Aripiprazol

Stofnaam
Aripiprazol
Merknaam
Abilify
ATC Code
N05AX12
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Tics, gedragsstoornissen en autisme: Off-label
Psychose:
< 15 jaar: Off-label
> 15 jaar: On-label
Manische episodes nij bipolaire stoornis type I:
< 13 jaar: Off-label
> 13 jaar: On-label

Toon registratiestatus

Schizofrenie
>15 jaar: start 2 mg/dag in 1 dosis gedurende 2 dagen,  dan 5 mg/dag gedurende 2 dagen, dan naar onderhoudsdosering van 10 mg/dag in 1 dosis. ZN ophogen in stappen van 5 mg  naar maximale dosering 30 mg/dag. Verbeterde werkzaamheid bij hogere dosis
dan de dagelijkse 10 mg is niet vastgesteld bij jongeren hoewel individuele patiënten mogelijk baat hebben bij een hogere dosis.
Manische episodes bij bipolaire I stoornis:
> 13 jaar:
start 2 mg/dag in 1 dosis gedurende 2 dagen,  dan 5 mg/dag gedurende 2 dagen, dan naar onderhoudsdosering van 10 mg/dag in 1 dosis. Behandelduur max12 weken.

 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. 7.5 mg/ml
Tablet 10 mg, 15 mg, 30 mg
NB: De tabletten kunnen fijngemaakt worden en bereid tot capsules met lagere dosering.
Tablet en capsule (doorgeleverde bereiding): 0,5 mg, 1 mg, 1,5 mg, 2 mg, 2.5 mg, 3 mg, 4 mg, 5 mg, 7.5 mg
Drank: 0,5 mg/ml, 1 mg/ml

Eigenschappen

Atypisch antipsychoticum met partieel agonisme op de dopamine(-D2) en serotonine(-5-HT1a) receptoren en antiserotoninerge (5-HT2) activiteit. Aripiprazol heeft een α1-blokkerende werking.

Kinetische gegevens

Metabolisering: uitgebreid via de lever, voornamelijk via CYP3A4 en CYP2D6 onder meer tot de actieve metaboliet dehydro-aripiprazol. Uit een farmacokinetische studies bij kinderen van 10 tot 17 jaar (N = 21) blijkt dat aripiprazol, binnen het hieronder geadviseerde dosisbereik, een lineaire farmacokinetiek heeft. Tevens blijkt uit deze studie dat de farmacokinetische parameters van aripiprazol bij kinderen (10 – 17 jaar) vergelijkbaar zijn met die van volwassenen.

Doseringen

Indicatie: Tics, gedragsstoornissen en autisme
  • Oraal
    • 5 jaar tot 18 jaar
      [5] [6] [7] [9]
      • Startdosering: 2,5 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: Startdosering op geleide van het effect per 1 a 2 weken ophogen met 2,5 mg tot het gewenste resultaat, meestal wordt dit bereikt bij 5 - 15 mg/dag in 1 dosis
      • Bij kinderen ouder dan 12 jaar kan de startdosering met stappen van 5 mg opgehoogd worden.

        Aripiprazol dient voorgeschreven te worden door een specialist in kinder- en jeugdpsychiatrie of artsen die goed vertrouwd zijn met het gebruik van dit middel bij kinderen en adolescenten. De dosering dient individueel bepaald te worden, de laagste effectieve dosering dient aangehouden te worden.

Indicatie: Psychose; Manische episodes bij Bipolaire stoornis type I
  • Oraal
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1] [2] [3] [5] [8] [12]
      • Startdosering: 2,5 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: startdosering op geleide van het effect per 1 a 2 weken ophogen met 2,5 mg tot 10 mg/dag in 1 dosis , max: 30mg/dag
      • In individuele gevallen met stappen van 5mg/dag ophogen tot maximaal 30 mg/dag. Bij psychoses zijn doses > 10mg/dag niet per definitie effectiever.

        Aripiprazol dient voorgeschreven te worden door een specialist in kinder- en jeugdpsychiatrie of artsen die goed vertrouwd zijn met het gebruik van dit middel bij kinderen en adolescenten. De dosering dient individueel bepaald te worden, de laagste effectieve dosering dient aangehouden te worden.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ANTIPSYCHOTICA

DIFENYLBUTYLPIPERIDINEDERIVATEN

Pimozide

Orap
N05AG02
LITHIUMZOUTEN

Lithiumcarbonaat

Camcolit, Priadel
N05AN01
OVERIGE ANTIPSYCHOTICA

Risperidon

Risperdal
N05AX08
DIAZEPINEN, OXAZEPINEN EN THIAZEPINEN

Clozapine

Leponex
N05AH02

Olanzapine

Zyprexa
N05AH03

Quetiapine

Seroquel
N05AH04
BUTYROFENONDERIVATEN

Haloperidol

Haldol
N05AD01
N05AD05

Bijwerkingen bij kinderen

Sedatie, extrapiramidale stoornis, acathisie, tremor, duizeligheid, slaperigheid, hoofdpijn,vermoeidheid,wazig zien, speekselvloed, braken, misselijkheid, obstipatie, gewichtstoename en gewichtsafname. Verder zijn er, in klinische studies, zeldzame gevallen van MNS (maligne neurolepticasyndroom) gemeld.

Bijwerkingen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme.

Vaak (1-10%): slapeloosheid, rusteloosheid, angst, duizeligheid, extrapiramidale stoornis, acathisie, slaperigheid, tremor, wazig zien, misselijkheid, braken, dyspepsie, obstipatie, speekselvloed, hoofdpijn, asthenie. Soms (0,1-1%): depressie, tachycardie, orthostatische hypotensie. Verder zijn gemeld: leukopenie, neutropenie, trombocytopenie, allergische reactie, angio-oedeem, pruritus, urticaria, diabetische ketoacidose, diabetisch hyperosmolair coma, nervositeit, agitatie, pathologisch gokgedrag, spraakstoornis, serotoninesyndroom, QT-verlenging, ventriculaire aritmieën, plotseling onverklaarbaar overlijden, hartstilstand, 'torsade de pointes', bradycardie, syncope, hypertensie, veneuze trombo-embolie, orofaryngeale spasmen, laryngospasmen, aspiratiepneumonie, pancreatitis, diarree, leverfalen, geelzucht, hepatitis, stijfheid, spierpijn, rabdomyolyse, urine-incontinentie, urineretentie, priapisme, pijn op de borst, perifeer oedeem. Verhoogde waarden creatinekinase, alkalische fosfatase, ALAT, ASAT en γ-GT. Suïcide(pogingen) en suïcidale gedachten. Bij gebruik van antipsychotica kunnen maligne antipsychoticasyndroom, tardieve dyskinesie, convulsies, hyperglykemie, diabetes mellitus optreden en bij ouderen met dementie cerebrovasculaire bijwerkingen. Bij jongeren is er meer kans op bijwerkingen, met name bij manie: Zeer vaak: slapeloosheid/sedatie, extrapiramidale symptomen, acathisie, vermoeidheid, lage serumprolactinespiegels; vaak (1-10%) pijn in de bovenbuik, verhoogd hartritme, gewichtstoename, droge mond, toegenomen eetlust, orthostatische hypotensie, spiertrekkingen, en dyskinesie. Bij 'Maintena' ook vaak: droge mond, reacties op de injectieplaats, gewichtsverandering, diabetes mellitus, agitatie, erectiele disfunctie. Soms ook verlaagde waarden prolactine, galactorroe, gynaecomastie, hypercholesterolemie, eetluststoornis, hallucinatie, hyperseksualiteit, bruxisme, paniekreactie, verminderd libido, alopecia, rustelozebenensyndroom, dysgeusie, oogpijn, hoesten, acne, rosacea, eczeem, nefrolithiase, vulvovaginale droogheid. Verder: hyponatriëmie, spraakstoornis, fotosensibilisatie, hyperhidrose, stoornis in de temperatuurregeling.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Behandeling met aripiprazol mag niet plotseling worden gestaakt, de dosering dient geleidelijk afgebouwd te worden. Ook bij het overstappen van aripiprazol op een ander middel dient aripiprazol niet plotseling gestaakt te worden. Aripiprazol moet dan geleidelijk afgebouwd worden terwijl het andere middel geleidelijk opgebouwd wordt. Evenals met andere antipsychotica dient men bij aripiprazol bedacht te zijn op het optreden van het zogenaamde maligne neurolepticumsyndroom, waarin centraal staan: hyperthermie, extreme spierrigiditeit en een autonome instabiliteit.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme;

Het reactievermogen kan nadelig worden beïnvloedt. Zorgvuldige supervisie van patiënten waarbij meer kans op suïcidaal gedrag aanwezig is, is nodig gedurende de antipsychotische therapie. Er zijn onvoldoende gegevens over die kans bij patiënten jonger dan 18 jaar, maar er is bewijs dat de toegenomen kans op het plegen van zelfmoord, langer aanhoudt dan de eerste 4 weken van het behandelen met atypische antipsychotica, waaronder aripiprazol. Bij tekenen en symptomen van tardieve dyskinesie de dosering verlagen of het gebruik staken; de symptomen kunnen tijdelijk verergeren of zelfs nog ontstaan na staken van het gebruik. Bij tekenen van maligne antipsychoticasyndroom de behandeling staken. Voorzichtigheid is geboden bij cardio- en cerebrovasculaire aandoeningen, condities die kunnen leiden tot hypotensie, hypertensie, een familie-anamnese van QT-verlenging, meer kans op aspiratiepneumonie, een voorgeschiedenis van convulsies, van pathologisch gokgedrag en bij (risicofactoren voor) diabetes mellitus. Bij risicofactoren voor veneuze trombo-embolie preventieve maatregelen treffen. Het gebruik is niet aanbevolen bij aan dementie gerelateerde psychose en/of gedragsstoornissen door mogelijk meer kans op overlijden en van cerebrovasculaire bijwerkingen. Voorzichtigheid is geboden bij ernstig gestoorde leverfunctie vanwege onvoldoende gegevens. Bij kinderen en adolescenten controleren op gewichtstoename; bij relevante gewichtstoename dosisverlaging overwegen. Bij optreden van extrapiramidale symptomen dosisreductie en klinische controle overwegen. Over gelijktijdig gebruik van met stimulantia bij ADHD-comorbiditeit zijn slechts zeer weinig veiligheidsgegevens beschikbaar. Bij jongeren is er meer kans op bijwerkingen;


Interacties

Aripiprazol wordt gemetaboliseerd door CYP3A4 en CYP2D6.

Relevant:

Afname aripiprazol: de plasmaconcentratie daalt door CYP3A4-inductoren. De fabrikant adviseert bij combinatie de dosering van aripiprazol te verdubbelen.

Toename aripiprazol: de plasmaconcentratie stijgt door krachtige CYP2D6-remmers, itraconazol en ketoconazol.

Niet relevant: de AUC kan toenemen door de overige HIV-proteaseremmers.

Niet beoordeeld: het serotoninesyndroom is gemeld. Voorzichtigheid is geboden bij combinatie met andere serotonerge geneesmiddelen, zoals SSRI's en SNRI's.

Interacties antipsychotica algemeen:

Relevant: antipsychotica en centrale dopaminerge middelen (Dopaminerge parkinsonmiddelen en Prolactineremmers) kunnen elkaars werking tegengaan. Combinatie wordt daarom ontraden. Antipsychotica kunnen de werking van dopamine tegengaan. Een uitzondering is clozapine, dit kan in lage doses worden toegepast bij psychose bij een parkinsonpatiënt. Als alternatief kan quetiapine worden gebruikt.

Niet relevant: antipsychotica kunnen de werking van dopamine tegengaan. Andersom zal dopamine de werking van antipsychotica niet tegengaan. Dopamine passeert de bloed-hersenbarrière niet en remt daarom niet het centrale dopaminereceptor-blokkerend effect van antipsychotica.
In theorie kunnen antipsychotica en parasympathicolytische parkinsonmiddelen elkaars werking tegengaan.
Niet beoordeeld: de werking van adrenaline wordt verzwakt door antipsychotica met een α1-blokkerende werking (zie de rubriek Bijzonderheden).
De sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.

Referenties

  1. Barzman DH, et al., The effectiveness and tolerability of aripiprazole for pediatric bipolar disorders: a retrospective chart review, J Child Adolesc Psychopharmacol, 2004, 14, 593-600
  2. Biederman J, et al, Aripiprazole in the treatment of pediatric bipolar disorder: a systematic chart review, CNS Spectr, 2005, 10, 141-8
  3. Chang KD., The use of atypical antipsychotics in pediatric bipolar disorder., J Clin Psychiatry., 2008, 69 Suppl 4, 4-8
  4. Croarkin PE, et al, Neuroleptic malignant syndrome associated with atypical antipsychotics in pediatric patients: a review of published cases, J Clin Psychiatry., 2008, 69, 1157-65
  5. Findling RL, et al., Tolerability and pharmacokinetics of aripiprazole in children and adolescents with psychiatric disorders: an open-label, dose-escalation study, J Clin Psychopharmacol., 2008, 28, 441-6
  6. Gibson AP, et al., Effectiveness and tolerability of aripiprazole in child and adolescent inpatients: a retrospective evaluation., Int Clin Psychopharmacol., 2007, 22, 101-5
  7. McDougle CJ, et al, Atypical antipsychotics in children and adolescents with autistic and other pervasive developmental disorders, J Clin Psychiatry, 2008, 69, 15-20
  8. Sikich L, Efficacy of atypical antipsychotics in early-onset schizophrenia and other psychotic disorders, J Clin Psychiatry, 2008, 69 Suppl 4, 21-5
  9. Yoo HK, et al, An open-label study of the efficacy and tolerability of aripiprazole for children and adolescents with tic disorders, J Clin Psychiatry, 2007, 68, 1088-93
  10. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas ( Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 08 okt 2014
  11. Informatorium Medicamentorum, ( Interacties), Geraadpleegd 25 april 2016
  12. Bristol Meyers Squibb, SPC Abilify EU/1/04/276/001-011, Geraadpleegd op 5 februari 2009, BMS, http://www.bms.com/products/data/index.html (5 feb 2009)

Wijzigingen

  • 21 december 2015 13:52: Doorgeleverde bereiding opgenomen