Ondansetron

Stofnaam
Ondansetron
Merknaam
Zofran
ATC code
A04AA01

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Misselijkheid en braken door chemotherapie: 
≤ 6 mnd: Off-label
> 6 mnd: Eenmalige toediening: On-label; frequentere toediening: Off-label

Post-operatieve misselijkheid en braken:
IV: on-label
Oraal: Off-label

Acute gastroenteritis met braken met dehydratie: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Misselijkheid en braken door chemotherapie:
> 6 maanden:
< 0,6 m2: 5 mg/m2 IV eenmalig direct voor de kuur, na 12 uur 2 mg PO, vervolgens 2 dd 2 mg PO gedurende max 5 dagen
0,6-1,2 m2: 5 mg/m2 IV eenmalig direct voor de kuur, na 12 uur 4 mg PO, vervolgens 2 dd 4 mg PO gedurende max 5 dagen
> 1,2 m2: 8 mg IV eenmalig direct voor de kuur, na 12 uur 8 mg PO, vervolgens 2 dd 8 mg PO gedurende max 5 dagen, max 32 mg/dag

OF
> 6 maanden
: 0,15 mg/kg IV (max 8 mg/dosis) direct voor de kuur, max 3dd, minimaal interval 4 uur.
 

Postoperatieve misselijkheid en braken:
> 1 mnd: 0,1 mg/kg IV  tot max 4 mg

 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (als hydrochloride-2-water) 2 mg/ml 
Tablet (als hydrochloride-2-water) 4 mg, 8 mg
Smelttablet  4 mg, 8 mg
Stroop (als hydrochloride-2-water) 0.8 mg/ml 
Zetpil 16 mg

Eigenschappen

Selectieve 5HT3(serotonine)-receptorantagonist. Het werkingsmechanisme is niet precies bekend. De braakreflex die optreedt na cytostaticagebruik of radiotherapie berust waarschijnlijk op het vrijkomen van serotonine. Door blokkering van 5HT3-receptoren in het maag-darmkanaal en het centrale en perifere zenuwstelsel gaat ondansetron de braakreflex tegen. Het werkingsmechanisme bij postoperatieve misselijkheid en braken is niet bekend, maar berust mogelijk op een soortgelijk principe.

Kinetische gegevens

De volgende farmacokinetische parameters zijn gevonden na intraveneuze toediening (SPC Zofran) (Mondick et al. 2010, Spahr-Schopfer et al. 1995):

Post operatieve misselijkheid en braken:

Leeftijd n= t½ (u) Cl (l/u/kg) Vd (l/kg)
1-4 mnd 19 6,7 0,40 3,5
5-24 mnd 22 2,9 0,58 2,3
3-12 jaar 21 2,9 0,44 1,65

Chemotherapie geinduceerde misselijkheid en braken:

Leeftijd n= t½ (u) Cl (l/u/kg) Vd (l/kg)
1-48 mnd 115 4,9 0,58 3,65
4-18 jaar 21 2,8 0,60 1,9

 

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Misselijkheid en braken bij LAAG EMETOGENE chemotherapie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [8] [16] [17] [18] [21] [26]
      • 10 mg/m2/dosis, éénmalig. Maximale dosering per gift: 8 mg/dosis.
        • Zo nodig kan een tweede dosis van 5 mg/m2 gegeven worden
        • 10 mg/m2 komt overeen met 0,3 mg/kg

        In combinatie met andere anti-emetica, zie www.skion.nl 

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [16] [17] [18] [26]
      • 10 mg/m2/dosis, éénmalig. Maximale dosering per gift: 8 mg/dosis.
        • Zo nodig kan een tweede dosis van 5 mg/m2 gegeven worden
        • 10 mg/m2 komt overeen met 0,3 mg/kg

        In combinatie met andere anti-emetica, zie www.skion.nl 

Indicatie: MIsselijkheid en braken in MATIG TOT HOOG EMETOGENE chemotherapie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [16] [17] [18] [26]
      • 15 mg/m2/dag in 3 doses , max: 16 mg/dosis.
        • 15 mg/m2/dag komt overeen met 0,45 mg/kg/dag
        • 15 minuten voorafgaand aan kuur geven.
        • In combinatie met andere anti-emetica, zie www.skion.nl
  • Oraal
Indicatie: Misselijkheid en braken, postoperatief
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [15] [19] [22] [23] [25] [28]
      • 0,1 mg/kg/dosis, zo nodig max 3 dd met een interval van 4 uur, max: 4 mg/dosis.
      • Alleen oraal toedienen wanneer intraveneus niet mogelijk of wenselijk is

  • Intraveneus
Indicatie: Acute gastro-enteritis met braken met dehydratie

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ANTI-EMETICA

SEROTONINE-ANTAGONISTEN

Granisetron

Kytril
A04AA02

Palonosetron

Aloxi
A04AA05
OVERIGE ANTI-EMETICA

Aprepitant

Emend
A04AD12

Fosaprepitant

Ivemend
A04AD12

Bijwerkingen bij kinderen

QT-verlenging (Trivedi et al. 2016). 

