Allopurinol

Stofnaam
Allopurinol
Merknaam
Acepurin, Zyloric
ATC code
M04AA01
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen

Toedieningsvormen en hulpstoffen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Versiebeheer

Label dosisadvies Kinderformularium

Tumor Lysis syndroom: Off-label
Lesch-Nyhan HPRT deficientie: dosering < 10 mg/kg/dag: Off-label
Glycogeen stapelingsziekte: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Bij maligniteiten en bepaalde enzymstoornissen zoals lesch-Nyhan:
<15 jaar: 10-20 mg/kg/dag, tot een maximum van 400 mg/dag.
>15 jaar: 100-900 mg/dag afhankelijk van ernst. (2-10 mg/kg/dag)

Eigenschappen

Remt het enzym xanthine-oxidase, dat de oxidatie van hypoxanthine tot xanthine en verder tot urinezuur katalyseert. Door daling van de urinezuurspiegel in het bloed wordt verdere afzetting van urinezuur in gewrichten tegengegaan en worden uraten uit de weefsels gemobiliseerd.

Farmacokinetiek

Geen farmacokinetische gegevens bekend bij kinderen.

Doseringen

Glycogeen stapelingsziekte
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 10 - 20 mg/kg/dag in 3 doses, max: 600 mg/dag.
      • Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (metabole ziekten) die ervaring heeft met gebruik van allopurinol voor deze indicatie.

Hyperurikemie, tumor lysis syndroom
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [3] [4] [5] [6] [7] [8]
      • 300 mg/m2/dag in 3 doses, max: 600 mg/dag.
        • Overeenkomend met 10-20 mg/kg/dag
        • Start 24-48 uur voor aanvang chemotherapie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [3] [9]
      • 200 - 300 mg/m2/dag in 3 doses, max: 400 mg/dag.
Lesch-Nyhan, HPRT deficientie
  • Oraal

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 50 mg, 100 mg, 200 mg, 300 mg
Capsules 10 mg, 20 mg
Poeder voor infusievloeistof 1 g

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Aanpassing is niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
aanpassen van de startdosis is niet nodig, doseren op geleide van serumurinezuur.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies kan niet worden gegeven.
Klinische gevolgen

Bij verminderde nierfunctie kan cumulatie optreden van allopurinol en van de actieve metaboliet oxipurinol. Hierdoor neemt het risico op toxiciteit toe.

Klinische gevolgen:
Mogelijk neemt het risico op overgevoeligheidsreacties, zoals ernstige huidreacties, toe. Trombocytopenie, agranulocytose en aplastische anemie zijn gemeld. Symptomen van overdosering zijn misselijkheid, braken, diarree en duizeligheid.

JICHTMIDDELEN

VERBINDINGEN ZONDER WERKING OP HET URINEZUURMETABOLISME
M04AC01

Bijwerkingen bij kinderen

Kans op overgevoeligheidreacties.

Bijwerkingen algemeen

Vaak (1–10%): allergische huidreacties zoals huiduitslag en exantheem. Soms (0,1–1%): huidreacties (jeukend, maculopapulair, soms schilferig), maag-darmstoornissen zoals misselijkheid, braken (te voorkomen door inname na de maaltijd), diarree. Zelden (0,01–0,1%): ernstige overgevoeligheidsreacties met vervelling, koorts, lymfadenopathie artralgie en/of eosinofilie, incl. exfoliatieve dermatitis, toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom. Alopecia, haarverkleuring, vasculitis, gestoorde leverfunctie, hepatitis en levernecrose, urolithiasis. Zeer zelden (< 0,01%): Perifere neuropathie, neuritis, coma, verlammingsverschijnselen, paresthesie, ataxie, slaperigheid, epilepsie, depressie, hematologische reacties (trombocytopenie, aplastische anemie, agranulocytose), hoofdpijn, duizeligheid, vertigo, cataract, visusklachten, maculaveranderingen, xanthine-neerslagen in urinewegen, hematurie, uremie. (Reversibele) granulomateuze hepatitis zonder uitgesproken overgevoeligheid. Acute anafylactische shock, angio-immunoblastische lymfadenopathie . Angina pectoris, bradycardie, hypertensie. Recidiverende haematemesis, steatorroe, veranderde stoelgang, stomatitis, smaakverandering. Diabetes mellitus, hyperlipemie. Mannelijke onvruchtbaarheid, erectiele disfunctie, gynaecomastie. Oedeem, algemene malaise, asthenie, furunculosis.

Overgevoeligheidssyndroom (DRESS) gepaard gaand met koorts, huiduitslag, vasculitis, lymfadenopathie, pseudolymfoom, artralgie, leukopenie, eosinofilie, hepatosplenomegalie, afwijkende leverfunctiewaarden en destructie en verlies van de intrahepatische galgangen kan optreden; ook andere organen kunnen worden aangetast.

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Allopurinol wordt beter getolereerd bij toediening na het eten. Voldoende vloeistof inname (2-3 l/m2/dag) en neutrale of licht alkalische urine is wenselijk. Dosering aanpassen bij verminderde nierfunctie en/of leverfunctiestoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Bij optreden van huiduitslag of andere overgevoeligheidsreacties de behandeling onmiddellijk staken. Na herstel van milde reacties beginnen met een lage dosering en deze geleidelijk ophogen; bij het overgevoeligheidssyndroom (DRESS), Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse de behandeling definitief staken. Het kans op het ontwikkelen van deze ernstige overgevoeligheidssyndromen is verhoogd bij dragers van het HLA-B*5801-allel. Dit HLA-B*5801-allel komt voor bij tot 20% van Han-Chinezen, bij ca. 12% van Koreanen en bij 1-2% van mensen van Japanse of Europese afkomst (Kaukasische bevolking). Voorzichtigheid is geboden bij lever- of nierfunctiestoornissen (zo nodig dosering verlagen tot een maximale begindosering van 100 mg per dag en de dosering slechts verhogen bij onvoldoende effect). Bij gegeneraliseerde overgevoeligheidsreacties zijn meestal lever– en/of nierfunctiestoornissen aanwezig, met name bij fatale afloop. Periodieke controle van de leverfunctie wordt aanbevolen in het begin van de behandeling. Bij verminderde nierfunctie komen overgevoeligheidsreacties in hogere mate voor, met name bij gelijktijdig gebruik van thiazide-diuretica. Vrijmaking van uraatdepots kan in de eerste maanden van behandeling de frequentie van jichtaanvallen doen toenemen; dit kan worden verminderd door toevoeging van een prostaglandinesynthetaseremmer of colchicine en door geleidelijke verhoging van de dosering. Aangeraden wordt voor aanvang van een cytotoxische therapie de urinezuurspiegel in bloed en urine te bepalen. Bij hyperurikemie en/of hyperuricosurie is het wenselijk deze te normaliseren vóór men de behandeling begint. Om het risico van xanthineneerslagen in de urinewegen te verkleinen dient voor ruime diurese te worden gezorgd.

Interacties

Relevant:

Allopurinol remt het metabolisme van: azathioprine, mercaptopurine en tioguanine (door remming van xanthine-oxidase); allopurinol moet worden vervangen, of de dosering van azathioprine of mercaptopurine moet worden verlaagd, zie aldaar. De combinatie met azathioprine wordt soms bewust toegepast, zie B.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt.

Hoge doses allopurinol (vanaf 600 mg per dag) remmen het metabolisme van theofylline.

Overig effect: de biologische beschikbaarheid van didanosine stijgt.

Bij combinatie met bendamustine zijn SJS en TEN zelden gemeld.

Niet relevant: de myelotoxiciteit van cyclofosfamide kan toenemen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met capecitabine, fluorouracil of tamoxifen.

Niet beoordeeld: de plasmaconcentratie van ciclosporine kan stijgen.

Bij combinatie met amoxicilline is het risico op voor amoxicilline specifieke huidreacties verhoogd.

Benzbromaron, probenecide en hoge doses salicylaten kunnen de uitscheiding van de werkzame metaboliet oxipurinol versnellen en daardoor de werking van allopurinol verminderen.

Middelen die de urine zuur maken (zoals ammoniumchloride, ascorbinezuur) kunnen het risico op de door allopurinol geïnduceerde xanthinestenen vergroten.

Referenties

  1. College voor zorgverzekeringen (CVZ), Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 06 okt 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 juni 2018
  3. Kamps WA et al, Werkboek ondersteundende behandeling kinderoncologie, VU Uitgeverij, 2005
  4. Goldman SC, et al, A randomized comparison between rasburicase and allopurinol in children with lymphoma or leukemia at high risk for tumor lysis, Blood, 2001, May 15;97(10), 2998-3003
  5. Krakoff IH, et al, Hyperuricemia in neoplastic disease in children: prevention with allopurinol, a xanthine oxidase inhibitor, Pediatrics, 1968, Jan;41(1), 52-6
  6. Masson E, et al, Allopurinol inhibits de novo purine synthesis in lymphoblasts of children with acute lymphoblastic leukemia, Leukemia, 1996, Jan;10(1), 56-60
  7. Pui CH, et al, Urate oxidase in prevention and treatment of hyperuricemia associated with lymphoid malignancies, Leukemia, 1997 , Nov;11(11), 1813-6
  8. Cochat P, et al, Nephrolithiasis related to inborn metabolic diseases, Pediatr Nephrol, 2010, Mar;25(3), 415-24
  9. Smalley RV, et al , Allopurinol: intravenous use for prevention and treatment of hyperuricemia, J Clin Oncol, 2000, Apr;18(8), 1758-63
  10. Torres RJ, et al, Efficacy and safety of allopurinol in patients with hypoxanthine-guanine phosphoribosyltransferase deficiency, Metabolism, 2007, Sep;56(9):, 1179-86
  11. Cameron JS, et al, Gout, uric acid and purine metabolism in paediatric nephrology, Pediatr Nephrol, 1993, Feb;7(1), 105-18
  12. NKFK Werkgroep nierfunctiestoornissen, Extrapolatie van KNMP risico analyse "Verminderde nierfunctie" voor volwassenen naar kinderen, 20 Dec 2021

Wijzigingen

  • 19 april 2022 13:31: Doseeradvies bij nierfunctiestoornissen aangepast op basis van advies Werkgroep dosering bij nierfunctiestoornissen.

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering