Carvedilol

Stofnaam
Carvedilol
Merknaam
ATC code
C07AG02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 3,125 mg, 6,25 mg, 12,5 mg, 25 mg, 50 mg
Susp oraal 1 mg/ml

Eigenschappen

Sterk lipofiele, niet-selectieve bèta-blokker met zwakke, niet klinisch relevante membraanstabiliserende werking zonder intrinsieke sympathicomimetische activiteit (ISA). Tevens heeft het een vaatverwijdend effect, dat vnl. berust op een alfa1-blokkerende werking. Verder wordt de plasmarenine-activiteit onderdrukt. Het vermindert de invloed van adrenerge prikkels op het hart en verlaagt de perifere vaatweerstand. Het is een anti-oxidant, maar de klinische relevantie van deze eigenschap staat niet vast. Het is een racemisch mengsel van twee stereo-isomeren, de bèta-blokkerende werking wordt toegeschreven aan de linksdraaiende isomeer, beide enantiomeren hebben alfa–blokkerende eigenschappen. Twee metabolieten zijn zeer sterke antioxidanten en de 4-hydroxyfenolmetaboliet is als bèta-blokker 13× potenter dan carvedilol.

Kinetische gegevens

Bij kinderen is de eliminatie halfwaardetijd korter dan bij volwassenen, respectievelijk 2.9 uur en 5.7 uur. Deze neemt toe met het vorderen van de leeftijd (Laer et al) .
De klaring van carvedilol is groter bij jonge kinderen, namelijk 2.7 l/u/kg op 1 jarige leeftijd en 0.7 l/u/kg bij 19 jaar (Albers et al).
 

Doseringen

Indicatie: Adjuvans behandeling bij standaardtherapie voor matig tot ernstig stabiel chronisch hartfalen, tevens bij hartfalen bij M. Duchenne
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [12] [13] [14] [15]
      • Startdosering: 0,1 mg/kg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Per 2 weken ophogen met 0,1 mg/kg/dag tot 0,2 - 0,8 mg/kg/dag in 2 doses , max:0,8mg/kg/dag maar niet hoger dan 50mg/dag
      • Er wordt gestart met een zeer lage orale dosis en per 2 weken voorzichtig opgehoogd tot de maximale dosering tenzij er klinische bijwerkingen (stuwingsverschijnselen, duizeligheid, symptomatische hypotensie, bradycardie) of verslechtering optreedt.
        Bij kinderen tot 3 jaar kunnen hogere doseringen (max. 1-1,5 mg/kg/dag in 2-3 doses) nodig zijn

        Toepassing uitsluitend in overleg met kindercardioloog

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

BETA-BLOKKERS

SELECTIEVE BETA-BLOKKERS
C07AB03
C07AB09

Metoprolol

Selokeen
C07AB02
ALFA- EN BETA-BLOKKERS

Labetalol

Trandate
C07AG01
NIET-SELECTIEVE BETA-BLOKKERS
C07AA05
C07AA07

Bijwerkingen bij kinderen

Dyspnoe, koude acra, provocatie van decompensatio cordis of hypoglykemie (zonder symptomen: cave diabetes patienten) en nachtmerries.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10 %): duizeligheid, hoofdpijn, asthenie (meestal mild, in begin van de behandeling), vermoeidheid. Hartfalen. Hypotensie. Genitaal oedeem.

Vaak (1–10%): bradycardie, orthostatische hypotensie, verstoring van de perifere circulatie. Oedeem, hypervolemie, vochtophoping. Visusstoornissen, verminderde traanvochtproductie, oogirritatie. Misselijkheid, braken, diarree, dyspepsie, buikpijn. Luchtweginfecties, dyspneu, longoedeem. Urineweginfecties, mictiestoornissen. Gewichtstoename, hypercholesterolemie. Vooral bij diabetes hyperglykemie, hypoglykemie (een latente diabetes kan manifest worden). Anemie. Depressieve stemming. Pijn (in extremiteiten). Nierfunctiestoornissen of nierfalen (bij diffuse vasculaire afwijkingen en/of onderliggende nierinsufficiëntie).

Soms (0,1–1%): AV-blok, angina pectoris, (pré–)syncope, paresthesie. Obstipatie. Huidreacties (allergisch exantheem, dermatitis, urticaria, jeuk, psoriasisachtige huidlaesies), alopecia. Erectiele disfunctie. Slaapstoornissen.

Zelden (0,01–0,1%): trombocytopenie. Neuscongestie.

Zeer zelden (< 0,01%): leukopenie. Droge mond. Allergische reacties. Ernstige huidreacties (incl. erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse). Verhoogde serumconcentraties van ALAT, ASAT en γ–GT. Reversibele urine–incontinentie bij vrouwen. Bij congestief hartfalen kunnen progressie van hartfalen en vochtretentie voorkomen tijdens het instellen van de behandeling.


 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Sinusbradycardie, AV block, hypotensie, astma en decompensatio cordis.

Contraindicaties bij volwassenen

Onbehandeld of chronisch niet-stabiel hartfalen. Sick-sinussyndroom (incl. SA–blok), tweede en derdegraads AV-blok zonder pacemaker, ernstige hypotensie (systolische bloeddruk < 85 mm Hg), cardiogene shock, klinisch relevante sinusbradycardie (hartfrequentie ≤ 50/min). Bronchospasme of astma (in de anamnese). Klinisch manifeste leverfunctiestoornis.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Grote voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van verapamil (Isoptin) in verband met kans op ernstige hartritmestoornissen. De klaring van oraal toegediende digoxine halveert bij carvedilol gebruik (Ratnapalan et al). Cave: digoxine intoxicatie.


 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Indien de hartfrequentie afneemt tot < 55 slagen/min en er symptomen van bradycardie optreden, de dosering verlagen. Bij 'ernstiger' bradycardie (< 50 slagen/min) de toediening staken. Beëindiging – ook tijdelijk – van een behandeling met β-blokkers dient, zo mogelijk, geleidelijk plaats te vinden gedurende 2 weken, zeker bij patiënten met een ischemische hartziekte. Plotseling staken kan leiden tot ernstige aritmieën of verergering van angina pectoris. Bij vermoeden van bronchospasmen de dosering verlagen. β-Blokkers kunnen de adrenerge symptomen van hyperthyroïdie en van hypoglykemie maskeren, terwijl herstel van de glucosespiegel na hypoglykemie kan worden vertraagd; regelmatig de glucosespiegel controleren bij diabetici, vooral in het begin van de behandeling en bij een dosisverandering. Bij continuering van toediening van een β-blokker tijdens algemene anesthesie rekening houden met meer kans op hypotensie. Voorzichtigheid is geboden bij ernstige overgevoeligheidsreacties in de anamnese en tijdens desensibilisatietherapie, omdat met name niet-selectieve β-blokkers de gevoeligheid voor allergenen en de ernst van anafylactoïde reacties kunnen vergroten. Bij een voorgeschiedenis van psoriasis, perifere circulatiestoornissen of perifere vaataandoeningen is terughoudendheid met β-blokkers geboden vanwege een mogelijke verergering van de klachten. Niet gebruiken bij labiele of secundaire hypertensie, orthostase, acute inflammatoire hartziekte, hemodynamische relevante obstructie van de hartkleppen of het uitstroom-kanaal, laatste fase van een perifere arteriële aandoening. Voorzichtig bij een eerstegraads AV-blok vanwege negatief dromotrope werking. Bij patiënten met hartfalen èn een lage bloeddruk (systolisch < 100 mmHg), ischemische hartziekte, algemene atherosclerose en/of een onderliggende nierinsufficiëntie is een reversibele achteruitgang van de nierfunctie waargenomen; aangeraden wordt tijdens instelling de nierfunctie te controleren en bij achteruitgang van de nierfunctie de dosering te verlagen of de behandeling te staken. Voorzichtig bij ouderen of prinzmetal-angina.

Interacties

Niet relevant: de plasmaconcentratie van ciclosporine kan stijgen.

Interacties β-Blokkers algemeen

Relevant:

β-Blokkers versterken het effect van: bij de eerste dosis van een niet-selectieve α1A-blokker (alfuzosine, doxazosine, terazosine) kan acute hypotensie optreden; dit kan worden verergerd bij toevoegen van de α-blokker aan de behandeling met een β-blokker.

Bij combinatie met diltiazem of verapamil kan de remmende werking op de AV-geleiding en de antihypertensieve werking worden versterkt, met als gevolg bradycardie, AV-block en hypotensie. De combinatie wordt in bepaalde gevallen bewust toegepast vanwege het synergistische effect, en wordt bij voorkeur (poli)klinisch ingesteld.

β-Blokkers verminderen het effect van: niet-selectieve β-blokkers en β-sympathicomimetica kunnen elkaars werking verminderen. Dit is van klinisch belang bij β-sympathicomimetica die bij astma of COPD worden toegepast, zie inleidende tekst Sympathicomimetica met vooral β2-effect.

Overig effect: niet-selectieve β-blokkers, en in mindere mate selectieve β-blokkers, kunnen de verschijnselen van hypoglykemie (bij gebruik van insuline, een sulfonylureumderivaat of repaglinide) maskeren en het herstel uit een hypoglykemie vertragen. Tevens kunnen ze tijdens hypoglykemie ernstige hypertensie veroorzaken. Verder kan de hypoglykemische werking van orale bloedglucoseverlagende middelen afnemen, omdat β-blokkers de door deze middelen geïnduceerde insulinesecretie uit het pancreas remmen.

Een niet-selectieve β-blokker wordt bij voorkeur vermeden, maar dit is niet altijd mogelijk. De 'veiligheid' van een selectieve β-blokker is relatief; bij hoge doses kan de selectiviteit verloren gaan.

β-Blokkers antagoneren de β-mimetische werking van adrenaline, dit is met name riskant bij anafylaxie (verminderde bronchusverwijding en verminderde hemodynamische werking). Deze interactie is vooral gemeld voor niet-selectieve β-blokkers en (vrijwel) niet voor selectieve β-blokkers.

NSAID's kunnen de antihypertensieve werking van de β-blokker verminderen; bij NSAID-gebruik tot 2 weken is dit effect weinig relevant. Bij overige indicaties van een β-blokker, zoals angina pectoris of tremor, is interactie met NSAID's niet beschreven.

Bij combinatie van een niet-selectieve β-blokker met clonidine kan paradoxale hypertensie optreden. Bovendien kan 'rebound'-hypertensie optreden bij staken van clonidine in aanwezigheid van een β-blokker. Bij staken van clonidine dient daarom eerst de β-blokker (tijdelijk) te worden gestaakt voordat het gebruik van clonidine geleidelijk wordt gestaakt.

Niet relevant: fingolimod verlaagt de hartslag; bij combinatie met een β-blokker kan de hartslag extra verlagen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met de selectieve α1A-blokkers silodosine en tamsulosine en voor interactie van selectieve β-blokkers met β-sympathicomimetica (bij astma of COPD).

Niet beoordeeld: antacida kunnen de absorptie van β-blokkers verminderen. Een interval van 2 uur tussen het innemen wordt aanbevolen.

Fenobarbital, primidon en rifampicine versterken het metabolisme in de lever van β-blokkers die voornamelijk door de lever worden gemetaboliseerd.

De β-mimetische werking van dopamine, efedrine en noradrenaline wordt geantagoneerd. Hierdoor blijft alleen de α-mimetische werking van deze stoffen over, waardoor hypertensie en reflexbradycardie kunnen optreden.

Cimetidine remt het metabolisme van propranolol, labetalol en metoprolol en andere β-blokkers die door de lever worden gemetaboliseerd.

Hydralazine en alcohol verhogen de plasmaconcentratie van propranolol en andere β-blokkers die in de lever worden gemetaboliseerd.

Kinidine remt het metabolisme van een aantal β-blokkers, zoals carvedilol, metoprolol, nebivolol en propranolol. Bij combinatie van kinidine met één van deze β-blokkers kunnen bradycardie, verminderde hartfunctie en aritmie optreden.

De β-blokkers kunnen het metabolisme van lidocaïne remmen. Het effect zou groter zijn bij lipofiele β-blokkers. Lidocaïne kan het negatief-inotrope effect van propranolol en mogelijk ook van andere β-blokkers versterken.

Ze kunnen ook het metabolisme van theofylline remmen. Verder heeft theofylline enige antagonistische farmacologische effecten.

Combinatie met digoxine kan leiden tot een verlengde AV-geleidingstijd en bradycardie.

Er zijn aanwijzingen dat gebruik van β-blokkers het risico op een anafylactoïde reactie door intraveneuze contrastmiddelen kan verhogen.

Inhalatie-anaesthetica kunnen het negatief-inotrope effect versterken.

Antihypertensiva, fenobarbital, fenothiazines, niet-selectieve MAO-remmers, MAO-B-remmers, primidon en tricyclische antidepressiva kunnen het risico op hypotensie verhogen. Bovendien kunnen MAO-remmers het risico op een hypertensieve crisis verhogen.

Combinatie met amiodaron kan ritme- en geleidingsstoornissen veroorzaken, mogelijk door verhoging van de plasmaconcentratie of door additieve farmacodynamische effecten.

Combinatie van flecaïnide met propranolol en kan tot verhoging van de plasmaconcentratie van beide stoffen leiden, met als gevolg versterking van het negatief-inotrope effect. In combinatie met sotalol is bradycardie en AV-block gemeld.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 12 okt 2015
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 25 april 2016
  4. Erdo&#287;an I, et al, Treatment of dilated cardiomyopathy with carvedilol in children, Turk J Pediatr, 2009, Jul-Aug;51(4), 354-60
  5. Askari H, et al, Carvedilol therapy in pediatric patients with dilated cardiomyopathy, Turk J Pediatr, 2009, Jan-Feb;51(1), 22-7
  6. Albers S, et al, Population pharmacokinetics and dose simulation of carvedilol in paediatric patients with congestive heart failure, Br J Clin Pharmacol, 2008, Apr;65(4), 511-22
  7. Bajcetic M, et al, Effects of carvedilol on left ventricular function and oxidative stress in infants and children with idiopathic dilated cardiomyopathy: a 12-month, two-center, open-label study, Clin Ther., 2008, Apr;30(4), 702-14
  8. Shaddy RE, et al, : Carvedilol for children and adolescents with heart failure: a randomized controlled trial, JAMA, 2007, Sep 12;298(10), 1171-9
  9. Blume ED, et al, Prospective single-arm protocol of carvedilol in children with ventricular dysfunction, Pediatr Cardiol, 2006 , May-Jun;27(3), 336-42
  10. Giardini A, et al, Modulation of neurohormonal activity after treatment of children in heart failure with carvedilol, Cardiol Young, 2003, Aug;13(4), 333-6
  11. Ratnapalan S, et al, Digoxin-carvedilol interactions in children, J Pediatr, 2003, May;142(5), 572-4
  12. Azeka E, et al, Delisting of infants and children from the heart transplantation waiting list after carvedilol treatment., J Am Coll Cardiol, 2002 , Dec 4;40(11), 2034-8
  13. Williams RV, et al, Intermediate effects of treatment with metoprolol or carvedilol in children with left ventricular systolic dysfunction, J Heart Lung Transplant, 2002, Aug;21(8):, 906-9
  14. Läer S, et al, Carvedilol therapy in pediatric patients with congestive heart failure: a study investigating clinical and pharmacokinetic parameters., Am Heart J. , 2002 , May;143(5), 916-22
  15. Matsumura T, et al, Carvedilol can prevent cardiac events in Duchenne muscular dystrophy, Intern Med, 2010, 49(14), 1357-63. Epub 2010 Jul 15.

Wijzigingen

  • 12 oktober 2015 08:11: De beschikbare wetenschappelijke literatuur over de toepassing van carvedilol bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft niet geleid tot wijzigingen in de doseringsinformatie.