Codeine

Stofnaam
Codeine
Merknaam
ATC code
R05DA04
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Pijn, niet productieve hoest.
≥12 jaar: On-label


 
 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Lichte tot matige pijn:
Kinderen vanaf 12 jaar: 0.5-1 mg/kg/ dosis , om de 6 uur, max 240 mg/dag

Verlichting van hoestklachten:
≥ 12 jaar:  Tabletten 5-10 mg/dosis om de 6 uur.  max 60 mg/dag. Stroop: 20 ml (=10 mg)/dosis,, max 4 dd
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 10 mg, 15 mg, 20 mg
Stroop 0.5 mg/ml. Bevat ethanol 10 mg/ml. 

Eigenschappen

Opiumalkaloïd met analgetische en hoestprikkeldempende werking.
Codeïne valt onder de bepalingen van de Opiumwet, maar niet in zijn volle omvang.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Pijn
  • Oraal
    • Tablet
      • 12 jaar tot 18 jaar
        [5]
        • 0,5 - 1 mg/kg/dosis zo nodig max 4 dd , max: 240mg/dag
Indicatie: Niet-productieve hoest (droge hoest)
  • Oraal
    • Tablet
      • 12 jaar tot 18 jaar
        [4] [5]
        • 5 - 10 mg/dosis zo nodig 4 dd , max: 60mg/dag
        • Niet gebruiken bij kinderen met een verminderde ademhalingsfunctie.

    • Stroop
      • 12 jaar tot 18 jaar
        • 10 mg/dosis zo nodig max 4 dd , max: 40mg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

HOESTPRIKKELDEMP.MIDD., EXCL COMB.PREP. MET EXPECTORANTIA

OPIUMALKALOIDEN EN DERIVATEN
R05DA09
R05DA07

Bijwerkingen bij kinderen

Hoestprikkeldemping en obstipatie
(In het bijzonder bij kleine kinderen: convulsies en hypotensie. Ademhalingsdepressie, vooral bij hoge dosering en bij kleine kinderen.)

Bijwerkingen bij volwassenen

Meest frequent: bij gebruik als hoestmiddel misselijkheid, braken, obstipatie, duizeligheid, hartkloppingen en jeuk. Verder hoofdpijn, dorst, duizeligheid, sufheid, slaperigheid, stemmingsveranderingen, zwakheid, hallucinaties, verwardheid, desoriëntatie, convulsies, visusstoornissen, tachycardie, bradycardie, flauwvallen, orthostatische hypotensie, galwegspasme, pancreatitis, oligurie, urineretentie. Bij hoge doses: opwinding en angst. Zelden: allergische huidreacties, anafylactische reacties, toename colonmotiliteit of toxische colondilatatie bij chronische colitis ulcerosa.


Snelle metaboliseerders voor CYP2D6 vormen meer morfine dan personen met een normaal metabolisme, waardoor er meer kans is op bijwerkingen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Kinderen < 12 jaar.

Als analgeticum bij kinderen (12-18 jaar) die een tonsillectomie en/of adenoïdectomie ondergaan ter behandeling van obstructieve slaapapneu, wegens meer kans op het ontwikkelen van ernstige en levensbedreigende ademhalingsdepressie.

Contraindicaties bij volwassenen

Verminderde ademreserve (emfyseem, astma). Hersentrauma, verhoogde intracraniële druk, convulsieve aandoeningen. Leverinsufficiëntie. Snelle CYP2D6-metaboliseerder.


Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij Cyp2D6 ultrarapid metabolizers kan door versnelde omzetting van codeine in morfine sufheid en mogelijk respiratoire depressie optreden. Dit risico lijkt met name verhoogd op zeer jonge leeftijd en bij verminderde nierfunctie.

Altijd voorschrijven in combinatie met een laxans. De stroop bevat tevens 1 vol % alcohol (ethanol).

Adjuvans aan paracetamol bij chronische pijn.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij opvallend weinig werkzaamheid of bij meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme;

 Wees voorzichtig bij koorts, colitis ulcerosa, stricturen van de urethra, recente abdominale of renale operatie, ernstig gestoorde nierfunctie, bijnierschorsinsufficiëntie, prostaathyperplasie, hypothyroïdie, onbehandeld myxoedeem, cardiovasculaire aandoeningen, toxische psychose, galblaasaandoeningen of galstenen, acute buikaandoening, shock en bij ouderen. Bij supraventriculaire tachycardie in de anamnese rekening houden met de vagolytische werking van codeïne. Vanwege het optreden van obstipatie wordt aanbevolen gelijktijdig een laxans te gebruiken. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden  kunnen daarvan hinder ondervinden. Gewenning en afhankelijkheid kunnen – hoewel zelden – optreden.

Interacties

Interacties opoiden algemeen:

Relevant: bij combinatie van fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol met de niet-selectieve MAO-remmers fenelzine en tranylcypromine is serotonerge toxiciteit gemeld (onder andere opwinding, spierrigiditeit, hyperpyrexie, zweten, bewusteloosheid, soms ademhalingsdepressie en hypotensie). Combinatie van fentanyl of pethidine met fenelzine en tranylcypromine moet worden vermeden; bij oxycodon en tramadol moet men bedacht zijn op de symptomen.

Bij combinatie van pethidine met moclobemide of selegiline is serotonerge toxiciteit gemeld.

Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden. In geval van buprenorfinepleister kan het omgekeerde wel: een opioïdagonist kan worden toegevoegd aan een buprenorfinepleister bij chronische hevige pijn.

Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie van niet-selectieve MAO-remmers met opioïden anders dan fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol; de meeste fabrikanten ontraden echter het gebruik tijdens of binnen 2 weken na behandeling met niet-selectieve MAO-remmers.

Er is ook onvoldoende onderbouwing voor interactie van moclobemide, rasagiline of selegiline met opioïden anders dan pethidine.

Niet beoordeeld: de sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 10 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 10 nov 2014
  4. Novum Pharma BV, SPC Melrosum Extra sterk (RVG 03732) 09-12-2015, www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 30 juni 2014, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h03732.pdf
  5. Pharmachemie BV, SmPC Codeinefosfaat (RVG 55441) 04-09-2018, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen

  • 21 september 2018 11:39: Harmonisering advies bij pijn met SmPC
  • 05 juli 2016 13:49: Het doseeradvies voor kinderen is aangepast op basis van de herziening van de SmPC
  • 19 april 2016 09:42: Waarschuwing toegevoegd om codeine niet te gebruiken bij kinderen met een verminderde ademhalingsfunctie