Furosemide

Stofnaam
Furosemide
Merknaam
Lasix
ATC code
C03CA01

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Hypertensie: On-label
Diurese: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Oedeem, hypertensie
Kinderen: 

PO: Starten met een lage dosering en voorzichtig ophogen. Als richtdosering geldt 1-3 mg per kg lichaamsgewicht zo nodig te verhogen op geleide van het klinische beeld tot maximaal 40 mg/dag.

IV: Starten met een lage dosering en voorzichtig ophogen. Geen specificaties ten aanzien van dosering.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

(Conc. voor) infusieopl. 10 mg/ml
Inj.vlst. 10 mg/ml
Infusievlst. 1000mg/400 ml in pomp 100 ml/uur
Tablet 20 mg, 40 mg, 500 mg
Caps. met gereguleerde afgifte 60 mg
Furosemide drank 2 mg/ml FNA; 5 mg/ml FNA

Eigenschappen

Lisdiureticum. Furosemide remt de terugresorptie van natrium–en chloorionen in het opstijgende deel van de Lis van Henle. De uitscheiding van kalium, calcium en magnesium wordt bevorderd

Kinetische gegevens

Biologische beschikbaarheid 40-80%.

Neonaten
Afhankelijk van de rijping van de nieren kan de uitscheiding van furosemide langzaam verlopen. Bij kinderen met onvoldoende capaciteit tot glucuronidering is ook het metabolisme van furosemide verminderd.  De halfwaardetijd bij neonaten is minder dan 12 uur. Bij een postnatale leeftijd vanaf 2 maanden is de klaring gelijk aan die van volwassenen.

Doseringen

Indicatie: Overvulling en oedeem.
  • Oraal
    • Prematuren, Zwangerschapsduur < 37 weken
      [6]
      • 0,5 - 1 mg/kg/dosis, zo nodig, max: 2 mg/kg/dag.
    • a terme neonaat
      [6]
      • 0,5 - 1 mg/kg/dosis, zo nodig, max: 2 mg/kg/dag.
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 1 - 4 mg/kg/dag in 2 - 4 doses.
      • Advies inname/toediening:

        Nachtelijke piekdiurese kan vermeden worden door inname voor 17.00 uur.

      • Maximale dosering bij chronische nierinsufficiëntie of proteïnurie: 12 mg/kg/dag

  • Intraveneus
    • Prematuren, Zwangerschapsduur < 37 weken
      [6]
      • 0,05 - 2 mg/kg/dag, continu infuus, max: 5 mg/kg/dag.
      • ALTERNATIEF: intermitterende toediening (conform orale toediening):
        0,5-1 mg/kg/dosis, max 2 mg/kg/dag

    • a terme neonaat
      [6]
      • 0,05 - 2 mg/kg/dag, continu infuus, max: 5 mg/kg/dag.
      • ALTERNATIEF: intermitterende toediening (conform orale toediening):
        0,5-1 mg/kg/dosis, max 2 mg/kg/dag

         

    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 1 - 2 mg/kg/dosis, zo nodig. Maximale dosering per gift: 4 mg/kg/dosis.
      • Alternatief: Continue intraveneuze toediening: 2-4 mg/kg/dag (bij ernstige therapieresistentie max 12 mg/kg/dag)

        Intraveneuze dosis < 2 mg/kg langzaam intraveneus inspuiten (5 minuten).
        Intraveneuze dosis >2 mg/kg infunderen over 30-60 minuten. Injectievloeistof is sterk alkalisch, continue toediening over aparte lijn, niet samen met standaard IC medicatie.

Indicatie: Hypertensie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4] [8]
      • 0,5 - 2 mg/kg/dag in 1 - 2 doses , max: 6 mg/kg/dag.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

'HIGH-CEILING' DIURETICA

SULFONAMIDEN

Bumetanide

Burinex
C03CA02

Bijwerkingen bij kinderen

Gehoorbeschadiging (bij langdurig gebruik), hypokaliëmie, hypomagnesiëmie. Dehydratie kan vooral bij kinderen leiden tot trombo-embolische processen of collaps.

In premature zuigelingen zijn calcificatie van de nieren en nierstenen gemeld.

Bijwerkingen algemeen

Zeer vaak (> 10%): dehydratie, hypovolemie (m.n. bij ouderen), verstoring van de elektrolytenbalans. Verhoogd serumcreatinine, verhoogd serumtriglyceriden. (Orthostatische) hypotensie.

Vaak (1-10%): hemoconcentratie. Hyponatriëmie, hypochloremie, hypokaliëmie. Leverencefalopathie (bij hepatocellulaire insufficiëntie). Verhoogd urinevolume, verhoogde waarden cholesterol. Verhoogd urinezuur in serum, evt. leidend tot jichtaanval.

Soms (0,1-1%): trombocytopenie. Gehooraandoeningen, zoals tinnitus (meestal tijdelijk, vnl. bij nierinsufficiëntie en hypoproteïnemie), doofheid (soms irreversibel). Misselijkheid. Jeuk, urticaria, huiduitslag, erythema multiforme, bulleuze dermatitis, pemfigoïd, exfoliatieve dermatitis, purpura, fotosensibilisatie. Verhoogde waarde ureum in serum, verlaging glucosetolerantie.

Zelden (0,01-0,1%): leukopenie, eosinofilie, beenmergdepressie. Anafylactische/anafylactoïde reactie, anafylactische shock. Paresthesieën, hyperosmolair coma. Asthenie, kramp. Vasculitis. Maag-darmklachten (braken, diarree, obstipatie, droge mond). Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, verergering/activering van lupus erythematodes. Tubulo–interstitiële nefritis. Koorts. Visusstoornis, wazig zicht. Slaperigheid, verwardheid.

Zeer zelden (< 0,01%): aplastische anemie, hemolytische anemie, agranulocytose. Cholestase, acute pancreatitis, transaminasewaarden verhoogd.

Verder zijn gemeld: hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, metabole alkalose. Duizeligheid, flauw vallen (door hypotensie), hoofdpijn. Trombose. Acuut gegeneraliseerd pustuleus exantheem (AGEP), geneesmiddeluitslag met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), lichenoïde reacties. Acute urineretentie bij een gedeeltelijke urinewegverstopping, nefrocalcinose of nefrolithiase, of meer kans op het openblijven van de ductus arteriosus (bij 'infant respiratory distress syndrome') in prematuren, nierfalen. Pseudo-Bartter-syndroom. Bij injectie: pijn/reactie op de injectieplaats.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • hypovolemie, dehydratie;
  • anurie door nierinsufficiëntie;
  • ernstige hypokaliëmie, ernstige hyponatriëmie;
  • (pre–)comateuze toestand als gevolg van leverencefalopathie;
  • overgevoeligheid voor sulfonamiden;
  • tabletten 500 mg: glomerulaire filtratiesnelheid > 20 ml/mi

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij kinderen in het begin van de behandeling laag doseren om hypovolemie met circulatoire insufficiëntie door abrupte diurese te voorkomen. Combineren met spironolacton bij hypokaliëmie. Geen onderhoudstherapie bij neonaten (hypercalciurie) uitgezonderd bij cardiologische indicatie.

Intraveneuze toediening: Injectievloeistof is sterk alkalisch, continue toediening via een aparte lijn, niet samen met standaard IC medicatie. Cave ritmestoornissen, gebruik van digoxine of corticosteroiden.

Bij prematuren kunnen nefrocalcinose en nierstenen ontstaan; controle van de nierfunctie en een echo van de nieren is geïndiceerd. Bij prematuren met het 'respiratory distress syndrome' kan een behandeling met furosemide in de eerste levensweken de kans op een persisterende ductus arteriosus Botalli verhogen.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Instelling van de behandeling bij oudere patiënten, bij hypoproteïnemie bijvoorbeeld samenhangend met het nefrotisch syndroom (toegenomen kans op ototoxiciteit), bij ernstig hartfalen en bij levercirrose met ascites dient bij voorkeur langzaam, onder zorgvuldige controle én in de kliniek plaats te vinden. Verder voorzichtig zijn bij hypotensie, ernstig hartfalen, significante stenose van de kransaders of cerebrale bloedvaten, gestoorde leverfunctie, progressieve nierinsufficiëntie (hepato–renaal syndroom), hyperurikemie en bij jicht (in de anamnese).

Bij hypercalciëmie eerst een eventuele dehydratie corrigeren; tijdens de behandeling daarna met furosemide is eveneens een nauwkeurige vervanging van verloren vocht en elektrolyten noodzakelijk.

Patiënten met meer kans op radiocontrast-nefropathie vóór blootstelling aan radiocontrast intraveneus (re)hydrateren.

Serumelektrolyten controleren: Bij langdurige therapie, hoge dosering, digoxine gebruik, pre-existent leverlijden, diarree, braken, intens zweten, kaliumverlies door nierziekten of hyperaldosteronisme verdient het aanbeveling regelmatig de serumelektrolyten en het serumcreatinine te controleren en daarnaast hypovolemie, dehydratie, significante elektrolytverstoringen (m.n. hypokaliëmie) en zuur/baseverstoringen te corrigeren. Kaliumrijk dieet is aan te bevelen bij langdurig gebruik (aardappelen, bananen, tomaten, vruchtensappen, gedroogde vruchten, bloemkool, spinazie). Wees erop alert dat een verstoring in het elektrolytengehalte, m.n. hyponatriëmie, ook veroorzaakt kan worden door een hypervolemie.

Controleer regelmatig de nier- en leverfunctie bij langdurig gebruik of bij pre-existente nier- of leverfunctiestoornissen. Sterke diurese kan bij een gestoorde nierfunctie een (reversibele) nierfunctievermindering veroorzaken. Een adequate vochttoevoer is bij dergelijke patiënten noodzakelijk.

De klachten van een gedeeltelijke urinewegobstructie kunnen verergeren en acute urineretentie kan optreden.

Bij bestaande of latente diabetes mellitus is in het begin van de therapie regelmatig controle van de bloedglucosewaarden vereist.

Een verhoging van het serumcholesterol- en/of serumtriglyceridengehalte is mogelijk en keert bij voortzetting van de behandeling meestal binnen 6 maanden terug op het normale niveau.

Een bestaande metabole alkalose kan verergeren.

 

Furosemide 500 mg tabletten en het concentraat voor injectie alleen gebruiken bij een duidelijk verminderde GFR, vanwege het risico van overmatig vloeistof– en elektrolytenverlies.

De hulpstof propyleenglycol kan bij langdurig gebruik en/of gebruik van hoge doses, ernstige bijwerkingen geven, vooral bij een verlaagd metabolisme ervan, zoals bij jonge kinderen. Er gelden doseringslimieten; zie de informatie van de EMA: Questions and answers on propylene glycol (pdf 0,2 MB) hierover

Interacties

Relevant: het risico op nefrotoxiciteit door cisplatine kan worden verhoogd.

De plasmaconcentratie stijgt door Viekirax® in combinatie met dasabuvir.

Niet beoordeeld: fenytoïne en fenobarbital kunnen de werking van furosemide verminderen.

Bij combinatie met risperidon bij ouderen met dementie is een verhoogde mortaliteit gevonden; het mechanisme hiervan is niet vastgesteld, dehydratie was echter een risicofactor.

Bij combinatie met fluoxetine zijn enkele gevallen van onverwachte dood opgetreden; een causale relatie is niet vastgesteld, mogelijk speelt additie van hyponatriëmie een rol.

Galzuurbindende harsen kunnen de biologische beschikbaarheid verminderen.

Bij combinatie met terbutaline is het risico op hypokaliëmie verhoogd.


Interacties lisdiuretica algemeen: 

Relevant: NSAID's veroorzaken water- en zoutretentie, waardoor hartfalen kan optreden of verergeren. Dit effect kan al optreden binnen enkele dagen na start van het NSAID en is vooral van belang bij ernstig hartfalen. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; als dit niet mogelijk is, moet de nierfunctie worden gecontroleerd en te sterke ontwatering worden vermeden.

Er bestaat risico op plotselinge hypotensie wanneer een RAAS-remmer wordt toegevoegd aan therapie met een lisdiureticum; tevens kan nierinsufficiëntie optreden. Bij toevoeging aan een lisdiureticum moet de startdosering van de RAAS-remmer worden verlaagd; tijdelijk staken van het lisdiureticum is niet gewenst bij hartfalen.

De toxiciteit van lithium kan toenemen doordat de uitscheiding wordt geremd.

Gevaarlijke hypokaliëmie kan optreden bij combinatie met acetazolamide; bij voorkeur wordt ook een kaliumsparend diureticum of een kaliumzout toegevoegd.
Bij combinatie met ketanserine kunnen ernstige hartritmestoornissen optreden, het risico hierop is verhoogd bij hypokaliëmie.

Bij combinatie met carbamazepine of oxcarbazepine kan hyponatriëmie optreden.

De absorptie wordt verminderd door gelijktijdige inname met colestyramine. Het lisdiureticum moet ten minste 4 uur vóór colestyramine worden ingenomen.
Niet relevant: bij optreden van hypokaliëmie wordt de toxiciteit van digoxine versterkt.
Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie van lisdiuretica met aminoglycosiden.
Niet beoordeeld: bij optreden van hyperglykemie kan het effect van bloedglucoseverlagende middelen worden verminderd.
De werking van niet-depolariserende spierrelaxantia wordt versterkt.
Combinatie met corticosteroïden kan tot overmatig kaliumverlies leiden.



Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 27 mei 2020
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 08 jan 2019
  4. Heijden, van der AJ, Werkboek Kindernefrologie, VU Uitgeverij, 2010, 2e druk
  5. Centrafarm BV, SmPC Furosemide (RVG 57091) 14-05-2020, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  6. Werkgroep Neonatale Farmacologie NVK sectie Neonatologie, Expert opinie, 28 maart 2018
  7. Fresenius Kabi, SmPC Furosemide (RVG 34774) 16-02-2018, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  8. Lurbe, E. et al, European Society ofHypertension guidelines for the management of high blood pressure in children and adolescents, J Hypertens, 2016, 34 (1) , 1-34

Wijzigingen

  • 15 augustus 2018 12:14: PK data neonaten toegevoegd obv SmPC RVG 34774
  • 15 augustus 2018 12:06: Waarschuwing en bijwerking toegevoegd tav toepassing bij premature zuigelingen op basis van SmPC Furosemide (RVG 34774) Fresenius Kabi
  • 14 augustus 2018 17:25: Doseeradviezen voor overvulling en oedeem voor (premature) neonaten zijn toegevoegd obv expert opinie van de werkgroep neonatale farmacologie
  • 14 augustus 2018 17:22: Doseeradviezen voor overvulling en oedeem voor (premature) neonaten zijn toegevoegd obv expert opinie van de werkgroep neonatale farmacologie
  • 26 november 2015 16:27: De bronnen die ten grondslag liggen aan de furosemide monografie zijn opnieuw bekeken. Dit heeft geleid tot de reguliere update van rubrieken die gebaseerd zijn op het FK en IM.

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering