Gelatine, gemodificeerd

Stofnaam
Gelatine, gemodificeerd
Merknaam
Gelofusine, Geloplasma
ATC code
B05AA06

Gelatine, gemodificeerd

Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Plasmavervangingsmiddel, bereid door toevoeging van een macromolecuul (gemodificeerd gelatine) aan een ionenoplossing. Door toevoeging van het gemodificeerde gelatine aan een NaCl-oplossing is de infusievloeistof iso-osmotisch. Gemodificeerd gelatine beïnvloedt de bloedgroepbepaling en stolling niet.

Werkingsduur: 4–5 uur (Gelaspan, Gelofusine) en is afhankelijk van het volumetekort, de hydratiestatus, de nierfunctie en de doorlaatbaarheid van de capillairen.

Farmacokinetiek bij kinderen

T1/2 Intravasaal: 4-5 uur. NB: de intravasale halfwaarde tijd is niet gelijk aan de biologische halfwaardetijd (verband tussen werkingduur en tijd). Na 3 uur is het volumevergotend effect met 50% afgenomen.

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen. 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Infusievlst. 40 mg/ml

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Plasmavervanging
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 10 - 20 ml/kg/dosis, zo nodig.
      • De dosering is afhankelijk van de individuele behoeften om de hemodynamische status en de circulatie te herstellen en te handhaven.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

Bijwerkingen bij kinderen

Overvulling, overgevoeligheidsreacties (urticaria, anafylaxie, koorts), hemodilutie (verlenging van de bloedinsgtijd bij hoge concentraties) en nierfunctiestoornissen (bij hoge concentraties).

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Soms (0,1-1%): voorbijgaande lichte verhoging van de lichaamstemperatuur.
Zelden (0,01-0,1%): anafylactoïde/anafylactische reacties (gegeneraliseerd erytheem, urticaria, periorbitaal oedeem, angio-oedeem, dyspneu, stridor, misselijkheid, braken, buikpijn, duizeligheid, diaforese, beklemmend gevoel op de borst of keel).
Zeer zelden (< 0,01%): tachycardie, bradycardie, hypotensie, ademhalingsmoeilijkheden, koorts, rillingen. Ernstige anafylactoïde/anafylactische reacties (cyanose, hypotensie, verwarring, collaps, shock, verlies van bewustzijn, incontinentie).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • overgevoeligheid voor galactose-α-1,3-galactose (alfa-gal), rood vlees (zoogdierenvlees) of orgaanvlees vanwege mogelijke kruisreacties waarbij alfa-gal betrokken is;
  • hyperkaliëmie;
  • hypervolemie;
  • hyperhydratie;
  • acuut congestief hartfalen;
  • cardiogene shock, shock door trombo-embolie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave overvulling: longoedeem, decompensatio cordis.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Voorzichtig bij ouderen, ernstige bloedstollingsafwijkingen, oedeem met water/zoutretentie, dehydratieverschijnselen, hypertensie, longoedeem en bij een ernstige nierfunctiestoornis met oligurie of anurie.
Gedurende de toediening van de eerste 20–30 ml zorgvuldig observeren in verband met mogelijke anafylactoïde/anafylactische reacties; patiënten met een aanleg voor allergische reacties zoals bij astma zijn mogelijk gevoeliger. Bij optreden van een dergelijke reactie de toediening direct staken.
Tijdens behandeling is controle van de bloeddruk, diurese en hematocriet aan te raden. Tevens elektrolyten, plasma–eiwitten en stollingsparameters controleren vanwege mogelijke verdunningseffecten. De hematocriet mag niet dalen onder de 25%, bij ouderen en ernstig zieke patiënten niet onder de 30%.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

BLOEDPRODUCTEN EN VERWANTE MIDDELEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

BLOEDVERVANGINGSMIDDELEN EN PLASMA-EIWITFRACTIES

Albumine

Albuman,Albumine humaan, Alburex, Flexbumin
B05AA01

Referentie

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering