokkers de door deze middelen geïnduceerde insulinesecretie uit het pancreas remmen.

Een niet-selectieve β-blokker wordt bij voorkeur vermeden, maar dit is niet altijd mogelijk. De 'veiligheid' van een selectieve β-blokker is relatief; bij hoge doses kan de selectiviteit verloren gaan.

β-Blokkers antagoneren de β-mimetische werking van adrenaline, dit is met name riskant bij anafylaxie (verminderde bronchusverwijding en verminderde hemodynamische werking). Deze interactie is vooral gemeld voor niet-selectieve β-blokkers en (vrijwel) niet voor selectieve β-blokkers.

NSAID's kunnen de antihypertensieve werking van de β-blokker verminderen; bij NSAID-gebruik tot 2 weken is dit effect weinig relevant. Bij overige indicaties van een β-blokker, zoals angina pectoris of tremor, is interactie met NSAID's niet beschreven.

Bij combinatie van een niet-selectieve β-blokker met clonidine kan paradoxale hypertensie optreden. Bovendien kan 'rebound'-hypertensie optreden bij staken van clonidine in aanwezigheid van een β-blokker. Bij staken van clonidine dient daarom eerst de β-blokker (tijdelijk) te worden gestaakt voordat het gebruik van clonidine geleidelijk wordt gestaakt.

Niet relevant: fingolimod verlaagt de hartslag; bij combinatie met een β-blokker kan de hartslag extra verlagen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met de selectieve α1A-blokkers silodosine en tamsulosine en voor interactie van selectieve β-blokkers met β-sympathicomimetica (bij astma of COPD).

Niet beoordeeld: antacida kunnen de absorptie van β-blokkers verminderen. Een interval van 2 uur tussen het innemen wordt aanbevolen.

Fenobarbital, primidon en rifampicine versterken het metabolisme in de lever van β-blokkers die voornamelijk door de lever worden gemetaboliseerd.

De β-mimetische werking van dopamine, efedrine en noradrenaline wordt geantagoneerd. Hierdoor blijft alleen de α-mimetische werking van deze stoffen over, waardoor hypertensie en reflexbradycardie kunnen optreden.

Cimetidine remt het metabolisme van propranolol, labetalol en metoprolol en andere β-blokkers die door de lever worden gemetaboliseerd.

Hydralazine en alcohol verhogen de plasmaconcentratie van propranolol en andere β-blokkers die in de lever worden gemetaboliseerd.

Kinidine remt het metabolisme van een aantal β-blokkers, zoals carvedilol, metoprolol, nebivolol en propranolol. Bij combinatie van kinidine met één van deze β-blokkers kunnen bradycardie, verminderde hartfunctie en aritmie optreden.

De β-blokkers kunnen het metabolisme van lidocaïne remmen. Het effect zou groter zijn bij lipofiele β-blokkers. Lidocaïne kan het negatief-inotrope effect van propranolol en mogelijk ook van andere β-blokkers versterken.

Ze kunnen ook het metabolisme van theofylline remmen. Verder heeft theofylline enige antagonistische farmacologische effecten.

Combinatie met digoxine kan leiden tot een verlengde AV-geleidingstijd en bradycardie.

Er zijn aanwijzingen dat gebruik van β-blokkers het risico op een anafylactoïde reactie door intraveneuze contrastmiddelen kan verhogen.

Inhalatie-anaesthetica kunnen het negatief-inotrope effect versterken.

Antihypertensiva, fenobarbital, fenothiazines, niet-selectieve MAO-remmers, MAO-B-remmers, primidon en tricyclische antidepressiva kunnen het risico op hypotensie verhogen. Bovendien kunnen MAO-remmers het risico op een hypertensieve crisis verhogen.

Combinatie met amiodaron kan ritme- en geleidingsstoornissen veroorzaken, mogelijk door verhoging van de plasmaconcentratie of door additieve farmacodynamische effecten.

Combinatie van flecaïnide met propranolol en kan tot verhoging van de plasmaconcentratie van beide stoffen leiden, met als gevolg versterking van het negatief-inotrope effect. In combinatie met sotalol is bradycardie en AV-block gemeld.

 

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 25 april 2016
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 25 mrt 2016
  4. Batisky DL, et al., Toprol-XL Pediatric Hypertension Investigators. Efficacy and safety of extended release metoprolol succinate in hypertensive children 6 to 16 years of age: a clinical trial experience, J Pediatr, 2007, 150, 134-9
  5. Falkner B, et al., The pharmacodynamic effectiveness of metoprolol in adolescent hypertension., Pediatr Pharmacol, 1982, 2, 49-55
  6. Morselli PL, et al., Pharmacokinetics of antihypertensive drugs in the neonatal period, Dev Pharmacol Ther, 1989, 13, 190-8
  7. National High Blood Pressure Education Program Working Group on High Blood Pressure in Children and Adolescents., Fourth report on the diagnosis, evaluation, and treatment of high blood pressure in children and adolescents, Pediatrics, 2004, 114, 555-76
  8. Shaddy RE, et al, Beta-blocker treatment of dilated cardiomyopathy with congestive heart failure in children: a multi-institutional experience., J Heart Lung Transplant, 1999, 18, 269-74
  9. Williams RV, et al, Intermediate effects of treatment with metoprolol or carvedilol in children with left ventricular systolic dysfunction., J Heart Lung Transplant., 2002, 21, 906-9
  10. Actavis BV, SmPC Metoprololtartraat tablet MGA 200 mg (RVG 30149) 15-08-2014, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  11. Lurbe E, et al, , , , Management of high blood pressure in children and adolescents: recommendations of the European Society of Hypertension, J Hypertens, 2009, Sep;27(9), 1719-42

Wijzigingen

  • 25 maart 2016 10:06: De wetenschappelijk literatuur over de toepassing van metoprolol bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft niet geleid tot aanpassing van het dosisadvies.