Pentamidine

Stofnaam
Pentamidine
Merknaam
Pentacarinat
ATC code
P01CX01
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder (gelyofiliseerd) voor inj.vlst. (di-isetionaat) 300 mg
Poeder voor vernevelvlst. (di-isetionaat) 300 mg

Eigenschappen

Pentamidine is een antiprotozoicum. Het interfereert met het nucleaire metabolisme in protozoa door remming van de synthese van DNA, RNA, fosfolipiden en eiwitten. Het werkingsmechanisme dat hieraan ten grondslag ligt kan verschillen afhankelijk van de soort protozo.

Gevoelig zijn o.a. Trypanosoma en Leishmania. Pentamidine werkt tevens fungicide tegen de gist-achtige schimmel Pneumocystis jiroveci door remming van het glucosemetabolisme, het intracellulair aminozuurtransport én de RNA- en eiwitsynthese ervan.

Kinetische gegevens

Er zijn geen onderzoeken verricht naar de farmacokinetische parameters van pentamidine bij kinderen

Doseringen

Behandeling Pneumocystis Jiroveci Pneumonie (PCP)
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [7]
      • 4 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur: 14-21 dagen
      • Er is slechts beperkte wetenschappelijke onderbouwing voor deze toepassing bij kinderen.

Profylaxe PCP bij oncologie patiƫnten
  • Intraveneus
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [4] [6] [7]
      • 4 mg/kg/dosis, 1 x per 4 weken.
      • Er is slechts beperkte wetenschappelijk onderbouwing voor deze toepassing. Onder de 2 jaar minder effectief, met name bij beenmergtransplantatie.

Profylaxe Pneumocystis Jiroveci Pneumonie (PCP)
  • Inhalatie
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 300 mg/dosis, 1 x per maand.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 tot 36 uur
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 tot 36 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 48 uur

Bijwerkingen algemeen

Bij intraveneuze toediening:
Zeer vaak (> 10%): lokale reacties op de injectie-/infusieplaats zoals pijn, induratie, abcesvorming en spiernecrose (vooral bij i.m. toediening). Stijging ureum en creatinine, acuut nierfalen, macroscopische hematurie.

Vaak (1-10%): hypotensie, overmatig blozen. Syncope, duizeligheid. Misselijkheid, braken, smaakstoornis. Huiduitslag. Anemie, leukopenie, trombocytopenie. Hypoglykemie, hyperglykemie, diabetes mellitus (met of zonder voorgaande hypoglykemie, is gemeld tot enkele maanden na het staken van de behandeling), hyperkaliëmie, hypocalciëmie, hypomagnesiëmie. Afwijkende leverfunctiewaarden.

Zelden (0,01-0,1%): pancreatitis. Verlengd QT-interval, hartaritmieën.

Verder zijn gemeld: bradycardie, 'torsade de pointes'. Overgevoeligheidsreacties, waaronder angio-oedeem, anafylactische reactie, anafylactische shock, Stevens-Johnsonsyndroom. Tijdens de i.v.-infusie kunnen paresthesie van de extremiteiten en faciale en periorale hypo-esthesie optreden; deze verdwijnen na onderbreking of voltooiing van het infuus. Na i.m.-toediening kan rabdomyolyse optreden.

Als gevolg van ernstige hypotensie, hypoglykemie, acute pancreatitis en cardiale aritmieën zijn gevallen met fatale afloop gemeld.

Bij inhalatie:

Vaak (1-10%): hoesten, kortademigheid, piepende ademhaling en bronchospasmen (m.n. bij rokers en astma). Metaalsmaak, misselijkheid.

Zelden (0,01-0,1%): eosinofiele pneumonie.

Verder zijn gemeld: allergische reacties (waaronder anafylactische shock, angio-oedeem). Hypoglykemie. Licht gevoel in het hoofd. Bradycardie. Hypotensie. Pneumothorax bij een voorgeschiedenis van Pneumocystis jiroveci-pneumonie. Acute pancreatitis. Huiduitslag. Nierinsufficiëntie. Koorts, verminderde eetlust, vermoeidheid.

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen


 

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Soms acute hypotensie, bij voorkeur toedienen op IC. Bloedbeeld, bloeddruk, sereumcreatinine en bloedglucose controleren.

 

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

BIj intraveneuze toediening:

Wees extra voorzichtig bij hyper- of hypotensie, hyper- of hypoglykemie, lever- en/of nierinsufficiëntie, anemie, leukopenie of trombocytopenie. De uitgangswaarde van de bloeddruk bepalen; tijdens en na toediening de bloeddruk controleren totdat de behandeling is beëindigd.

Tijdens de behandeling: dagelijks het serumcreatinine, bloedureum, volledig bloedbeeld, bloedglucose (nuchter), serumelektrolyten en urine-analyse controleren; tweemaal per week het serummagnesium controleren; wekelijks leverfunctietesten (bilirubine, alkalisch fosfatase, ASAT, ALAT) uitvoeren alsmede het serumcalcium bepalen. De leverfunctietesten iedere 3-5 dagen controleren, indien tevens andere potentieel hepatotoxische middelen worden gebruikt. Bij achteruitgang van de leverfunctie voortzetting van de therapie evalueren. Let op! Bepaal ook regelmatig ná de behandeling nog enkele maanden de glucosespiegels.

Wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging zoals significante bradycardie (< 50 slagen/min), een voorgeschiedenis van ventriculaire aritmieën, ongecorrigeerde hypokaliëmie of hypomagnesiëmie, relevante hartziekten (zoals hartfalen en coronaire aandoeningen; zoals na een myocardinfarct), congenitale of verworven QT-verlenging en comedicatie met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen (zie rubriek Interacties). Regelmatig een ECG maken. Bij een QT-interval > 500 ms constante hartbewaking overwegen; bij een QT-interval > 550 ms niet toepassen.

Tijdens bereiding en toediening contact met huid of slijmvliezen vermijden.

Bij inhalatie:

Bij i.m.- of i.v.-toediening zijn als gevolg van ernstige hypotensie, hypoglykemie, acute pancreatitis en cardiale aritmieën gevallen met fatale afloop gemeld. Uiterst voorzichtig toepassen bij patiënten met een lever- of nierfunctiestoornis, hyper- of hypotensie, hyper- of hypoglykemie, anemie, leukopenie of trombocytopenie. Het middel toedienen terwijl de patiënt ligt en de bloeddruk regelmatig controleren totdat de behandeling beëindigd is.

Pentamidine kan het QT-interval verlengen. 'Torsade de pointes' is waargenomen. Bij een QT-interval > 500 ms constante hartbewaking overwegen; bij een QT-interval > 550 ms niet toepassen. Wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging en aritmie zoals significante bradycardie (< 50 slagen/min), een voorgeschiedenis van ventriculaire aritmieën, ongecorrigeerde hypokaliëmie of hypomagnesiëmie, relevante hartziekte (hartfalen, coronaire hartaandoening; o.a. na een myocardinfarct), congenitale of verworven QT-verlenging en comedicatie met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen (zie ook rubriek Interacties).

Bij hoesten of bronchospasmen pentamidine combineren met een bronchodilatator voorafgaand aan de behandeling. Roken dient bij voorkeur te worden gestaakt omdat dit de lokale reacties van de bovenste luchtwegen kan versterken.

Omdat bij toediening per aerosol geringe systemische concentraties worden bereikt, moet men bedacht zijn op extrapulmonale lokalisatie van infecties van Pneumocystis (zoals choroiditis). Tijdens chronische profylaxe is dan ook oogheelkundig onderzoek aan te bevelen.

Bij gebruik van een niet optimale vernevelaar loopt de omgeving van de patiënt gevaar van blootstelling aan pentamidine met als mogelijk gevolg bijwerkingen zoals bronchoconstrictie.

Voor invloeden op laboratoriumtesten raadpleeg (rubriek 4.4 van) de officiële productinformatie CBG/EMA 

 

Interacties

Relevant: pentamidine kan het QTc-interval verlengen, het risico op ernstige hartritmestoornissen is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij ernstige hartritmestoornissen zoals torsade de pointes zijn gemeld. 

Niet beoordeeld: in combinatie met foscarnet kan hypocalciëmie optreden.

 

 

Referenties

  1. Hartwig NC, et al, Vademecum pediatrische antimicrobiele therapie, 2005
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 10 april 2018
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 15 juni 2020
  4. Milstone AM, et al, Failure of intravenous pentamidine prophylaxis to prevent pneumocystis pneumonia in a pediatric hematopoietic stem cell transplant (HSCT) patient, Pediatr Blood Cancer. , 2006 , Nov;47(6), 859-60
  5. Schuval SJ, et al, Failure of pentamidine as prophylaxis for Pneumocystis carinii pneumonia in HIV-infected children, Arch Pediatr Adolesc Med, 1994, Aug;148(8), 876-9
  6. Kim SY, et al, Intravenous pentamidine is effective as second line Pneumocystis pneumonia prophylaxis in pediatric oncology patients. , Pediatr Blood Cancer, 2008, Apr;50(4), 779-83
  7. Prasad P, et al , Pneumocystis pneumonia in children receiving chemotherapy, Pediatr Blood Cancer, 2008, Apr;50(4), 896-8

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering