Ofloxacine (als hydrochloride)

Stofnaam
Ofloxacine (als hydrochloride)
Merknaam
ATC code
J01MA01

Ofloxacine (als hydrochloride)

Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet filmomhuld 200 mg, 400 mg
Infusievlst. (als hydrochloride) 2 mg/ml (niet beschikbaar in Nederland)

Eigenschappen

Gefluorideerde chinolonverbinding. Chinolonen hebben een bactericide werking en beïnvloeden de DNA-synthese door remming van het bacteriële DNA-gyrase.

Gewoonlijk gevoelig zijn: Staphylococcus aureus (meticilline-gevoelige stammen, MSSA), Streptococcus. pyogenes, Acinetobacter, Citrobacter spp., Enterobacter spp., E. Coli, H. influenzae, Klebsiella spp., Moraxella spp. Morganella morganii, Proteus spp. Serratia marescens, Chlamydia spp., Legionella pneumophila.

Middelmatig gevoelig zijn: S. pneumoniae (resistentie ca. 70%), Providentia, E. faecalis (resistentie ca. 50%), P. aeruginosa (resistentie ca. 20–30%), andere Serratia spp. (resistentie ca. 20–40%), Stenotrophomonas maltophilia (resistentie ca. 5–11%), Mycoplasma spp., Ureaplasma spp.

Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Staphylococcus aureus (meticilline-ongevoelig, MRSA, resistentie ca. 69–86%)), B–Hemolytische streptokokken uit de serologische groepen B, C en G, Enterococcus faecium, Neisseria gonorrhoeae (ca. 25%).

Ongevoelig zijn: anaerobe bacteriën, (zoals Fusobacterium spp.), Eubacterium spp., peptokokken, peptostreptokokken, Bacteroides spp. en Treponema pallidum.

Kinetische gegevens

De volgende kinetische parameters zijn gevonden[Bethell; Garcia-Prats]:
 

Parameter 
Cmax 5,46 mg/l na eenmalig 7,5 mg/kg
8,97 mg/l na 20 mg/kg (steady state)
Tmax 1,69-2,0 uur
3,49-4,33 uur
Cl/F 0,24-0,31 l/uur/kg
V 1,45 l/kg (0,86-6,49)

Doseringen

Indicatie: Ernstige infecties
Indicatie: Infecties bij cystische fibrose
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 15 mg/kg/dag in 2 doses , max: 800mg/dag
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 15 mg/kg/dag in 2 doses , max: 800mg/dag
      • De intraveneuze toedieningsvorm is in Nederland niet (meer) beschikbaar.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur OF: 100% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 48 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur OF: 100% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 48 uur
Klinische gevolgen

Bij verminderde nierfunctie is de halfwaardetijd van ofloxacine verlengd. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd.
Neurologische bijwerkingen van chinolonen zijn hoofdpijn, duizeligheid, sufheid, paresthesieën, perifere neuropathie, perifere sensorische stoornissen, visusstoornissen en verwardheid. Deze klachten zijn gewoonlijk reversibel en dosisafhankelijk. In zeldzame gevallen zijn convulsies gemeld, vooral bij patiënten met epilepsie of cerebrovasculaire insufficiëntie in de anamnese.

Bij Dialyse

Hemodialyse en peritoneaal dialyse: 50% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur.

Bijwerkingen bij kinderen

Misselijkheid, diarree, braken, buikpijn, hoofdpijn, duizeligheid, allergische huidreacties, tromboflebitis, stijging leverenzymwaarden, bloedbeeldafwijkingen, convulsies, myalgie, artralgie, tendinitis, peesrupturen, hallucinaties, slapeloosheid, moeheid, jeuk.

Uit dierproeven blijkt dat het gebruik van fluorochinolonen bij jonge proefdieren, afwijkingen in de kraakbeen-vorming veroorzaakt. Deze afwijkingen zijn niet aangetoond in de studie die bij jonge kinderen verricht zijn.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): maagklachten.

Soms (0,1-1%): schimmelinfectie. Misselijkheid, braken, buikpijn, diarree. Hoesten, nasofaryngitis. Hoofdpijn, (draai)duizeligheid, rusteloosheid. Slaapstoornis, agitatie. Huiduitslag, jeuk. Oogirritatie.

Zelden (0,01-0,1%): hypotensie, tachycardie. Anafylactische of anafylactoïde reactie (incl. shock), angio–oedeem. Anorexie, enterocolitis (soms met bloedingen). Dyspneu, bronchospasme. Slaperigheid, paresthesie, smaakstoornis, veranderde reukwaarneming. Visusstoornis. Verwardheid, angst, depressie, nachtmerrie, psychotische reacties. Malaise. Urticaria, pustuleuze huiduitslag, hyperhidrose, opvliegers. Tendinitis. Verhoogde waarden ALAT, ASAT, γ-GT en/of AF en bilirubine in bloed en creatinine in serum.

Zeer zelden (< 0,01%): circulatoir collaps. Verminderde nierfunctie, acuut nierfalen. Pseudomembraneuze colitis. Cholestatische icterus, ernstige leverbeschadiging. Convulsie, perifere neuropathie (sensorisch, motorisch), extrapiramidale symptomen, andere aandoeningen van de spiercoördinatie. Oorsuizen, gehoorverlies. Erythema multiforme, toxische epidermale necrolyse, 'fixed drug eruption', vasculaire purpura, vasculitis (in uitzonderlijke gevallen leidend tot huidnecrose), fotosensibilisatie. Artralgie, myalgie, peesruptuur (bv. van de achillespees; kan binnen 48 uur na aanvang van de behandeling en beiderzijds optreden). Anemie, hemolytische anemie, leukopenie, eosinofilie, trombocytopenie.

Verder zijn gemeld: verlenging QT–interval, ventriculaire aritmie en 'torsade de pointes'. (Fulminante) hepatitis. Acute interstitiële nefritis. Agranulocytose, beenmergfalen eventueel leidend tot pancytopenie. Nervositeit, automutilatie, zelfmoordgedachte, zelfmoordpoging. Tremor, dyskinesie, syncope, ageusie. Allergische pneumonitis. Stevens-Johnsonsyndroom, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), overige huiduitslag. Verergering porfyrie. Myopathie, spierruptuur, gewrichtsbandruptuur, spierzwakte, rabdomyolyse, artritis. Stomatitis, dyspepsie, obstipatie, flatulentie, pancreatitis. Hypoglykemie (bij diabetici behandeld met bloedglucoseverlagende middelen, incl. hypoglykemisch coma), hyperglykemie. Asthenie, koorts, pijn in rug, borst en extremiteiten.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Overgevoeligheid voor chinolonen, verlengd QTc-interval, epilepsie, peesaandoeningen gerelateerd aan het gebruik van fluorchinolonen.

Contraindicaties bij volwassenen

Epilepsie of een verhoogde neiging tot het ontwikkelen van epileptische aanvallen;
Peesaandoeningen in de voorgeschiedenis, gerelateerd aan het gebruik van chinolonen;
Overgevoeligheid voor chinolonen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Terughoudendheid is geboden bij het toepassen van chinolonen bij kinderen in de groeifase. Het gebruik ervan dient zich te beperken tot gevallen waarbij andere therapeutische mogelijkheden ontbreken.

In proefdieronderzoek is in wisselende mate artropathie waargenomen bij zeer hoge doseringen bij jonge honden. Bij de mens zijn deze bijwerkingen evenwel nooit gemeld; fluorchinolonen worden daarom in toenemende mate bij kinderen gebruikt indien andere therapeutische mogelijkheden ontbreken of indien er ernstige bezwaren zijn tegen het gebruik van bepaalde andere breedspectrum antibiotica.

Fluorchinolonen zijn 'reserve' antimicrobiële middelen. Om resistentie-ontwikkeling te voorkomen, dient de toepassing ervan te worden gereserveerd voor situaties waarin met andere antimicrobiële middelen onvoldoende resultaat wordt verkregen.
Voorzichtigheid is geboden bij kinderen met neiging tot convulsies en bij kinderen met een bekend risico op verlenging van het QT-interval.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij patiënten met een ernstig gestoorde leverfunctie kan de uitscheiding van ofloxacine verminderd zijn. In zulke gevallen wordt aanbevolen de dagdosis van 400 mg niet te overschrijden, vanwege de mogelijk afname van excretie.

Vanwege de verminderde gevoeligheid van streptokokken voor ofloxacine is het ongeschikt bij streptokokkeninfecties. Wees voorzichtig bij G6PD-deficiëntie (i.v.m. risico van hemolytische anemie), bij verminderde leverfunctie (vanwege de bijwerkingen op de lever), bij een psychiatrische aandoening (huidig of in de voorgeschiedenis), myasthenia gravis (ook in de voorgeschiedenis), en bij risicofactoren voor verlenging van het QT–interval (zoals hypokaliëmie, hypomagnesiëmie, hypocalciëmie, bradycardie, cardiale aritmie, ernstig hartfalen, comedicatie met geneesmiddelen die QT-interval verlengen, congenitale of verworven QT-verlenging).

Bij ernstige of aanhoudende diarree tijdens of na de behandeling de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

De behandeling onmiddellijk staken bij vermoeden van een tendinitis (vanwege de kans op een peesruptuur, meestal betreft dit de achillespees). Er is meer kans op tendinitis bij ouderen. Tevens de behandeling staken bij het optreden van tekenen van neuropathie, een epileptisch insult, neiging tot automutilatie of suïcide en bij symptomen van verminderde leverfunctie (zoals anorexie, geelzucht, donkergekleurde urine, gevoelige buik, jeuk). Bij verandering van het zicht onmiddellijk contact opnemen met de oogarts.

Vanwege de kans op ernstige bulleuze huidreacties de patiënt onmiddellijk contact laten opnemen bij eerste tekenen van overgevoeligheidsreacties. Tijdens de behandeling en gedurende 48 uur na staken van de behandeling blootstelling aan natuurlijk of kunstmatig zonlicht vermijden, vanwege de kans op fotosensibilisatie.

De bepaling van opiaten of porfyrinen in de urine kan vals-positieve resultaten opleveren.

Interacties

Niet relevant: de Cmax en AUC kunnen afnemen bij combinatie met cyclofosfamide, cytarabine, daunorubicine, doxorubicine, etoposide, ifosfamide, mitoxantron en vincristine.

Interacties chinolonen algemeen:

Relevant:

Absorptie: de absorptie van chinolonen wordt sterk verminderd door gelijktijdige inname van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadviezen):
•antacida: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór of 4 uur na een antacidum worden ingenomen. Andere mogelijkheden zijn tijdelijk staken van het antacidum, of bij zuurgerelateerde klachten vervangen door een secretieremmer, of het chinolon vervangen door een ander antibioticum;
•ijzerzouten: het chinolon moet ten minste 2 uur vóór het ijzerzout (gewoon preparaat) worden ingenomen; de ijzertherapie wordt bij voorkeur tijdelijk gestaakt;
•sucralfaat: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór sucralfaat worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt sucralfaat tijdelijk gestaakt of vervangen door een H2-antagonist; deze vervanging is niet mogelijk bij een 'B2-resectiemaag', maar wel bij overige indicaties;
•bismutoxide, calcium-, magnesium- en zinkzouten: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór het andere middel worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt het andere middel tijdelijk gestaakt, of wordt het chinolon vervangen door een ander antibioticum.

De absorptie wordt ook verminderd door de fosfaatbinders lanthaancarbonaat en sevelameer. Het chinolon wordt bij voorkeur vermeden; als dit niet mogelijk is, wordt het chinolon voor de nacht gegeven. Als het chinolon toch vaker dan 1x per dag wordt gegeven, moet het chinolon ten minste 1 uur vóór of 3 uur na de fosfaatbinder worden ingenomen.

Chinolonen remmen het metabolisme van: theofylline. De interactie is gemeld voor ciprofloxacine, norfloxacine en pipemidinezuur. De overige chinolonen hebben weinig tot geen invloed op de plasmaconcentratie van theofylline.

Niet relevant: de nefrotoxiciteit van ciclosporine kan toenemen.

Ciprofloxacine kan de Cmax en AUC van ropinirol verhogen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's of tacrolimus.

Interacties antibacteriele middelen algemeen
Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

Referenties

  1. Hartwig NC, et al, Vademecum pediatrische antimicrobiële therapie, 2005
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 21 nov 2016
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 21 nov 2016
  4. Alghasham AA, et al, Clinical use of fluoroquinolones in children, Ann Pharmacother, 2000, 34, 347-59
  5. Bethell DB, et al, Pharmacokinetics of oral and intravenous ofloxacin in children with multidrug-resistant typhoid fever, Antimicrob Agents Chemother, 1996, Sep;40(9), 2167-72
  6. Bethell DB, et al, Effects on growth of single short courses of fluoroquinolones, Arch Dis Child, 1996, 74, 44-6
  7. Cao XT, et al, A comparative study of ofloxacin and cefixime for treatment of typhoid fever in children. The Dong Nai Pediatric Center Typhoid Study Group, Pediatr Infect Dis J, 1999, 18, 245-8
  8. Danisovicová A, et al, Magnetic resonance imaging in children receiving quinolones: no evidence of quinolone-induced arthropathy. A multicenter survey, Chemotherapy, 1994, 40, 209-14
  9. Parry CM, et al, Randomized controlled comparison of ofloxacin, azithromycin, and an ofloxacin-azithromycin combination for treatment of multidrug-resistant and nalidixic acid-resistant typhoid fever., Antimicrob Agents Chemother, 2007, 51, 819-25
  10. Schaad UB, et al, Use of fluoroquinolones in pediatrics: consensus report of an International Society of Chemotherapy commission, Pediatr Infect Dis J, 1995, 14, 1-9
  11. Vinh H, et al, Two or three days of ofloxacin treatment for uncomplicated multidrug-resistant typhoid fever in children, Antimicrob Agents Chemother, 1996, 40, 958-61
  12. Chauhan U, et al. , Ofloxacin-induced hallucinations., Indian J Pharmacol., 2013 , Mar-Apr;45(2):, 189-90
  13. Garcia-Prats AJ et al. , Pharmacokinetics and Safety of Ofloxacin in Children with Drug-Resistant Tuberculosis., Antimicrob Agents Chemother., 2015 , Oct;59(10), 6073-9
  14. Mylan B.V. , SmPC ofloxacine (RVG 27753) 9-5-2016., www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen

  • 21 november 2016 14:03: De beschikbare wetenschappelijke literatuur over de toepassing van ofloxacine bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot aanpassing van het doseeradvies bij kinderen met nierfunctiestoornissen.