Tics, gedragsstoornissen en autisme: Off-label
Psychose:
< 15 jaar: Off-label
> 15 jaar: On-label
Manische episodes nij bipolaire stoornis type I:
< 13 jaar: Off-label
> 13 jaar: On-label
Inj.vlst. 7.5 mg/ml
Tablet 10 mg, 15 mg, 30 mg
NB: De tabletten kunnen fijngemaakt worden en bereid tot capsules met lagere dosering.
Tablet en capsule (doorgeleverde bereiding): 0,5 mg, 1 mg, 1,5 mg, 2 mg, 2.5 mg, 3 mg, 4 mg, 5 mg, 7.5 mg
Drank: 0,5 mg/ml, 1 mg/ml
Atypisch antipsychoticum met partieel agonisme op de dopamine(-D2) en serotonine(-5-HT1a) receptoren en antiserotoninerge (5-HT2) activiteit. Aripiprazol heeft een α1-blokkerende werking.
Metabolisering: uitgebreid via de lever, voornamelijk via CYP3A4 en CYP2D6 onder meer tot de actieve metaboliet dehydro-aripiprazol. Uit een farmacokinetische studies bij kinderen van 10 tot 17 jaar (N = 21) blijkt dat aripiprazol, binnen het hieronder geadviseerde dosisbereik, een lineaire farmacokinetiek heeft. Tevens blijkt uit deze studie dat de farmacokinetische parameters van aripiprazol bij kinderen (10 – 17 jaar) vergelijkbaar zijn met die van volwassenen.
| Indicatie: Tics, gedragsstoornissen en autisme |
|---|
|
| Indicatie: Psychose; Manische episodes bij Bipolaire stoornis type I |
|---|
|
GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.
GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.
| DIFENYLBUTYLPIPERIDINEDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Orap
|
N05AG02 | |
| LITHIUMZOUTEN | ||
|---|---|---|
|
Camcolit, Priadel
|
N05AN01 | |
| OVERIGE ANTIPSYCHOTICA | ||
|---|---|---|
|
Risperdal
|
N05AX08 | |
| DIAZEPINEN, OXAZEPINEN EN THIAZEPINEN | ||
|---|---|---|
|
Leponex
|
N05AH02 | |
|
Zyprexa
|
N05AH03 | |
|
Seroquel
|
N05AH04 | |
| BUTYROFENONDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Haldol
|
N05AD01 | |
|
Dipiperon
|
N05AD05 | |
Sedatie, extrapiramidale stoornis, acathisie, tremor, duizeligheid, slaperigheid, hoofdpijn,vermoeidheid,wazig zien, speekselvloed, braken, misselijkheid, obstipatie, gewichtstoename en gewichtsafname. Verder zijn er, in klinische studies, zeldzame gevallen van MNS (maligne neurolepticasyndroom) gemeld.
Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme.
Vaak (1-10%): slapeloosheid, rusteloosheid, angst, duizeligheid, extrapiramidale stoornis, acathisie, slaperigheid, tremor, wazig zien, misselijkheid, braken, dyspepsie, obstipatie, speekselvloed, hoofdpijn, asthenie. Soms (0,1-1%): depressie, tachycardie, orthostatische hypotensie. Verder zijn gemeld: leukopenie, neutropenie, trombocytopenie, allergische reactie, angio-oedeem, pruritus, urticaria, diabetische ketoacidose, diabetisch hyperosmolair coma, nervositeit, agitatie, pathologisch gokgedrag, spraakstoornis, serotoninesyndroom, QT-verlenging, ventriculaire aritmieën, plotseling onverklaarbaar overlijden, hartstilstand, 'torsade de pointes', bradycardie, syncope, hypertensie, veneuze trombo-embolie, orofaryngeale spasmen, laryngospasmen, aspiratiepneumonie, pancreatitis, diarree, leverfalen, geelzucht, hepatitis, stijfheid, spierpijn, rabdomyolyse, urine-incontinentie, urineretentie, priapisme, pijn op de borst, perifeer oedeem. Verhoogde waarden creatinekinase, alkalische fosfatase, ALAT, ASAT en γ-GT. Suïcide(pogingen) en suïcidale gedachten. Bij gebruik van antipsychotica kunnen maligne antipsychoticasyndroom, tardieve dyskinesie, convulsies, hyperglykemie, diabetes mellitus optreden en bij ouderen met dementie cerebrovasculaire bijwerkingen. Bij jongeren is er meer kans op bijwerkingen, met name bij manie: Zeer vaak: slapeloosheid/sedatie, extrapiramidale symptomen, acathisie, vermoeidheid, lage serumprolactinespiegels; vaak (1-10%) pijn in de bovenbuik, verhoogd hartritme, gewichtstoename, droge mond, toegenomen eetlust, orthostatische hypotensie, spiertrekkingen, en dyskinesie. Bij 'Maintena' ook vaak: droge mond, reacties op de injectieplaats, gewichtsverandering, diabetes mellitus, agitatie, erectiele disfunctie. Soms ook verlaagde waarden prolactine, galactorroe, gynaecomastie, hypercholesterolemie, eetluststoornis, hallucinatie, hyperseksualiteit, bruxisme, paniekreactie, verminderd libido, alopecia, rustelozebenensyndroom, dysgeusie, oogpijn, hoesten, acne, rosacea, eczeem, nefrolithiase, vulvovaginale droogheid. Verder: hyponatriëmie, spraakstoornis, fotosensibilisatie, hyperhidrose, stoornis in de temperatuurregeling.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Behandeling met aripiprazol mag niet plotseling worden gestaakt, de dosering dient geleidelijk afgebouwd te worden. Ook bij het overstappen van aripiprazol op een ander middel dient aripiprazol niet plotseling gestaakt te worden. Aripiprazol moet dan geleidelijk afgebouwd worden terwijl het andere middel geleidelijk opgebouwd wordt. Evenals met andere antipsychotica dient men bij aripiprazol bedacht te zijn op het optreden van het zogenaamde maligne neurolepticumsyndroom, waarin centraal staan: hyperthermie, extreme spierrigiditeit en een autonome instabiliteit.
Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme;
Het reactievermogen kan nadelig worden beïnvloedt. Zorgvuldige supervisie van patiënten waarbij meer kans op suïcidaal gedrag aanwezig is, is nodig gedurende de antipsychotische therapie. Er zijn onvoldoende gegevens over die kans bij patiënten jonger dan 18 jaar, maar er is bewijs dat de toegenomen kans op het plegen van zelfmoord, langer aanhoudt dan de eerste 4 weken van het behandelen met atypische antipsychotica, waaronder aripiprazol. Bij tekenen en symptomen van tardieve dyskinesie de dosering verlagen of het gebruik staken; de symptomen kunnen tijdelijk verergeren of zelfs nog ontstaan na staken van het gebruik. Bij tekenen van maligne antipsychoticasyndroom de behandeling staken. Voorzichtigheid is geboden bij cardio- en cerebrovasculaire aandoeningen, condities die kunnen leiden tot hypotensie, hypertensie, een familie-anamnese van QT-verlenging, meer kans op aspiratiepneumonie, een voorgeschiedenis van convulsies, van pathologisch gokgedrag en bij (risicofactoren voor) diabetes mellitus. Bij risicofactoren voor veneuze trombo-embolie preventieve maatregelen treffen. Het gebruik is niet aanbevolen bij aan dementie gerelateerde psychose en/of gedragsstoornissen door mogelijk meer kans op overlijden en van cerebrovasculaire bijwerkingen. Voorzichtigheid is geboden bij ernstig gestoorde leverfunctie vanwege onvoldoende gegevens. Bij kinderen en adolescenten controleren op gewichtstoename; bij relevante gewichtstoename dosisverlaging overwegen. Bij optreden van extrapiramidale symptomen dosisreductie en klinische controle overwegen. Over gelijktijdig gebruik van met stimulantia bij ADHD-comorbiditeit zijn slechts zeer weinig veiligheidsgegevens beschikbaar. Bij jongeren is er meer kans op bijwerkingen;
Aripiprazol wordt gemetaboliseerd door CYP3A4 en CYP2D6.
Relevant:
Afname aripiprazol: de plasmaconcentratie daalt door CYP3A4-inductoren. De fabrikant adviseert bij combinatie de dosering van aripiprazol te verdubbelen.
Toename aripiprazol: de plasmaconcentratie stijgt door krachtige CYP2D6-remmers, itraconazol en ketoconazol.
Niet relevant: de AUC kan toenemen door de overige HIV-proteaseremmers.
Niet beoordeeld: het serotoninesyndroom is gemeld. Voorzichtigheid is geboden bij combinatie met andere serotonerge geneesmiddelen, zoals SSRI's en SNRI's.
Interacties antipsychotica algemeen:
Relevant: antipsychotica en centrale dopaminerge middelen (Dopaminerge parkinsonmiddelen en Prolactineremmers) kunnen elkaars werking tegengaan. Combinatie wordt daarom ontraden. Antipsychotica kunnen de werking van dopamine tegengaan. Een uitzondering is clozapine, dit kan in lage doses worden toegepast bij psychose bij een parkinsonpatiënt. Als alternatief kan quetiapine worden gebruikt.
Niet relevant: antipsychotica kunnen de werking van dopamine tegengaan. Andersom zal dopamine de werking van antipsychotica niet tegengaan. Dopamine passeert de bloed-hersenbarrière niet en remt daarom niet het centrale dopaminereceptor-blokkerend effect van antipsychotica.
In theorie kunnen antipsychotica en parasympathicolytische parkinsonmiddelen elkaars werking tegengaan.
Niet beoordeeld: de werking van adrenaline wordt verzwakt door antipsychotica met een α1-blokkerende werking (zie de rubriek Bijzonderheden).
De sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.