Diltiazem

Stofnaam
Diltiazem
Merknaam
ATC code
C05AE03
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Gel (hydrochloride) 2%
Crème rectaal (hydrochloride) 2%

 

Eigenschappen

Calciumantagonist die bij lokale toediening een verslappende werking heeft op de musculatuur van de anale sfincter. De werking bij een anale fissuur berust op een combinatie van verlaging van de interne sfincterspanning en vasodilatatie, waardoor de doorbloeding en genezing van de fissuur worden bevorderd. Werkingsduur: ca. 12 uur. Pijnverlichting treedt in het algemeen pas op na ca. 2 weken; het kan 6-12 weken duren tot de anale fissuur helemaal genezen is.

Kinetische gegevens

Lokale resorptie kan optreden.

Doseringen

Indicatie: Anale fissuur
  • Rectaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [2]
      • 2%: 2x daags aanbrengen op de fissuur en de huid rondom de anus

      • Behandelduur:

        Tot de fissuur visueel is genezen of tot er geen klachten meer zijn,  max. 12 weken.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij volwassenen

Lichte irritatie van de huid rond de anus. Zelden hoofdpijn en duizeligheid (voorbijgaand), perianaal eczeem en lokale overgevoeligheidsreacties.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij chronische anale fissuren is niet goed onderzocht of gebruik langer dan 12 weken zinvol is. Indien chronische fissuren niet helemaal zijn genezen zijn er geen (veiligheids)overwegingen om langer gebruik af te raden.

Interacties

Onderstaande interacties gelden voor systemische toepassing van diltiazem. Deze zijn weergegeven omdat lokale resorptie op kan treden bij rectale toepassing.

Diltiazem is substraat voor CYP3A4 en P-gp.

Relevant:
Toename diltiazem: de concentratie stijgt door cimetidine, krachtige CYP3A4-remmers, HCV-middelen en HIV-middelen. Bovendien kan diltiazem de concentratie van claritromycine, erytromycine of saquinavir verhogen.

Diltiazem verhoogt de concentratie van: alprazolam, atorvastatine, buspiron, carbamazepine, colchicine, immunosuppressiva, ivabradine, lurasidon, midazolam, naloxegol, simvastatine en theofylline.

Overig effect: bij combinatie met een β-blokker kunnen de remmende werking op de atrioventriculaire geleiding en de antihypertensieve werking worden versterkt met als gevolg bradycardie, AV-block en hypotensie. De combinatie wordt in bepaalde gevallen bewust toegepast vanwege het synergistische effect, en wordt bij voorkeur (poli)klinisch ingesteld. Dit geldt ook voor de combinatie van intraveneus diltiazem met amiodaron.

Acute hypotensie kan optreden bij combinatie van een niet-selectieve α1A-blokker (alfuzosine, doxazosine, terazosine) met diltiazem. Dit geldt met name in het begin van de behandeling en bij start van een niet-selectieve α1A-blokker.

De digoxineconcentratie kan stijgen. Behalve een farmacokinetische interactie (diltiazem vermindert de klaring en/of het verdelingsvolume van digoxine) is er ook een farmacodynamische interactie: de remmende werking op de atrioventriculaire geleiding van diltiazem en digoxine kan additief zijn. De combinatie wordt vaak bewust voorgeschreven bij atriumfibrilleren.

Niet relevant: de concentratie daalt door rifampicine.

Bij combinatie met fluoxetine kan oedeem optreden.

Diltiazem verhoogt de concentratie van apixaban, dutasteride, eletriptan, encorafenib, saxagliptine en ticagrelor.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met de selectieve α1A-blokkers silodosine en tamsulosine.

Niet beoordeeld: de fenytoïneconcentratie kan stijgen.

Grapefruitsap kan de biologische beschikbaarheid verhogen door remming van CYP3A4. In een kleine studie met gelijktijdige toediening van 250 ml grapefruitsap en 120 mg diltiazem oraal nam de AUC van diltiazem met ong. 20% toe.

Interacties calciumantagonisten algemeen

Dihydropyridines worden gemetaboliseerd door CYP3A4. Dit geldt ook voor verapamil en diltiazem; bovendien zijn deze stoffen ook remmers van CYP3A4.

Interacties dihydropyridines

Relevant:

Toename dihydropyridine: het metabolisme wordt geremd door cimetidine, krachtige CYP3A4-remmers, fluconazol, fluoxetine, HCV-middelen en HIV-proteaseremmers.

Overig effect: acute hypotensie kan optreden bij combinatie van een niet-selectieve α1A-blokker (alfuzosine, doxazosine, terazosine) met een dihydropyridine. Dit geldt met name in het begin van de behandeling en bij start van een niet-selectieve α1A-blokker.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met silodosine, tamsulosine en posaconazol.

Niet beoordeeld: bij combinatie van een dihydropyridine met een oraal toegediend calciumzout zijn geen problemen te verwachten; bij combinatie met een intraveneus toegediend calciumzout kan de vaatverwijdende werking worden afgezwakt.

Grapefruitsap kan in verschillende mate de biologische beschikbaarheid van dihydropyridines verhogen door remming van CYP3A4. Voor dihydropyridines (behalve amlodipine) geldt dat bij kortdurend gebruik van 1 glas grapefruitsap per dag het risico op bijwerkingen laag is. Voor de combinatie van amlodipine met grapefruitsap is geen klinisch relevant effect aangetoond. 

Referenties

  1. Cevik M, et al, A prospective, randomized, double-blind study comparing the efficacy of diltiazem, glyceryl trinitrate, and lidocaine for the treatment of anal fissure in children,, Pediatr Surg Int, 2012, 28, 411-6
  2. Bouma M. et al, NHG-Standaard Rectaal bloedverlies, Huisarts Wet , 2009, 52(1), 23-38
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 12 okt 2018
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 11 juli 2019

Wijzigingen

  • 12 oktober 2018 07:13: NIEUW TOEGEVOEGD
  • 12 oktober 2018 07:12: NIEUW TOEGEVOEGD