Labetalol

Stofnaam
Labetalol
Merknaam
Trandate
ATC code
C07AG01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet (hydrochloride) 100 mg, 200 mg, 400 mg
Inj.vlst. (hydrochloride) 5 mg/ml
Capsule 5 mg, 10 mg

Eigenschappen

Heeft selectieve postsynaptische alfa1- en niet-selectieve bèta-sympathicolytische eigenschappen (in een verhouding van 1:3 tot 1:7).

Kinetische gegevens

Kinetische gegevens bepaald bij cases:
T1/2= 3,1-6,8 uur en t1/2 tot 24 uur bij prematuur (1 case via de moeder)
Klaring ~28 ml/min/kg
 

Algemene opmerkingen

Wordt ook toegepast bij feochromocytoom en clonidine-onttrekkingssyndroom.

Doseringen

Indicatie: Hypertensie
  • Oraal
    • 1 jaar tot 18 jaar
      • Startdosering: 1 mg/kg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosering op geleide van klinische respons verhogen tot max 1.200 mg/dag in 2 doses
      • Er zijn weinig goede studies verricht. De genoemde dosering is voornamelijk gebaseerd op case studies. Begin altijd met een lage dosering en zorg voor een geleidelijke daling van de bloeddruk. Doseringen oplopend tot 10-20 mg/kg/dag zijn beschreven en in een enkele case studie zelfs 40 mg/kg/dag

Indicatie: Hypertensieve crisis
  • Intraveneus
    • 1 jaar tot 18 jaar
      [5] [7] [10] [11]
      • 0,25 - 3 mg/kg/uur continu infuus
      • Starten met een lage dosering. Onder OK/IC bewaking.

        Er zijn weinig goede studies verricht. De genoemde dosering is voornamelijk gebaseerd op case studies. Zorg voor een geleidelijke daling van de bloeddruk, niet meer dan 25% in twee uur. Thomas et al zegt echter dat bij doseringen hoger dan ongeveer 0,59 mg/kg/uur weinig toegevoegde waarde wordt gezien in het verlagen van de bloeddruk.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

BETA-BLOKKERS

SELECTIEVE BETA-BLOKKERS
C07AB03
C07AB09

Metoprolol

Selokeen
C07AB02
ALFA- EN BETA-BLOKKERS
C07AG02
NIET-SELECTIEVE BETA-BLOKKERS
C07AA05
C07AA07

Bijwerkingen bij kinderen

Dyspnoe, koude acra, hypotensie, provocatie van decompensatio cordis of hypoglykemie (zonder symptomen: cave diabetes patienten) en nachtmerries. Bronchospasme.

Bijwerkingen bij volwassenen

Tabletten: bij een hoge aanvangsdosering, snelle dosisverhoging of bij behandeling met dagdoses > 1200 mg kan orthostatische hypotensie optreden.

Bij enkele patiënten zijn gemeld: hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, spierkramp, tintelende hoofdhuid. Misselijkheid, braken, epigastrische pijn, lichte diarree. Mictieklachten en acute urineretentie. Slaapstoornissen, visuele hallucinaties. Depressie, visusstoornis en ejaculatiestoornis kunnen voorkomen en zijn meestal van tijdelijke aard. Overgevoeligheidsreacties met jeuk, huiduitslag, angio–oedeem en benauwdheid. Tremor (bij behandeling van zwangerschapshypertensie).

In zeldzame gevallen: bradycardie, hartblok, hartfalen, SLE, niet met ziekte geassocieerde positieve antinucleaire antilichamen, koorts. Gestoorde leverfunctie, hepatitis, levernecrose, (hepatische/cholestatische) geelzucht (reversibel na staken). Toxische myopathie. Klachten over droge ogen zijn in verband gebracht met gebruik van β-blokkers.

Injectie/infusie: Vaak (1–10%): hartfalen met stuwing, (orthostatische) hypotensie (bij opstaan binnen 3 uur na injectie). Erectiele disfunctie. Verstopte neus (voorbijgaand). Overgevoeligheid, zoals huiduitslag, pruritus, dyspneu. Stijging van leverenzymwaarden.

Soms (0,1–1%): bronchospasmen.

Zelden (0,01–0,1%): bradycardie.

Zeer zelden (<0,01%): hartblok. Verergering van het syndroom van Raynaud. Hepatitis, hepatocellulaire/cholestatische geelzucht, levernecrose; de symptomen van lever– en galaandoeningen zijn meestal reversibel na staken van de behandeling. Overgevoeligheidsreacties zoals geneesmiddelkoorts of angio–oedeem. Tremor (bij behandeling van zwangerschapshypertensie). Klachten over droge ogen zijn in verband gebracht met gebruik van β-blokkers.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Sinusbradycardie, AV block, hypotensie, astma en decompensatio cordis.

Contraindicaties bij volwassenen

Sick-sinussyndroom, tweede en derdegraads-AV-blok, langdurige hypotensie, cardiogene shock, klinisch relevante sinusbradycardie. Astma en andere obstructieve longaandoeningen. Onbehandeld hartfalen of dat niet reageert op hartglycosiden en/of diuretica. Metabole acidose.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Voorzichtigheid is geboden bij kinderen met ischemisch of traumatisch hersenletsel in verband met een verhoogd risico op hypotensie. Grote voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van verapamil (Isoptin®) in verband met kans op ernstige hartritmestoornissen. Niet geven bij perifere doorbloedingsstoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden hartfalen, eerstegraads AV-blok, diabetes mellitus en perifere circulatiestoornissen (M Raynaud). Indien leverbeschadiging of geelzucht optreedt, de toediening onmiddellijk staken en niet herstarten. Met ernstig gestoorde leverfunctie dient rekening te worden gehouden. Indien de hartfrequentie afneemt tot 50–55 slagen/min, de dosering verlagen. Staken van een behandeling – ook tijdelijk – dient geleidelijk plaats te vinden gedurende 1–2 weken. Plotseling staken kan leiden tot ernstige aritmieën of verergering van angina pectoris. De adrenerge symptomen van hyperthyroïdie en hypoglykemie kunnen worden gemaskeerd. Voorzichtigheid is geboden bij ernstige overgevoeligheidsreacties in de anamnese en tijdens desensibilisatietherapie, omdat met name niet-selectieve β-blokkers de gevoeligheid voor allergenen en de ernst van anafylactoïde reacties kunnen doen toenemen. Bij voortzetting van de behandeling tijdens anesthesie dient men rekening te houden met een veranderde hemodynamische respons op stress. Labetalol kan de uitslag van MIBG-scintigrafie beïnvloeden.

Interacties

Niet beoordeeld: combinatie met tricyclische antidepressiva kan de incidentie van tremor vergroten.

Interacties β-Blokkers algemeen

Relevant:

β-Blokkers versterken het effect van: bij de eerste dosis van een niet-selectieve α1A-blokker (alfuzosine, doxazosine, terazosine) kan acute hypotensie optreden; dit kan worden verergerd bij toevoegen van de α-blokker aan de behandeling met een β-blokker.

Bij combinatie met diltiazem of verapamil kan de remmende werking op de AV-geleiding en de antihypertensieve werking worden versterkt, met als gevolg bradycardie, AV-block en hypotensie. De combinatie wordt in bepaalde gevallen bewust toegepast vanwege het synergistische effect, en wordt bij voorkeur (poli)klinisch ingesteld.

β-Blokkers verminderen het effect van: niet-selectieve β-blokkers en β-sympathicomimetica kunnen elkaars werking verminderen. Dit is van klinisch belang bij β-sympathicomimetica die bij astma of COPD worden toegepast, zie inleidende tekst Sympathicomimetica met vooral β2-effect.

Overig effect: niet-selectieve β-blokkers, en in mindere mate selectieve β-blokkers, kunnen de verschijnselen van hypoglykemie (bij gebruik van insuline, een sulfonylureumderivaat of repaglinide) maskeren en het herstel uit een hypoglykemie vertragen. Tevens kunnen ze tijdens hypoglykemie ernstige hypertensie veroorzaken. Verder kan de hypoglykemische werking van orale bloedglucoseverlagende middelen afnemen, omdat β-blokkers de door deze middelen geïnduceerde insulinesecretie uit het pancreas remmen.

Een niet-selectieve β-blokker wordt bij voorkeur vermeden, maar dit is niet altijd mogelijk. De 'veiligheid' van een selectieve β-blokker is relatief; bij hoge doses kan de selectiviteit verloren gaan.

β-Blokkers antagoneren de β-mimetische werking van adrenaline, dit is met name riskant bij anafylaxie (verminderde bronchusverwijding en verminderde hemodynamische werking). Deze interactie is vooral gemeld voor niet-selectieve β-blokkers en (vrijwel) niet voor selectieve β-blokkers.

NSAID's kunnen de antihypertensieve werking van de β-blokker verminderen; bij NSAID-gebruik tot 2 weken is dit effect weinig relevant. Bij overige indicaties van een β-blokker, zoals angina pectoris of tremor, is interactie met NSAID's niet beschreven.

Bij combinatie van een niet-selectieve β-blokker met clonidine kan paradoxale hypertensie optreden. Bovendien kan 'rebound'-hypertensie optreden bij staken van clonidine in aanwezigheid van een β-blokker. Bij staken van clonidine dient daarom eerst de β-blokker (tijdelijk) te worden gestaakt voordat het gebruik van clonidine geleidelijk wordt gestaakt.

Niet relevant: fingolimod verlaagt de hartslag; bij combinatie met een β-blokker kan de hartslag extra verlagen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met de selectieve α1A-blokkers silodosine en tamsulosine en voor interactie van selectieve β-blokkers met β-sympathicomimetica (bij astma of COPD).

Niet beoordeeld: antacida kunnen de absorptie van β-blokkers verminderen. Een interval van 2 uur tussen het innemen wordt aanbevolen.

Fenobarbital, primidon en rifampicine versterken het metabolisme in de lever van β-blokkers die voornamelijk door de lever worden gemetaboliseerd.

De β-mimetische werking van dopamine, efedrine en noradrenaline wordt geantagoneerd. Hierdoor blijft alleen de α-mimetische werking van deze stoffen over, waardoor hypertensie en reflexbradycardie kunnen optreden.

Cimetidine remt het metabolisme van propranolol, labetalol en metoprolol en andere β-blokkers die door de lever worden gemetaboliseerd.

Hydralazine en alcohol verhogen de plasmaconcentratie van propranolol en andere β-blokkers die in de lever worden gemetaboliseerd.

Kinidine remt het metabolisme van een aantal β-blokkers, zoals carvedilol, metoprolol, nebivolol en propranolol. Bij combinatie van kinidine met één van deze β-blokkers kunnen bradycardie, verminderde hartfunctie en aritmie optreden.

De β-blokkers kunnen het metabolisme van lidocaïne remmen. Het effect zou groter zijn bij lipofiele β-blokkers. Lidocaïne kan het negatief-inotrope effect van propranolol en mogelijk ook van andere β-blokkers versterken.

Ze kunnen ook het metabolisme van theofylline remmen. Verder heeft theofylline enige antagonistische farmacologische effecten.

Combinatie met digoxine kan leiden tot een verlengde AV-geleidingstijd en bradycardie.

Er zijn aanwijzingen dat gebruik van β-blokkers het risico op een anafylactoïde reactie door intraveneuze contrastmiddelen kan verhogen.

Inhalatie-anaesthetica kunnen het negatief-inotrope effect versterken.

Antihypertensiva, fenobarbital, fenothiazines, niet-selectieve MAO-remmers, MAO-B-remmers, primidon en tricyclische antidepressiva kunnen het risico op hypotensie verhogen. Bovendien kunnen MAO-remmers het risico op een hypertensieve crisis verhogen.

Combinatie met amiodaron kan ritme- en geleidingsstoornissen veroorzaken, mogelijk door verhoging van de plasmaconcentratie of door additieve farmacodynamische effecten.

Combinatie van flecaïnide met propranolol en kan tot verhoging van de plasmaconcentratie van beide stoffen leiden, met als gevolg versterking van het negatief-inotrope effect. In combinatie met sotalol is bradycardie en AV-block gemeld.

 

Referenties

  1. Haraldsson A, et al, Half-life of maternal labetalol in a premature infant., Pharm Weekbl Sci, 1989, Dec 15;11(6), 229-31
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 25 april 2016
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 12 okt 2015
  4. Thorsteinsson A, et al, Severe labetalol overdose in an 8-month-old infant., Paediatr Anaesth, 2008, May;18(5), 435-8
  5. Porto I, Hypertensive emergencies in children, J Pediatr Health Care, 2000, Nov-Dec;14(6), 312-7; quiz 8-9
  6. Bunchman TE, et al, Intravenously administered labetalol for treatment of hypertension in children, J Pediatr, 1992, Jan;120(1), 140-4
  7. Deal JE, et al, Management of hypertensive emergencies, Arch Dis Child, 1992, Sep;67(9), 1089-92
  8. Grubb BP. , The use of oral labetalol in the treatment of arrhythmias associated with the long QT syndrome. , Chest., 1991, Dec;100(6), 1724-5
  9. Willis JK, et al, Reversible myopathy due to labetalol, Pediatr Neurol, 1990 , Jul-Aug;6(4):, 275-6
  10. Thomas CA\, et al., Safety and efficacy of intravenous labetalol for hypertensive crisis in infants and small children., Pediatr Crit Care Med, 2011, Jan;12(1), 28-32
  11. Lurbe E, et al, Management of high blood pressure in children and adolescents: recommendations of the European Society of Hypertension, J Hypertens, 2009, Sep;27(9),, 1719-42

Wijzigingen

  • 12 oktober 2015 08:30: De beschikbare wetenschappelijke literatuur over de toepassing van labetalol bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot toevoegingen in de doseerinformatie.