Digoxine

Stofnaam
Digoxine
Merknaam
Lanoxin
ATC code
C01AA05
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Oplaaddosis
Vroeggeboren<1,5 kg: 20 ug/kg/dag IV (oraal: 25 ug/kg/dag).
Vroeggeboren 1,5-2,5 kg: 30 ug/kg/dag IV (oraal idem).
Á terme geborenen tot 2 jaar: 35 ug/kg/dag IV (oraal: 45 ug/kg/dag).
2-5 jarigen: 35 ug/kg/dag IV/PO
5-10 jarigen: 25 ug/kg/dag IV/PO
Deze oplaaddosis over meerdere doseringen verdelen
Onderhoudsdosering:
Vroeggeborenen: 20% vd oplaaddosis.
Á terme geborenen en kinderen<10 jaar: 25% vd oplaaddosis.

Kinderen>10 jaar:
Snelle orale digitalisatie: 0.75-1,5 mg als enkelvoudige dosis.
Langzame orale digitalisatie: 0,25-0,75 mg/dag gedurende 1 week, gevolgd door een aangepaste onderhoudsdosis.
Onderhoudsdosering: (max hoeveelheid digoxine in depot x % eliminatie per dag)/100.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Drank 0.05 mg/ml
Inj.vlst. 0.25 mg/ml
Tablet 0.125 mg, 0.25 mg, 62.5 µg

Eigenschappen

Hartglycoside. Digoxine vergroot de contractiekracht van het hart (positief-inotroop), verlaagt de hartfrequentie (negatief-chronotroop) en vertraagt de AV-geleiding (negatief-dromotroop). Dit gebeurt zowel indirect via het autonome zenuwstelsel door een vagomimetisch effect als direct door remming van ATP op de hartspier en het geleidingssysteem.

Kinetische gegevens

Smalle therapeutische breedte. Voor snel effect is, gezien de lange halfwaardetijd, opladen noodzakelijk. Steady state wordt zonder opladen na ongeveer 10 dagen bereikt.
Biologische beschikbaarheid na orale toediening ongeveer 67 %.

De volgende klaring-waarden werden gevonden:
- Kinderen 1 week: 32 ± 7 ml/min/1,73 m2
- Kinderen 3 maanden: 65,6 ± 30 ml/min/1,73 m2
- Kinderen 12 maanden: 88 ± 43 ml/min/1,73 m2

Doseringen

Indicatie: Supraventriculaire ritmestoornissen en decompensatio cordis
  • Oraal
    • Prematuren < 1,5 kg
      [1]
      • Startdosering: 25 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 5 microg/kg/dag in 1-2 doses

         

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • Prematuren 1,5 tot 2,5 kg
      [1]
      • Startdosering: 30 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 6 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • A terme neonaat 0 jaar tot 2 jaar
      [1]
      • Startdosering: 45 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 11,25 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 2 jaar tot 5 jaar
      [1]
      • Startdosering: 35 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 8,75 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 5 jaar tot 10 jaar
      [1]
      • Startdosering: 25 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 6,25 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 10 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Langzame digitalisatie

        Startdosering: 0,25-0,75 mg/dag gedurende 1 week
        Onderhoudsdosering: 0,125-0,5 mg/dag in 1-2 doses

        Snelle digitalisatie:

        Startdosering: 0,75-1,5 mg als éénmalige dosis
        Onderhoudsdosering: 0,125-0,5 mg/dag in 1-2 doses

        • Bij een verhoogd risico van toxiciteit de oplaaddosis verlagen met max. 50% en verdelen over meerdere giften met tussenpozen van 6 uur; na 24 uur gevolgd door een individuele onderhoudsdosis
        • Bovenstaande doseringen dienen individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen
  • Intraveneus
    • Prematuren < 1,5 kg
      [1]
      • Startdosering: 20 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 4 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen.

    • Prematuren 1,5 tot 2,5 kg
      [1]
      • Startdosering: 30 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 6 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • A terme neonaat 0 jaar tot 2 jaar
      [1]
      • Startdosering: 35 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 8,75 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • DIGOXINE IS ZEER TOXISCH BIJ PASGEBORENEN

        De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 2 jaar tot 5 jaar
      [1]
      • Startdosering: 35 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 8,75 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen

    • 5 jaar tot 10 jaar
      [1]
      • Startdosering: 25 microg/kg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering: 6,25 microg/kg/dag in 1-2 doses

      • De dosering dient individueel te worden aangepast op basis van klinische respons en spiegelbepalingen.

    • 10 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: 0,5-1 mg/24 uur in verdeelde doses 50%-25%-25% met tussenpozen van 4-8 uur
        Onderhoudsdosering ORAAL: 0,125-0,5 mg/dag in 1-2 doses

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Digoxine bij kinderen < 10 jaar
GFR 10-50 ml/min/1,73m2:
- geef een normale oplaaddosis
-initiële onderhoudsdosering na opladen: 100% van de normale onderhoudsdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
- vervolgens dosering aanpassen op geleide van het klinische beeld en digoxinespiegel
GFR < 10 ml/min/1,73m2:
- een algemeen advies wordt niet gegeven
Let op: Bij een verminderde nierfunctie is de halfwaardetijd verlengd, het duurt langer voordat de steady-state is bereikt. Bepaal wekelijks de digoxinespiegel totdat de steady-state is bereikt.

Digoxine bij kinderen ≥ 10 jaar
GFR 10-50 ml/min/1,73m2:
-geef een normale oplaaddosis.
-initiële onderhoudsdosering na opladen: 0.125 mg/dag
-vervolgens dosering aanpassen op geleide van het klinische beeld en de digoxinespiegel
GFR < 10 ml/min/1,73m2:
-een algemeen advies wordt niet gegeven
Let op: Bij een verminderde nierfunctie is de halfwaardetijd verlengd, het duurt langer voordat de steady-state is bereikt. Bepaal wekelijks de digoxinespiegel totdat de steady-state is bereikt.

Klinische gevolgen

Informatie
Bij verminderde nierfunctie neemt de renale excretie van digoxine af, waardoor de digoxinespiegel kan stijgen tot toxische waarden.

De therapeutische serumconcentratie van digoxine ligt idealiter tussen 0.8 microg/l en 2.0 microg/l. Bij serumconcentratie hoger dan 3.0 microg/l neemt het risico op bijwerkingen van digoxine snel toe. Verschijnselen hiervan zijn gastro-intestinale klachten (misselijkheid, anorexie, braken), stoornissen van het centraal zenuwstelsel (verwarring, hallucinaties, duizeligheid, veranderingen in kleuren zien, wazig zien) en hartritmestoornissen.

HARTGLYCOSIDEN

Bijwerkingen bij kinderen

De therapeutische breedte van digoxine is gering. Bijwerkingen die optreden zijn over het algemeen een teken van overdosering. De verschijnselen kunnen worden verdeeld in:

  • Gastro-intestinale stoornissen: anorexie, misselijkheid, braken.
  • Neurologische verschijnselen: moeheid, nachtmerries, hoofdpijn, desoriëntatie.
  • Cardiale verschijnselen: ritmestoornissen

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1–10%): duizeligheid, stoornissen van het centraal zenuwstelsel. Visusstoornissen (wazig/geel zien). Aritmie, geleidingsstoornis, bigeminie, trigeminie, verlenging van het PR–interval, sinusbradycardie. Misselijkheid, braken, diarree. Huiduitslag (lijkend op urticaria of roodvonk) soms in combinatie met duidelijke eosinofilie.

Soms (0,1–1%): depressie.

Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie. Anorexie. Psychose, apathie, verwardheid. Hoofdpijn. AV-geleidingsstoornissen, supraventriculaire tachyaritmie, waaronder atriale tachycardie met of zonder AV–blok, extrasystolen, overgangs(nodale)tachycardie, ventriculaire aritmie, premature ventriculaire contractie, ST–segmentdepressie. Intestinale ischemie/necrose, buikpijn. Gynaecomastie (bij langdurige toediening). Vermoeidheid, malaise, zwakte.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (behalve bij gelijktijdig atriumfibrilleren en hartfalen). Ritmestoornissen door intoxicatie met hartglycosiden. Tweede- of derdegraads AV-blok (vooral bij Adams-Stokes-aanvallen in de anamnese). Overgevoeligheid voor digitalisglycosiden. Ventriculaire tachycardie of ventrikelfibrilleren. Supraventriculaire aritmieën bij een niet onderzochte atrioventriculaire nevenverbinding, zoals bij het Wolff-Parkinson-White-syndroom.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De toxiciteit wordt versterkt door hypokaliëmie, voorzichtigheid is geboden met combinatie met diuretica. Met name bij neonaten (prematuren en a terme) is cumulatie door vertraagde excretie van digoxine mogelijk, omdat de nierfunctie nog niet goed ontwikkeld is.
Smalle therapeutische breedte: spiegelbepalingen zijn noodzakelijk. Bloedmonsters welke zijn afgenomen binnen 8 uur na inname, kunnen niet worden geïnterpreteerd.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Geregeld dient controle plaats te vinden van serumelektrolyten en nierfunctie. Een lagere begin- en onderhoudsdosering moet worden gegeven bij ouderen, bij verminderde nierfunctie en verminderde schildklierfunctie. Patiënten met hypothyroïdie zijn gevoeliger, patiënten met hyperthyroïdie zijn minder gevoelig voor digoxine. Grote voorzichtigheid is geboden bij elektrische cardioversie: bij voorkeur 24 uur van tevoren de toediening van digoxine staken. Hypokaliëmie, ernstige respiratoire aandoeningen (hypoxie), hypomagnesiëmie en een sterke mate van hypercalciëmie vergroten de gevoeligheid van het hart voor hartglycosiden. Voorzichtigheid is geboden na een myocardinfarct. Behandeling van hartfalen ten gevolge van amyloïdose van het hart bij voorkeur vermijden; indien alternatieve behandelingen onmogelijk zijn, kan digoxine toegepast worden om bij amyloïdose van het hart en atriumfibrilleren de ventrikelsnelheid te beheersen. Niet toepassen bij myocarditis vanwege het risico van vasoconstrictie en niet bij constrictieve pericarditis, tenzij om de ventrikelsnelheid gedurende atriumfibrilleren te reguleren of om de systolische disfunctie te verbeteren. Bij behandeling van natte beriberi tevens de onderliggende thiaminedeficiëntie behandelen. Therapeutische doses digoxine kunnen leiden tot verlenging van het PR-interval en verlaging van het ST-segment in het ECG. Digoxine kan fout-positieve ST-T-veranderingen teweegbrengen bij inspanningstesten. Deze veranderingen zijn te verwachten effecten van het middel en hoeven geen indicatie voor digoxine-intoxicatie te zijn.

Interacties

Digoxine is substraat voor de transporter P-gp.

Relevant:
Absorptie: de absorptie neemt af bij gelijktijdig innemen met colestyramine. Digoxine moet ten minste 4 uur vóór colestyramine worden ingenomen.

Afname digoxine: de concentratie daalt door P-gp-inductoren, penicillamine, oraal toegediend sulfasalazine en tipranavir.

Toename digoxine: de concentratie stijgt door amiodaron, diltiazem, itraconazol, ketoconazol, kinidine, lapatinib, propafenon, vemurafenib of verapamil.

Bij combinatie met amiodaron kan bovendien de onderdrukking van de sinusknoop door beide stoffen additief zijn met als gevolg bradycardie. Bij combinatie met diltiazem of verapamil kan de vertraging van de atrioventriculaire geleiding additief zijn; deze combinatie wordt vaak bewust voorgeschreven bij atriumfibrilleren.

De concentratie stijgt door toevoeging van azitromycine, claritromycine, erytromycine of roxitromycine. Het antibioticum schakelt de presystemische eliminatie uit, waardoor de digoxineconcentratie stijgt; dit is waarschijnlijk bij 10% van de patiënten relevant. Bovendien remmen macroliden de tubulaire secretie via P-gp. De stijging van de digoxineconcentratie is na ong. 4 dagen meetbaar.

De concentratie stijgt door chloroquine, ciclosporine, HCV-middelen, HIV-middelen en hydroxychloroquine.

Niet relevant:
Afname digoxine: de concentratie en AUC dalen door bosentan.

De AUC van oraal toegediend digoxine kan afnemen door antacida, bleomycine, cyclofosfamide, cytarabine, doxorubicine, melfalan, procarbazine en vincristine.

Toename digoxine: de concentratie stijgt door canagliflozine, darifenacine, edoxaban, ivacaftor, kinine, lenalidomide, mirabegron, rolapitant, sitagliptine, telmisartan, ticagrelor, tolvaptan en vandetanib.

Overig effect: thiaziden en lisdiuretica kunnen hypokaliëmie induceren, hierdoor kan de toxiciteit van digoxine toenemen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met amfotericine B, colesevelam, empagliflozine, fidaxomicine, geactiveerde kool, hoge intraveneuze doses calcium, idelalisib, SSRI's of vildagliptine.

Niet beoordeeld:
Afname digoxine: de absorptie kan afnemen door neomycine. Gescheiden innemen is niet zinvol.

De concentratie kan dalen door acarbose, adrenaline en salbutamol.

Toename digoxine: de concentratie kan stijgen door atorvastatine, carvedilol, gentamicine, spironolacton en trimethoprim.

Overig effect: farmacodynamische interacties, met als gevolg aritmieën, kunnen optreden bij combinatie van digoxine met onder andere (te veel) laxantia (die hypokaliëmie veroorzaken) of suxamethonium.

Corticosteroïden kunnen hypokaliëmie induceren, waardoor de toxiciteit van digoxine kan toenemen.

Referenties

  1. Aspen Pharma Trading Limited, SPC Lanoxin (RVG 01363) 10-02-2017, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 26 nov 2015
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 dec 2018

Wijzigingen

  • 26 november 2015 15:12: De bronnen die bij opstellen van de monografie zijn gebruikt zijn opnieuw bekeken. Dit heeft geleid tot toevoeging van farmacokinetische gegevens obv de SmPC en reguliere herziening van de rubrieken die op het FK en IM zijn gebaseerd
  • 11 mei 2015 13:43: De wetenschappelijke literatuur over de noodzaak tot aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot een herzien advies
  • 11 mei 2015 13:39: De wetenschappelijke literatuur over de noodzaak tot aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot een herzien advies