Aflibercept

Stofnaam
Aflibercept
Merknaam
Eylea
ATC code
S01LA05
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen

Toedieningsvormen en hulpstoffen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Versiebeheer

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Prematuren-retinopathie  met zone I (stadium 1+, 2+, 3 of 3+), zone II (stadium 2+ of 3+) of agressieve posterieure prematuren-retinopathie (AR-ROP).
Intravitreaal: (inj.vlst. 40 mg/ml) prematuren 0.4 mg per keer per oog, zo nodig na ten minste 4 weken herhalen, in totaal max. 2 keer per oog toedienen binnen 6 maanden.

Eigenschappen

Recombinant fusie-eiwit geproduceerd in Chinese hamsterovariumcellen, bestaande uit delen van humaan VEGF-receptor 1 en 2, gefuseerd met het Fc-gedeelte van humaan IgG1. Aflibercept werkt als een oplosbare 'lokreceptor', die VEGF-A (vasculaire endotheliale groeifactor-A) en PIGF (placentaire groeifactor) met een hogere affiniteit dan hun natuurlijke receptoren bindt, en daardoor de binding en activering van deze verwante VEGF-receptoren kan verhinderen. Een overmatige activering van de natuurlijke receptoren kan leiden tot pathologische neovascularisatie, vasculitis en vasculaire permeabiliteit.

Farmacokinetiek

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Prematuren retinopathie (ROP)
  • Intravitreaal
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 37 weken
      [1]
      • Per oog 0,4 mg/dosis, √©√©nmalig.
      • Zo nodig na ten minste 4 weken herhalen, in totaal max. 2 keer per oog toedienen binnen 6 maanden, beide ogen mogen op dezelfde dag worden behandeld.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. 40 mg/ml;

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

MIDDELEN BIJ VAATAANDOENINGEN IN HET OOG

Bijwerkingen algemeen

Lokaal
Zeer vaak (> 10%): retinabloeding, conjunctivale bloeding, verminderde gezichtsscherpte, oogpijn.

Vaak (1-10%): degeneratie van de retina, loslating of scheur in RPE-blad, cataract (nucleair, subcapsulair), abrasie of erosie van de cornea, keratitis punctata, ooglid-oedeem, verhoogde intra-oculaire druk, wazig zien, troebeling of loslating van het glasvocht, glasvochtbloeding, verhoogde traanproductie, gevoel van vreemd voorwerp in het oog, conjunctivale of oculaire hyperemie, bloeding of pijn op de injectieplaats.

Soms (0,1-1%): endoftalmitis, lenticulaire troebeling, cornea epitheeldefect, oedeem van cornea, iritis, iridocyclitis, uveïtis, scheur of loslating van de retina, irritatie van het ooglid of op de injectieplaats, verschijnselen van ontsteking in voorste oogkamer, corticaal cataract.

Zelden (0,01-0,1%): hypopyon, vitritis, blindheid, traumatisch cataract.

Systemisch
Soms (0,1-1%): overgevoeligheidsreacties zoals huiduitslag, jeuk en urticaria.

Verder zijn gemeld: ernstige anafylactische/anafylactoïde reacties.

Bij gebruik van andere intravitreale VEGF-remmers zijn niet-oculaire bloedingen en arteriële trombotische complicaties gemeld. Er is een theoretisch risico van arteriële trombo-embolische aandoeningen, waaronder het optreden van een herseninfarct of myocardinfarct, na intravitreaal gebruik van aflibercept ten gevolge van systemische VEGF-remming.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • (verdenking van) actieve (peri-)oculaire infectie;
  • actieve ernstige intra-oculaire ontsteking.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij prematuren-retinopathie ouders instrueren bij de volgende symptomen direct contact te laten opnemen: roodheid/irritatie van het oog, afscheiding uit het oog, ooglidzwelling of fotofobie.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Intravitreale injectie en reacties: Controleer de patiënt in de week na de intravitreale injectie, zodat bij het optreden van een infectie vroegtijdige behandeling mogelijk is. Instrueer de patiënt om mogelijke symptomen van endoftalmitis of van overige reacties samenhangend met de intravitreale injectie (intra-oculaire ontsteking, glasvochtbloeding, retinaloslating en/of scheur, traumatische cataract) direct te melden. Daarbij bij de volgende klachten direct contact laten opnemen: oogpijn of toegenomen ongemak, verergering van de roodheid van het oog, wazig of verminderd zicht, een toegenomen aantal kleine deeltjes in het zicht, of verhoogde gevoeligheid voor licht. Immunogeniciteit door antilichaamvorming kan zich uiten in een toename van de ernst van een intra-oculaire ontsteking.

Niet toepassen bij:

  • irreversibel ischemisch visueel functieverlies omdat hier beperkte ervaring mee is;
  • een intraoculaire druk ≥ 30 mmHg;
  • retinascheur, regmatogene retinaloslating of maculagaten van stadium 3 of 4;
  • een (geplande) intraoculaire operatieve ingreep in de afgelopen of komende 28 dagen.

Wees voorzichtig bij:

  • risicofactoren voor scheuren in het retinapigmentepitheel (RPE), zoals loslating van het RPE-blad met een grote afmeting en/of hoge intensiteit. In geval van een retinascheur toediening tijdelijk onderbreken en de behandeling pas voortzetten als de scheur voldoende is hersteld;
  • een voorgeschiedenis van een TIA, beroerte of myocardinfarct in de voorafgaande 6 maanden vanwege de kans op arteriële trombo-embolie. Er zijn relatief weinig gegevens over de veiligheid bij de behandeling van deze patiënten met intravitreale VEGF-remmers.

Controleer bij slecht gereguleerd glaucoom, de intra-oculaire druk en de perfusie van de papil wegens het mogelijk optreden van toename van de intra-oculaire druk binnen 1 uur na injectie.

Toediening onderbreken en de behandeling niet voortzetten in geval van:

  • retinascheur; behandeling pas voortzetten als de scheur voldoende is hersteld;
  • regmatogene retinale loslating of stadium 3 of 4 maculaire gaten;
  • een afname in de best gecorrigeerde gezichtsscherpte (BCVA) van ≥ 30 letters vergeleken met de laatste beoordeling;
  • een subretinale bloeding in het centrum van de fovea óf als de bloeding ≥ 50% van het totale laesie-oppervlak betreft.

Diabetes: Er is weinig ervaring met de behandeling bij DME als gevolg van diabetes mellitus (type 1 of 2) met een HbA1c > 12% of met proliferatieve diabetische retinopathie. Er is geen ervaring bij diabetes mellitus in combinatie met hypertensie, die niet onder controle is gebracht.

Bij myope CNV is er geen ervaring in het behandelen van niet-Aziatische patiënten, patiënten die eerder zijn behandeld voor myope CNV en patiënten met extrafoveale laesies.

Er is geen ervaring bij gelijktijdige andere oogaandoeningen (zoals een maculagat of loslating van de retina) of bij gelijktijdige actieve systemische infecties.

Niet onderzocht; de veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij:

  • toediening in beide ogen tegelijkertijd voor andere indicaties dan prematuren-retinopathie; mogelijk is er dan een hogere systemische blootstelling aan aflibercept;
  • lever- en nierfunctiestoornissen;
  • toepassing bij kinderen voor andere indicaties dan prematuren-retinopathie;
  • bij prematuren met retinopathie is van deze behandeling het veiligheidsprofiel op de lange termijn niet vastgesteld.

Interacties

Relevant:
Intraveneus aflibercept kan het effect van VKA's beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van VKA's geeft een extra verhoogde bloedingsneiging.

Niet beoordeeld:
Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig of achtereenvolgend gebruik van intraveneus aflibercept en bisfosfonaten, vanwege een verhoogd risico op osteonecrose van de kaak.

Referenties

  1. Bayer AG, SmPC Eylea (EU /1/12/797/001) Rev28.10-2-2023, www.ema.europa.eu
  2. Zorginstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 18-3-2023
  3. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 18-3-2023

Wijzigingen

  • 26 april 2023 08:37: Nieuwe monografie obv SmPC

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering