Ataluren

Stofnaam
Ataluren
Merknaam
Translarna
ATC code
M09AX03
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Bij een nonsense-mutatie in het DNA is er een voortijdig stopcodon in de genetische mRNA-code aanwezig, waardoor de aanmaak van een volledig eiwit niet mogelijk is; de translatie stopt voordat de volledige lengte van een eiwit is bereikt. Door interactie van ataluren met het ribosoom leest het ribosoom over het nonsense-stopcodon in het mRNA molecuul heen. Deze ribosomale 'read-through' van mRNA resulteert in de productie van een eiwit van volledige lengte.

Ataluren is geregistreerd onder zogenaamde 'voorwaardelijke toelating', waarbij aanvullend bewijs over de voordelen van ataluren nog wordt afgewacht.

Farmacokinetiek bij kinderen

F= 55%
T1/2: 2-6 uur

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Spierdystrofie van Duchenne bij ambulante patienten:
> 2 jaar: 40 mg/kg/dag verdeeld in 10-10-20 mg/kg/dosis.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Gran. voor orale susp. 125 mg, 250 mg, 1000 mg

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Spierdystrofie van Duchenne bij ambulante patienten
  • Oraal
    • ≥ 2 jaar en ≥ 12 kg
      [1]
      • 40 mg/kg/dag verdeeld in 3 ongelijke doses: 10-10-20 mg/kg/dosis.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

  • GFR ≥30: aanpassing van de dosis niet nodig
  • GFR 10-30: algemeen advies kan niet worden gegeven; overweeg of het beoogd effect van ataluren opweegt tegen de mogelijke risico's.
  • GFR <10: algemeen advies kan niet worden gegeven; overweeg of het beoogd effect van ataluren opweegt tegen de mogelijke risico's
Klinische gevolgen

Bij verminderde nierfunctie neemt de blootstelling aan ataluren en de acylglucuronidemetaboliet toe. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd.

Klinische gevolgen:
De toxiciteit van de metaboliet is niet bekend. In een studie met 1-malig ataluren was de blootstelling ataluren bij personen met ClCr <30 ml/min 61% hoger in vergelijking met personen met normale nierfunctie. De blootstelling acylglucuronidemetaboliet was 3-8x hoger.

Bijwerkingen bij kinderen

Het bijwerkingenprofiel bij kinderen komt overeen met het bijwerkingenprofiel bij volwassenen.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): braken.

Vaak (1-10%): hoofdpijn, hypertensie. Hoest, neusbloeding. Maagklachten, misselijkheid, buikpijn, flatulentie, obstipatie. Verminderde eetlust. Erytheem. Pijn in de ledematen, skeletspierpijn op de borst. Hematurie, enurese. Koorts. Gewichtsafname. Hypertriglyceridemie.

Verder zijn gemeld: verhoogde concentratie cholesterol, verandering in nierfunctietesten (verhoogde waarden van serumcreatinine, ureum, cystatine C).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Controleer bij alle patiënten: het serumcreatinine, ureum en cystatine C iedere 6–12 maanden of vaker indien nodig op basis van de klinische status. Controleer totaalcholesterol, LDL, HDL, en triglyceriden jaarlijks of vaker indien nodig op basis van de klinische status. Controleer bij comedicatie met corticosteroïden de bloeddruk elke 6 maanden of vaker indien nodig op basis van de klinische status. Controleer patiënten met nierinsufficiëntie zorgvuldig.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Ataluren is substraat voor UGT1A9. Het remt OAT3.

Relevant:
Afname ataluren: de concentratie daalt door rifampicine.

Overig effect: de nefrotoxiciteit van aminoglycosiden kan toenemen; ataluren moet niet worden gebruikt tot 2 dagen na staken van het aminoglycoside.

Niet relevant: de blootstelling aan ciprofloxacine stijgt.

Niet beoordeeld: in combinatie met corticosteroïden voor systemisch gebruik is het risico op hypertensie verhoogd; geadviseerd wordt ten minste elke 6 maanden de bloeddruk te controleren.
Voorzichtigheid is geboden bij combinatie met substraten van de aniontransporters OAT1, OAT3 en OATP1B3, waaronder aciclovir, oseltamivir, captopril, bumetadine, furosemide, valsartan, pravastatine en rosuvastatine.

De blootstelling van adefovir neemt toe met ong. 60%.

OVERIGE MIDDELEN BIJ ZIEKTEN VAN HET SKELETSPIERSTELSEL

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

OVERIGE MIDDELEN BIJ ZIEKTEN VAN HET SKELETSPIERSTELSEL

Nusinersen

Spinraza
M09AX07
M09AX09

Risdiplam

Evrysdi
M09AX10

Referentie

  1. PTC Therapeutics International Limited, SmPC Translarna (EU/1/13/902/003) 31-08-2018, www.geneesmiddeleninformatiebank

Wijzigingen

  • 13 juni 2023 09:39: Opmerking toegevoegd: de dagdosering wordt in ongelijke delen over de dag verdeeld.
  • 11 mei 2022 17:19: Doseeradvies bij nierfunctiestoornissen aangepast op basis van advies Werkgroep dosering bij nierfunctiestoornissen.
  • 14 september 2018 11:01: NIEUW TOEGEVOEGD

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering