Buiktyfusvaccin (oraal)

Stofnaam
Buiktyfusvaccin (oraal)
Merknaam
Vivotif
ATC code
J07AP01
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Orale actieve immunisatie tegen buiktyfus, voor reizigers naar endemische gebieden
> 5 jaar: 1 capsule met 2000 milj levende bacterien.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Caps. maagsapresistent (verzwakt levend) 2000 milj.kiem

Eigenschappen

De Salmonella tyfusstam Ty 21a heeft door een irreversibele verandering in de biosynthese van de celwand zijn pathogene eigenschappen verloren, waarbij de immunogene eigenschappen niet zijn aangetast. De bescherming tegen tyfus wordt vanaf inname van de eerste capsule geleidelijk opgebouwd. Vanaf 2 weken na inname van de laatste capsule is de bescherming optimaal en deze blijft gedurende ten minste 3 jaar aanwezig. Voor reizigers die niet in een endemisch gebied wonen, wordt geadviseerd na 1 jaar de gehele kuur van 3 capsules opnieuw te geven. Voor mensen die in een endemisch gebied wonen wordt geadviseerd de gehele kuur van 3 capsules na 3 jaar te herhalen.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Immunisatie tegen buiktyfus
  • Oraal
    • ≥ 5 jaar
      [1]
      • 1 capsule (2000 milj bacterien) op dag 1, 3 en 5.

      • Advies inname/toediening:

        De capsules moeten in z'n geheel één uur vóór de (warme) maaltijd op een lege maag met wat
        vloeistof (water, thee of limonade, geen melkproducten) worden ingenomen. Het is van belang dat een
        uur daarna wel iets wordt gegeten.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

BACTERIELE VACCINS

MENINGOKOKKENVACCINS

Meningokokken vaccin

NeisVac-C, Nimenrix, Menveo
J07AH07
HAEMOPHILUS INFLUENZAE B-VACCINS
J07AG01
PNEUMOKOKKENVACCINS

Pneumokokken vaccin

Synflorix, Prevenar 13, Pneumo 23
J07AL02
TUBERCULOSEVACCINS
J07AN01

Bijwerkingen bij volwassenen

Lichte maag-darmklachten zoals misselijkheid, braken, buikkrampen, diarree.

Verder hoofdpijn, koorts.

Zelden urticaria en huiduitslag.

Er is één melding van anafylaxie gerapporteerd.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Kinderen jonger dan 3 jaar.

Contraindicaties bij volwassenen

Aangeboren of verworven immunodeficiëntie. Koorts. Acute maag-darminfecties. Slikproblemen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij frequent of langdurig verblijf in een endemisch gebied wordt aangeraden de vaccinatie iedere 3 jaar te herhalen.

Interacties

Relevant: de werking van oraal toegediend buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname met antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen.

Niet beoordeeld: bij gelijktijdige inname met antacida of melk kan de maagsapresistente coating van Vivotif® worden aangetast, met als gevolg inactivering van de bacteriën en een verminderde werking van het vaccin. De fabrikant adviseert een interval van ten minste 12 uur aan te houden.

De fabrikant van Lariam® ontraadt gelijktijdig gebruik met oraal buiktyfusvaccin, omdat de werking van het vaccin mogelijk wordt verminderd. Immunisatie met oraal buiktyfusvaccin dient volgens de fabrikant ten minste 3 dagen voor eerste inname van Lariam® te zijn voltooid.

Interacties vaccins algemeen:

Gelijktijdig geven van vaccins

  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met andere dode vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • parenteraal toegediende levende vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met oraal toegediende levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • twee parenteraal toegediende levende vaccins worden bij voorkeur met een interval van ten minste 4 weken toegediend. Reden hiervoor is het induceren van de productie van interferonen gedurende 1-2 weken door het ene vaccin, die kunnen interfereren met de immuunrespons op het andere vaccin. Indien dit niet mogelijk is, kunnen ze ook tegelijkertijd worden toegediend.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten

Deze kunnen specifieke antistoffen bevatten tegen het virus in het toegediende levende virusvaccin, waardoor de immuunrespons kan worden verzwakt. Het levende virusvaccin dient ten minste 14 dagen voor (bij varicellavaccin wordt aangegeven 1 maand) of ten minste 6 weken na (bij voorkeur 3 maanden, bij varicellavaccin wordt aangegeven 5 maanden) toediening van immunoglobulinen, bloed of bloedproducten te worden gegeven.

Van zostervaccin is niet bekend of het een interactie geeft met bloedproducten; er hoeft geen interval te worden aangehouden.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten van Nederlandse donoren bevatten geen antistoffen tegen het gelekoortsvirus; deze mogen gelijktijdig worden gegeven met het gelekoortsvaccin.

Relevant:

Levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectieziekte veroorzaken. Deze combinaties moeten worden vermeden. Combinatie met corticosteroïden is in het algemeen gecontraïndiceerd zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Tijdens het gebruik van monoklonale antilichamen die immunomodulerend werken (zie aldaar) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken, en kan vaccinatie sowieso niet of minder effectief zijn gezien het ontbreken van een adequate immuunrespons. De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan. Griepvaccinatie wordt sowieso aanbevolen bij personen met verminderde weerstand tegen infecties (bijvoorbeeld door immunosuppressieve medicatie of chemotherapie).

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met lokaal toegediend pimecrolimus of tacrolimus.

Referenties

  1. Crucell Italy S.r.l., SmPC Vivotif (RVG17450) 20-01-2016, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Informatorium Medicamentorum, (interacties, nierfunctiestoornissen), Geraadpleegd 29 juni 2017
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 25 april 2016

Wijzigingen

  • 25 april 2016 14:11: NIEUW TOEGEVOEGD