Ursodeoxycholzuur

Stofnaam
Ursodeoxycholzuur
Merknaam
Ursochol, Ursofalk
ATC code
A05AA02
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Cholestase: Off-label
Overige indicaties
: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Ursochol en Ursofalk zijn geregistreerd voor kinderen (zonder leeftijdsbeperkingen):
Primaire biliaire cirrose stadia I-IV zonder verhoogd serumbilirubine:
12-16 mg/kg/dag
Primaire biliaire cirrose stadium IV met verhoogd serumbilirubine
: 6-8 mg/kg/dag
Galstenen
: 8-10 mg/kg/dag
Hepatobiliaire aandoeningen bij CF:
15-30 mg/kg/dag.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 150 mg, 250 mg, 300 mg, 450 mg, 500 mg
Capsule 250 mg
Ursofalk susp 50mg/ml (te importeren via de internationale apotheek)

Eigenschappen

Cholesterol wordt door galzure zouten en fosfolipiden in een micellaire oplossing gehouden. Wanneer door een tekort aan galzure zouten of teveel cholesterol de gal oververzadigd is met cholesterol, kan de overmaat cholesterol neerslaan en leiden tot de vorming van galstenen. Ursodeoxycholzuur beïnvloedt de samenstelling van de geproduceerde gal zodanig, dat deze van lithogeen verandert in niet-lithogeen. Als gevolg van de geringere concentratie cholesterol in de gal kunnen reeds gevormde cholesterolgalstenen geleidelijk oplossen. Het effect bij primaire biliaire cirrose wordt veroorzaakt doordat ursodeoxycholzuur in de gal de hoeveelheid toxische galzuren vermindert en de waterstofcarbonaatsecretie stimuleert; tevens verhoogt het de galproductie en heeft het een immunomodulerend effect op de levercelmembranen.

Kinetische gegevens

De volgende kinetische parameters zijn gevonden bij pasgeborenen van 1-51 dagen oud na toedienen van microdoses (Gordi et al. 2014):

Dosis

Cmax (pg/ml)

gem. (mediaan)

Cl/F (ml/uur)

gem. (mediaan)

8 ng (n=5) 7 (6) 47 (60)
26 ng (n=5) 28 (25) 51 (31)
80 ng (n=6) 85 (69) 33 (30)
totaal (n=16) - 43 (26)

Doseringen

Indicatie: Cholestase
  • Oraal
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 37 weken
      • 10 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses
    • a terme neonaat
      • 15 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 15 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses
Indicatie: Galstenen
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 8 - 10 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur:

        6 maanden tot 2 jaar

      • Advies inname/toediening:

        Innemen voor het slapen

Indicatie: Hepatobiliaire aandoeningen bij cystic fibrosis
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 20 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses
      • Advies inname/toediening:

        Innemen na de maaltijd

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

Diarree

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): diarree, kleverige ontlasting. Gemeld zijn: verkalking van galstenen. Urticaria. Toegepast bij de indicatie primaire biliaire cirrose, ernstige pijn in de rechter bovenbuik en decompensatie van levercirrose. Bij patiënten met primaire biliaire cirrose stadium IV is reversibele stijging van alkalische fosfatase, bilirubine en gamma-GT beschreven. Off–label gebruik bij primaire sclerotiserende cholangitis van langdurig hoge doses (28–30 mg/kg/dag) is in verband gebracht met een hogere frequentie van ernstige bijwerkingen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Ernstige nierfunctiestoornissen, acute maag- en duodenumulcera.

Contraindicaties bij volwassenen

Veelvuldige galkolieken. Acute cholecystitis. Occlusie van de galwegen. Verkalkte galstenen die röntgenstraling tegenhouden. Verminderde contractiliteit van de galblaas. Ontstekingen aan dunne of dikke darm, actieve maag- en duodenumulcera. Ernstige nierfunctiestoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De galuitscheiding neemt toe bij gebruik van ursodeoxycholzuur, derhalve is voorzichtigheid geboden bij ziekten met galafvloedbeperking. De behandeling dient gestaakt te worden indien de alkalische fosfatase-, γ-GT- en bilirubinewaarden na het starten van de behandeling toenemen

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij een onvoldoende functionerend sulfateringssysteem, vanwege het risico van cumulatie van het hepatotoxische lithocholaat. Bij diarree de dosering verlagen, bij aanhoudende diarree de behandeling staken. De duur van de behandeling hangt af van de grootte van de galstenen, maar mag nooit korter zijn dan 3–4 maanden. Tijdens de eerste drie maanden elke vier weken de leverfunctiewaarden controleren, daarna elke drie maanden. Voor een goede beoordeling van het resultaat is het nodig bij aanvang van de kuur de grootte nauwkeurig vast te stellen en deze verder geregeld, bijvoorbeeld ieder halfjaar, door middel van nieuwe röntgencontrast- en/of echografische opnamen te controleren. Indien na een half jaar behandeling de stenen niet in grootte zijn afgenomen, verdient het aanbeveling de lithogeenindex te bepalen. Als de omvang van de stenen niet is afgenomen en de gal een lithogene index > 1,0 heeft is het onwaarschijnlijk dat een gunstig resultaat kan worden verkregen en is het beter de therapie te beëindigen. Onderbreking van de behandeling gedurende 3–4 weken heeft terugkeer tot oververzadiging van de gal tot gevolg en verlengt de duur van de therapie. De onderbreking van de behandeling na oplossing van de galstenen kan worden gevolgd door een recidief.

De behandeling van primaire biliaire cirrose regelmatig beoordelen aan de hand van leverfuncties en klinische bevindingen. In het allerlaatste stadium van primaire biliaire cirrose (stadium IV), waarbij al geelzucht is ontstaan, met een lage dosis beginnen en het effect op de cholestase nauwkeurig volgen. Wanneer de alkalische fosfatase-, gamma-GT- en bilirubinewaarden gaan stijgen na begin van de behandeling, de behandeling staken.

 

Interacties

Niet relevant: de plasmaconcentratie van rosuvastatine stijgt.

Niet beoordeeld: de absorptie neemt af door colestyramine en door aluminiumbevattende antacida; een tussenpoos van ten minste 2 uur wordt aanbevolen.

De plasmaconcentratie van nitrendipine kan dalen.

De absorptie van ciclosporine kan toenemen. De absorptie van ciprofloxacine kan verminderen.

Oestrogenen en fibraten verhogen de hepatische cholesterolsecretie en bevorderen mogelijk de vorming van galstenen.

Er is een melding van een verminderde werking van dapson bij dermatitis herpetiformis na toevoeging van ursodeoxycholzuur.

Interacties cholelithiasismiddelen algemeen:

Niet beoordeeld: de absorptie neemt af door colestyramine en door aluminiumbevattende antacida; een inname-interval van ten minste 2 uur wordt aanbevolen.

De plasmaconcentratie van nitrendipine kan dalen.

De absorptie van ciclosporine kan toenemen.

Oestrogenen en fibraten verhogen de hepatische cholesterolsecretie en bevorderen mogelijk de vorming van galstenen.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 28 nov 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 01 juli 2016
  3. Al-Hathlol K, et al, Ursodeoxycholic acid therapy for intractable total parenteral nutrition-associated cholestasis in surgical very low birth weight infants, Singapore Med J., 2006, 47, 147-51
  4. Arslanoglu S, et al, Ursodeoxycholic acid treatment in preterm infants: a pilot study for the prevention of cholestasis associated with total parenteral nutrition., J Pediatr Gastroenterol Nutr, 2008, 46, 228-31
  5. Chen CY, et al, Ursodeoxycholic acid (UDCA) therapy in very-low-birth-weight infants with parenteral nutrition-associated cholestasis, J Pediatr, 2004, 145, 317-21
  6. Cheng K, et al, Ursodeoxycholic acid for cystic fibrosis-related liver disease., Cochrane Database Syst Rev, 2014 Dec 15, 12, CD000222
  7. De Marco G, et al, Early treatment with ursodeoxycholic acid for cholestasis in children on parenteral nutrition because of primary intestinal failure, Aliment Pharmacol Ther, 2006, 24, 387-94
  8. Galabert C, et al, Effects of ursodeoxycholic acid on liver function in patients with cystic fibrosis and chronic cholestasis, J Pediatr., 1992, 121, 138-41
  9. Levine A, et al, Parenteral nutrition-associated cholestasis in preterm neonates: evaluation of ursodeoxycholic acid treatment [abstract]., J Pediatr Endocrinol Metab., 1999, 12, 549-53
  10. Lepage G, et al, Ursodeoxycholic acid improves the hepatic metabolism of essential fatty acids and retinol in children with cystic fibrosis, J Pediatr., 1997, 130, 52-8
  11. Nousia-Arvanitakis S, et al, Long-term prospective study of the effect of ursodeoxycholic acid on cystic fibrosis-related liver disease, J Clin Gastroenterol, 2001, 32, 324-8
  12. Spagnuolo MI, et al, Ursodeoxycholic acid for treatment of cholestasis in children on long-term total parenteral nutrition: a pilot study. ;:., Gastroenterology., 1996, 111, 716-9
  13. Gordi T et al., Pharmacokinetic Analysis of 14C-ursodiol in Newborn Infants Using Accelerator Mass Spectrometry, J Clin Pharmacol, 2014, Sep;54(9), 1031-7
  14. Dr. Falk Pharma Benelux BV, SmPC Ursochol suspensie (RVG 101647) 05-03-2015, www.cbg-meb.nl
  15. Honar N et al., Effect of Ursodeoxycholic Acid on Indirect Hyperbilirubinemia in Neonates Treated With Phototherapy, J Pediatr Gastroenterol Nutr., 2016, jan;62(1), 97-100

Wijzigingen

  • 08 oktober 2015 06:45: De Indicatie primaire billiaire cirrose is toegevoegd obv SmPC
  • 07 mei 2015 10:04: Toevoegen kinetische parameters n.a.v. nieuwe literatuur