Dibenzodiazepinederivaat met antipsychotische en snel intredende sedatieve werking en nauwelijks extrapiramidale bijwerkingen. Het heeft sterk noradrenolytische, parasympathicolytische en antihistaminerge eigenschappen en verlaagt de waakzaamheid; het heeft een sterk effect op de dopamine D4-receptor en een zwakke antidopaminerge werking op de andere dopaminereceptoren.
Metabolisering: voornamelijk via CYP1A2 en in mindere mate via CYP3A4, CYP2C19 en CYP2D6. De belangrijkste (werkzame) metaboliet is norclozapine.
Kinderen (n=6, 9-16 jaar) hebben een gemiddelde klaring van 1,7 l/kg/uur.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Tablet 6,25 mg, 25 mg, 100 mg, 200 mg
Drank 6,25 mg/ml, 25 mg/ml
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| Therapieresistente psychose |
|---|
|
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.
GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Kinderen lijken gevoeliger te zijn voor de dosisafhankelijke bijwerkingen zoals leukopenie en agranulocytose. Naast granulocytopenie en agranulocytose komen ook de volgende bijwerkingen voor: sedatie, akinesie, dyslipidemie.
Kans op (fatale) granulocytopenie (3%) en agranulocytose (0,7%), voornamelijk in de eerste 18 behandelweken (incidentie 32:100.000 persoonsweken).
Kans op (fatale) myocarditis en cardiomyopathie bij aanhoudende tachycardie in rust of bij symptomen van hartfalen, met name tijdens de eerste 2 maanden van de behandeling.
Zeer vaak (> 10%): slaperigheid, duizeligheid, obstipatie, hypersalivatie en tachycardie.
Vaak (1-10%): leukopenie, neutropenie, eosinofilie, leukocytose, droge mond, orthostatische hypotensie, urine-incontinentie en/of –retentie, hypertensie, syncope, maag-darmklachten, anorexie, gewichtstoename, dysartrie, stijging van leverenzymwaarden, verandering van ECG, hoofdpijn, tremor, stijfheid, acathisie, extrapiramidale symptomen, convulsies, vermoeidheid, koorts, stoornis in zweet- en temperatuurregulatie.
Soms (0,1-1%): granulocytopenie, granulocytose, neuroleptisch maligne syndroom, stotteren, valrisico.
Zelden (0,01-0,1%): anemie, gestoorde glucosetolerantie en diabetes mellitus, obesitas, rusteloosheid, agitatie, verwardheid, delirium, circulatoire collaps, pericarditis, aritmie, myocarditis (met name in de eerste twee maanden van behandeling, waarvan enkele gevallen met fatale afloop), trombo-embolie, aspiratie van ingenomen voedsel, mogelijk fatale pneumonie en ondersteluchtweginfectie, slaap-apneu syndroom, dysfagie, hepatitis, cholestatische icterus, pancreatitis, verhoogd CPK.
Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie, trombocytemie, ketoacidose, hyperosmolair coma, ernstige hyperglykemie, hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, tardieve dyskinesie, obsessieve compulsieve symptomen, cardiomyopathie, hartstilstand, ademhalingsdepressie of -stilstand, vergroting van parotisklier, darmobstructie, paralytische ileus, fulminante levernecrose, huidreacties, tubelo-interstitiële nefritis, priapisme, plotseling onverklaarbaar overlijden.
Verder zijn gemeld: pigmentatiestoornis, sepsis, polyserositis, angio-oedeem, hypotensie, leukocytoclastische vasculitis, geneesmiddelexantheem met eosinofiele en systemische symptomen (DRESS), systemische lupus erythematodes, cholinerg syndroom (na abrupt stoppen, veranderingen in EEG, pleurothotonus (Pisa-syndroom), rustelozebenen-syndroom, pijn op de borst, angina pectoris, (fataal) myocardinfarct, atriumfibrilleren, palpitaties, mitralisklepinsufficiëntie geassocieerd met clozapinegerelateerde cardiomyopathie, pseudofeochromocytoom, veneuze trombo-embolie, hematologische maligniteit, verstopte neus, pleura-effusie, buikklachten, dyspepsie, colitis, (geperforeerde) appendicitis, diarree, (fataal) megacolon, (fataal) darminfarct/-ischemie, (fatale) darmnecrose, (fatale) darmzweren, (fatale) darmperforatie, leversteatose, levernecrose, levertoxiciteit, leverfibrose, levercirrose, (fataal) leverfalen, spierzwakte, -spasme, -pijn, rabdomyolyse, nierfalen, enuresis nocturna, retrograde ejaculatie, acute onthoudingsverschijnselen, neonataal geneesmiddelonthoudingssyndroom.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Myeloproliferatieve aandoeningen, ernstige nier- of hartaandoeningen (zoals myocarditis of cardiomyopathie geïnduceerd door clozapine in de anamnese) en verlengd QTc-interval. Bij een anamnese van granulocytopenie of agranulocytose veroorzaakt door andere medicatie kan worden overwogen met clozapine te behandelen onder nauwkeurige controle van de leukocyten, bijvoorbeeld tweemaal per week.
Samenvatting: Men dient bedacht te zijn op tekenen van infecties in verband met het risico op neutropenie. Bloedbeeld dient gecontroleerd te worden. Het maken van een EEG wordt aanbevolen. Bij myocarditis of cardiomyopathie behandeling staken. Controle van het gewicht is noodzakelijk. Tevens wordt aanbevolen om bloeddruk, nuchter glucose, glucose 2 uur na normaal ontbijt en nuchter totaal cholesterol te monitoren.
Voorschrijvende artsen dienen zich strikt te houden aan de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen. Bij elk bezoek moet een patiënt die clozapine krijgt eraan worden herinnerd om onmiddellijk contact op te nemen met de behandelende arts, als een infectie van welke aard dan ook zich begint te ontwikkelen. Speciale aandacht moet worden besteed aan griepachtige klachten, zoals koorts of zere keel en aan andere tekenen van infectie, welke op neutropenie kunnen duiden. Neutropenie komt bij kinderen vaker voor dan bij volwassenen (Maher 2013)
Voorafgaand aan een behandeling met clozapine wordt het witte bloedbeeld (aantal en differentiatie) bepaald. Na het begin van de behandeling dient het bloedbeeld gedurende de eerste 18 weken wekelijks te worden gecontroleerd. Nadien moet, voor de duur van de behandeling, controle van het bloedbeeld minstens éénmaal per maand worden uitgevoerd.
Bij clozapine is, behalve bloedonderzoek, ook het maken van een EEG voor de start van de medicatie aan te raden in verband met de epileptogene bijwerking en de daarmee gerelateerde EEG veranderingen. Tevens wordt clozapine geassocieerd met een verhoogd risico op myocarditis. Indien myocarditis of cardiomyopathie wordt vermoed, moet de behandeling onmiddellijk worden stopgezet en dient de patiënt doorverwezen worden naar een cardioloog.
Vanwege de grote kans op gewichtstoename (met verhoogd risico op de ontwikkeling van diabetes en verhoogd niveau van triglyceriden in het bloed) is controle van het gewicht noodzakelijk. Tevens wordt aanbevolen om bloeddruk, nuchter glucose, glucose 2 uur na normaal ontbijt en nuchter totaal cholesterol, (indien verhoogd ook HDL,LDL en triglyceriden) voor medicatiestart, na 3 maanden en vervolgens jaarlijks te monitoren.
Algemene controles
Controleer het absolute aantal neutrofielen (ANC) vóór de start van de behandeling, vervolgens de eerste 18 weken wekelijks en daarna maandelijks gedurende de volgende 34 weken (einde van het eerste behandeljaar). Als er het eerste jaar geen neutropenie opgetreden is, kunnen de ANC-controles worden teruggebracht naar 1×/12 weken. Als er gedurende de eerste twee jaar geen neutropenie is opgetreden, kunnen de ANC-controles worden teruggebracht naar 1×/jaar. Begin een behandeling alleen bij een ANC van ≥ 1,5 × 109/l of bij een bewezen benigne etnische neutropenie (BEN) met een ANC van ≥ 1,0 × 109/l. Als tijdens de behandeling het ANC daalt naar 1,0-1,5 × 109/l (milde neutropenie) die daarna stabiliseert of verdwijnt, de ANC-waarden gedurende de rest van de behandeling maandelijks controleren. Voor patiënten met een bevestigde BEN geldt een drempelwaarde van 0,5-1,0 × 109/l. Staak direct de behandeling bij een ANC-daling naar < 1,0 × 109/l óf bij BEN 0,5 × 109/l en controleer nog gedurende 4 weken wekelijks; hervat nooit meer de behandeling met clozapine. Controle door een ervaren hematoloog is in dat geval vereist.
Controleer bij een onderbreking (vanaf 3 dagen tot 4 weken) van kortere behandeling (vanaf 18 weken tot 2 jaar) het ANC de eerste 6 weken weer wekelijks; controleer bij een onderbreking van ≥ 4 weken, de eerste 18 weken wekelijks, ongeacht de eerdere behandelduur en eerdere milde neutropenie. Stabiele patiënten (≥ 2 jaar behandeld) zonder neutropie kunnen hun vorige ANC-schema hervatten, ongeacht de duur van de onderbreking.
Bij symptomen van infecties (zoals keelpijn en koorts) direct een ANC-bepaling uitvoeren, vanwege de kans op neutropenie. Overweeg bij ouderen of bij gelijktijdig gebruik van valproïnezuur aanvullende ANC-bepalingen, vooral aan het begin van de behandeling.
Staak het gebruik als het eosinofielenaantal stijgt boven 3,0 × 109/l; behandeling hervatten nadat eosinofielen aantal < 1,0 × 109/l.
Staak het gebruik als het trombocytenaantal daalt onder 50 × 109.
Controleer periodiek lipiden en gewicht vooraf en tijdens de behandeling.
Controles bij risicogroepen
Controleer bij (risicofactoren voor) diabetes mellitus de glucosewaarden; overweeg staken van clozapine als bij gestoorde glucosetolerantie actieve medische behandeling van hyperglykemie faalt.
Controleer bij Parkinson de bloeddruk in staande en liggende positie, gedurende de eerste weken van de behandeling.
Controleer bij een verminderde leverfunctie de leverfunctie regelmatig.
Controleer bij koorts zorgvuldig op tekenen van infectie, agranulocytose en maligne antipsychoticasyndroom. De temperatuurverhoging is meestal benigne en voorbijgaand.
Anticholinerge effecten: Zorgvuldige controle is aangewezen bij prostaatvergroting en nauwe-kamerhoekglaucoom. Het middel kan door pupilverwijding de oogdruk verhogen en een aanval van acuut glaucoom veroorzaken. Symptomen van obstipatie actief behandelen, om complicaties (fecale impactie, paralytische ileus, appendicitis, megacolon en darminfarct) te voorkomen. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van colonaandoeningen of onderbuikchirurgie.
Overig
Geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen DRESS is gemeld; controleer nauwgezet op symptomen en breng patiënten op de hoogte. Staak de behandeling direct en definitief als deze symptomen zich voordoen.
Volgens de clozapinepluswerkgroep kunnen ontstekingsreacties (zoals bij infectie van de bovenste luchtwegen, urineweginfecties, decubitus of wondgenezing) leiden tot plotselinge, toxische clozapinespiegels, soms met delier. Een verhoogd CRP is geassocieerd met zeer hoge clozapinespiegels.
Staak direct de behandeling bij ontwikkeling van maligne antipsychoticasyndroom.
Bij vermoeden van myocarditis of cardiomyopathie (tachycardie in rust en/of palpitaties, aritmieën, pijn op de borst en andere symptomen van myocardinfarct of hartfalen) de behandeling onderbreken en doorverwijzen naar een cardioloog. Bij clozapine-geïnduceerde myocarditis of cardiomyopathie de patiënt niet opnieuw blootstellen aan clozapine. Mitralisklepinsufficiëntie is gemeld bij gevallen van cardiomyopathie in verband met clozapine-gebruik. Wees voorzichtig bij cardiovasculaire aandoening, QT-verlenging in de familie-anamnese, risicofactoren voor een beroerte of (risicofactoren voor) veneuze trombo-embolie. Myocardinfarct (soms met fatale afloop) is gemeld.
Bij een voorgeschiedenis van epilepsie zorgvuldig observeren, aangezien dosisgerelateerde convulsies zijn gemeld. Indien nodig dosis verlagen en aanvullende behandeling starten.
Epidemiologische studies hebben een cumulatief dosis- en tijdsafhankelijk verband aangetoond tussen clozapine en hematologische maligniteit. De mate waarin hematologische controle van met clozapine behandelde patiënten kan bijdragen aan deze schattingen is niet bekend.
Er is iets meer kans op overlijden bij ouderen met dementie bij gebruik van antipsychotica; clozapine is niet goedgekeurd voor de behandeling van gedragsstoornissen bij dementie. Lage initiële doses moeten worden gegeven bij ouderen > 60 jaar; deze patiënten kunnen gevoeliger zijn voor orthostatische hypotensie en anticholinerge effecten.
Beoordeel het valrisico bij risicopatiënten; clozapine kan toevallen, slaperigheid, posturale hypotensie en motorische en sensorische instabiliteit veroorzaken.
De behandeling zo mogelijk geleidelijk afbouwen, vanwege het risico op acute onthoudingsverschijnselen (cholinerge rebound). Als abrupt staken vereist is, zorgvuldig controleren op rebound-effecten.
Dit middel kan invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Raadpleeg ‘Rij Veilig met Medicijnen’ van het IVM.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Clozapine is substraat voor CYP1A2 (hoofdroute), CYP2C19 en CYP3A4.
Relevant:
Afname clozapine: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren, etravirine, lopinavir, omeprazol en ritonavir.
Toename clozapine: de concentratie stijgt door ciprofloxacine, fluoxetine, fluvoxamine, sertraline en anticonceptiva met ethinylestradiol of estradiol.
Niet relevant:
Toename clozapine: de concentratie stijgt door risperidon.
Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met modafinil.
Niet beoordeeld:
Combinatie met middelen die de beenmergfunctie onderdrukken, is volgens de fabrikant gecontraïndiceerd.
Combinatie met diazepam of lorazepam wordt ontraden, vanwege een verhoogd risico op ernstige hypotensie, ademhalingsdepressie, bewusteloosheid en hartstilstand; bij de overige benzodiazepines is voorzichtigheid geboden.
De concentratie kan stijgen door cimetidine en erytromycine.
Het metabolisme van clozapine kan worden geïnduceerd door roken; dosisaanpassing dient te worden overwogen.
Antipsychotica algemeen:
Relevant: antipsychotica en centrale dopaminerge middelen (Dopaminerge parkinsonmiddelen en Prolactineremmers) kunnen elkaars werking tegengaan. Combinatie wordt daarom ontraden. Een uitzondering is clozapine, dit kan in lage doses worden toegepast bij psychose bij een parkinsonpatiënt. Als alternatief kan quetiapine worden gebruikt.
Niet relevant: antipsychotica kunnen de werking van dopamine tegengaan. Andersom zal dopamine de werking van antipsychotica niet tegengaan. Dopamine passeert de bloed-hersenbarrière niet en remt daarom niet het centrale dopaminereceptor-blokkerend effect van antipsychotica.
In theorie kunnen antipsychotica en parasympathicolytische parkinsonmiddelen elkaars werking tegengaan.
Niet beoordeeld: de werking van adrenaline wordt verzwakt door antipsychotica met een α1-blokkerende werking.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| BUTYROFENONDERIVATEN | ||
|---|---|---|
| N05AD08 | ||
|
Haldol
|
N05AD01 | |
|
Dipiperon
|
N05AD05 | |
| INDOOLDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Latuda
|
N05AE05 | |
| DIFENYLBUTYLPIPERIDINEDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Orap
|
N05AG02 | |
| DIAZEPINEN, OXAZEPINEN,THIAZEPINEN EN OXEPINEN | ||
|---|---|---|
|
Zyprexa, Zalasta
|
N05AH03 | |
|
Seroquel
|
N05AH04 | |
| LITHIUMZOUTEN | ||
|---|---|---|
|
Camcolit, Priadel
|
N05AN01 | |
| OVERIGE ANTIPSYCHOTICA | ||
|---|---|---|
|
Abilify
|
N05AX12 | |
|
Invega
|
N05AX13 | |
|
Risperdal
|
N05AX08 | |
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.