Raltegravir

Stofnaam
Raltegravir
Merknaam
Isentress
ATC code
J05AX08
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Raltegravir is een anti-HIV-middel; een zgn. 'integrase strand transfer inhibitor' (INSTI), ook wel integraseremmer. Het is actief tegen HIV-1. Het remt het virale enzym integrase, waardoor het DNA van het HIV niet kan integreren in het DNA van de gastheer-T-cel. Dit verhindert de virale replicatie.

Farmacokinetiek bij kinderen

Tmax = ongeveer 3 uur
t1/2 = ongeveer 9 uur

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV
0-1 week:1,5 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 100 mg/dag.
1-4 week:6 mg/kg/dag in 2 doses , max: 200 mg/dag.
> 4 weken en 3-25 kg: 12 mg/kg/dag in 2 doses, max 200 mg/dag 
>
 4 weken en > 25 kg:
800 mg/dag in 2 doses PO

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 400 mg
Kauwtablet 25 mg, 100 mg (Niet in Nederland op de markt, import op artsenverklaring mogelijk)
Granulaat voor suspensie 10 mg/ml (Niet in Nederland op de markt, import op artsenverklaring mogelijk)

 

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Behandeling HIV infectie
  • Oraal
    • Filmomhulde tablet
      • ≥ 25 kg
        [1]
        • 800 mg/dag in 2 doses.
        • LET OP: dosering filmomhulde tablet is niet uitwisselbaar met kauwtablet ivm verschillende biologische beschikbaarheid.

    • Kauwtablet
      • ≥ 11 kg
        [1]
        • 12 mg/kg/dag in 2 doses. Max: 600 mg/dag. Overeenkomend met:
          11-14 kg: 150 mg/dag in 2 doses
          14-20 kg: 200 mg/dag in 2 doses
          20-28 kg: 300 mg/dag in 2 doses
          28-40 kg: 400 mg/dag in 2 doses
          > 40 kg:   600 mg/dag in 2 doses.
        • LET OP: dosering filmomhulde tablet is niet uitwisselbaar met kauwtablet ivm verschillende biologische beschikbaarheid.

    • Granulaat voor orale suspensie
      • 0 weken tot 1 week
        [1]
        • 1,5 mg/kg/dag in 1 dosis. Max: 100 mg/dag.
      • 1 week tot 4 weken
        [1]
        • 6 mg/kg/dag in 2 doses. Max: 200 mg/dag.
      • ≥ 4 weken en 3 tot 20 kg
        [1]
        • 12 mg/kg/dag in 2 doses. Max: 200 mg/dag.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

Frequentie, type en ernst van de bijwerkingen bij kinderen en adolescenten komt overeen met die waargenomen bij volwassenen.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Vaak (1-10%): (draai)duizeligheid, hoofdpijn, psychomotorische hyperactiviteit. Opgezwollen buik, flatulentie, misselijkheid, braken, (boven)buikpijn, diarree, dyspepsie, verminderde eetlust. Koorts. Abnormaal dromen, nachtmerrie, slapeloosheid, abnormaal gedrag, depressie. Huiduitslag. Asthenie, vermoeidheid. Verhoogde waarden ALAT, ASAT, lipase, pancreas-amylase en/of triglyceriden, atypische lymfocyten.

Soms (0,1-1%): overgevoeligheid, immuun reconstitutie inflammatoir syndroom (IRIS). Palpitaties, sinusbradycardie, ventriculaire extrasystolen. Opvliegers, hypertensie. Dysfonie, epistaxis, neusverstopping, nasofaryngitis, andere bovensteluchtweginfectie. Droge mond, gingivitis, glossitis, oprispingen, odynofagie, gastro-oesofageale reflux, gastritis, maagulcus, gastro-enteritis, erosieve duodenitis, pijn in de anus of het rectum, obstipatie, rectale bloeding. (Alcoholische) hepatitis, hepatische steatose, leverfalen. Acute pancreatitis. Nierfalen, nefritis, tubulo-interstitiële nefritis, nefrolithiase, nycturie, niercyste. Amnesie, carpale-tunnelsyndroom, cognitieve stoornis, aandachtsstoornis, posturale duizeligheid, smaakstoornis, hypersomnie, hypo-esthesie, lethargie, geheugenstoornis, migraine, spanningshoofdpijn, perifere neuropathie, paresthesie, tremoren. Visusstoornis. Oorsuizen. Angst, paniekaanval, verwarring, (door)slaapstoornis, slaap van slechte kwaliteit, wisselende stemming, ernstige depressie, suïcidale gedachten en/of gedrag, suïcidepoging (vooral bij een voorgeschiedenis van psychische aandoeningen). Infectie met een herpesvirus (bv. genitale herpes, herpes zoster), influenza, molluscum contagiosum. Acne, alopecia, acneïforme dermatitis, droge huid, erytheem, folliculitis, hyperhidrose, verkregen lipodystrofie, lipohypertrofie, lipoatrofie, ingevallen gelaat, nachtzweten, prurigo, (gegeneraliseerde) jeuk, maculeuze uitslag, maculopapuleuze uitslag, huidlaesie, urticaria, xeroderma, Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), geneesmiddelgerelateerde uitslag met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom). Huidpapilloom. Pijn in lymfeklieren, lymfadenopathie, lymfeklierabces. Gewrichtspijn, artritis, musculoskeletale pijn, pijn in de extremiteiten, spieren, nek, rug, flank, tendinitis, osteopenie, rabdomyolyse. Erectiestoornis, gynaecomastie, menopauzale verschijnselen. Pijn op de borst, rillingen, oedeem in het gezicht, meer vetweefsel, zich schrikachtig voelen, malaise, perifeer oedeem, gezwel in de onderkaak. Diabetes mellitus, dyslipidemie, hyperlipidemie, hypercholesterolemie, hyperglykemie, polydipsie, cachexie. Toegenomen eetlust. Toegenomen tailleomtrek, gewichtstoename. Verhoogde waarden in bloed of serum: alkalische fosfatase, amylase, lipase, bilirubine, cholesterol, HDL, LDL, creatinine, glucose, ureum, creatinekinase, nuchter glucose. Toename INR. (IJzergebreks-)anemie,, afname aantal witte bloedcellen, neutropenie, trombocytopenie. Verlaagd albumine. Glucose en/of rode bloedcellen aanwezig in de urine. Onbedoelde overdosis.

Verder zijn gemeld: osteonecrose. Auto-immuunziekten, zoals de ziekte van Graves, auto-immuunhepatitis, polymyositis en het Guillain-Barré-syndroom; zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Raltegravir heeft een relatief lage resistentiebarrière; bij enkele mutaties in het HIV-genoom kan een hoge mate van resistentie optreden. Bij niet eerder behandelde patiënten zijn de klinische gegevens over raltegravir beperkt tot gebruik in combinatie met 2 NRTI's (emtricitabine+tenofovirdisoproxil).

Wees voorzichtig bij ernstige onderliggende leveraandoeningen. Bij een bestaande leverfunctiestoornis zoals chronische hepatitis is er meer kans op leverfunctiestoornissen. Controleer volgens de standaardpraktijk op tekenen van verergering van de leveraandoening en overweeg zo nodig onderbreking of staken van het gebruik. Bij chronische hepatitis B of C wordt controle van leverfunctiewaarden aanbevolen (ASAT, ALAT, totaal bilirubine), omdat er door gebruik van antiretrovirale combinatietherapie (cART) meer kans is op (mogelijk fatale) leverbijwerkingen. Dit geldt vooral bij patiënten bij wie de anti-hepatitis B-behandeling wordt gestaakt.

Wees voorzichtig bij myopathie of rabdomyolyse in de voorgeschiedenis of een predispositie hiervoor (zoals het gebruik van sommige andere geneesmiddelen als statinen).

Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van depressie of andere psychische stoornissen. Depressie, waaronder suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag, angst en slaapstoornissen zijn vooral bij hen gemeld. Verwijs bij ontstaan van tekenen hiervan zo nodig naar een psychiater.

Bij het eerste optreden van symptomen van ernstige huidreacties of overgevoeligheidsreacties de behandeling direct staken; te laat stoppen met raltegravir (of andere verdachte middelen) kan tot levensbedreigende situaties leiden. Voorbeelden van deze reacties zijn ernstige huiduitslag, huiduitslag met koorts, algehele malaise, vermoeidheid, pijn in spieren en gewrichten, blaren, laesies in de mond, conjunctivitis, faciaal oedeem, angio-oedeem, hepatitis, eosinofilie. De kans op huiduitslag bij eerder behandelde patiënten is groter als ook raltegravir wordt gebruikt.

Immuun reconstitutie inflammatoir syndroom (IRIS) is gemeld, doorgaans in de eerste 2–4 weken tot 6 maanden na de start van cART. Vooral bij ernstige immuundeficiëntie (CD4-getal < 100 cellen/mm³) bij aanvang van de behandeling is er meer kans op ontstekingsreacties op latent aanwezige opportunistische infecties, met ernstige klinische ziektebeelden tot gevolg, zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci-pneumonie. Ook gemeld zijn auto-immuunziekten, zoals de ziekte van Graves, auto-immuunhepatitis, polymyositis en het Guillain-Barré-syndroom. De tijd tot optreden van deze ziekten is variabel, echter vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Controleer op osteonecrose bij optreden van pijn en stijfheid in de gewrichten, of van moeilijker bewegen. Hoewel de oorzaak multifactorieel wordt geacht, zijn er gevallen van osteonecrose gemeld bij patiënten met gevorderde HIV-ziekte en/of langdurig gebruik van cART.

 

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Raltegravir is substraat voor UGT1A1.

Relevant:
Absorptie: de absorptie wordt verminderd door gelijktijdige inname met antacida, calciumzouten, magnesiumzouten, sucralfaat en ijzerzouten. Het antacidum moet worden vervangen door een H2-antagonist. Bij calciumzouten, magnesiumzouten, sucralfaat, ijzerzouten en zinkzouten moet raltegravir tablet 400 mg (dosering 400 mg 2x per dag) ten minste 2 uur vóór of na het andere middel worden ingenomen. Raltegravir tablet 600 mg (dosering 1200 mg 1x per dag) moet worden vervangen door raltegravir tablet 400 mg met dosering 400 mg 2x per dag, ten minste 2 uur vóór of na het andere middel.

Afname raltegravir: de concentratie daalt door UGT-inductoren (carbamazepine, enzalutamide, fenobarbital, fenytoïne, mitotaan, oxcarbazepine, primidon, rifampicine) en lumacaftor/ivacaftor. Bij combinatie van de tablet 400 mg met rifampicine moet de dosering worden aangepast (zie D.). Combinatie van de tablet 600 mg met rifampicine wordt ontraden.

Niet beoordeeld:
Afname raltegravir: de concentratie daalt door efavirenz, etravirine en maraviroc; dosisaanpassing is niet nodig.

De fabrikant van fosamprenavir ontraadt combinatie met raltegravir, omdat de concentratie van beide stoffen daalt.

Toename raltegravir: de concentratie stijgt door geboost atazanavir en door tenofovir disoproxil; dosisaanpassing is niet nodig.

In theorie kan de concentratie stijgen door krachtige UGT1A1-remmers.

Omeprazol verhoogt de Cmax met ong. 50% en de AUC met ong. 37%, famotidine met ong. 60% resp. ong. 44%; dosisaanpassing is niet nodig.

Raltegravir verlaagt de concentratie van: midazolam.

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

Referenties

  1. Merck Sharp & Dohme Limited, SmPC Isentress (EU/1/07/436/001-004) 25-06-2019, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 29-3-2026
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 29-3-2026

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering