Desmopressine

Stofnaam
Desmopressine
Merknaam
Minrin, DDAVP, Octostim
ATC code
H01BA02
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Synthetisch vasopressinederivaat met een sterkere en langer aanhoudende antidiuretische werking dan het natuurlijke vasopressine, terwijl het vaatvernauwend effect en de oxytocische werking minder is. Het effect verkregen met de neusspray 1,5 mg/ml is minder constant dan bij een i.v. toediening. Tevens kan desmopressine in de geadviseerde i.v. of s.c. dosering de factor VIII-stollingsactiviteit twee- tot viervoudig verhogen. In mindere mate wordt ook de von Willebrandfactor-antigeentiter (vWF:AG) verhoogd. Tevens treedt vrijzetting van plasminogeen activator (PA) op. Werkingsduur: antidiuretisch effect houdt na 10–20 microg nasaal 10–20 uur aan, na 0,5–3 microg i.v. 8–22 uur, oraal 6–14 uur; de verhoging van factor VIII-stollingsactiviteit houdt twee uur aan.

Farmacokinetiek bij kinderen

Geen informatie

Algemene opmerkingen

120 microg. desmopressine lyofilisaat (smelt tablet) komt overeen met 200 microg. desmopressine acetaat.
240 microg. desmopressine lyofilisaat (smelt tablet) komt overeen met 400 microg. desmopressine acetaat.

Label dosisadvies Kinderformularium

Diabetes insipidus: on-label
Enuresis nocturna: On-label
M. van Willebrand en hemofilie: IV: on-label, lokaal spray neus: Off-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Diabetes insipidus behandeling:
Nasaal: (kinderen) de dosering dient individueel te worden aangepast met controle van het volume van de 24-uren urineproductie en de urine-osmolaliteit. Testdosis: 5 microg. (=0,05 ml) en voor zuigelingen 2,5 microg. (=0,025 ml).
Oraal: (kinderen) start 3d100microg., onderhoud op geleide respons aanpassen tot 200-1200 microg./dag. Meestal volstaat 3d100-200microg.
Sublinguaal: (kinderen) start 3d60microg., onderhoud op geleide respons aanpassen tot 120-720 microg./dag. Meestal volstaat 3d60-120microg.
Intraveneus/intramusculair: (zuigelingen en kinderen) 0,4 microg.
Diagnose diabetes insipidus: geen melding voor kinderen.
Renale functie test:
Nasaal: zuigelingen: 10 microg, kinderen <15 jaar: 20 microg, kinderen >15 jaar: 40 microg.

Enuresis nocturna:
Sublinguaal: >5 jaar: 120 microg. voor het slapen gaan, ZN ophogen tot 240 microg.
Oraal: >5 jaar: 200 microg. voor het slapen gaan, ZN ophogen tot 400 microg.
Lichte vormen van M. v. Willebrand of hemofilie A, profylactische/therapeutische dosering kinderen:
Intraveneus: 0,3-1,4 microg./kg voor de ingreep, voor kinderen <10 kg wordt aanbevolen de totale dosis op te lossen in 10 ml fysiologische zoutoplossing voor injectie. Het infuus over een periode van 20-30 minuten laten inlopen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Neusspray (acetaat-3-water) 10 microg./do, 2.5 microg./do, 150 microg./do
Tablet (acetaat-3-water) 0.1 mg, 0.2 mg
Inj.vlst. (acetaat-3-water) 4 microg./ml; 15 microg./ml
Lyophilisaat, oraal "melt" (als acetaat-3-water) 60 microg., 120 microg., 240 microg.
Neusdr. (acetaat-3-water) 0.1 mg/ml

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Ga snel naar:

Behandeling van lichte tot matig ernstige bloedingen en preventie van bloedingen bij kleinere ingrepen bij milde hemofilie A en Ziekte van Von Willebrand
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [2] [9]
      • 0,3 microg./kg/dosis, éénmalig.
        • Toedienen in 30 minuten op geleide van pols en bloeddruk. Zo nodig herhalen na 12-24 uur.
        • Cave hyponatriemie (zie waarschuwingen) Kinderen jonger dan 3 jaar uitsluitend toediening onder klinische observatie gedurende 24 uur.
        • Behandeling in overleg met hematoloog
        • Voorafgaand aan gebruik bij deze indicatie dient een desmopressinetest te worden uitgevoerd om vast te stellen of de patiënt met lichte tot matige hemofilie een adequate stijging van factor VIII heeft en geen overmatige bijwerkingen ondervindt. De factor VIII-spiegel dient na toediening van desmopressine ongeveer 3-4 maal te stijgen (lees meer in rubriek waarschuwingen bij kinderen)
  • Nasaal
    • 20 tot 40 kg
      [2]
      • 150 microg./dosis, éénmalig.
        • 1 puf in één neusgat. Zo nodig herhalen na 12-24 uur.
        • Cave hyponatriemie (zie waarschuwingen)
    • ≥ 40 kg
      [2]
      • 300 microg./dosis, éénmalig.
        • 1 puf in ieder neusgat. Zo nodig herhalen na 12-24 uur.
        • Cave hyponatriemie (Zie waarschuwingen)
Enuresis nocturna
  • Oraal
    • 5 jaar tot 18 jaar
      [1] [3]
      • voor het slapen gaan:  0,2 mg/dag in 1 dosis. Max: 0,4 mg/dag.
        • Dit middel heeft onder de 12 jaar alleen een plaats ter overbrugging van korte specifieke perioden waarin enuresis een ernstige belemmering vormt, zoals gedurende schoolkampen en logeerpartijen.
        • Cave hyponatriemie (zie waarschuwingen)
        • In oudere kinderen dient de behandeling eenmaal per 3 maanden een week te worden onderbroken om te beoordelen of behandeling nog steeds noodzakelijk is. 
  • Sublinguaal
    • 5 jaar tot 18 jaar
      [3] [4]
      • voor het slapen gaan: 120 microg./dag in 1 dosis. Max: 240 microg./dag.
        • Dit middel heeft onder de 12 jaar alleen een plaats ter overbrugging van korte specifieke perioden waarin enuresis een ernstige belemmering vormt, zoals gedurende schoolkampen en logeerpartijen.
        • Cave hyponatriemie (zie waarschuwingen)
        • In oudere kinderen dient de behandeling eenmaal per 3 maanden een week te worden onderbroken om te beoordelen of behandeling nog steeds noodzakelijk is. 
Diabetes insipidus
  • Oraal
    • 1 jaar tot 12 jaar
      [3] [7]
      • Startdosering: 25 - 50 microg./dag in 1 - 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons aanpassen naar: 100 - 600 microg./dag in 2 - 3 doses. Max: 1.200 microg./dag.
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.
        Cave hypnatriemie (zie waarschuwingen)

    • 12 jaar tot 18 jaar
      [7]
      • Startdosering: 50 - 100 microg./dag in 1 - 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons aanpassen naar: 200 - 600 microg./dag in 2 - 3 doses. Max: 1.200 microg./dag.
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.
        Cave hypnatriemie (zie waarschuwingen)

  • Sublinguaal
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [4] [7]
      • Startdosering: 60 - 180 microg./dag in 1 - 3 doses.
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons aanpassen naar 180 - 360 microg./dag in 1 - 3 doses. Max: 720 microg./dag.
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.
        Cave hyponatriemie (zie waarschuwingen)

  • Nasaal
    • 1 maand tot 2 jaar
      [5]
      • Geef een testdosis van 1 - 2,5 microg./dosis, éénmalig. daarna aanpassen op geleide van het volume van de 24-uren urineproduktie en de urine-osmolaliteit..
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.
        Cave hyponatriemie (zie waarschuwingen)

    • 2 jaar tot 18 jaar
      [5]
      • Geef een testdosis van 5 microg./dosis, éénmalig. daarna aanpassen op geleide van het volume van de 24-uren urineproduktie en de urine-osmolaliteit..
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.
        Cave hyponatriemie (zie waarschuwingen)

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [6] [7]
      • Startdosering: 0,005 - 0,01 microg./kg/dag in 1 - 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons aanpassen naar 0,4 microg./dag in 1 - 2 doses.
        • Alleen als nasale toediening niet mogelijk is. 
        • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog.
        • Cave hyponatriemie (zie waarschuwingen)
  • Subcutaan
    • 1 maand tot 18 jaar
      [6] [7]
      • Startdosering: 0,005 microg./kg/dag in 1 - 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: Dosering op geleide van respons met stappen van 50% aanpassen naar 0,4 microg./dag in 1 - 2 doses.
        • Alleen als nasale toediening niet mogelijk is. 
        • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog
        • Cave hyponatriemie (zie waarschuwingen)
Diagnose van diabetes insipidus
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • Dosering in overleg met endocrinoloog/nefroloog

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 1 jaar
      [8]
      • 0,4 microg./dosis, éénmalig.
    • 1 jaar tot 18 jaar
      [8]
      • 1 - 2 microg./dosis, éénmalig.
  • Nasaal
    • 1 maand tot 1 jaar
      [10]
      • 10 microg./dosis, éénmalig.
    • 1 jaar tot 18 jaar
      [5] [10]
      • 20 microg./dosis, éénmalig.
Renale functie-test
  • Nasaal
    • 1 maand tot 1 jaar
      [5]
      • 10 microg./dosis, éénmalig.
    • 1 jaar tot 15 jaar
      [5]
      • 20 microg./dosis, éénmalig.
    • ≥ 15 jaar
      [5]
      • 40 microg./dosis, éénmalig.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

Bijwerkingen bij kinderen

Bij kinderen kan in combinatie met een ruime vochtinname een zeer ernstige hyponatriëmie ontstaan met als gevolg hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid, braken, gewichtstoename, duizeligheid, verwardheid, malaise, geheugenstoornissen, vertigo, vallen en in ernstige gevallen, convulsies en coma. 

Oraal gebruik

Vaak (> 1%): Hoofdpijn.

Soms (0,1-1%): Emotionele labiliteit, agressie, buikpijn, misselijkheid, braken, diarree, perifeer oedeem, vermoeidheid.

Zelden (< 0,1%) Symptomen van angst, nachtmerries, stemmingswisselingen. Slaperigheid, hypertensie, prikkelbaarheid.

Bijwerkingen met onbekende frequentie: anafylactische reactie, hyponatriemie, abnormaal gedrag, emotionele stoornissen. depressie, hallucinaties, insomnia, aandachtsstoornissen, psychomotorische hyperactiviteit, convulsies, bloedneus, allergische dermatitis, rash, zweten, urticaria.

Bij nasaal gebruik

Zeer vaak (> 10%): verhoogde lichaamstemperatuur.

Vaak (> 1%): slaapstoornissen, labiliteit, nachtmerries, nervositeit, agressie, infecties van de bovenste luchtwegen.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Behandeling zonder gelijktijdige vermindering van vochtinname kan leiden tot waterretentie en/of hyponatriëmie met symptomen zoals hoofdpijn, misselijkheid, braken, maagpijn, spierkrampen, duizeligheid, verwardheid, gewichtstoename, malaise en in ernstige gevallen convulsies en coma. Er zijn aanwijzingen dat bij gebruik van nasale toedieningsvormen bij centrale diabetes insipidus ernstige hyponatriëmie kan optreden.

Orale en sublinguale toediening
Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn.

Vaak (1-10%): hyponatriëmie. Duizeligheid. Hypertensie. Misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, obstipatie. Pollakisurie. Oedeem, vermoeidheid. Droge mond (m.n. bij dosisverhoging).

Soms (0,1–1%): slapeloosheid. Slaperigheid, paresthesie. Visusstoornis. Palpitaties. Orthostatische hypotensie. Dyspneu. Dyspepsie, opgeblazen gevoel, flatulentie. Zweten, jeuk, huiduitslag, urticaria. Spierspasmen, spierpijn. Urinelozingsaandoening. Malaise, pijn op de borst, griepachtige verschijnselen. Gewichtstoename, stijging van leverenzymwaarden, hypokaliëmie. Voornamelijk bij kinderen: emotionele labiliteit, agressie, angst, nachtmerries, stemmingswisselingen.

Zelden (0,01–0,1%): verwardheid, allergische dermatitis.

Verder zijn gemeld: anafylactische reactie. Dehydratie, hypernatriëmie. Convulsies, asthenie, coma. Bij kinderen met enuresis nocturna: hersenoedeem.

Nasale toediening
Zeer vaak (> 10%): nasale congestie, rinitis. Voornamelijk bij kinderen: toename lichaamstemperatuur.

Vaak (1–10%): slapeloosheid. Hoofdpijn. Neusbloeding. Misselijkheid, buikpijn, gastro-enteritis. Voornamelijk bij kinderen: emotionele labiliteit, nervositeit, agressie, nachtmerries en bovenste luchtweginfectie. Bij hemostatische indicaties: rode ogen, tachycardie, blozen.

Soms (0,1–1%): hyponatriëmie. Braken.

Parenterale toediening
Vaak (1-10%): hoofdpijn, vermoeidheid. Maagpijn, misselijkheid. Bij hoge doses (hemostatische indicaties): voorbijgaande hypotensie met reflextachycardie en gezichtsblozen na toediening.

Zelden (0,01–0,1%): duizeligheid.

Zeer zelden (< 0,01%): hyponatriëmie. Allergische huidreactie, ernstige algemene allergische reactie. Emotionele stoornis bij kinderen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Leeftijd < 3 jaar is relatieve contra-indicatie in verband met het risico op waterintoxicatie.

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • habituele of psychogene polydipsie (die leidt tot een urineproductie > 40 ml/kg/24 uur);
  • voorgeschiedenis van (verdenking op) hartfalen of andere aandoeningen die gebruik van diuretica vereisen;
  • hyponatriëmie.

Nasale, orale en sublinguale toediening

  • matig of ernstig nierfalen (creatinineklaring < 50 ml/min);
  • SIADH.

Hemostatische indicaties

  • instabiele angina pectoris;
  • gedecompenseerd hartfalen;
  • de ziekte van Von Willebrand type IIb.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij de behandeling van enuresis nocturna en nycturie moet de vloeistofinname zo veel mogelijk worden beperkt vanaf 1 uur vóór toediening bij het slapen gaan tot aan de volgende ochtend, en in elk geval tot minimaal 8 uur na toediening. Behandeling zonder gelijktijdige beperking van devloeistofinname kan leiden tot vochtretentie en/of hyponatriëmie met of zonder
waarschuwingssymptomen (hoofdpijn, misselijkheid/braken, gewichtstoename en, in ernstige
gevallen, convulsies en coma). Hersenoedeem is zelden gemeld bij kinderen en jongvolwassenen die met desmopressine-acetaat behandeld werden voor enuresis nocturna.
Alle patiënten of, indien van toepassing, hun verzorger, moeten goed geïnstrueerd worden om zich aan de vochtbeperking te houden. 

Bij jonge kinderen tot 3 jaar en/of < 20 kg met hemofilie A of ziekte van Von Willebrand wordt desmopressine uitsluitend intraveneus toegediend. Vooral bij deze jonge kinderen moet men, behalve op tachycardie en flushes, bedacht zijn op het optreden van waterintoxicatie en geldt gedurende 12 uur na desmopressine gebruik een stricte vochtbeperking van 100 ml. Dit is de reden dat in veel hemofiliebehandelcentra geen desmopressine wordt toegediend aan kinderen jonger dan 3 jaar en bij kinderen tussen 3 en 6 jaar uitsluitend na zorgvuldige afweging en onder toezicht.  Gezien het risico op ernstige bijwerkingen (convulsies, coma ten gevolge van hyponatriëmie) verdient het de aanbeveling bij toediening van desmopressine aan jonge kinderen met een gewicht <20 kg het effect klinisch te observeren met controle van het serumnatrium tot 24 uur na toediening en controle van vochtinname en uitscheiding. Vooral bij jonge kinderen of bij herhaalde toediening moet men bedacht zijn op het ontstaan van hyponatriëmie door het antidiuretische effect van desmopressine.

Bij gelijtijdige gebruik van middelen die de afgifte van ADH verstoren, zoals tricyclische antidepressiva, SSRI's, Chloorpromazine, loperamide en carbamazepine is het risico op waterintoxicatie verhoogd. Ook bij gelijktijdig gebruik van NSAIDs kan hyponatriëmie optreden

Het effect op de bloedstolling na toediening van desmopressine varieert sterk inter-individueel, intra-individueel is de respons constant. Aangeraden wordt een proefdosis te geven en het effect van de toediening op de factor VIII plasmaconcentratie, VWF:RCo en VWG:Ag, trombocytenaantal en eventueel de PFA100 te bepalen. Documenteer de individuele respons en tolerantie (desmopressine test) De renale concentratietest bij zuigelingen alleen op strikte indicatie en in de kliniek uitvoeren.

Desmopressine is niet werkzaam bij ernstige hemofilie A, alle vormen van hemofilie B en ziekte von Willebrand type 3.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Algemeen: Hoewel het dorstgevoel wordt geremd, bestaat er toch gevaar van waterintoxicatie indien teveel wordt gedronken; de patiënt instructies geven omtrent vochtbeperking. Kinderen en ouderen hebben meer kans om hyponatriëmie te ontwikkelen. Controleer op vochtretentie door de patiënt te wegen of door het bepalen van de natriumspiegel of plasma-osmolaliteit.

Ouderen (≥ 65 jaar): Gebruik bij nycturie wordt niet aanbevolen. Bij orale toediening bij ouderen wordt aangeraden het serumnatrium 3–8 dagen na het begin van de behandeling, na 1 maand en bij elke eventuele dosisverhoging te controleren.

Comorbiditeit: Voor start van de behandeling rekening houden met een ernstige blaasaandoening of -obstructie. Bij ontstaan van acute ziekte met een verstoring in het vocht- en/of elektrolytenevenwicht (bv. systemische infecties, koorts of gastro-enteritis), de behandeling aanpassen of onderbreken en de elektrolytenbalans nauwlettend controleren. Wees voorzichtig bij een cardiovasculaire stoornis, astma, cystische fibrose, epilepsie, migraine of aandoening met een verstoring van de vocht- en/of elektrolytenbalans. Bij chronische nierziekte is het antidiuretisch effect minder dan gewoonlijk.

Enuresis nocturna: Bij urgency-incontinentie, organische oorzaken van toegenomen mictiefrequentie of nycturie (bv. benigne prostaathyperplasie, urineweginfectie, blaasstenen/tumoren, aandoeningen van de blaassfincter), polydipsie en onvoldoende gecontroleerde diabetes mellitus, de specifieke oorzaak eerst behandelen dan wel uitsluiten.

Hemostatische indicaties: Omdat het effect op de bloedstolling individueel sterk verschilt, wordt aangeraden bij hemofilie A, de ziekte van Von Willebrand, uremie, plaatjesdefecten en bij een geïsoleerde langere bloedingstijd een proefdosis toe te dienen om het effect op de bloedingstijd na te gaan; bij profylaxe enkele dagen voorafgaand aan de operatieve ingreep. Bij herhaalde toediening binnen enige dagen kan het effect afnemen door uitputting van de factor VIII-depots. Desmopressine vermindert niet de verlengde bloedingstijd in geval van trombocytopenie.

Bloeddonoren dienen toestemming voor gebruik te geven.

Hulpstoffen: Benzalkoniumchloride, in sommige neussprays, kan oedeem van het neusslijmvlies geven, vooral bij langdurig gebruik

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Relevant:
Combinatie met een NSAID (niet zijnde coxib) kan leiden tot waterintoxicatie en hyponatriëmie.

Niet beoordeeld:
Loperamide kan de plasmaconcentratie 3-4-voudig verhogen.

Bij combinatie met diuretica en middelen met een antidiuretische werking, zoals tricyclische antidepressiva, SSRI's, oxytocine, chloorpromazine en carbamazepine, is het risico op hyponatriëmie en waterintoxicatie verhoogd.

Dimeticon kan de absorptie van desmopressine verminderen.

NEUROHYPOFYSEHORMONEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

ANTIDIURETISCH HORMOON EN VERWANTE VERBINDINGEN
H01BA01

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Nederlandse Vereniging van Hemofiliebehandelaars (NVHB), Richtlijn Diagnostiek en behandeling van hemofilie en aanverwante stoornissen, 2009, ISBN: 978-90-8523-195-0, 171-175
  3. Ferring BV, SmPC Minrin tablet (RVG 12625) 12 maart 2014
  4. Ferring BV, SmPC Desmopressine Melt (RVG 116910) 16-02-2016
  5. Ferring BV, SmPC Minrin neusspray (RVG 18923) 07-03-2014
  6. Ferring BV, SmPC Minrin IV (RVG 08868) 05-09-2016, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  7. Bruin de, C en Vries de, MC, Protocol diagnostiek en behandeling van centrale Diabetes Insipidus ZW NL , 23 okt 2017
  8. Ferring , SmPC Minirin-Amp (1-19335) , 03-2014
  9. Pabinger, et al., Hämophiliebehandlung in Österreich, Wien Klin Wochenschr, 2015, 127 (Suppl 3), 115–S130
  10. Ferring GmbH, SmPC, Minirin 10 µg Nasenspray (3001921.00.00), 11/2019

Wijzigingen

  • 29 april 2021 15:58: Waarschuwing toegevoegd tav gebruik bij bloedingsziekten.
  • 21 oktober 2020 12:16: Bijwerkingen minrin toegevoegd
  • 21 oktober 2020 12:16: De leeftijdsondergrens bij enuresis nocturna is gewijzigd van 6 jaar naar 5 jaar op basis van de Oostenrijkse SmPC. De leeftijdsondergrens bij nasale toepassing bij diabetes insipidus is gewijzigd van 1 jaar naar 1 maand op basis van de Oostenrijkse SmPC. Bij de toepassing bij diagnose diabetes insipidus is een IV advies toegevoegd op baiss van een Oostenrijkse SmPC.
  • 08 december 2017 11:10: Doseeradvies diabetes insipidus gewijzigd obv advies sectie endocrinologie obv protocol diabetes insipidus
  • 06 juli 2017 11:55: Harmonisatie doseeradviezen met SmPC's
  • 16 mei 2017 14:15: Voor de indicatie diabetes insipidus is een concrete dosering toegevoegd op basis van de SmPC Minrin

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering