Sertraline (als hydrochloride)

Stofnaam
Sertraline (als hydrochloride)
Merknaam
Zoloft
ATC code
N06AB06

Sertraline (als hydrochloride)

Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Obsessief compulsieve stoornis:
6-12 jr: start 25 mg/dag in 1 dosis, na 1 week ophogen tot 50 mg/dag in 1 dosis.
12-17jr: 50 mg/dag in 1 dosis
ZN verder ophogen in stappen van 50 mg gedurende een aantal weken, max 200 mg/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet (als hydrochloride) 50 mg, 100 mg
Concentraat voor drank 20 mg/ml.
LET OP:Concentraat voor drank bevat 12% alcohol. Gebruik van tabletten heeft de voorkeur.

Eigenschappen

Specifieke serotonineheropnameremmer (SSRI). Het remt de heropname van serotonine in het neuron. Werking is pas na 1–2 weken merkbaar

Kinetische gegevens

De volgende kinetische parameters zijn gevonden met enkelvoudige en meervoudige doseringen van 50-200 mg/dag (Alderman J et al 1998, Axelson DA et al 2002):

 

Dosis

T1/2 (uur)

6-12 jr

Cmax (ng/ml)

6-12 jr

Cl (l/uur/kg)

6-12 jr

Tmax (uur)

6-12 jr

 

 

 

T1/2 (uur)

13-17 jr

 

 

 

Cmax (ng/ml)

13-17 jr

Cl (l/uur/kg)13-17 jr

Tmax (uur)13-17 jr

50 mg/dag (eenmalig) - 23,5±10,9 - 5,8±2,1 26,7±5,2

15,1±7,5 (Axelson)

16,3±5,8

(Alderman)

- 6,2±3,0
50mg/dag (meervoudig) - - - - 15,3±3,5 23,4±12,3  2,5±0,9 -
100 – 150 mg/dag(meervoudig) - - - - 20,4±3,4 70,9±22,5 1,6±0,5 -
200 mg/dag (meervoudig) 26,2±8,4 165±72,3 - 7,1±3,3 27,1±8,3 123±47,0 - 9,5±6,1

Uit een studie van Taurines R et al. 2013 is een matige correlatie tussen de dagelijkse dosering van sertraline en de Css aangetoond. Er werd geen verband tussen serumconcentraties en de klinische uitkomst (effect) waargenomen.

Sertraline wordt vrijwel volledig gemetaboliseerd. De belangrijkste metaboliet is het zwak werkzame desmethylsertraline, dat wordt gevormd door CYP2C19. Sertraline wordt verder gemetaboliseerd door CYP3A4 en CYP2B6.

Doseringen

Indicatie: Gegeneraliseerde angststoornis, Obsessief compulsieve stoornis
  • Oraal
    • 6 jaar tot 18 jaar
      [2] [3] [4] [5] [8] [9] [10] [11] [13] [14] [15] [16] [17] [20]
      • Startdosering: 25 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: Startdosering op geleide van de klinische respons en de verdraagbaarheid met 25-50 mg/dag ophogen naar   100 - 200 mg/dag in 1 - 2 doses , max: 200mg/dag
        • Advies inname/toediening: bij obsessief compulsieve stoornis treedt het effect soms pas na 12 weken op. 
        • Een behandeling met sertraline mag niet plotseling worden gestaakt; om het risico van onttrekkingsverschijnselen en terugval te verkleinen.
        • De dosering geleidelijk in stappen van 25% over een periode van meerdere weken of maanden (tenminste 1-2 weken) afbouwen .

        Sertraline dient voorgeschreven te worden door een specialist in kinder- en jongerenpsychiatrie of door artsen die goed vertrouwd zijn met het gebruik van dit middel bij kinderen en adolescenten. De dosis dient individueel vastgesteld te worden en de laagst mogelijke dosis dient toegepast te worden.

Indicatie: Depressie
  • Oraal
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1] [18] [19] [20]
      • Startdosering: 25 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: startdosering op geleide van de klinische respons en de verdraagbaarheid ophogen met 25-50 mg/dag naar 100 - 200 mg/dag in 1 dosis , max: 200mg/dag
        • Advies inname/toediening: dosis ’s ochtends of ’s avonds innemen. 
        • Een behandeling met sertraline mag niet plotseling worden gestaakt; om het risico van onttrekkingsverschijnselen en terugval te verkleinen.
        • De dosering geleidelijk in stappen van 25% over een periode van meerdere weken of maanden (tenminste 1–2 weken) afbouwen.

        Sertraline dient voorgeschreven te worden door een specialist in kinder- en jongerenpsychiatrie of door artsen die goed vertrouwd zijn met het gebruik van dit middel bij kinderen en adolescenten. De dosis dient individueel vastgesteld te worden en de laagst mogelijke dosis dient toegepast te worden

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ANTIDEPRESSIVA

NIET-SELECTIEVE MONOAMINE-HEROPNAMEREMMERS
N06AA09
N06AA04
N06AA02
N06AA10
SELECTIEVE SEROTONINE-HEROPNAMEREMMERS

Citalopram

Cipramil
N06AB04

Escitalopram

Lexapro
N06AB10
N06AB03
N06AB08
OVERIGE ANTIDEPRESSIVA

5-hydroxytryptofaan

Oxitriptan
N06AX01

Mirtazapine

Remeron
N06AX11

Venlafaxine

Efexor
N06AX16

Bijwerkingen bij kinderen

Zeer vaak: hoofdpijn, insomnia, diarree, misselijkheid.
Vaak: pijn op de borst, manie, pyrexie, braken, anorexia, affectieve labiliteit, agressie, nervositeit, attentiestoornis, duizeligheid, hyperkinesie, migraine, slaperigheid, tremor, visuele stoornis, droge mond, dyspepsie, nachtmerries, vermoeidheid, urine-incontinentie, huiduitslag, acne, epistaxis, flatulentie.


Soms: verlengd ECG QT, zelfmoordpoging, convulsie, extrapiramidale stoornis, paresthesieën, depressie, hallucinatie, purpura, hyperventilatie, anemie, abnormale werking van de lever, verhoogd alanine aminotransferase, cystitis, herpes simplex, otitis externa, oorpijn, oogpijn, mydriase, malaise, hematurie, pustuleuze huiduitslag, rinitis, letsel, gewichtsafname, spiertrekking, abnormale dromen, apathie, albuminurie, pollakisurie, polyurie, pijn aan de borsten, menstruele stoornis, alopecia, dermatitis, huidafwijking, abnormale geur van de huid, urticaria, bruxisme, blozen.
Onbekend: enuresis [SmPC Asentra en Enore]


Verder is gemeld: sedatie, bewegingsstoornissen (waaronder extrapyramidale symptomen zoals tandenknarsen, hypertonie, hyperkinesie en wankelend lopen), visusstoornissen (zoals accommodatiestoornissen)[Taurines 2013] , polydipsie[Taurines 2013] suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag. Tevens is in de literatuur een aantal gevallen met serotoninesyndroom beschreven.

Bij langdurige behandeling zijn post-marketing enkele gevallen van vertraagde groei en vertraagde pubertijd gemeld. Klinische relevantie en causaliteit zijn onduidelijk [SmPC Asentra en Enore].

Bijwerkingen bij volwassenen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2C19-polymorfisme.

Zeer vaak (> 10%): slapeloosheid, duizeligheid, moeheid, slaperigheid, hoofdpijn, droge mond, misselijkheid, diarree, ejaculatiestoornis. Vaak (1-10%): faryngitis, anorexie, toegenomen eetlust, agitatie, angst, depressie, nachtmerries, verminderd libido, paresthesie, tremor, dysgeusie, concentratiestoornis, hypertonie, visusstoornissen, tinnitus, palpitaties, opvliegers, geeuwen, obstipatie, buikpijn, dyspepsie, braken, toegenomen zweten, huiduitslag, spierpijn, seksuele disfunctie bij de man, borstpijn. Soms (0,1-1%): infectie van de bovenste luchtwegen, euforie, hallucinatie, apathie, convulsie, hyperkinesie, amnesie, spraakstoornis, hypo-esthesie, migraine, oorpijn, tachycardie, hypertensie, voorbijgaande roodheid van het gezicht en hals, bronchospasme, dyspneu, epistaxis, oesofagitis, dysfagie, aambeien, tongafwijking, speekselvloed, alopecia, (periorbitaal) oedeem, purpura, urticaria, droge huid, osteoartritis, spierzwakte, urineretentie, mictiestoornis, vaginale bloeding, seksuele disfunctie bij vrouwen, koorts, malaise, gewichtsverandering. Bij kinderen: verlengd QT–interval. Zelden (0,01-0,1%): diverticulitis, gastro-enteritis, otitis media, neoplasma, lymfadenopathie, hypercholesterolemie, hypoglykemie, agressie, psychose, onttrekkingsverschijnselen, suïcidale gedachten/gedrag is gemeld tijdens of vlak na behandeling, slaapwandelen, coma, choreoathetose, dyskinesie, hyperesthesie, glaucoom, fotofobie, diplopie, scotoom, hyfaema, mydriasis, myocardinfarct, bradycardie, perifere ischemie, laryngospasme, stridor, hyperventilatie, hypoventilatie, dysfonie, hik, stomatitis, mondzweren, gestoorde leverfunctie, dermatitis, abnormale haartextuur, abnormale huidgeur, botafwijking, menorragie, atrofische vulvovaginitis, genitale afscheiding, balanopostitis, galactorroe, priapisme, hernia, verstoorde gang, toename serumtransaminasen (ALAT en ASAT), vaatverwijding. Verder zijn gemeld: leukopenie, trombocytopenie, allergische reactie, anafylaxie, hyperprolactinemie, hypothyroïdie, hyponatriëmie (als gevolg van overmaat ADH), enuresis bij kinderen, bewegingsstoornissen (zoals extrapiramidale symptomen), syncope, symptomen geassocieerd met het serotoninesyndroom of het maligne antipsychoticasyndroom (MNS) psychomotorische rusteloosheid, cerebrovasculaire spasmen (als vasoconstrictie syndroom of Call-Fleming-syndroom), ongelijke pupillen, abnormale bloedingen, interstitiële longziekte, pancreatitis, ernstige leverfunctiestoornissen, ernstige exfoliatieve huidaandoeningen, angio-oedeem, gezichtsoedeem, fotosensibilisatie, jeuk, artralgie, gynaecomastie, onregelmatige menstruatie, veranderde bloedplaatjesfunctie, verhoogde cholesterolwaarden. Bij gebruik van SSRI's en TCA's neemt, vooral boven de 50 jaar, het risico van botfracturen toe.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Samenvatting:
Leidt tot verminderd reactie- en concentratievermogen; patiënten- in het bijzonder hoog risico patiënten (suïcidale gedachten, suïcidepoging) -nauwkeurig observeren in verband met het verhoogde risico van suïcide. Het sertraline concentraat voor oraal gebruik bevat 12 % alcohol en is derhalve niet geschikt voor kinderen. Tevens dient men bij het gebruik van sertraline dient bedacht te zijn op het ontstaan van het serotoninesyndroom.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden kunnen daarvan hinder ondervinden.

Ernstige psychiatrische bijwerkingen zoals vijandigheid, agressiviteit, zelfbeschadigend gedrag, suïcidale gedachten en zelfmoordpogingen komen voor bij kinderen en adolescenten met depressieve klachten. Vóór behandeling is screening op risico van suïcide aangewezen. Patiënten, in het bijzonder hoog-risico patiënten (suïcidale gedachten, suïcidepoging) dienen nauwkeurig gevolgd te worden tijdens behandeling met deze geneesmiddelen, vooral in het begin van de behandeling en na dosisaanpassingen. Patiënten moeten op de hoogte worden gebracht van de noodzaak om te letten op elke klinische verergering, suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten en ongewone gedragsveranderingen en de noodzaak om onmiddellijk medisch advies in te winnen als deze symptomen zich voordoen. Patiënten dienen niet over de grote hoeveelheden van dit geneesmiddel te kunnen beschikken.

Andere psychiatrische condities waarvoor sertraline wordt voorgeschreven kunnen ook geassocieerd worden met een toegenomen risico op aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen. Bovendien kunnen deze condities comorbide zijn met episodes van depressie in engere zin. Dezelfde voorzorgsmaatregelen die in acht worden genomen bij de behandeling van patiënten met ernstige depressieve stoornis moeten daarom in acht worden genomen bij de behandeling van patiënten met andere psychiatrische aandoeningen.

Het sertraline concentraat voor oplossing voor oraal gebruik bevat 12% alcohol en dient niet gebruikt te worden bij kinderen.

Zelden is bij SSRI’s een serotoninesyndroom gemeld; bij een combinatie van symptomen als agitatie, tremoren, myoklonieën en hyperthermie dient men hierop verdacht te zijn. Bij insulten dient de medicatie gestaakt te worden.

Bij optreden van ernstige bijwerkingen of wanneer het effect uitblijft kan er sprake zijn van een afwijkend geneesmiddelmetabolisme. Cyp2C19 kan de variatie in respons bepalen. Genotypering kan overwogen worden.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2C19-polymorfisme.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden kunnen daarvan hinder ondervinden. Patiënten controleren op voortekenen/symptomen van een serotoninesyndroom of maligne antipsychoticasyndroom; bij een combinatie van symptomen als agitatie, tremoren, myoklonieën en hyperthermie dient men hierop verdacht te zijn. Bij insulten de medicatie staken. Bij symptomen van hyponatriëmie overwegen de behandeling te staken. Voorzichtigheid is geboden bij epilepsie, diabetes mellitus, een voorgeschiedenis van bloedingsstoornissen en bij leverinsufficiëntie. Een onderliggende manie kan manifest worden. Psychotische symptomen kunnen verergeren bij schizofrene patiënten. Over gelijktijdige toepassing van ECT ontbreken onderzoeksgegevens. Een behandeling mag niet plotseling worden gestaakt; om het risico van onttrekkingsverschijnselen te verkleinen, de dosering geleidelijk over een periode van meerdere weken of maanden (minstens 1–2 w.) verminderen. Bij suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten in de anamnese, evenals bij patiënten < 25 jaar, is goede vervolging aangewezen vanwege een toegenomen kans op suïcidaal gedrag; in het begin van het herstel kan de bij depressie toegenomen kans op suïcide verder zijn toegenomen. Niet gebruiken bij kinderen en jongeren < 18 jaar (behalve voor obsessieve compulsieve stoornis in de leeftijd van 6-17 jaar) vanwege een toegenomen kans op suïcidaal gedrag en vijandigheid, terwijl de werkzaamheid niet voldoende is vastgesteld en er onvoldoende gegevens zijn over het effect op groei en op de seksuele, cognitieve, emotionele ontwikkeling. Bij kinderen met obsessief compulsieve stoornis ontbreken langetermijngegevens over de veiligheid en werkzaamheid. Vanwege onvoldoende klinische gegevens niet gebruiken gedurende ernstige leverfunctiestoornis. Met het alcoholpercentage in het concentraat voor oplossing voor oraal gebruik rekening houden bij patiënten met een leveraandoening, alcoholmisbruik, epilepsie, hersentrauma en bij zwangeren en kinderen.

Interacties

Sertraline remt enigszins CYP2D6.

Relevant:

Afname sertraline: darunavir kan de plasmaconcentratie verlagen.

Toename sertraline: het metabolisme wordt geremd door elvitegravir, lopinavir en ritonavir.

Sertraline remt het metabolisme van: clozapine, pimozide en tamoxifen (de vorming van de actieve endoxifenmetaboliet wordt geremd).

Niet relevant: de risperidonconcentratie kan stijgen.

Niet beoordeeld: de plasmaconcentratie kan stijgen door cimetidine.

De plasmaconcentratie kan dalen door carbamazepine en fenytoïne, en mogelijk door andere CYP3A4-inductoren.

Grapefruitsap kan de biologische beschikbaarheid verhogen door remming van CYP3A4. In een studie nam bij dagelijks gebruik van 3 glazen grapefruitsap de plasmaconcentratie van sertraline toe met ong. 100%. In een andere studie nam bij gebruik van sertraline met 240 ml grapefruitsap de dalspiegel toe van 13.6 μg/l tot 20.2 μg/l, maar werd geen toe- of afname in het optreden van bijwerkingen waargenomen. Een klinisch relevant effect van grapefruitsap is echter niet waarschijnlijk.

De plasmaconcentratie kan stijgen door CYP3A4-remmers en sterke CYP2C19-remmers. Combinatie wordt ontraden.

Interacties serotonine-heropnameremmers algemeen:

Relevant:

Bij combinatie met een MAO-remmer (ook moclobemide, rasagiline of selegiline) kan het serotoninesyndroom optreden (zie Toxicologie), soms met fatale afloop.

Gelijktijdige behandeling van een SSRI met een MAO-remmer wordt ontraden. Aanbevolen wachttijden zijn:

  • na staken niet-selectieve MAO-remmer, rasagiline of selegiline: ten minste 14 dagen;
  • na staken moclobemide: 1 dag;
  • na staken fluoxetine: 5 weken;
  • na staken citalopram, dapoxetine, escitalopram, fluvoxamine of paroxetine: 7 dagen;
  • na staken sertraline: 14 dagen.

Serotonerge toxiciteit is in enkele gevallen gemeld na toevoeging van fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol aan een SSRI.

Serotonerge toxiciteit is eveneens gemeld bij combinatie van een SSRI met linezolid (aanbevolen wachttijd na staken linezolid 2 dagen) of methylthionine.

Bij gebruik van een SSRI neemt het risico op een maagdarmbloeding toe als tevens een NSAID wordt gebruikt.

Bij gebruik van een SSRI kan de bloedingsneiging toenemen, hierdoor kan het effect van een cumarinederivaat worden versterkt.

Bij combinatie met een thiazide kan hyponatriëmie optreden.

Bij combinatie met metoclopramide neemt het risico op extrapiramidale verschijnselen toe. Bovendien verhoogt fluoxetine de plasmaconcentratie van metoclopramide.

Cyproheptadine kan de werking van SSRI's verminderen; dit is gemeld voor fluoxetine en paroxetine.

Niet relevant: de plasmaconcentratie van almotriptan en frovatriptan kan stijgen. Theoretisch is er een verhoogd risico op het serotoninesyndroom bij combinatie met triptanen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met tedizolid.

Niet beoordeeld: vooral fluvoxamine kan de sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen versterken.

 

 

Referenties

  1. Garland EJ, Facing the evidence: antidepressant treatment in children and adolescents, CMAJ, 2004, 17:170, 489-91
  2. Cook EH, et al, Long-term sertraline treatment of children and adolescents with obsessive-compulsive disorder, J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 2001, 40, 1175-81
  3. Axelson DA, et al, Sertraline pharmacokinetics and dynamics in adolescents., J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 2002, 41, 1037-44
  4. Asbahr FR, et al, Group cognitive-behavioral therapy versus sertraline for the treatment of children and adolescents with obsessive-compulsive disorder, J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 2005, 44, 1128-36
  5. Alderman J, et al, Sertraline treatment of children and adolescents with obsessive-compulsive disorder or depression: pharmacokinetics, tolerability, and efficacy, J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 1998, 37, 386-94
  6. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 17 nov 2014
  7. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 02 feb 2017
  8. March JS, et al, Sertraline in children and adolescents with obsessive-compulsive disorder: a multicenter randomized controlled trial, JAMA, 1998, 280:, 1752-6
  9. March JS, et al, Treatment benefit and the risk of suicidality in multicenter, randomized, controlled trials of sertraline in children and adolescents, J Child Adolesc Psychopharmacol, 2006, 19, 91-102
  10. Pediatric OCD Treatment Study (POTS) Team, Cognitive-behavior therapy, sertraline, and their combination for children and adolescents with obsessive-compulsive disorder: the Pediatric OCD Treatment Study (POTS) randomized controlled trial., JAMA, 2004, 292, 1969-76
  11. Wagner KD, et al, Remission status after long-term sertraline treatment of pediatric obsessive-compulsive disorder., J Child Adolesc Psychopharmacol, 2003, 13, S53-60
  12. Wilens TE, et al, Absence of cardiovascular adverse effects of sertraline in children and adolescents, J Am Acad Child Adolesc Psychiatry., 1999, 38, 573-7
  13. KRKA, d.d., Novo mesto, SmPC Asentra (RVG 28404) 23-11-2017, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  14. Pfizer bv, SmPC Enore (RVG 110362) 21-02-2018, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  15. Skarphedinsson G et al, J Child Adolesc , Sertraline treatment of nonresponders to extended cognitive-behavior therapy in pediatric obsessive-compulsive disorder., J Child Adolesc Psychopharmacol, 2015, 27(7), 574-9
  16. NICE, Clinical Guideline Obsessive-compulsive disorder and body dismorphic disorder, 2005
  17. Walkup JT et al, , Cognitive Behavioral Therapy, Sertraline, or a Combination in Childhood Anxiety., N Engl J Med., 2008 , Dec 25;359(26), 2753-66
  18. Iftene F et al. , Rational-emotive and cognitive-behavior therapy (REBT/CBT) versus pharmacotherapy versus REBT/CBT plus pharmacotherapy in the treatment of major depressive disorder in youth: a randomized clinical trial., Psychiatry Res., 2015, Feb 28;225(3), 687-94
  19. NICE, Clinical guideline Depression in children and young people: identifification and management,, 2005
  20. Taurines R et al. , The relation between dosage, serum concentrations, and clinical outcome in children and adolescents treated with sertraline: a naturalistic study., Ther Drug Monit. , 2013 , Feb;35(1), 84-91

Wijzigingen

  • 23 maart 2018 10:55: De beschikbare wetenschappelijk literatuur over de toepassing van sertraline bij kinderen is opnieuw beoordeeld in samenwerking met de geneesmiddelcommissie van het Kenniscentrum Kind & Jeugdpsychiatrie. Dit heeft geleid tot toevoeging van de indicaties depressive en gegeneraliseerde angststoornis.