Metoclopramide

Stofnaam
Metoclopramide
Merknaam
Primperan
ATC code
A03FA01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Ernstige misselijkheid en braken waarvan de oorzaak bekend is en indien behandeling met andere middelen onvoldoende effectief is gebleken
Oraal: Off-label
Rectaal: Off-label
Intraveneus: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Postoperatieve misselijkheid en braken waarvan de oorzaak bekend is en indien behandeling met andere middelen onvoldoende effectief is gebleken of niet mogelijk is: 
IV:
> 1 jaar: 0,15 mg/kg parenteraal, max 0,5 mg/kg/dag

Oraal en rectaal:
Metoclopramide is gecontra-indiceerd bij kinderen jonger dan 1 jaar. Metoclopramide wordt niet aanbevolen bij kinderen en jongvolwassenen van 1-18 jaar.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet (hydrochloride als 1-water) 10 mg
Drank (hydrochloride als 1-water) 1 mg/ml
Inj.vlst. (hydrochloride als 1-water) 5 mg/ml
Zetpil 10 mg,

Eigenschappen

Versterkt de peristaltiek van het proximale deel van het maag-darmkanaal, verhoogt de tonus van de onderste sluitspier van de oesophagus en ontspant de pylorus. Het anti-emetische effect is het gevolg van antagonisme van D2-receptoren in de CTZ en in het braakcentrum en antagonisme van 5-HT3-receptoren en agonisme van de 5-HT4-receptoren. Metoclopramide is niet werkzaam bij braken van vestibulaire oorsprong.

Kinetische gegevens

Uit de studie van Bateman et al. (N = 9) blijkt dat de farmacokinetiek van metoclopramide bij kinderen (7 – 14 jaar) vergelijkbaar is met die bij volwassenen. Uit deze studie kwamen de volgende farmacokinetische parameters voor kinderen: (gemiddelde + s.e.m) : t½ = 4.4 ± 0.56 uur, Vd = 3.0 ± 0.38 L/kg en Cl = 0.56 ± 0.10 L/uur/kg.

Algemene opmerkingen

Antidotum: biperideen.

Voor de behandeling van postoperatieve misselijkheid en braken, moet metoclopramide IV worden toegediend na het beëindigen van de chirurgische ingreep.

Doseringen

Indicatie: Ernstige misselijkheid en braken waarvan de oorzaak bekend is en indien behandeling met andere middelen onvoldoende effectief is gebleken
  • Oraal
    • 1 jaar tot 18 jaar
      • 0,3 - 0,5 mg/kg/dag in 2 - 4 doses , max: 30mg/dag
      • Behandelduur:

        Alleen kortdurend gebruik, maximaal 5 dagen

      • LET OP:
        De noodzaak tot gebruik van metoclopramide bij kinderen dient zorgvuldig te worden afgewogen tegen het risico op extrapyramidale bijwerkingen, alsmede de beschikbaarheid van alternatieve middelen. Wegens het risico op extrapyramidale bijwerkingen wordt orale en rectale toepassing niet geadviseerd in de thuissituatie.

  • Rectaal
    • 1 jaar tot 18 jaar
      • 0,5 mg/kg/dag in 3 doses , max: 30mg/dag
      • Behandelduur:

        Alleen kortdurend gebruik, maximaal 5 dagen.

      • Er zijn geen onderzoeken verricht naar rectale toediening bij kinderen.

        LET OP:
        De noodzaak tot gebruik van metoclopramide bij kinderen dient zorgvuldig te worden afgewogen tegen het risico op extrapyramidale bijwerkingen, alsmede de beschikbaarheid van alternatieve middelen. Wegens het risico op extrapyramidale bijwerkingen wordt orale en rectale toepassing niet geadviseerd in de thuissituatie.

  • Intraveneus
    • 1 jaar tot 18 jaar
      • 0,3 - 0,5 mg/kg/dag in 2 - 4 doses , max: 30mg/dag
      • Behandelduur:

        Alleen kortdurend gebruik, maximaal 5 dagen

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig.
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
50% van de normale dosering
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
50% van de normale dosering
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen doseeradvies wordt niet gegeven.
Klinische gevolgen

Dit advies is van toepassing op alle toedieningsvormen.

Bij verminderde nierfunctie is de halfwaardetijd van metoclopramide verlengd. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd: Extrapiramidale bijwerkingen kunnen optreden, bij kinderen ook al bij therapeutische doseringen.

MOTILITEITSBEVORDERENDE MIDDELEN

MOTILITEITSBEVORDERENDE MIDDELEN

Domperidon

Motilium
A03FA03

Bijwerkingen bij kinderen

Extrapiramidale verschijnselen (acute dystonie en dyskinesie, parkinsonisme, akathisia) vooral bij kinderen en jongvolwassenen en/of bij hoge doseringen. Slaperigheid, moeheid, obstipatie, diarree en tardieve dyskinesie. . Verder is er met name bij neonaten, methemoglobinemie die gerelateerd zou kunnen zijn aan een NADH cytochroom b5 reductase gebrek gerapporteerd.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1–10%): slaperigheid, asthenie. Soms (0,1–1%): extrapiramidale bijwerkingen ( acathisie, acute dystonie en dyskinesie, parkinsonachtige verschijnselen) vooral bij kinderen en jongvolwassenen en bij hoge doseringen (soms al na de eerste toediening), deze verdwijnen meestal geheel na staken. Diarree. Verder zijn gemeld: daling bewustzijn; tardieve dyskinesie na langdurig gebruik, vooral bij ouderen. Convulsies, maligne antipsychoticasyndroom (hyperthermie, extrapiramidale stoornissen, instabiliteit van het autonome zenuwstelsel en verhoogde waarden creatinekinase). Verwardheid, hallucinatie, depressie. Methemoglobinemie, vooral bij neonaten. Sulfhemoglobinemie, vooral bij combinatie met hoge doseringen van geneesmiddelen die zwavel afgeven. Hyperprolactinemie met als gevolg galactorroe en amenorroe bij vrouwen en impotentie en gynaecomastie bij mannen. Overgevoeligheidsreacties, inclusief anafylaxie. Voornamelijk bij intraveneuze toediening: hypotensie, bradycardie, hartblok en hartstilstand.

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Kinderen jonger dan één jaar. Gastro-intestinale bloeding, mechanische obstructie of gastro-intestinale perforatie waarbij stimulatie van de gastro-intestinale motiliteit een risico vormt. Een voorgeschiedenis van door neuroleptica of metoclopramide geïnduceerde tardieve dyskinesie.

Contraindicaties bij volwassenen

Feochromocytoom. Gastro-intestinale bloeding, darmobstructie, darmperforatie. Tardieve dyskinesie ten gevolge van antipsychotica of metoclopramide in de anamnese.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij kinderen is vanwege het grote risico op extrapyramidale bijwerkingen metoclopramide alleen geïndiceerd bij ernstige misselijkheid en braken met bekende oorzaak, waarvan behandeling met andere middelen onvoldoende effectief is gebleken of niet mogelijk is.
Men dient erop bedacht te zijn dat extrapyramidale bijwerkingen kunnen optreden bij therapeutische doses en bij kinderen in alle leeftijdscategorieën, alhoewel extrapyramidale bijwerkingen met name worden gerapporteerd bij kinderen jonger dan 1 jaar. Extrapyramidale bijwerkingen verdwijnen meestal geheel na staken van therapie.
Symptomatische therapie kan nodig zijn. Het optreden van extrapyramidale bijwerkingen vormt in studies naar kortdurend gebruik geen relevant probleem.

De noodzaak tot gebruik van metoclopramide bij kinderen dient zorgvuldig te worden afgewogen tegen het risico op extrapyramidale bijwerkingen, alsmede de beschikbaarheid van alternatieve middelen. Wegens het risico op extrapyramidale bijwerkingen wordt orale en rectale toepassing niet geadviseerd in de thuissituatie.

Het tijdsinterval van tenminste 6 uur tussen elke inname dient in acht te worden genomen. Dit geldt ook in het geval van braken en uitbraken van de dosis om zo een overdosering te voorkomen. Om de kans op ernstige hypotensie te verminderen dient de intraveneuze toediening langzaam te geschieden (tenminste 3 minuten). Indien koorts zich voordoet na of tijdens gebruik van metoclopramide, moet het maligne neuroleptica syndroom in de differentiaal diagnose worden overwogen. Bij methemoglobinemie dient de behandeling onmiddellijk en permanent gestopt te worden en passende maatregelen worden getroffen.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

De injectie alleen gebruiken als passende reanimatie-uitrusting aanwezig is, wegens het risico van ernstige cardiovasculaire reacties inclusief hartstilstand. Met name bij kinderen en jongeren en/of bij hoge doseringen kunnen extrapiramidale verschijnselen optreden. Het maligne antipsychoticasyndroom kan optreden, overweeg dit bij het optreden van koorts tijdens of na metoclopramidegebruik. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Metoclopramide kan de epileptische prikkeldrempel verlagen; gebruik bij epilepsie ontraden.

Metoclopramide dient niet langer dan 5 dagen te worden gebruikt in verband met de kans op neurologische en andere bijwerkingen.


 

Interacties

Relevant: de plasmaconcentratie van atovaquon kan dalen; het mechanisme is niet bekend.

Bij combinatie met SSRI's neemt het risico op extrapiramidale verschijnselen toe. Bovendien stijgt de plasmaconcentratie door fluoxetine.

Niet beoordeeld: door stimulering van de maagdarmperistaltiek kan de absorptie van andere stoffen worden beïnvloed. De absorptie van stoffen die voornamelijk in de maag worden geabsorbeerd, kan zijn afgenomen (onder andere digoxine), terwijl de absorptie van stoffen die voornamelijk in de dunne darm worden geabsorbeerd, versneld kan zijn (onder andere ciclosporine en analgetica). De fabrikant adviseert bij combinatie met ciclosporine of digoxine de plasmaconcentratie te monitoren; de biologische beschikbaarheid van ciclosporine kan toenemen en die van digoxine kan afnemen.

Parasympathicolytica en opioïden kunnen een wederzijds antagonisme hebben met metoclopramide ten aanzien van de motiliteit van het maagdarmstelsel.

Bij combinatie met antipsychotica kunnen eventuele extrapiramidale bijwerkingen worden versterkt.

De neuromusculair blokkerende werking van mivacurium en suxamethonium kan worden versterkt en verlengd door metoclopramide door remming van de pseudocholinesterase-activiteit.

De sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.


Interacties dopamine-antagonisten algemeen

Relevant: dopamine-antagonisten en centrale dopaminerge middelen (Dopaminerge parkinsonmiddelen en Prolactineremmers) kunnen elkaars werking tegengaan. Combinatie wordt daarom ontraden. Een uitzondering is domperidon, dit kan worden toegepast bij misselijkheid en braken en orthostatische hypotensie bij een parkinsonpatiënt.

Niet relevant: dopamine-antagonisten kunnen de werking van dopamine tegengaan. Andersom zal dopamine de werking van dopamine-antagonisten niet tegengaan. Dopamine passeert de bloed-hersenbarrière niet.


 

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 05 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 06 sept 2016
  4. Bateman DN, et al, Dystonic reactions and the pharmacokinetics of metoclopramide in children, Br J Clin Pharmacol, 1983, 15, 557-9
  5. Bolton CM, et al, Randomized, double-blind study comparing the efficacy of moderate-dose metoclopramide and ondansetron for the prophylactic control of postoperative vomiting in children after tonsillectomy, Br J Anaesth, 2007, 99, 699-703
  6. Domino KB, et al, Comparative efficacy and safety of ondansetron, droperidol, and metoclopramide for preventing postoperative nausea and vomiting: a meta-analysis, Anesth Analg, 1999, 88, 1370-9
  7. Roila F, et al, Optimal selection of antiemetics in children receiving cancer chemotherapy, Support Care Cancer., 1998, 6, 215-20
  8. Henzi I, et al, Metoclopramide in the prevention of postoperative nausea and vomiting: a quantitative systematic review of randomized, placebo-controlled studies, Br J Anaesth, 1999, 83, 761-71
  9. Lin DM, et al, A doubleblinded comparison of metoclopramide and droperidol for prevention of emesis following strabismus surgery, Anesthesiology, 1992, 76, 357–361
  10. Sanofi-Aventis Netherlands BV, SPC Primperan RVG 06013/06014, www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 08 april 2014, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h06014.pdf
  11. EMA, METOCLOPRAMIDE: RapporteurÂ’s Public Paediatric Assessment Report for paediatric studies submitted in accordancewith Article 45 of Regulation (EC) No1901/2006, as amended , www.hma.eu, Nov 2011, Geraadpleegd 13 maart 2013, http://www.hma.eu/fileadmin/dateien/Human_Medicines/CMD_h_/Paediatric_Regulation/Assessment_Reports/Article_45_work-sharing/Metoclopramid_Art.45_PdAR_Update.pdf

Wijzigingen

  • 11 mei 2015 13:37: De noodzaak tot aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot een gewijzigd advies.
  • 11 mei 2015 13:34: De noodzaak tot aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot een gewijzigd advies.
  • 24 april 2015 11:17: Maximum bij rectale dosering toegevoegd obv SPC (volwassen patienten)