Levothyroxine is een synthetische vorm van het schildklierhormoon thyroxine (T4, tetrajodothyronine). De werking is gelijk aan die van natuurlijk voorkomend schildklierhormoon. Het overwegend inactieve T4 wordt omgezet in het actieve tri-jodothyronine (T3) in de perifere weefsels. T3 bindt aan schildklierreceptoreiwitten in de celkern en veroorzaakt metabole effecten via de controle van DNA-transcriptie en eiwitsynthese.
De absorptie na orale toediening is wisselend en onvolledig: 50-80%, vooral in aanwezigheid van voedsel. De intraveneuze dosis is dus lager.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Hypothyreoidie: off-label
Congenitale hypothyreoidie: off-label
Suppletie bij hyperthyreoidie na thyreostatica: Off-label
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Tablet (Na-zout als x-water) 13 µg, 25 µg, 50 µg, 62 µg, 75 µg, 88 µg, 100 µg, 112 µg, 125 µg, 137 µg, 150 µg, 175 µg, 200 µg
Drank (Levothyroxinenatrium) 5 µg/ml (Ad-Hoc bereider)
Levothyroxine injvlst 0,1 mg/ml (A15 bevat per ml 414 mg propyleenglycol en 80 mg ethanol, SAHZ bevat per ml 414,4 mg propyleenglycol en 79,1 mg ethanol).
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| Hypothyreoidie |
|---|
|
| Congenitale hypothyreoidie |
|---|
|
| Suppletie na thyreostatica |
|---|
|
| Juveniel myxoedeem |
|---|
|
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.
GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Langdurig gebruik van excessief hoge doseringen levothyroxine kan leiden tot stoornissen in de botrijping. Craniostenose bij zuigelingen en vroegtijdige sluiting van de epifyse bij kinderen (bij zeer hoge doses).
In zeer zeldzame gevallen (0,01-0,1%) kan een pseudotumor cerebri optreden, vooral bij kinderen [SmPC Eferox].
Er zijn gevallen gemeld van circulatie collaps bij premature kinderen met een laag geboortegewicht [SmPC L-Thyroxin Henning].
Bij een optimale dosering treden geen bijwerkingen op. Te hoge doses of snel opvoeren van de dosering kan leiden tot symptomen van hyperthyroïdie.
Zeer vaak (> 10%): slapeloosheid. Hoofdpijn. Palpitaties.
Vaak (1-10%): hyperthyroïdie. Nervositeit. Tachycardie.
Zelden (0,01-0,1%): goedaardige intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri), vooral bij kinderen.
Frequentie onbekend: overgevoeligheidsreacties, waaronder huiduitslag, jeuk, urticaria, angio-oedeem en anafylactische reacties. Gewichtsafname. Tremor, rusteloosheid, opwinding. Hartaritmieën, atriumfibrilleren, extrasystolen, angina pectoris, hartfalen, myocardinfarct. Hypertensie, blozen. Dyspneu. Toenemende eetlust, misselijkheid, braken, buikpijn of -krampen, diarree. Onregelmatige menstruatie, verminderde vruchtbaarheid. Spierzwakte en -krampen, osteoporose (bij langdurig gebruik van hoge doses die leiden tot onderdrukking van TSH, vooral bij postmenopauzale vrouwen). Hyperhidrose, koorts, warmte-intolerantie, vermoeidheid.
Verder zijn epileptische aanvallen gemeld bij epilepsiepatiënten bij aanvang van de levothyroxinebehandeling, vooral wanneer de dosis snel werd verhoogd.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Tekenen overdosering: Nervositeit, slapeloosheid, tremor, tachycardie, zwaten, braken, koorts, gewichtsverlies en pseudotumor cerebri.
Johannesbroodpitmeel (Nutriton) en soja binden schildklierhormoon en gelijktijdige inname dient vermeden te worden.
Bij behandeling van premature neonaten met een laag geboortegewicht is controle van de hemodynamische parameters aangewezen, omdat een circulatoire collaps kan optreden als gevolg van de nog onvoldoende ontwikkelde bijnierfunctie.
Bij kinderen moet epiphysiolyse van de femurkop in de gaten worden gehouden.
Wees voorzichtig bij:
Bij secundaire hypothyroïdie kan bijnierschorsinsufficiëntie bestaan. In dat geval corticosteroïden toedienen alvorens levothyroxine te geven; onder invloed van schildklierhormoon neemt het metabolisme namelijk sneller toe dan het herstel van de bijnierschorsfunctie, zodat acute insufficiëntie kan optreden.
Patiënten met euthyroïde niet-autonoom struma kunnen alleen behandeld worden mits is aangetoond dat de TSH-respons ongestoord is.
Bij een malabsorptiesyndroom is de orale opname van levothyroxine verminderd.
Er is weinig ervaring met parenterale toediening bij verminderde nier- en/of leverfunctie.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Relevant:
Afname levothyroxine: de concentratie daalt door ritonavir en lopinavir.
Toename levothyroxine: de concentratie stijgt door glucagonachtig peptide (GLP)-1-agonisten.
Absorptie: de absorptie van thyreomimetica wordt sterk verminderd door gelijktijdige inname van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadvies):
De combinatie met orlistat moet worden vermeden.
Afname thyreomimetica: de behoefte aan thyreomimetica kan toenemen door anti-epileptica (carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, oxcarbazepine, valproïnezuur) en rifampicine.
Overig effect: de werking van VKA's wordt versterkt bij het instellen op thyreomimetica.
Niet relevant:
Afname levothyroxine: de absorptie kan afnemen door cimetidine.
Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met ciprofloxacine en raloxifeen.
Niet beoordeeld:
Absorptie: de absorptie kan afnemen door lanthaancarbonaat; een tussenpoos van ten minste 2 uur wordt aanbevolen.
Bepaalde tyrosinekinaseremmers (imatinib, sunitinib, sorafenib) kunnen de werkzaamheid van levothyroxine verminderen; hypothyreoïdie kan optreden.
Propylthiouracil (in hoge doses), propranolol en andere β-sympathicolytica, glucocorticoïden, amiodaron en jodiumhoudende contrastmiddelen remmen de perifere omzetting van T4 in T3 en verminderen zo het effect van levothyroxine.
Overig effect: bij het instellen van therapie met levothyroxine kan de behoefte aan bloedglucoseverlagende middelen toenemen. Omgekeerd kan een verlaging van de dosis levothyroxine leiden tot hypoglykemie indien de dosering van de bloedglucoseverlagende middelen niet wordt aangepast.
Het effect van digoxine kan verminderen.
Het effect van sympathicomimetica kan worden versterkt.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| SCHILDKLIERHORMONEN | ||
|---|---|---|
|
Emcitate
|
H03AA04 | |
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.