Clonidine

Stofnaam
Clonidine
Merknaam
Catapresan, Dixarit
ATC code
C02AC01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet (hydrochloride) 0.025 mg, 0.15 mg
Dragee (hydrochloride) 0.025 mg
Inj.vlst. (hydrochloride) 0.01 mg/ml, 0.15 mg/ml, 1 mg/ml (geschikt voor orale toediening, bevat geen propyleenglycol)
Drank (hydrochloride) 0,05 mg/ml (bevat propyleenglycol, 9.1 mg/ml)

Eigenschappen

Centraal aangrijpend antihypertensivum. Het is een gemengde centraal aangrijpende imidazoline (I1-) en α2-agonist. Naast het centraal remmende effect op de noradrenerge neurotransmissie bezit het een perifere α2-gestimuleerde werking.

Kinetische gegevens

De volgende kinetische parameters zijn gevonden na orale toediening (Arenas-Lopez et al. 2014, Xie et al 2011 en Larsson et al. 2011):

  n= Cmax (ng/ml) Tmax (min) Cl (l/kg/uur) Vd (l/kg)
Neonaat 36 - - 0,22 5,59
1 mnd-1 jr 46 0,73 (3 µg/kg) 190 0,20 2,59
3-10 jr 8 0,77 (4 µg/kg) 62 0,26 1,61
ECMO (3dg-6 jr) 22 - - 0,43 6,49

Bij kinderen aan ECMO is de klaring verdubbeld en het verdelingsvolume verhoogd (Kleiber 2017).

Algemene opmerkingen

Clonidine is adequaat onderzocht en effectief bevonden voor ADHD, inslaapstoornissen en tics. Mogelijk is het middel matig effectief voor gedragsproblemen. Polyfarmacie: in verband met sedatieve, depressogene en hypotensieve effecten is het aan te raden om bij de combinatie van clonidine met benzodiazepine-agonisten en antipsychotica de dosis wat lager te houden dan normaal. Wegens onvoorspelbare effecten op de tensie is het af te raden om te combineren met tricyclische antidepressiva of b-blokkers.

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Sedatie op IC: Adjuvans bij benzodiazepinen
  • Intraveneus
    • 0 maanden tot 18 jaar
      [8] [11] [12] [13] [26]
      • Startdosering: 0,5 microg./kg/uur continu infuus
      • Onderhoudsdosering: Startdosering ophogen tot gewenste effect, tot max 3 microg./kg/uur continu infuus
        • Indien snel effect gewenst is kan een oplaaddosis van 2 - 5 microg/kg worden gegeven in 15 minuten (1 microg/kg in neonaten).
        • Clonidine moet geleidelijk worden afgebouwd om rebound hypertensie te voorkomen.
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [9] [10]
      • Startdosering: 15 microg./kg/dag in 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosering eventueel verhogen tot max 20 microg./kg/dag in 3 doses
        • Clonidine moet geleidelijk worden afgebouwd om rebound hypertensie te voorkomen.
Indicatie: ADHD met of zonder gedragsproblemen of tics
  • Oraal
    • < 25 kg
      [1] [7] [14] [15] [16]
      • Startdosering: 25 microg./dag in 1 dosis als avonddosering
      • Onderhoudsdosering: Startdosering met 50 microgram per drie dagen verhogen tot de gebruikelijke onderhoudsdosering van 3 - 5 microg./kg/dag in 3 doses
      • Clonidine moet geleidelijk worden afgebouwd (25 microgram per 3 dagen verminderen) om rebound hypertensie te voorkomen.
        Behandeling door of na overleg met een  specialist in kinder en jongerenpsychiatrie die ervaring heeft met gebruik van clonidine voor deze indicatie.

    • ≥ 25 kg
      [1] [7] [14] [15] [16]
      • Startdosering: 50 microg./dag in 1 dosis als avonddosering
      • Onderhoudsdosering: Startdosering met 50 microgram per drie dagen verhogen tot de gebruikelijke onderhoudsdosering van 3 - 5 microg./kg/dag in 3 doses
      • Clonidine moet geleidelijk worden afgebouwd (25 microgram per 3 dagen verminderen) om rebound hypertensie te voorkomen.

        Behandeling door of na overleg met een specialist in kinder en jongerenpsychiatrie die ervaring heeft met gebruik van clonidine voor deze indicatie.

Indicatie: Inslaapstoornissen bij ADHD
  • Oraal
    • 4 jaar tot 18 jaar
      [1] [7] [17]
      • In de avond: 25 microg./dosis in 1 dosis , max: 75microg./dag
      • Clonidine geleidelijk worden afgebouwd (25 microgram per 3 dagen verminderen) om rebound hypertensie te voorkomen.

        Behandeling door of na overleg met een specialist in kinder en jongerenpsychiatrie die ervaring heeft met gebruik van clonidine voor deze indicatie.

Indicatie: Groeihormoon secretietest
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [18] [19] [25]
      • 150 microg./m2/dosis éénmalig , max: 150microg./dosis
      • Dosering naar boven afronden op een halve tablet van 0,15 mg.

Indicatie: Neonataal Abstinentie Syndroom (NAS)
  • Oraal
    • a terme neonaat
      [4] [5] [20] [21] [22]
      • Startdosering: 0,5 - 1 microg./kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: Startdosering op geleide van onthoudingsverschijnselen en bloeddruk langzaam ophogen over 1 à 2 dagen naar 6 - 9 microg./kg/dag in 4 - 6 doses
      • Clonidine moet geleidelijk worden afgebouwd (dagdosis om de dag met 10% verminderen) om rebound hypertensie te voorkomen.

         

Indicatie: Hypertensie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [27] [28]
      • Startdosering: 5 - 10 microg./kg/dag in 3 - 4 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosering op geleide van effect elke 4-7 dagen ophogen tot max 25 microg./kg/dag in 3 - 4 doses , max: 900microg./dag
      • Clonidine moet geleidelijk worden afgebouwd om rebound hypertensie te voorkomen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

CENTRAAL WERKENDE SYMPATHICOLYTICA

IMIDAZOLINERECEPTORAGONISTEN

Guanfacine

Intuniv
C02AC02

Bijwerkingen bij kinderen

Bij toepassing als psychofarmacon: Hypotensie, bradycardie, sedatie, duizeligheid, depressieve klachten (verdrietig, hangerig, geïrriteerd gedrag), hoofdpijn en obstipatie. Duidelijke ECG-veranderingen zijn niet waargenomen.

Bij overdosering bij kinderen: Ademhalingsdepressie, bewusteloosheid, cardiale bijwerkingen, ernstige hypotensie, paradoxale bloeddrukstijging, hyperglykemie, hypothermie.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): duizeligheid, sedatie. Orthostatische hypotensie. Droge mond.

Vaak (1–10%): depressie, slaapstoornissen. Hoofdpijn. Misselijkheid, braken, obstipatie, pijn in de speekselklieren. Erectiele disfunctie. Vermoeidheid.

Soms (0,1–1%): waarnemingsstoornissen, hallucinaties, nachtmerries. Paresthesie. Sinusbradycardie. Ziekte van Raynaud. Huiduitslag, urticaria, jeuk. Malaise.

Zelden (0,01–0,1%): gynaecomastie. Verminderde traanvochtproductie. AV–blok. Droge neus. Pseudo–obstructie van het colon. Haaruitval. Toegenomen bloedglucosespiegel.

Verder zijn gemeld: bradyaritmie, verwardheid, verminderd libido, accommodatiestoornissen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Ernstige bradyaritmieën (sick-sinussyndroom, tweede- of derdegraads AV-blok).

Contraindicaties bij volwassenen

Ernstige bradyaritmieën (sick-sinussyndroom, tweede- of derdegraads AV-blok). Bij de behandeling van onthoudingsverschijnselen tevens: nierinsufficiëntie, hypotensie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij toepassing als psychofarmacon:
In de eerste weken treedt veelal een lichte sedatie op. Als de bijwerkingen (sedatie, duizeligheid) te storend zijn, wordt de dosis verlaagd. Meestal verdwijnt de sedatie. Clonidine wordt meestal gegeven in drie giften (bij ontbijt, lunch en voor het slapen). Het kan tot 3 maanden duren voor clonidine zijn volledige effect heeft. De ouders en het kind moeten hiervan op de hoogte zijn. Als er na ruim een maand nog geen duidelijk effect is kan de dosis worden verhoogd. Is er echter na een tweede maand nog geen enkel effect, dan wordt clonidine als onwerkzaam beschouwd. Als na twee, drie maanden besloten wordt de medicatie te continueren, is halfjaarlijkse medicatiecontrole (effecten, bijwerkingen en gewicht) aan te bevelen. Ieder jaar wordt gekeken of de medicatie achterwege gelaten kan worden.

Voor de behandeling moeten eventueel bestaande cardiale problemen (tensie of ritme) bij het kind of in de familie worden uitgevraagd. Bij duizeligheid of hartkloppingen, of bij verdenking op ritmestoornissen, is controle van bloeddruk en pols (frequentie en regelmatigheid) aangewezen, vooraf en gedurende de behandeling. De systolische en diastolische bloeddruk daalt bij clonidine ongeveer 10 mm Hg, dit heeft echter geen klinische relevantie. Klachten die optreden bij lichamelijke inspanning dienen echter goed uitgezocht te worden. Bij twijfel over de cardiovasculaire toestand is een ECG aangewezen.

Men moet extra alert zijn bij patiënten met depressieve symptomen, want deze kunnen verergeren.

Om plotseling dalen en stijgen van de bloeddruk te voorkomen, is het aan te bevelen clonidine insluipend te doseren aan het begin van de therapie en indien de behandeling wordt gestaakt de behandeling geleidelijk (binnen enkele dagen) af te bouwen. De behandeling dient onder regelmatige controle van bloeddruk en polsfrequentie plaats te vinden.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het is aan te bevelen de medicatie niet abrupt af te breken, doch geleidelijk – binnen enkele dagen – te verminderen wegens de kans op een rebound-effect, dat zich uit in plotselinge stijging van de bloeddruk, gepaard gaande met opwinding, slapeloosheid, tremor, misselijkheid, hoofdpijn en hartkloppingen. Een buitengewone toename van de bloeddruk na staken kan tegengegaan worden door opnieuw instellen van oraal clonidine of met i.v. fentolamine.

Voorzichtig zijn bij polyneuropathie, milde tot matige bradyaritmieën zoals sinusbradycardie, cerebrale of perifere doorbloedingsstoornissen, ernstig coronair vaatlijden, hartfalen, obstipatie of depressie in de anamnese. Bij autonome neuropathie, zoals bij diabetes mellitus, kan clonidine een paradoxale toename van de bloeddruk geven. Bij ernstig gestoorde nierfunctie is regelmatige controle hiervan aanbevolen. Omdat clonidine een afname in de traanvochtproductie kan veroorzaken is het mogelijk dat het dragen van contactlenzen minder goed wordt verdragen.

Clonidine heeft geen therapeutisch effect op de hoge bloeddruk die wordt veroorzaakt door een feochromocytoom.

Het gebruik kan, vooral in het begin van de behandeling, leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. deelname aan het verkeer) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Interacties

Relevant: bij combinatie met een niet-selectieve β-blokker kan paradoxale hypertensie optreden. Bovendien kan 'rebound'-hypertensie optreden bij staken van clonidine in aanwezigheid van een β-blokker. Bij staken van clonidine dient daarom eerst de β-blokker (tijdelijk) te worden gestaakt, alvorens het gebruik van clonidine geleidelijk te staken.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met methylfenidaat.

Niet beoordeeld: tricyclische antidepressiva en antipsychotica (in het bijzonder de fenothiazinederivaten) kunnen de antihypertensieve werking van clonidine verminderen en orthostatische hypotensie veroorzaken of verergeren.

Symptomen van hypoglykemie van bloedglucoseverlagende middelen kunnen worden gemaskeerd.

De sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.

Referenties

  1. Landelijk Kenniscentrum Kind-enJeugdpsychiatrie (Ketelaars), Adrenerge middelen, 2009
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 25 jan 2018
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 25 jan 2018
  4. Hoder EL, et al, Clonidine treatment of neonatal narcotic abstinence syndrome, Psychiatry Res., 1984, 13, 243-51
  5. Osborn DA, et al., Sedatives for opiate withdrawal in newborn infants, Cochrane Database Syst Rev., 2010, Oct 6;(10), CD002053
  6. Potts AL, et al, Clonidine disposition in children; a population analysis, Paediatr Anaesth., 2007, 17, 924-33
  7. CBO, ADHD- Richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van ADHD bij kinderen en jeugdigen, www.cbo.nl, 2005
  8. Ambrose C et al., Intravenous clonidine infusion in critically ill children: dose-dependent sedative effects and cardiovascular stability. , Br J Anaesth , 2000, 84(6), 794-6
  9. Arenas-Lopez S et al. , Use of oral clonidine for sedation in ventilated paediatric intensive care patients., Intensive Care Med , 2004, 30(8), 1625-9
  10. Duffett M et al., Clonidine in the sedation of mechanically ventilated children: A pilot randomized trial. , J Crit Care, 2014, 29(5), 758-63
  11. Hünseler C et al. , Continuous infusion of clonidine in ventilated newborns and infants: a randomized controlled trial., Pediatr Crit Care Med , 2014, 15(6), 511-22
  12. Pohl-Schickinger A et al. , Intravenous clonidine infusion in infants after cardiovascular surgery., Paediatr Anaesth, 2008, 18(3), 217-22
  13. Wolf A et al. , Prospective multicentre randomised, double-blind, equivalence study comparing clonidine and midazolam as intravenous sedative agents in critically ill children: the SLEEPS study., Health Technol Assess, 2014 , 18(71), 1-212
  14. Connor DF et al. , A meta-analysis of clonidine for symptoms of attention-deficit hyperactivity disorder., J Am Acad Child Adolesc Psychiatry., 1999, Dec;38(12), 1551-9
  15. Palumbo DR et al. , Clonidine for attention-deficit/hyperactivity disorder: I. Efficacy and tolerability outcomes., J Am Acad Child Adolesc Psychiatry., 2008 , Feb;47(2), 180-8
  16. Tourette's Syndrome Study Group. , Treatment of ADHD in children with tics: a randomized controlled trial. , Neurology. , 2002 , Feb 26;58(4), 527-36
  17. Prince JB et al. , Clonidine for sleep disturbances associated with attention-deficit hyperactivity disorder: a systematic chart review of 62 cases., J Am Acad Child Adolesc Psychiatry., 1996 , May;35(5), 599-605
  18. Noordam C et al., Werkboek Kinderendocrinologie. , Digitale publicatie op www.nvk.nl (alleen leden). , 2010
  19. Romer TE et al. , Oral clonidine for screening of growth hormone deficiency., Panminerva Med., 1982 , Jul-Sep;24(3), 231-5.
  20. Agthe AG et al. , Clonidine as an adjunct therapy to opioids for neonatal abstinence syndrome: a randomized, controlled trial., Pediatrics. , 2009 , May;123(5), e849-56
  21. Surran B et al. , Efficacy of clonidine versus phenobarbital in reducing neonatal morphine sulfate therapy days for neonatal abstinence syndrome. A prospective randomized clinical trial. , J Perinatol., 2013, Dec;33(12), 954-9
  22. Hudak ML et al., Neonatal drug withdrawal. , Pediatrics., 2012 , Feb;129(2), e540-60
  23. Larsson P et al. , Oral bioavailability of clonidine in children., Paediatr Anaesth., 2011 , Mar;21(3), 335-40
  24. Xie HG et al, Clonidine clearance matures rapidly during the early postnatal period: a population pharmacokinetic analysis in newborns with neonatal abstinence syndrome, J Clin Pharmacol. , 2011 , Apr;51(4), 502-11
  25. Klein RH et al. , Pharmacokinetics and pharmacodynamics of orally administered clonidine: a model-based approach., Horm Res Paediatr. , 2013, 79(5), 300-9
  26. Sheng Y et al. , Pharmacokinetic reason for negative results of clonidine sedation in long-term-ventilated neonates and infants. , Pediatr Crit Care Med, 2015, 16(1), 92-3
  27. Lurbe E et al. , 2016 European Society of Hypertension guidelines for the management of high blood pressure in children and adolescents. , J Hypertens., 2016, Oct;34(10):, 1887-920
  28. NVK, Sectie kindernefrologie. , Expertopinie dosering hypertensie. , 18-12-2017
  29. Kleiber N et al. , Population pharmacokinetics of intravenous clonidine for sedation during paediatric extracorporeal membrane oxygenation and continuous venovenous hemofiltration. , Br J Clin Pharmacol., 2017, Jun;83(6), 1227-1239

Wijzigingen

  • 25 januari 2018 13:40: De wetenschappelijke literatuur over de toepassing van clonidine bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geresulteerd in de toevoeging van kinetische gegevens en de toevoeging van een doseeradvies voor hypertensie en een oraal doseeradvies voor sedatie op de IC.