Bijwerkingen algemeen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn.

Vaak (1-10%): warmtegevoelens of opvliegers, obstipatie. Lokale reacties op injectieplaats.

Soms (0,1-1%): insulten, bewegingsstoornis (inclusief extrapiramidale reacties zoals oculogyrische crisis en dyskinesie), pijn op de borst met en zonder ST-depressie, aritmie, bradycardie, hypotensie, hikken, asymptomatische verhoging van leverfunctiewaarden.

Zelden (0,01-0,1%): diarree en buikpijn, overgevoeligheidsreacties (inclusief soms fatale anafylaxie). QT-verlenging, incl. 'torsade de pointes'. Duizeligheid en voorbijgaande visusstoornissen (zoals wazig of dubbelzien) vnl. tijdens snelle i.v.-toediening.

Zeer zelden (< 0,01%): ernstige bulleuze huidreacties zoals toxische epidermale necrose, Stevens-Johnsonsyndroom. Voorbijgaande blindheid voornamelijk bij i.v.-toediening.

Bij gebruik van zetpillen: irritatie en branderig gevoel van het anorectale gebied.

Verder zijn gemeld: huiduitslag, jeuk en oedeem.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

Kruisovergevoeligheid voor andere selectieve 5HT3-receptorantagonisten.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Pediatrische patiënten die ondansetron krijgen toegediend in combinatie met hepatotoxische chemotherapeutica dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op een verslechterde leverfunctie.

Uit studies bij volwassenen blijkt dat ondansetron in doseringen >32 mg/dosis kan leiden tot een dosisafhankelijke verlenging van het QTc-interval, potentieel leidend tot hartritmestoornissen, waaronder torsades de point. Publicaties van Brenner (2016), Nathan (2011) en McKechnie (2010) beschrijven verlenging van het QTc-interval leidend tot hartritme stoornissen bij kinderen met een hartafwijking/aangeboren lang-QT-intervalsyndroom. Toepassing van ondansetron moet worden vermeden bij kinderen met een aangeboren lang-QT-intervalsyndroom. Voorzichtigheid is daarom geboden bij risicofactoren voor QTc-verlenging (hypokaliemie / slechte nierfunctie/ diabetes mellitus/ QTc-verlengende of spiegel verhogende comedicatie / hoge dosis / pre-existent verlengd QTc-interval of lang-QT-intervalsyndroom). Indien er risicofactoren aanwezig zijn dient voorafgaand aan therapie een ECG controle uitgevoerd te worden.

In een case report is een lethale reactie op ondansetron beschreven van een kind bekend met maligne hyperthermie (Gener 2010).

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Niet gebruiken bij patiënten met het aangeboren lange-QT-syndroom. Voorbijgaande ECG-veranderingen, inclusief verlengd QT-interval, kunnen voorkomen. Voorzichtig zijn bij patiënten met een verhoogd risicico van verlenging van het QT-interval of hartaritmieën. Voorzichtigheid is geboden bij een subacute darmobstructie, omdat 5-HT3-receptorantagonisten de darmmotiliteit kunnen verminderen. Ook is voorzichtigheid geboden bij een gestoorde leverfunctie; dan de zetpillen niet gebruiken. Kruisovergevoeligheid tussen selectieve 5-HT3 receptorantagonisten kan voorkomen. Ademhalingsproblemen dienen symptomatisch te worden behandeld en kunnen de voorbode zijn van een overgevoeligheidsreactie. Pediatrische patiënten die ondansetron krijgen toegediend in combinatie met hepatotoxische chemotherapeutica dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op een verslechterde leverfunctie. Er zijn geen onderzoeksgegevens over de toepassing van ondansetron ter preventie van vertraagde of langdurige misselijkheid en braken veroorzaakt door chemotherapie of radiotherapie.

Interacties

Relevant: ondansetron kan het QTc-interval verlengen, het risico op ernstige hartritmestoornissen is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij ernstige hartritmestoornissen zoals torsade de pointes zijn gemeld. 

Niet beoordeeld: gelijktijdig gebruik van apomorfine wordt ontraden vanwege meldingen van ernstige hypotensie en verlies van bewustzijn.

Er zijn meldingen van optreden van het serotoninesyndroom bij gelijktijdig gebruik van serotonerge middelen (waaronder SSRI's en SNRI's).

De plasmaconcentratie kan dalen door krachtige CYP3A4-inductoren, zoals carbamazepine, fenytoïne en rifampicine.

Het analgetische effect van tramadol kan afnemen.

 
 

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 27 mei 2020
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 10 april 2018
  3. GlaxoSmithKline BV, SPC Zofran (RVG 14291) 09-04-2019, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  4. Van de Wetering, MD., Werkboek Supportive Care, www.skion.nl, 2017
  5. Lincke, CR, Ondansetron tegen braken bij acute gastro-enteritis, Farmacother Kind, 2010, 1, 12-8
  6. Szajewska H, et al, Meta-analysis: ondansetron for vomiting in acute gastroenteritis in children., Aliment Pharmacol Ther., 2007, Feb 15;25(4), 393-400
  7. Reeves JJ, et al, Ondansetron decreases vomiting associated with acute gastroenteritis: a randomized, controlled trial, Pediatrics, 2002, Apr;109(4), e62
  8. DeCamp LR, et al, Use of antiemetic agents in acute gastroenteritis: a systematic review and meta-analysis, Arch Pediatr Adolesc Med, 2008, Sep;162(9), 858-65
  9. Nathan AT, et al, Implications of anesthesia in children with long QT syndrome, Anesth Analg, 2011 , May;112(5):, 1163-8
  10. McKechnie K et al, Ventricular tachycardia after ondansetron administration in a child with undiagnosed long QT syndrome, Can J Anaesth, 2010, May;57(5), 453-7
  11. Gener B et al, Administration of ondansetron is associated with lethal outcome, Pediatrics, 2010, Jun;125(6), e1514-7
  12. Roossien N, et al, Is ondansetron effectief en veilig bij braken door acute gastro-enteritis?, Praktische Pediatrie, 2012, Dec;4, 237
  13. Brenner SM et al., Fatal Cardiac Arrest in 2 Children: Possible Role of Ondansetron, Pediatr Emerg Care., 2016, Nov;32(11), 779-784
  14. Trivedi S et al., Effect of Ondansetron on QT Interval in Patients Cared for in the PICU., Pediatr Crit Care Med., 2016, Jul;17(7), e317-23
  15. Bowhay, A. R., et al , A randomized controlled trial of the antiemetic effect of three doses of ondansetron after strabismus surgery in children., Paediatr Anaesth , 2001, 11(2), 215-21
  16. Dupuis, L. L.,et al., Guideline for the prevention of acute nausea and vomiting due to antineoplastic medication in pediatric cancer patients., Pediatr Blood Cancer, 2013, 60(7), 1073-82
  17. Jain, S., et al , A randomized, open-label non-inferiority study to compare palonosetron and ondansetron for prevention of acute chemotherapy-induced vomiting in children with cancer receiving moderate or high emetogenic chemotherapy, Support Care Cancer, 2018, 26(9), 3091-3097
  18. Kovacs, G., et al., Palonosetron compared with ondansetron in pediatric cancer patients: multicycle analysis of a randomized Phase III study., Future Oncol, 2017, 13(19), 1685-98
  19. Lawhorn, C. D., et al. , Ondansetron dose response curve in high-risk pediatric patients., J Clin Anesth, 1997, 9 (8), 637-42
  20. Mondick, J. T., et al. , Population pharmacokinetics of intravenous ondansetron in oncology and surgical patients aged 1-48 months., Eur J Clin Pharmacol, 2010, 66(1), 77-86
  21. Patel, P., et al, Guideline for the prevention of acute chemotherapy-induced nausea and vomiting in pediatric cancer patients: A focused update, Pediatr Blood Cancer, 2017, 64(10)
  22. Sadhasivam, S., et al, Prophylactic ondansetron in prevention of postoperative nausea and vomiting following pediatric strabismus surgery: a dose-response study, Anesthesiology, 2000, 92(4), 1035-42
  23. Shen, Y. D., et al., Dexamethasone, ondansetron, and their combination and postoperative nausea and vomiting in children undergoing strabismus surgery: a meta-analysis of randomized controlled trials., Paediatr Anaesth, 2014, 24(5), 490-8
  24. Spahr-Schopfer, I. A., et al 1995. "." 58 (3):316-2, Pharmacokinetics of intravenous ondansetron in healthy children undergoing ear, nose, and throat surgery, Clin Pharmacol Ther, 1995, 58(3), 316-21
  25. Splinter, W. M., et al, Prophylactic antiemetics in children undergoing tonsillectomy: high-dose vs low-dose ondansetron, Paediatr Anaesth, 1997, 7(2), 125-9
  26. Tan, J., et al. , Palonosetron is nonsuperior to ondansetron in acute phase but provides superior antiemetic control in delayed phase for pediatric patients administered highly emetogenic chemotherapy., Pediatr Blood Cancer, 2018, 65 (2)
  27. Tomasik, E., et al, Systematic review with meta-analysis: ondansetron for vomiting in children with acute gastroenteritis, Aliment Pharmacol Ther, 2016, 44 (5), 438-46
  28. Watcha, M. F., et al , The dose-response relationship of ondansetron in preventing postoperative emesis in pediatric patients undergoing ambulatory surgery., Anesthesiolog, 1995, y85 (1), 47-52

Wijzigingen

  • 27 mei 2020 10:01: De wetenschappelijke literatuur over de toepassing van ondansetron bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeging van PK data bij kinderen, een herziening van het doseeradvies bij misselijkheid en braken bij chemotherapie en een aanpassing van de waarschuwingen bij gebruik bij kinderen.
  • 13 november 2017 10:49: Bijwerking 'QT verlenging' bij kinderen toegevoegd o.b.v. Trivedi 2016

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering