Hulpstoffen

← Terug naar overzicht

Hulpstoffen kunnen zorgen voor ernstige bijwerkingen of overgevoeligheidsreacties bij kinderen.

De geneesmiddelinformatiebank van het CBG bevat de mogelijkheid om de databank te doorzoeken op kenmerken van een geneesmiddel, zoals hulpstoffen.

Benzylalcoholbevattende geneesmiddelen
Benzylalcohol wordt aan geneesmiddelen toegevoegd als conserveermiddel. Jonge kinderen kunnen benzylalcohol niet afbreken via benzoëzuur tot hippuurzuur, waardoor cumulatie kan ontstaan van vooral benzoëzuur. Door ophoping van deze stof in het centraal zenuwstelsel zijn de volgende bijwerkingen beschreven: metabole acidose, vasodilatatie, paralyse, epileptische aanvallen, ademhalingsdepressie en dood.

In de Europese richtsnoer 'Excipients in the Label and Package leaflet of Medicinal Products for Human Use, zie
http://www.emea.europa.eu/pdfs/human/productinfo/3bc7a_200307en.pdf, wordt het volgende gemeld ten aanzien van het parenterale gebruik van benzylalcohol:

Blootstelling minder dan 90 mg/kg/dag:
'Niet gebruiken bij te vroeg geboren kinderen of pasgeborenen. Kan toxische reacties en allergische reacties veroorzaken bij zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar.'

Blootstelling meer dan 90 mg/kg/dag:
'Niet gebruiken bij te vroeg geboren kinderen of pasgeborenen. Vanwege het risisco van dodelijke toxische reacties als gevolg van blootstelling aan benzylalcohol bij meer dan 90 mg/kg/dag, dit product niet gebruiken bij zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar.'

Gebruik van parenterale producten bij neonaten en kinderen tot 3 jaar is daarom gecontraïndiceerd!

Propyleenglycol bevattende geneesmiddelen

Propyleenglycol  is een heldere, kleurloze, geurloze vloeistof met een zoete smaak[1]. Propyleenglycol wordt ondermeer toegepast als vehiculum en/of conserveermiddel in intraveneuze toedieningen, dermatica en cosmetica en wordt gezien als een hulpstof met een lage toxiciteit [1]. Veel geneesmiddelen bevatten propyleenglycol, sommige zelfs grote hoeveelheden. Hierdoor wordt de toxische propyleenglycol grens al overschreden bij het toedienen van de normdoseringen van deze farmaca. Vooral jonge kinderen en patiënten met een slechte nierfunctie lopen hierdoor risico op intoxicatie. 

Onder normale omstandigheden wordt propyleenglycol gedeeltelijk (12-45%) door de nieren, onveranderd uitgescheiden. De resterende hoeveelheid propyleenglycol wordt door het leverenzym alcohol dehydrogenase gemetaboliseerd tot lactaat. Vervolgens wordt het lactaat verder gemetaboliseerd tot pyruvaat en uiteindelijk ontstaan kooldioxide en water [1-4].

Bekende bijwerkingen van propyleenglycol zijn hyperosmolaliteit, hemolyse, cardiale arrythmieën, convulsies, coma en agitatie [4]. Het klinisch beeld komt overeen met sepsis en 'systemic inflammatory response syndrome' met de verschijnselen lactaat acidose, hypotensie en orgaanfalen [4]. Propyleenglycol intoxicatie is een potentieel levensbedreigende situatie [4]. Er is vaak sprake van metabole acidose en hyperosmolaliteit, die zich meestal uiten als een toename van de osmolaire- en anion gap met of zonder lactaat acidose. De metabole acidose is mogelijk een direct gevolg van een verhoogd propyleenglycol metabolisme [4]. Klinische afwijkingen worden geconstateerd bij hogere propyleenglycol concentraties (1040-1440 mg/l). Metabole afwijkingen worden gezien bij een wat lagere propyleenglycol concentratie (580-1270mg/l) [5].

Maximale dagelijkse propyleenglycol  belasting voor zowel oraal als parenteraal [1]:

  • Kinderen tot 1 maand: 1 mg/kg/dag
  • Kinderen vanaf 1 maand tot 5 jaar: maximaal 50 mg/kg/dag
  • Kinderen vanaf 5 jaar: maximaal 500 mg/kg/dag

Bovenstaande (conservatieve) grenzen zijn door de Europese Registratie Autoriteit (EMA) vastgesteld op basis van beschikbare literatuur. Overschrijding van bovenstaande grenzen kan in individuele gevallen onvermijdelijk zijn. Dit dient te allen tijde te geschieden na zorgvuldige afweging van risico’s en baten.

Lees meer.

Risicogroepen

Jonge kinderen
De halfwaardetijd van PG is bij jonge kinderen minimaal driemaal korter. Door het mogelijk versnelde propyleenglycol metabolisme bij jonge kinderen wordt er in deze groep patiënten sneller een metabole acidose waargenomen.

Patiënten met een slechte nierfunctie
Door de gedeeltelijke renale klaring van propyleenglycol, zal de hulpstof eerder cumuleren bij patiënten met een verminderde nierfunctie [5-7]. Propyleenglycol intoxicatie moet dus deel uitmaken van een differentiaal diagnose wanneer een onverklaarbaar anion gap, metabole acidose, hyperosmolaliteit en/of klinische afwijkingen worden waargenomen.

 

Glutenbevattende geneesmiddelen
Gluten kunnen overgevoeligheidsreacties veroorzaken bij patiënten met coeliakie. Farmaceutische grondstoffen die gluten kunnen bevatten zijn tarwezetmeel en voorverstijfseld zetmeel bereid uit tarwezetmeel. Het gebruik van voorverstijfseld zetmeel bereid uit tarwezetmeel is met ingang van 1 januari 1998 niet meer toegestaan. Tarwezetmeel mag (nog) wel in geneesmiddelen worden verwerkt. In het verleden werd de botanische herkomst van zetmeel niet in het registratiedossier van het geneesmiddel vastgelegd. Daarom zijn in de lijst ook de producten opgenomen waarin zetmeel is verwerkt waarvan de botanische herkomst niet bekend is.

Patiënten dienen daarom bij twijfel altijd de bijsluiter te controleren voor de exacte samenstelling van het verpakte geneesmiddel.

Literatuur

Annex to the European Commission guideline on ‘Excipients in the labelling and package leaflet of medicinal products for human use’ (SANTE-2017-11668)EMA/CHMP/302620/2017/EN