Oxybutynine - blaasinstillatie

Stofnaam
Oxybutynine - blaasinstillatie
Merknaam
ATC code
G04BD04

Oxybutynine - blaasinstillatie

Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Unlicensed

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd in Nederland

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Eigen bereiding apotheek: Ad-hoc receptuur; oplossing 10 mg in 50 ml blaasinstillatie.
 

Eigenschappen

Werkt direct spasmolytisch en parasympathicolytisch op de gladde detrusorspier van de blaas. Het vergroot de capaciteit van de blaas, verlaagt de frequentie van ongeremde contracties van de detrusorspier en stelt de eerste aandrang tot urineren uit.

Optimale dosering niet volledig opgehelderd. Intravesicaal wordt over het algemeen beter verdragen dan oraal. Door verminderd first pass effect is er minder vorming van de metaboliet N-desmethyl-oxybutynine die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de bijwerkingen.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Urine incontinentie, overactief blaas syndroom, neurogene blaas

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

OVERIGE UROGENITALE MIDDELEN, INCL SPASMOLYTICA

ZUURMAKENDE MIDDELEN
G04BA01
UROLOGISCHE SPASMOLYTICA

Oxybutynine

Dridase
G04BD04

Tolterodine

Detrusitol
G04BD07
MIDDELEN BIJ ERECTIESTOORNIS

Sildenafil

Revatio
G04BE03
ZUURMAKENDE MIDDELEN
G04BA01
UROLOGISCHE SPASMOLYTICA

Oxybutynine

Dridase
G04BD04

Tolterodine

Detrusitol
G04BD07
MIDDELEN BIJ ERECTIESTOORNIS

Sildenafil

Revatio
G04BE03

Bijwerkingen bij volwassenen

Bij orale toepassing (systemische opname) :
Zeer vaak (> 10%): droge mond. Vaak (1-10%): duizeligheid, slaperigheid, wazig zien, vergrote pupillen, rood gezicht, obstipatie, misselijkheid, buikpijn, dyspepsie. Soms (0,1-1%): hallucinaties, angst, rusteloosheid, desoriëntatie, verwardheid, hoofdpijn, verminderde tranenvloed of droge ogen, anorexie, diarree, braken, droge huid of verminderd transpireren, mictieproblemen, vermoeidheid. Zelden (0,01-0,1%): paranoia, tachycardie, ritmestoornissen, palpitaties, gastro-oesofageale reflux, huidreacties waaronder huiduitslag, erythteem en urticaria, urineretentie. Zeer zelden (< 0,01%): erectiele disfunctie, geheugenstoornissen, convulsies (bij kinderen vaker), nachtmerries, acuut glaucoom, angio-oedeem, fotosensibilisatie, zonnesteek. Verder zijn gemeld urineweginfecties, overgevoeligheidsreacties, agitatie, nachtmerries, cognitieve disfunctie bij ouderen, oculaire hypertensie, angio-oedeem.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Voor intravesicale toediening niet bekend, bij orale toepassing: Obstructieve mictiestoornissen. Pollakisurie en nycturie door hartfalen of nierziekte. Stenose of obstructie van het maag-darmkanaal, neiging tot darmatonie, toxisch megacolon, ernstige colitis ulcerosa. Myasthenia gravis. Nauwe-kamerhoekglaucoom.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Kinderen kunnen gevoeliger zijn voor parasympathicolytica nauwkeurige regulatie van de dosering is daarom vereist.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij kinderen, ouderen en verzwakte patiënten en bij lever- en nierfunctiestoornissen, hyperthyroïdie, hartfalen, hartritmestoornissen, coronaire aandoeningen, hypertensie en prostaathyperplasie, hiatus hernia/reflux-oesofagitis, ernstige stoornissen in de maag-darmmotiliteit, koorts of hoge omgevingstemperatuur, cognitieve stoornis, ziekte van Parkinson en autonome neuropathie. Ouderen (aantasting cognitieve functie) en kinderen (CZS en psychische bijwerkingen) zijn gevoeliger voor parasympathicolytica, nauwkeurige regulatie van de dosering is daarom vereist. Vooral tijdens de eerste maanden van de behandeling en na dosisverhogen controleren op anticholinerge effecten op het centraal zenuwstelsel, bij CZS bijwerkingen dosisverlaging of staken van de behandeling overwegen. Oxybutynine heeft in de therapeutische dosering vooral de eerste dagen een licht tot matig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Dit middel kan door pupilverwijding de oogdruk verhogen en een aanval van acuut glaucoom veroorzaken, bij plotseling verlies van visuele scherpte of oogpijn een arts raadplegen. Vanwege de parasympathicolytische werking kunnen bij chronisch gebruik door verminderde speekselvorming cariës, parodontale aandoeningen en orale candidiasis ontstaan, het gebit daarom regelmatig controleren

Interacties

Oxybutynine remt CYP3A4 en CYP2D6, en wordt gemetaboliseerd door CYP3A4.

Niet beoordeeld: krachtige CYP3A4-remmers, zoals claritromycine, erytromycine, itraconazol, ketoconazol, ritonavir en voriconazol, kunnen de Cmax en AUC van oxybutynine verhogen.

De sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.

Parasympaticolytica algemeen:

Niet beoordeeld: de werking kan worden versterkt door andere geneesmiddelen met een anticholinerge werking, zoals bepaalde antipsychotica en tricyclische antidepressiva.

Amantadine kan de centrale bijwerkingen van de parasympathicolytica versterken.

De werking van parasympathicomimetica kan worden geantagoneerd.

Oculair toegediende parasympathicolytica kunnen de werking van eveneens oculair toegediende parasympathicomimetica antagoneren.

Referenties

  1. Verpoorten C, et al, The neurogenic bladder: medical treatment. , Pediatr Nephrol. , 2008, May;23(5), 717-25
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 13 nov 2014
  3. Aslan AR, et al, Conservative management in neurogenic bladder dysfunction., Curr Opin Urol., 2002, Nov;12(6), 473-7
  4. Buyse G, et al, Intravesical oxybutynin for neurogenic bladder dysfunction: less systemic side effects due to reduced first pass metabolism, J Urol, 1998, Sep;160(3 Pt 1), 892-6
  5. Ferrara P, et al, Side-effects of oral or intravesical oxybutynin chloride in children with spina bifida, BJU Int, 2001, May;87(7), 674-8
  6. Guerra LA, et al, Intravesical oxybutynin for children with poorly compliant neurogenic bladder: a systematic review, J Urol, 2008, Sep;180(3), 1091-7
  7. Haferkamp A, et al, Dosage escalation of intravesical oxybutynin in the treatment of neurogenic bladder patients, Spinal Cord, 2000, Apr;38(4), 250-4
  8. Kaplinsky R, et al, Expanded followup of intravesical oxybutynin chloride use in children with neurogenic bladder, J Urol, 1996 , Aug;156(2 Pt 2), 753-6
  9. Lazarus J. , Intravesical oxybutynin in the pediatric neurogenic bladder, Nat Rev Urol, 2009, Dec;6(12), 671-4
  10. Lose G, et al, Intravesical oxybutynin for treating incontinence resulting from an overactive detrusor, BJU Int, 2001, Jun;87(9), 767-73

Wijzigingen