Desmopressine

Stofnaam
Desmopressine
Merknaam
Minrin, DDAVP, Octostim
ATC code
H01BA02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Diabetes insipidus: on-label
Enuresis nocturna: On-label
M. van Willebrand en hemofilie: IV: on-label, lokaal spray neus: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Diabetes insipidus behandeling:
Nasaal: (kinderen) de dosering dient individueel te worden aangepast met controle van het volume van de 24-uren urineproductie en de urine-osmolaliteit. Testdosis: 5 microg. (=0,05 ml) en voor zuigelingen 2,5 microg. (=0,025 ml).
Oraal: (kinderen) start 3d100microg., onderhoud op geleide respons aanpassen tot 200-1200 microg./dag. Meestal volstaat 3d100-200microg.
Sublinguaal: (kinderen) start 3d60microg., onderhoud op geleide respons aanpassen tot 120-720 microg./dag. Meestal volstaat 3d60-120microg.
Intraveneus/intramusculair: (zuigelingen en kinderen) 0,4 microg.
Diagnose diabetes insipidus: geen melding voor kinderen.
Renale functie test:
Nasaal: zuigelingen: 10 microg, kinderen <15 jaar: 20 microg, kinderen >15 jaar: 40 microg.

Enuresis nocturna:
Sublinguaal: >5 jaar: 120 microg. voor het slapen gaan, ZN ophogen tot 240 microg.
Oraal: >5 jaar: 200 microg. voor het slapen gaan, ZN ophogen tot 400 microg.
Lichte vormen van M. v. Willebrand of hemofilie A, profylactische/therapeutische dosering kinderen:
Intraveneus: 0,3-1,4 microg./kg voor de ingreep, voor kinderen <10 kg wordt aanbevolen de totale dosis op te lossen in 10 ml fysiologische zoutoplossing voor injectie. Het infuus over een periode van 20-30 minuten laten inlopen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Neusspray (acetaat-3-water) 10 microg./do, 2.5 microg./do, 150 microg./do
Tablet (acetaat-3-water) 0.1 mg, 0.2 mg
Inj.vlst. (acetaat-3-water) 4 microg./ml; 15 microg./ml
Lyophilisaat, oraal "melt" (als acetaat-3-water) 60 microg., 120 microg., 240 microg.
Neusdr. (acetaat-3-water) 0.1 mg/ml

Eigenschappen

Synthetisch vasopressinederivaat met een sterkere en langer aanhoudende antidiuretische werking dan het natuurlijke vasopressine, terwijl het vaatvernauwend effect en de oxytocische werking minder is. Het effect verkregen met de neusspray 1,5 mg/ml is minder constant dan bij een i.v. toediening. Tevens kan desmopressine in de geadviseerde i.v. of s.c. dosering de factor VIII-stollingsactiviteit twee- tot viervoudig verhogen. In mindere mate wordt ook de von Willebrandfactor-antigeentiter (vWF:AG) verhoogd. Tevens treedt vrijzetting van plasminogeen activator (PA) op. Werkingsduur: antidiuretisch effect houdt na 10–20 microg nasaal 10–20 uur aan, na 0,5–3 microg i.v. 8–22 uur, oraal 6–14 uur; de verhoging van factor VIII-stollingsactiviteit houdt twee uur aan.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Algemene opmerkingen

120 microg. desmopressine lyofilisaat (smelt tablet) komt overeen met 200 microg. desmopressine acetaat.
240 microg. desmopressine lyofilisaat (smelt tablet) komt overeen met 400 microg. desmopressine acetaat.

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Behandeling van lichte tot matig ernstige bloedingen en preventie van bloedingen bij kleinere ingrepen bij milde hemofilie A en Ziekte van Von Willebrand
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [2]
      • 0,3 microg./kg/dosis éénmalig
        • Toedienen in 30 minuten op geleide van pols en bloeddruk. Zo nodig herhalen na 12-24 uur.
        • Kinderen jonger dan 3 jaar uitsluitend toediening onder klinische observatie gedurende 24 uur.
        • Behandeling in overleg met hematoloog
  • Nasaal
    • 20 tot 40 kg
      [2]
      • 150 microg./dosis éénmalig
      • 1 puf in één neusgat. Zo nodig herhalen na 12-24 uur.

    • ≥ 40 kg
      [2]
      • 300 microg./dosis éénmalig
      • 1 puf in ieder neusgat. Zo nodig herhalen na 12-24 uur.

Indicatie: Enuresis nocturna
  • Oraal
    • 6 jaar tot 18 jaar
      [1] [5]
      • Voor het slapen gaan 0,2 mg/dag in 1 dosis , max: 0,4mg/dag
      • Dit middel heeft onder de 12 jaar alleen een plaats ter overbrugging van korte specifieke perioden waarin enuresis een ernstige belemmering vormt, zoals gedurende schoolkampen en logeerpartijen.

  • Sublinguaal
    • 6 jaar tot 18 jaar
      [5] [6]
      • Voor het slapen gaan 120 microg./dag in 1 dosis , max: 240microg./dag
      • Dit middel heeft onder de 12 jaar alleen een plaats ter overbrugging van korte specifieke perioden waarin enuresis een ernstige belemmering vormt, zoals gedurende schoolkampen en logeerpartijen.

Indicatie: Diabetes insipidus
  • Oraal
    • 1 jaar tot 12 jaar
      [5] [9]
      • Startdosering: 25 - 50 microg./dag in 1 - 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons aanpassen naar: 100 - 600 microg./dag in 2 - 3 doses , max: 1.200microg./dag
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.

    • 12 jaar tot 18 jaar
      [9]
      • Startdosering: 50 - 100 microg./dag in 1 - 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons aanpassen naar: 200 - 600 microg./dag in 2 - 3 doses , max: 1.200microg./dag
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.

  • Sublinguaal
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [6] [9]
      • Startdosering: 60 - 180 microg./dag in 1 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons aanpassen naar 180 - 360 microg./dag in 1 - 3 doses , max: 720microg./dag
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.

  • Nasaal
    • 1 jaar tot 2 jaar
      [7]
      • Geef een testdosis van 2,5 microg./dosis éénmalig daarna aanpassen op geleide van het volume van de 24-uren urineproduktie en de urine-osmolaliteit.
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.

    • 2 jaar tot 18 jaar
      [7]
      • Geef een testdosis van 5 microg./dosis éénmalig daarna aanpassen op geleide van het volume van de 24-uren urineproduktie en de urine-osmolaliteit.
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [8] [9]
      • Startdosering: 0,005 - 0,01 microg./kg/dag in 1 - 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons aanpassen naar 0,4 microg./dag in 1 - 2 doses
        • Alleen als nasale toediening niet mogelijk is. 
        • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.
  • Subcutaan
    • 1 maand tot 18 jaar
      [8] [9]
      • Startdosering: 0,005 microg./kg/dag in 1 - 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons met stappen van 50% aanpassen naar 0,4 microg./dag in 1 - 2 doses
        • Alleen als nasale toediening niet mogelijk is. 
        • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog
Indicatie: Diagnose van diabetes insipidus
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

Bijwerkingen bij kinderen

Bij kinderen kan in combinatie met een ruime vochtinname een zeer ernstige hyponatriëmie ontstaan met als gevolg convulsies, coma en overlijden.
Incidenteel: emotionele stoornissen.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (> 1%): hoofdpijn, maagpijn, misselijkheid. Bij nasaal gebruik: nasale congestie/rinitis, epistaxis. Bij hoge doses (bloedingsindicaties): vermoeidheid, voorbijgaande bloeddrukdaling met een reflextachycardie en gezichtsblozen na toediening. Bij gebruik bij enuresis nocturna: hersenoedeem. Bij gebruik bij nycturie: bij langdurige behandeling: perifeer oedeem, gewichtstoename, frequent urineren; verder tijdens dosistitratie: hyponatriëmie, droge mond. Zelden (< 0,1%): bij hoge doses (bloedingsindicaties): duizeligheid. Incidenteel:  allergische huidreacties en ernstiger algemene allergische reacties. Behandeling zonder gelijktijdige vermindering van vochtinname kan leiden tot waterretentie met symptomen zoals hoofdpijn, misselijkheid, braken, gewichtstoename, hyponatriëmie en in ernstige gevallen convulsies. Er zijn aanwijzingen dat bij gebruik van nasale toedieningsvormen bij craniale diabetes insipidus ernstige hyponatriëmie kan optreden. De neusspray met het conserveermiddel benzalkoniumchloride kan lokale irritatie veroorzaken.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Leeftijd < 3 jaar is relatieve contra-indicatie in verband met het risico op waterintoxicatie.

Contraindicaties bij volwassenen

Habituele of psychogene polydipsie. Anamnese van (verdenking op) cardiale insufficiëntie of andere aandoeningen die gebruik van diuretica vereisen. (Predispositie voor) hyponatriëmie. SIADH voor de nasale toediening. Voorts bij hemostatische indicaties: instabiele angina pectoris, gedecompenseerde cardiale insufficiëntie en de ziekte van Von Willebrand type IIb.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij jonge kinderen tot 3 jaar en/of < 20 kg wordt desmopressine uitsluitend intraveneus toegediend. Vooral bij deze jonge kinderen moet men, behalve op tachycardie en flushes, bedacht zijn op het optreden van waterintoxicatie en geldt gedurende 12 uur na desmopressine gebruik een stricte vochtbeperking van 100 ml. Dit is de reden dat in veel hemofiliebehandelcentra geen desmopressine wordt toegediend aan kinderen jonger dan 3 jaar. Gezien het risico op ernstige bijwerkingen (convulsies, coma ten gevolge van hyponatriëmie) verdient het de aanbeveling bij toediening van desmopressine aan jonge kinderen met een gewicht <20 kg het effect klinisch te observeren met controle van het serumnatrium tot 24 uur na toediening. Vooral bij jonge kinderen of bij herhaalde toediening moet men bedacht zijn op het ontstaan van hyponatriëmie door het antidiuretische effect van desmopressine.

Bij gelijtijdige gebruik van middelen die de afgifte van ADH verstoren, zoals tricyclische antidepressiva, SSRI's, Chloorpromazine, loperamide en carbamazepine is het risico op waterintoxicatie verhoogd. Ook bij gelijktijdig gebruik van NSAIDs kan hyponatriëmie optreden

Het effect op de bloedstolling na toediening van desmopressine varieert sterk inter-individueel, intra-individueel is de respons constant. Aangeraden wordt een proefdosis te geven en het effect van de toediening op de factor VIII plasmaconcentratie, VWF:RCo en VWG:Ag, trombocytenaantal en eventueel de PFA100 te bepalen. De renale concentratietest bij zuigelingen alleen op strikte indicatie en in de kliniek uitvoeren.

Desmopressine is niet werkzaam bij ernstige hemofilie A, alle vormen van hemofilie B en ziekte von Willebrand type 3.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Omdat bij gebruik van hoge doses vasodilatatie kan optreden en na hoge parenterale doses arteriële trombose in het vaatsysteem van hart en hersenen is beschreven, is voorzichtigheid geboden bij ouderen en bij patiënten met hart- en vaataandoeningen (m.n. angina pectoris en acuut myocardinfarct). Bij cystische fibrose met voorzichtigheid toepassen onder controle van de plasma-osmolaliteit. Bij chronische nierziekten is het antidiuretisch effect minder dan gewoonlijk. Hoewel het dorstgevoel wordt geremd, bestaat er toch gevaar van waterintoxicatie indien teveel wordt gedronken. Met name ouderen en ouders van jonge kinderen dienen op dit gevaar te worden gewezen. Bij een verstoorde water- en/of elektrolytenbalans (bv. bij systemische infecties, koorts of SIADH) en bij risico van verhoogde intracraniële druk extra voorzichtig zijn met vochtinname. Bij behandeling van stollingsproblemen de patiënt uitsluitend laten drinken op geleide van het dorstgevoel. Vochtretentie controleren door lichaamsgewicht, natriumspiegel of plasma-osmolaliteit regelmatig te bepalen, vooral bij langdurig gebruik. Bij tekenen van vochtretentie en/of hyponatriëmie (hoofdpijn, misselijkheid/braken, gewichtstoename en, in ernstige gevallen convulsies en coma) de behandeling staken tot volledig herstel. De dosering zonodig verlagen bij cardiovasculaire stoornissen, astma, epilepsie of migraine. Bij optreden van een ziekte waarbij een verstoring in het vocht en/of electrolytenevenwicht optreedt (bv. systemische infecties, koorts, gastro-enteritis), de behandeling staken. Bij de behandeling van enuresis nocturna (niet bij kinderen < 6 jaar en alleen bij afwezigheid van nachtelijk ADH-toename) en bij nycturie de vochtinname 's avonds vanaf een uur vóór tot minstens acht uur ná toediening beperken; tijdens deze periode uitsluitend drinken op geleide van het dorstgevoel. Na elke drie maanden therapie nagaan of de noodzaak tot continueren van de behandeling nog bestaat door ten minste één medicatievrije week in te lassen. Voor start van de behandeling rekening houden met een ernstige blaasaandoening of -obstructie. Bij urge-incontinentie, organische oorzaken van toegenomen mictiefrequentie of nycturie (bv. benigne prostaathyperplasie, urineweginfectie, blaasstenen/tumoren, aandoeningen van de blaassfincter), polydipsie en onvoldoende gecontroleerde diabetes mellitus, de specifieke oorzaak eerst behandelen dan wel uitsluiten. Bij de renale concentratietest de vochtinname om de dorst te lessen beperken tot maximaal 0,5 l tussen een uur vóór tot acht uur ná toediening. De renale concentratietest bij zuigelingen alleen op strikte indicatie en in de kliniek uitvoeren. Omdat het effect op de bloedstolling individueel sterk verschilt, wordt aangeraden bij hemofilie A, de ziekte van Von Willebrand, uremie, plaatjesdefecten en bij een geïsoleerde langere bloedingstijd enkele dagen vóór een operatieve ingreep een proefdosis te geven. Bij herhaalde toediening binnen enige dagen kan het effect afnemen door uitputting van de factor VIII-depots. Bloeddonoren dienen toestemming voor gebruik te geven.

Interacties

Relevant: combinatie met een NSAID (niet zijnde coxib) kan leiden tot waterintoxicatie en hyponatriëmie.

Niet beoordeeld: loperamide kan de plasmaconcentratie 3-4-voudig verhogen

Bij combinatie met middelen met een antidiuretische werking, zoals tricyclische antidepressiva, SSRI's, chloorpromazine en carbamazepine, is het risico op hyponatriëmie en waterintoxicatie verhoogd.

Dimeticon kan de absorptie van desmopressine verminderen.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Nederlandse Vereniging van Hemofiliebehandelaars (NVHB), Richtlijn Diagnostiek en behandeling van hemofilie en aanverwante stoornissen, 2009, ISBN: 978-90-8523-195-0, 171-175
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 19 okt 2014
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 19 okt 2014
  5. Ferring BV, SmPC Minrin tablet (RVG 12625) 12 maart 2014
  6. Ferring BV, SmPC Desmopressine Melt (RVG 116910) 16-02-2016
  7. Ferring BV, SmPC Minrin neusspray (RVG 18923) 07-03-2014
  8. Ferring BV, SmPC Minrin IV (RVG 08868) 05-09-2016, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  9. Bruin de, C en Vries de, MC, Protocol diagnostiek en behandeling van centrale Diabetes Insipidus ZW NL , 23 okt 2017

Wijzigingen

  • 24 oktober 2017 07:46: Doseeradvies diabetes insipidus gewijzigd obv advies sectie endocrinologie obv protocol diabetes insipidus
  • 30 juni 2017 12:08: Harmonisatie doseeradviezen met SmPC's
  • 31 maart 2017 08:02: Voor de indicatie diabetes insipidus is een concrete dosering toegevoegd op basis van de SmPC Minrin