Ursodeoxycholzuur

Stofnaam
Ursodeoxycholzuur
Merknaam
Ursochol, Ursofalk, Ursonorm, Ursosan, Grinterol
ATC code
A05AA02
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Cholesterol wordt door galzure zouten en fosfolipiden in een micellaire oplossing gehouden. Wanneer door een tekort aan galzure zouten of teveel cholesterol de gal oververzadigd is met cholesterol, kan de overmaat cholesterol neerslaan en leiden tot de vorming van galstenen. Ursodeoxycholzuur beïnvloedt de samenstelling van de geproduceerde gal zodanig, dat deze van lithogeen verandert in niet-lithogeen. Als gevolg van de geringere concentratie cholesterol in de gal kunnen reeds gevormde cholesterolgalstenen geleidelijk oplossen. Het effect bij primaire biliaire cholangitis wordt veroorzaakt doordat ursodeoxycholzuur in de gal de hoeveelheid toxische galzuren vermindert en de waterstofcarbonaatsecretie stimuleert; tevens verhoogt het de galproductie en heeft het een immunomodulerend effect op de levercelmembranen. Er zijn aanwijzingen dat ursodeoxycholzuur, bij kinderen met hepatobiliaire aandoeningen ten gevolge van cystische fibrose, in een vroeg stadium de proliferatie van galwegen kan verminderen, de progressie van histologische schade kan stoppen en zelfs hepatobiliaire veranderingen kan omkeren.

Farmacokinetiek bij kinderen

De volgende kinetische parameters zijn gevonden bij pasgeborenen van 1-51 dagen oud na toedienen van microdoses (Gordi et al. 2014):

Dosis

Cmax (pg/ml)

gem. (mediaan)

Cl/F (ml/uur)

gem. (mediaan)

8 ng (n=5) 7 (6) 47 (60)
26 ng (n=5) 28 (25) 51 (31)
80 ng (n=6) 85 (69) 33 (30)
totaal (n=16) - 43 (26)

Label dosisadvies Kinderformularium

Cholestase: off-label
Galstenen:
on-label
Hepatobiliaire aandoeningen bij CF: on-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Galstenen
8-10 mg/kg/dag in 1-3 doses.

Hepatobiliaire aandoeningen bij CF
20-30 mg/kg/dag in 2-3 doses.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 150 mg, 300 mg, 400 mg, 450 mg, 500 mg, 600 mg
Capsule 250 mg
Suspensie 50 mg/ml 

Hulpstoffen

  • Benzoëzuur, in suspensie, kan geelzucht bij pasgeborenen < 4 weken verergeren;
  • Wees voorzichtig met propyleenglycol, in suspensie, bij zuigelingen < 4 weken, zeker in combinatie met andere middelen die een substraat van alcoholdehydrogenase, zoals propyleenglycol of ethanol, bevatten.

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Cholestase
  • Oraal
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 37 weken
      [1] [2] [3] [7]
      • 10 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses.
    • a terme neonaat
      • 15 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses.
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5] [6] [10]
      • 15 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses.
Galstenen
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [13] [14]
      • 8 - 10 mg/kg/dag in 1 - 3 doses.
Hepatobiliaire aandoeningen bij cystic fibrosis

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

Diarree

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Vaak (1-10%): diarree, kleverige ontlasting.

Zeer zelden (< 0,01%): verkalking van galstenen. Urticaria.

Verder zijn gemeld: misselijkheid, braken, jeuk. Bij behandeling van primaire biliaire cholangitis: toename van klinische symptomen, zoals jeuk (aan het begin van de behandeling), ernstige pijn in de rechter bovenbuik, verslechtering van de leverfunctie en decompensatie van levercirrose.

Offlabel-gebruik bij primaire sclerotiserende cholangitis van langdurig hoge doses (28–30 mg/kg/dag) is in verband gebracht met een hogere frequentie van ernstige bijwerkingen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

  • bij kinderen met galwegatresie: gefaalde porto-enterostomie of niet-herstelde gal-afvloed.
  • ernstige nierfunctiestoornissen
  • acute maag- en duodenumulcera.

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • veelvuldige galkolieken;
  • acute cholecystitis of cholangitis;
  • volledige occlusie van de galwegen;
  • verkalkte galstenen (zichtbaar op een röntgenfoto);
  • verminderde contractiliteit van de galblaas;
  • actieve maag- en duodenumulcera;

Tevens bij ursodeoxycholzuur (Teva)

  • overige aandoeningen die de enterohepatische cyclus verstoren, zoals intra- en extrahepatische cholestase, ileumresectie, regionale ileïtis, ileostoma;
  • leveraandoening;
  • prikkelbare-darmsyndroom.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De galuitscheiding neemt toe bij gebruik van ursodeoxycholzuur, derhalve is voorzichtigheid geboden bij ziekten met galafvloedbeperking. De behandeling dient gestaakt te worden indien de alkalische fosfatase-, γ-GT- en bilirubinewaarden na het starten van de behandeling toenemen

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

De behandelduur hangt af van de grootte van de galstenen, maar mag nooit korter zijn dan 3–4 maanden.

Controleer de leverfunctiewaarden tijdens de eerste drie maanden elke vier weken, daarna elke drie maanden.

Klinische symptomen van primaire biliaire cirrose (zoals jeuk) kunnen in zeldzame gevallen aan het begin van de behandeling verergeren. Verlaag in dat geval de dosering, zie rubriek Dosering.

Voor een goede beoordeling van het resultaat is het nodig bij aanvang van de kuur de grootte van de galstenen nauwkeurig vast te stellen en deze verder geregeld, bijvoorbeeld ieder halfjaar, door middel van nieuwe röntgencontrast- en/of echografische opnamen te controleren. Indien na een half jaar behandeling de stenen niet in grootte zijn afgenomen, verdient het aanbeveling de lithogeenindex te bepalen. Als de omvang van de stenen niet is afgenomen en de gal een lithogene index > 1,0 heeft, is gunstig resultaat onwaarschijnlijk en is het beter de therapie te beëindigen.

Onderbreken van de behandeling gedurende 3–4 weken heeft terugkeer tot oververzadiging van de gal tot gevolg en verlengt de duur van de therapie. Door onderbreking van de behandeling na oplossing van de galstenen kan een recidief ontstaan.

Bij diarree de dosering verlagen, bij aanhoudende diarree de behandeling staken.

Inname van veel calorieën en cholesterol vermijden. Een cholesterol-arm dieet zal het effect van de behandeling vergroten.

Enteroliet (bezoar) is gemeld bij gebruik van ursodeoxycholzuur bij patiënten met aandoeningen die hen gevoelig maakte voor darmstenose of -stasis (zoals enteroanastomosen door chirurgie of de ziekte van Crohn). Bij symptomen van gastro-intestinale obstructie de behandeling (tijdelijk) staken en klinisch evalueren.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Niet relevant:
De plasmaconcentratie van rosuvastatine stijgt.

Niet beoordeeld:
De absorptie neemt af door colestyramine en door aluminiumbevattende antacida; een tussenpoos van ten minste 2 uur wordt aanbevolen.

De absorptie van ciclosporine kan toenemen. De absorptie van ciprofloxacine kan verminderen.

Oestrogenen en fibraten verhogen de hepatische cholesterolsecretie en bevorderen mogelijk de vorming van galstenen.

Er is een melding van een verminderde werking van dapson bij dermatitis herpetiformis na toevoeging van ursodeoxycholzuur.

Theoretisch kan de absorptie van lipofiele stoffen worden beïnvloed.

GALTHERAPEUTICA

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

OVERIGE GALTHERAPEUTICA

Maralixibat

Livmarli
A05AX04

Odevixibat

Bylvay, Kayfanda
A05AX05

Referenties

  1. Al-Hathlol K, et al, Ursodeoxycholic acid therapy for intractable total parenteral nutrition-associated cholestasis in surgical very low birth weight infants, Singapore Med J., 2006, 47, 147-51
  2. Arslanoglu S, et al, Ursodeoxycholic acid treatment in preterm infants: a pilot study for the prevention of cholestasis associated with total parenteral nutrition., J Pediatr Gastroenterol Nutr, 2008, 46, 228-31
  3. Chen CY, et al, Ursodeoxycholic acid (UDCA) therapy in very-low-birth-weight infants with parenteral nutrition-associated cholestasis, J Pediatr, 2004, 145, 317-21
  4. Cheng K, et al, Ursodeoxycholic acid for cystic fibrosis-related liver disease., Cochrane Database Syst Rev, 2014 Dec 15, 12, CD000222
  5. De Marco G, et al, Early treatment with ursodeoxycholic acid for cholestasis in children on parenteral nutrition because of primary intestinal failure, Aliment Pharmacol Ther, 2006, 24, 387-94
  6. Galabert C, et al, Effects of ursodeoxycholic acid on liver function in patients with cystic fibrosis and chronic cholestasis, J Pediatr., 1992, 121, 138-41
  7. Levine A, et al, Parenteral nutrition-associated cholestasis in preterm neonates: evaluation of ursodeoxycholic acid treatment [abstract]., J Pediatr Endocrinol Metab., 1999, 12, 549-53
  8. Lepage G, et al, Ursodeoxycholic acid improves the hepatic metabolism of essential fatty acids and retinol in children with cystic fibrosis, J Pediatr., 1997, 130, 52-8
  9. Nousia-Arvanitakis S, et al, Long-term prospective study of the effect of ursodeoxycholic acid on cystic fibrosis-related liver disease, J Clin Gastroenterol, 2001, 32, 324-8
  10. Spagnuolo MI, et al, Ursodeoxycholic acid for treatment of cholestasis in children on long-term total parenteral nutrition: a pilot study. ;:., Gastroenterology., 1996, 111, 716-9
  11. Gordi T et al., Pharmacokinetic Analysis of 14C-ursodiol in Newborn Infants Using Accelerator Mass Spectrometry, J Clin Pharmacol, 2014, Sep;54(9), 1031-7
  12. Honar N et al., Effect of Ursodeoxycholic Acid on Indirect Hyperbilirubinemia in Neonates Treated With Phototherapy, J Pediatr Gastroenterol Nutr., 2016, jan;62(1), 97-100
  13. Zambon Nederland B.V., SmPC Ursochol 300, 450, 600 mg Tabletten (RVG 09307/29828/114131), www.geneesmiddeleninformatiebank.nl, 2021
  14. Dr. Falk Pharma Benelux B.V., Ursofalk 50 mg/ml suspensie (RVG 101647), www.geneesmiddeleninformatiebank.nl, 2017
  15. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 28 okt 2026
  16. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 28 okt 2026

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering