Calciumlactogluconaat

Stofnaam
Calciumlactogluconaat
Merknaam
ATC code
A12AA20
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Kinderen: 500-1000 mg/dag. In ernstige gevallen kan 1,5-2 gram/dag nodig zijn.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Geen commercieel handelsprodukt beschikbaar in Nederland.

Eigenschappen

Calcium is van belang voor de botvorming en speelt een rol bij de bloedstolling, de spieractiviteit, het handhaven van de permeabiliteit van de membranen en bij de voortgeleiding van de zenuwprikkels in de neuromusculaire overgangen.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Algemene opmerkingen

500 mg Calcium = 12,5 mmol Calcium

Doseringen

Indicatie: Hypocalciemie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Doseren op geleide plasma concentraties.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

CALCIUM

CALCIUM

Calciumcarbonaat

Calci-chew, Cacit
A12AA04
A12AA07
A12AA03
CALCIUM MET ANDERE MIDDELEN
A12AX
CALCIUM

Calciumcarbonaat

Calci-chew, Cacit
A12AA04
A12AA07
A12AA03
CALCIUM MET ANDERE MIDDELEN
A12AX

Bijwerkingen bij volwassenen

Soms (0,1-1%): Hypercalciëmie, hypercalciurie. Zelden (0,01-0,1%): Overgevoeligheid, huiduitslag, jeuk, netelroos. Flatulentie, obstipatie, diarree, misselijkheid, braken, buikpijn. Zeer zelden (< 0,01%): anafylactische reactie, angio-oedeem.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Hypercalciëmie (bv. bij hyperparathyroïdie, vitamine D-overdosering, decalcificerende tumoren zoals plasmocytoma, botmetastasen). Ernstige nierinsufficiëntie. Hypercalciurie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Niet tegelijk met fosfaat.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij lichte hypercalciurie (> 300 mg = 7,5 mmol per 24 uur) of nefrolithiase in de anamnese de calciumuitscheiding in de urine zorgvuldig controleren; zo nodig de dosering verlagen of de calciumtherapie onderbreken. Bij nierinsufficiëntie dient inname van calcium onder medisch toezicht plaats te vinden en het serumgehalte van calcium en fosfaat regelmatig gecontroleerd te worden. Bij hoge doses en vooral in combinatie met vitamine D de calciumspiegel en nierfunctie regelmatig controleren. Bij hypoparathyroïdie calcium toedienen op geleide van de calciumserumconcentratie. Bij recidiverende nefrolithiase het vloeistofgebruik verhogen, m.n. bij opstaan en slapen gaan en bij de hoofdmaaltijden. Tijdens calciumtherapie toediening van grote hoeveelheden vitamine D vermijden, tenzij hiervoor een speciale indicatie bestaat. Bij homozygote fenylketonurie dient men rekening te houden met de hoeveelheid fenylalanine die door aspartaam wordt geleverd. Bij kinderen en zwangere vrouwen met fenylketonurie dient de calciumsuppletie in een andere vorm te gebeuren daar aspartaamgebruik bij deze patiënten wordt ontraden.

Interacties

Interacties calciumzouten algemeen

Relevant: oraal toegediende calciumzouten verminderen de absorptie van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadvies):

  • bisfosfonaten: ten minste 2 uur vóór het calciumzout;
  • ciprofloxacine, norfloxacine, pipemidinezuur: ten minste 4 uur vóór het calciumzout, of de therapie moet worden aangepast;
  • tetracyclines: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
  • thyreomimetica: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
  • integraseremmers: ten minste 2 uur vóór of 2 uur na het calciumzout;
  • eltrombopag: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout.


Er zijn incidentele meldingen van calcium-ceftriaxon-neerslagen in de longen en nieren van neonaten, soms met fatale afloop. Ceftriaxon dient niet te worden gemengd of gelijktijdig te worden toegediend met intraveneuze calciumbevattende oplossingen. De oplossingen mogen wel na elkaar worden toegediend als de infusielijn grondig wordt gespoeld. Bij neonaten jonger dan 28 dagen is de combinatie gecontraïndiceerd, ceftriaxon mag niet worden toegediend bij intraveneuze toediening van calciumbevattende oplossingen.

Niet relevant: de absorptie van strontiumranelaat kan afnemen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met moxifloxacine, (lev)ofloxacine of van hoge intraveneuze doses calcium met digoxine of adrenaline.

Niet beoordeeld: de absorptie van zink kan afnemen.

Bij intraveneuze toediening van calciumzouten kan door antagonisme voor de calciumkanalen de effectiviteit van verapamil en mogelijk ook van andere calciumantagonisten worden verminderd.

Bij gebruik van hoge doses calciumzouten en thiazidediuretica (verminderen calciumuitscheiding) neemt het risico op hypercalciëmie toe.

Citraat verhoogt de absorptie van aluminiumionen, waardoor bij combinatie van calciumcitraat en algeldraat (bij hyperfosfatemie) een risico op aluminiumintoxicatie bestaat. Bij het oplossen van calcium in bruistabletten en bruisgranulaat ontstaat calciumcitraat.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. College voor zorgverzekeringen (CVZ), Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 11 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 okt 2018
  4. Sandoz BV, SPC Calcium Sandoz Bruis (RVG 27646), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 26 mei 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h27646.pdf

Wijzigingen