Paricalcitol

Stofnaam
Paricalcitol
Merknaam
Zemplar
ATC code
H05BX02
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Preventie en behandeling van secundaire hyperparathyreoidie bij chronische nierziekte stadium 3-4:
>10 - 16 jaar: start 1 microg 3 x per week, dosering vervolgens titreren op basis van iPTH-spiegels en serumcalcium en -fosfaatspiegels. Dosering kan elke 4 weken met stappen van 1 microg verhoogd worden. De dosering kan op elk moment met 1 microg verlaagd worden.
> 16 jaar: startdosering op basis van baseline iPTH-spiegel:
< 500 pg/ml: 1 microg/dag of 2 microg 3 x per week
> 500 pg/ml: 2 microg/dag of 4 microg 3 x per week
Onderhoud: titreren op basis van iPTH-spiegels en serumcalcium en -fosfaatspiegels.

Indien de PTH-concentratie met 30-60% afneemt, dosering handhaven;

indien de PTH-concentratie toeneemt, gelijk blijft of met minder dan 30% afneemt, dosering verhogen met 1 µg 1x per dag of 2 µg 3x per week, met tussenpozen van 2-4 weken;

indien de PTH-concentratie met meer dan 60% afneemt of de concentratie intact PTH lager wordt dan 60 pg/ml, dosering verlagen met 1 µg 1x per dag of 2 µg 3x per week, met tussenpozen van 2-4 weken; indien de patiënt reeds de laagste dosis krijgt, kan de doseerfrequentie worden verlaagd;



Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule 1 µg, bevat 0,71 mg ethanol.

Eigenschappen

Synthetisch vitamine D-analoog van calcitriol met modificaties aan de zijketen (D2) en de A-(19-nor-)ring die selectieve vitamine D-receptor (VDR)-activatie mogelijk maakt. Het verhoogt selectief de VDR-expressie in de bijschildklier zonder de VDR-expressie in de darmen te verhogen en is minder actief op botresorptie. Het verhoogt ook de calcium-sensing receptor (CaSR) in de bijschildklier. Door remming van de proliferatie van de bijschildklier reduceert het de parathyroïdhormoon (PTH)-concentratie, met minimaal effect op de calcium- en fosfaatconcentratie. Daarnaast acteert het direct op botcellen, waardoor de botdichtheid behouden blijft en mineralisatie-oppervlakten verbeteren.

Kinetische gegevens

Leeftijd 10-16 jaar CNI stadium 3 CNI stadium 4
T1/2 13,3 ± 4,3 uur 15,2 ± 4,4 uur
Cmax 0,12 ± 0,06 ng/ml 0,14 ± 0,05 ng/ml

Bron: SmPC

 

Doseringen

Indicatie: Preventie en behandeling van secundaire hyperparathyreoidie bij chronische nierziekte stadium 3-4
  • Oraal
    • 10 jaar tot 17 jaar
      [1]
      • Startdosering: 1 microg./dosis, 3 x per week.
      • Onderhoudsdosering: Startdosering titreren op basis van iPTH-spiegels en serumcalcium en -fosfaatspiegels.  1 - 7 microg./dosis, 3 x per week.
        • Ophogen in stappen van 1 microg per 4 weken
        • Op elk moment kan de dosering met 1 microg verlaagd worden of gestaakt worden en later hervat wanneer de patient reeds laagste dosis van 1 microg krijgt.
    • ≥ 17 jaar
      [1]
      • Startdosering op basis van baseline iPTH-spiegel:
        < 500 pg/ml: 1 microg/dag of 2 microg 3 x per week
        > 500 pg/ml: 2 microg/dag of 4 microg 3 x per week
        Onderhoud: titreren op basis van iPTH-spiegels en serumcalcium en -fosfaatspiegels.

        • Indien de PTH-concentratie met 30-60% afneemt, dosering handhaven;
        • indien de PTH-concentratie toeneemt, gelijk blijft of met minder dan 30% afneemt, dosering verhogen met 1 microg 1x per dag of 2 microg 3x per week, met tussenpozen van 2-4 weken;
        • indien de PTH-concentratie met meer dan 60% afneemt of de concentratie intact PTH lager wordt dan 60 pg/ml, dosering verlagen met 1 µg 1x per dag of 2 µg 3x per week, met tussenpozen van 2-4 weken; indien de patiënt reeds de laagste dosis krijgt, kan de doseerfrequentie worden verlaagd;

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Niet van toepassing (geindiceerd voor kinderen met nierfunctiestoornis)

Bijwerkingen bij kinderen

BIj kinderen zijn hypercalciemie, hyperfosfatemie, hoofdpijn en misselijkheid gemeld.

Bijwerkingen algemeen

Vaak (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid, smaakstoornis. Maagongemak, gastro-oesofageale reflux, verminderde eetlust, diarree. Huiduitslag, jeuk, acne. Hypoparathyreoïdie, hypercalciëmie, hyperfosfatemie, stijging van het calciumfosfaat–product (Ca × P). Gevoelige borsten.

Soms (0,1-1%): hypo- of hypertensie, aritmie, atriumflutter, palpitaties, hartstilstand. Overgevoeligheid. Infectie, sepsis. Neusbloeding, hoesten, dyspneu, astma, pneumonie, longoedeem. Coma, CVA, voorbijgaand ischemisch infarct, syncope, myoclonus, hypo-esthesie, paresthesie, ataxie. Verwardheid, delirium, depersonalisatie, agitatie, slapeloosheid, nervositeit. Glaucoom, conjunctivitis. Ooraandoening. Droge mond, dysfagie, misselijkheid, braken, braken, dyspepsie, buikpijn, obstipatie, gastritis, colitis, rectale bloeding. Urticaria, vesiculobulleuze dermatitis, alopecia, hirsutisme, overmatig zweten. Lymfadenopathie. Gewrichtspijn, gewrichtsstijfheid, rugpijn, spiertrekkingen, spierpijn. (Perifeer) oedeem, pijn op de injectieplaats, pijn op de borst, koorts, krachteloosheid, malaise, dorst. Borstkanker. Impotentie. Gewichtsafname. Anemie, leukopenie. Verlengde bloedingstijd, abnormale leverenzymwaarden. Hyperparathyreoïdie, hyperkaliëmie, hypocalciëmie. Bij pre-dialysepatiënten: stijging serumcreatinine.

Verder zijn gemeld: larynxoedeem, angio-oedeem. Maag-darmbloeding.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

vitamine D-toxiciteit;
hypercalciëmie.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Oversuppressie van parathyroïdhormoon kan resulteren in een verhoogde calciumconcentratie wat kan leiden tot metabole botziekte. Chronische hypercalciëmie kan ook in verband worden gebracht met gegeneraliseerde vasculaire verkalking en andere weke delen verkalking. Indien de dosering is vastgesteld, het serumcalcium en –fosfaat elke maand meten, de intacte PTH (iPTH) in het serum elke drie maanden. Bij dosisaanpassingen kan het nodig zijn vaker laboratoriumonderzoek uit te voeren. Er is geen ervaring bij ernstige leverinsufficiëntie.

In pre-dialysepatiënten kan paricalcitol het serumcreatinine verhogen (en daardoor de geschatte GFR verminderen) zonder de echte glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) te veranderen.

Interacties

Relevant: het risico op hyperfosfatemie en hypercalciëmie neemt toe bij combinatie met burosumab. Gelijktijdige behandeling moet worden vermeden.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met ketoconazol.
Niet beoordeeld: colestyramine kan de absorptie verminderen; paricalcitol moet ten minste 1 uur voor of 4-6 uur na colestyramine worden ingenomen.
Bij combinatie met aluminiumzouten kan de concentratie van aluminium worden verhoogd.
Thiaziden en calciumzouten kunnen het risico op hypercalciëmie verhogen.
Combinatie met digoxine kan leiden tot hartritmestoornissen.
Combinatie met magnesiumzouten kan het risico op hypermagnesiëmie verhogen.


 

Referenties

  1. AbbVie B.V., SmPC Zemplar capsule (RVG 100436) 19-03-2017, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, bijwerkingen, waarschuwingen & voorzorgen, contra-indicaties), 15 aug 2018
  3. Informatorium Medicamentorum, (interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 08 jan 2019 (ia)

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering