Tobramycine

Stofnaam
Tobramycine
Merknaam
Obracin
ATC code
J01GB01
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

CF:Off-label
Sepsis en ernstige infecties: Off-label
 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Infecties;
kinderen (leeftijd niet nader gespecificeerd):  5 mg/kg/dag in 3 gelijke doses om de 8 uur.
Prematuren en neonaten tot 1 week: 4 mg/kg/dag in 2 gelijke doses om de 12 uur.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (als sulfaat) 10 mg/ml; 40 mg/ml

Eigenschappen

Semisynthetisch aminoglycoside met sterk bactericide werking tegen een breed spectrum van aërobe gramnegatieve micro-organismen, o.a. bepaalde species van Proteus, Pseudomonas, Salmonella, Shigella, Klebsiella, Serratia, Enterobacter en Escherichia coli; van de grampositieve micro-organismen zijn alleen bepaalde stafylokokken (St. aureus) gevoelig. Anaëroben zijn in het algemeen niet gevoelig. Met penicillinen of cefalosporinen kan een synergistisch effect worden bereikt bij een aantal bacteriestammen.

Kinetische gegevens

De eliminatiehalfwaardetijd bij neonaten (met name prematuren) is verlengd. Dit als gevolg van het grotere verdelingsvolume en de lagere klaring van tobramycine bij deze leeftijdscategorie. De gemiddelde halfwaardetijden bij verschillende leeftijdsgroepen bedragen als volgt: Neonaten < 1 week < 2 kg: 8 – 11 uur.
Neonaten < 1 week, > 2 kg: 5 – 6 uur.
Neonaten 1 – 4 weken, > 2 kg: 4 uur.
Kinderen vanaf 6 weken: 1,5 – 3 uur

Andere farmacokinetische parameters:

GA(wk)nBW (g)DosisCl (ml/min/kg)Vd (l/kg)
 28±2 8 805±105  2,5 mg/kg/18 uur of 1d3mg/kg  0,69±0,10  0,59±0,01
 29-31 6 1000-1300  2,5 mg/kg elke 12 of 18 uur  0,72-1,19  0,74-0,94
? 8  3470±380  5 mg/kg (IM)  4,9±2,5 ml/min  0,49±2,5

Doseringen

Indicatie: Sepsis en ernstige infecties
  • Intraveneus
    • Prematuren Postnatale leeftijd 0 dagen tot 7 dagen
      • Zwangerschapsduur < 32 weken: 4 mg/kg/48 uur in 1 dosis
        Zwangerschapsduur 32-37 weken: 4 mg/kg/36 uur in 1 dosis

      • Behandelduur:

        maximaal 10 dagen

      • Intraveneuze toediening in 20-60 minuten.
        Dosering op geleide van plasmaconcentratie bijstellen.

         

    • Prematuren Postnatale leeftijd 1 week tot 4 weken
      • 4 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur:

        maximaal 10 dagen

      • Intraveneuze toediening in 20-60 minuten.
        Dosering op geleide van plasmaconcentratie bijstellen

    • a terme neonaat
      • 4 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur:

        Maximaal 10 dagen

      • Intraveneuze toediening in 20-60 minuten.
        Dosering op geleide van plasmaconcentratie bijstellen.

    • 1 maand tot 18 jaar
      • 5 - 7 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur:

        Maximaal 10 dagen

      • Intraveneuze toediening in 20-60 minuten.
        Dosering op geleide van plasmaconcentratie bijstellen.

Indicatie: Infecties bij cystische fibrose
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 10 - 15 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Intraveneuze toediening in 20-60 minuten.
        Dosering op geleide van plasmaconcentratie bijstellen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Dosis reductie: Op geleide van spiegels (zie waarschuwingen en voorzorgen)
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Dosisreductie op geleide van spiegels (zie waarschuwingen en voorzorgen).
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Dosisreductie op geleide van spiegels (zie waarschuwingen en voorzorgen).
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Dosis reductie en intervalverlenging: Op geleide van spiegels (zie waarschuwingen en voorzorgen)

AMINOGLYCOSIDEN

OVERIGE AMINOGLYCOSIDEN
J01GB06

Gentamicine

Gentamicine (generiek)
J01GB03

Tobramycine inhalatie

TOBI, Bramitob, TOBI Podhaler, Nebris Steri-Neb, Vantobra
J01GB01

Bijwerkingen bij kinderen

Nefro- en ototoxiciteit, duizeligheid, spierzwakte of onderdrukking van de ademhaling door neuromusculaire transmissiestoornis, hoofdpijn, misselijkheid, braken

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (> 10%): Stoornis van de achtste hersenzenuw (vooral bij langdurige behandeling of bij hoge doseringen). Eosinofilie. Oligurie. Verhoogde transaminase, veranderingen in de nierfunctie, verhoogd serumureum en serumcreatinine. Soms (0,1-1%): Pijn op de injectieplaats. Duizeligheid, hoofdpijn. Proteïnurie. Urticaria, huiduitslag, pruritus. Zelden (0,01-0,1%): Misselijkheid, braken, diarree. Lethargie, koorts. Paresthesie, desoriëntatie, verwardheid. Hartkloppingen. Gehoorbeschadiging, tinnitus, duizeligheid. Visusstoornissen. Granulocytopenie, leukopenie, leukocytose, trombocytopenie, anemie. Verhoogd serumbilirubine en serum LDH. Verlaagd serumcalcium, - magnesium, -natrium en -kalium. Anafylactische reactie, exfoliatieve dermatitis. Zeer zelden (< 0,01%): Acuut nierfalen. Verder is gemeld spierzwakte of onderdrukking van de ademhaling door neuromusculaire blokkade. Obracin bevat sulfiet waardoor reacties van allergische aard kunnen worden veroorzaakt (vooral bij astmapatiënten) zoals bronchospasmen en soms anafylactische shock.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor aminoglycosiden of voor sulfiet. Uiterste voorzichtigheid is geboden bij nierfunctiestoornissen, dehydratie, hypovolemie, hoge leeftijd, nervus VIII-beschadiging, myasthenia gravis, parkinsonisme.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Dosering dient bepaald te worden met behulp van de gemeten serumconcentraties. Vanwege nefrotoxische en ototoxische effecten dienen de nier- en gehoorfuncties nauwlettend gecontroleerd te worden. In het algemeen is de nefrotoxiciteit lager bij eenmaal daags dan bij meermalen per dag doseren. De nefrotoxiciteit uit zich in schade aan de proximale tubuli; bij symptomen hiervan de dosering aanpassen of de toediening staken. Bij nierfunctiestoornis moet bij doseren op geleide van de creatinineklaring bovendien rekening worden gehouden met de soms slechte correlatie van de eliminatie met de creatinineklaring.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met neuromusculaire transmissiestoornissen of bij het gebruik van anaesthetica en/of neuromusulaire transmissieblokkers.
Tijdens de behandeling calcium-, magnesium- en natriumgehalte in het bloed controleren.
Voor het berekenen van een doseeradvies worden twee spiegels afgenomen. Een spiegel kort na start van de therapie en een spiegel halverwege of vlak voor de volgende gift. Bij hemodialyse wordt, indien praktisch haalbaar, geadviseerd om naast de topspiegel voor en na dialyse een spiegel af te nemen om de klaring tijdens dialyse te bepalen.
Vervolgspiegels:
- wekelijks bij gelijkblijvende nierfunctie
- minimaal twee keer per week bij wisselende nierfunctie, IC-patiënten, septische patiënten, dialysepatiënten en neonaten.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

De injectievloeistof bevat sulfiet; dit kan aanleiding geven tot allergische reacties (vooral astmapatiënten zijn hiervoor gevoelig) variërend van lichte astmatische aanvallen tot soms fatale anafylactische shock. Men dient rekening te houden met resistentieontwikkeling. Kruisresistentie en kruisovergevoeligheid met andere aminoglycosiden kunnen optreden; bij amikacine is dit wat betreft kruisresistentie in veel mindere mate het geval. Om oto- en nefrotoxische bijwerkingen zoveel mogelijk te voorkomen, dient de behandelduur zo kort mogelijk te worden gehouden, waarbij maxima worden gesteld aan de dagdoses en aan de totaal toegediende hoeveelheid. De ototoxiciteit kan dagen tot weken na staken manifest worden; vestibulaire stoornissen zijn minder ernstig en worden grotendeels gecompenseerd. Het verdient aanbeveling vóór, tijdens en 4–6 weken ná de behandeling audiometrische controle te verrichten; indien gehoorafname van hoge frequenties wordt vastgesteld of tinnitus of subjectief gehoorverlies optreedt, de toediening staken. Het risico van gehoorschade neemt toe bij overschrijden van maximumdoses en van aanbevolen dal- en piekspiegels, bij eerder of gelijktijdig gebruik van ototoxische middelen en bij gestoorde nierfunctie. Vóór aanvang en tijdens de therapie dient de nierfunctie te worden gecontroleerd (serumcreatininebepaling). Bij gestoorde nierfunctie óf de dosering óf het doseringsinterval aanpassen aan de mate van nierfunctie en/of aan de tobramycine-serumspiegel. De nefrotoxiciteit uit zich in schade aan de proximale tubuli; bij symptomen hiervan de dosering aanpassen of de toediening staken. De nierfunctie herstelt zich meestal geleidelijk na staken van de therapie (evt. ondersteunen met hemodialyse). Risicofactoren voor ernstige, eventueel acute nierinsufficiëntie zijn: dehydratie, hypovolemie, hoge leeftijd, pre-existente nierinsufficiëntie, overschrijden van maximale (dag)doses en van dal- en piekspiegels of behandelduur en eerder of gelijktijdig gebruik van andere nefrotoxische middelen. Tijdens de behandeling calcium-, magnesium- en natriumgehalte in het bloed controleren. Tobramycine uitsluitend toepassen als het therapeutisch voordeel opweegt tegen de potentiële risico's bij patiënten met een latente nier- of achtste hersenzenuwbeschadiging, veroorzaakt door eerdere behandeling met potentieel nefrotoxische geneesmiddelen. Ongecompliceerde infecties door voor tobramycine gevoelige micro-organismen behoren binnen 24–48 uur te reageren. Mocht dit niet het geval zijn, dan moet een alternatieve therapie worden overwogen. Men zij erop bedacht, dat bij nierinsufficiëntie de concentratie van tobramycine in de urine te laag kan zijn om effectief te zijn bij urineweginfecties. Aminoglycosiden kunnen in aanzienlijke hoeveelheden worden opgenomen van lichaamsoppervlakten na plaatselijke irrigatie/ aanbrengen.

Interacties

Interacties aminoglycosiden algemeen:

Relevant: het risico op nefrotoxiciteit is verhoogd bij combinatie met ciclosporine en cisplatine. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden. Het risico op nefrotoxiciteit kan tot 6 maanden na staken van cisplatine aanwezig zijn.

Niet relevant: het risico op nefrotoxiciteit is verhoogd bij combinatie met amfotericine B.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met carboplatine of lisdiuretica.

Niet beoordeeld: het risico op nefrotoxiciteit kan toenemen bij combinatie met bepaalde cefalosporines, polymyxines, vancomycine en NSAID's. Er is een verminderde renale klaring van gentamicine en amikacine opgetreden bij combinatie met indometacine bij prematuren en bij combinatie met andere NSAID's.

Aminoglycosiden kunnen de neuromusculaire blokkade (vooral de ademhalingsdepressie) veroorzaakt door perifeer werkende spierrelaxantia versterken.

Neomycine kan bij orale toediening de absorptie van sommige andere farmaca (met name digoxine en fenoxymethylpenicilline) verminderen en de werking van cumarinederivaten versterken.

Bij combinatie met verschillende betalactam-antibiotica kan een synergistische werking optreden tegen bepaalde bacteriën, zoals Pseudomonas aeruginosa en Enterococcus faecalis.

Aminoglycosiden kunnen in vitro worden geïnactiveerd door bepaalde penicillines; in vivo is deze inactivering alleen gezien bij ernstige nierfunctiestoornis.

Interacties antibacteriële middelen algemeen:

Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.


 

Referenties

  1. Hartwig, N.C. et al, Vademecum Pediatrische antimicrobiele therapie, 2005
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 20 nov 2014
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 20 nov 2014
  4. Bragonier R, et al, The pharmacokinetics and toxicity of once-daily tobramycin therapy in children with cystic fibrosis., J Antimicrob Chemother., 1998, Jul;42(1), 103-6
  5. de Hoog M, et al, Tobramycin population pharmacokinetics in neonates., Clin Pharmacol Ther., 1997, 62, 392-9
  6. Glass S, et al, The effects of intravenous tobramycin on renal tubular function in children with cystic fibrosis., J Cyst Fibros., 2005, 4, 221-5
  7. Hennig S, et al, Target concentration intervention is needed for tobramycin dosing in paediatric patients with cystic fibrosis--a population pharmacokinetic study, Br J Clin Pharmacol., 2008, 65, 502-10
  8. Massie J, et al, Pharmacokinetic profile of once daily intravenous tobramycin in children with cystic fibrosis., J Paediatr Child Health, 2006, 42, 601-5
  9. Nahata MC, et al, Effect of gestational age and birth weight on tobramycin kinetics in newborn infants, J Antimicrob Chemother, 1984, 14, 59-65
  10. Smyth AR, et al, Once-daily versus multiple-daily dosing with intravenous aminoglycosides for cystic fibrosis, Cochrane Database Syst Rev, 2012 , Feb 15, CD002009
  11. Touw DJ, et al, Population pharmacokinetics of tobramycin administered thrice daily and once daily in children and adults with cystic fibrosis, J Cyst Fibros, 2007, 6, 327-33
  12. Vic P, et al, Efficacy, tolerance, and pharmacokinetics of once daily tobramycin for pseudomonas exacerbations in cystic fibrosis, Arch Dis Child, 1998, 78, 536-9
  13. Eurocept BV, SPC Obracin (RVG 08886), , www.cbg-meb.nl, geraadpleegd 28 jan 2013, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h08886.pdf
  14. CBO, Richtlijn Diagnostiek en behandeling Cystic Fibrosis , www.cbo.nl, 2007
  15. Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid, Antibioticaboekje_Tobramycine, Geraadpleegd 28 jan 2013, http://customid.duhs.duke.edu/NL/Main/Antibiotic.asp?AntibioticID=205
  16. Pacifici GM, Clinical pharmacokinetics of aminoglycosides in the neonate: a review, Eur J Clin Pharmacol, 2009 , Apr;65(4), 419-27

Wijzigingen

  • 22 september 2015 09:44: Bij prematuur geboren babies is een onderscheid aangebracht naar postnatale leeftijd.
  • 22 januari 2015 22:12: De doseerfrequentie is aangepast naar een eenmaaldaagse dosering op basis van expert opinie.