Cefamandol

Stofnaam
Cefamandol
Merknaam
Mandol
ATC code
J01DC03
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Zuigelingen en kinderen: 50-100 mg/kg/dag, in gelijke doses verdeeld en om de 4-8 uur ingespoten. Bij ernstige infecties verhogen tot 150 mg/kg/dag.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor inj.vlst. (als nafaat) 1 g, 2 g

Eigenschappen

Tweede generatie cefalosporine. Bactericide, semisynthetisch cefalosporine. Bindt zich aan penicilline bindende eiwitten in de celwand van bacteriën, waardoor de synthese van peptidoglycaan wordt geremd. Dit resulteert in celdood. Doorgaans gevoelig zijn: Staphylococcus aureus (penicillinasen-gevoelig en penicillinasen-resistent), Streptococcus pneumoniae, β-hemolytische streptokokken, Bacteroides fragilis, Clostridium spp., Escherichia coli, Fusobacterium spp., Haemophilus influenzae, Peptococcus spp., Peptostreptococcus spp., Proteus mirabilis, Proteus morganii, Salmonella spp. (waaronder Salmonella typhi) en Shigella spp. Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Citrobacter spp., Enterobacter spp. en Klebsiella spp. Ongevoelig zijn: Acinetobacter spp., Proteus penneri, Proteus vulgaris, Pseudomonas aeruginosa, Serratia marcescens en Yersinia spp.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Infecties
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • 50 - 150 mg/kg/dag in 4 doses , max: 6g/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
66 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 8 uur
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
66 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies kan niet worden gegeven.

OVERIGE BETALACTAM-ANTIBIOTICA

CEFALOSPORINES VAN DE EERSTE GENERATIE

Cefalexine

Keforal
J01DB01

Cefalotine

Keflin
J01DB03

Cefazoline

Kefzol
J01DB04
CEFALOSPORINES VAN DE TWEEDE GENERATIE

Cefaclor

Ceclor
J01DC04
J01DC02
CEFALOSPORINES VAN DE DERDE GENERATIE
J01DD01

Ceftazidim

Fortum
J01DD02

Ceftibuten

Cedax
J01DD14

Ceftriaxon

Rocephin
J01DD04
MONOBACTAM-ANTIBIOTICA
J01DF01
CARBAPENEM-ANTIBIOTICA
J01DH51

Meropenem

Meronem
J01DH02
CEFALOSPORINES VAN DE EERSTE GENERATIE

Cefalexine

Keforal
J01DB01

Cefalotine

Keflin
J01DB03

Cefazoline

Kefzol
J01DB04
CEFALOSPORINES VAN DE TWEEDE GENERATIE

Cefaclor

Ceclor
J01DC04
J01DC02
CEFALOSPORINES VAN DE DERDE GENERATIE
J01DD01

Ceftazidim

Fortum
J01DD02

Ceftibuten

Cedax
J01DD14

Ceftriaxon

Rocephin
J01DD04
MONOBACTAM-ANTIBIOTICA
J01DF01
CARBAPENEM-ANTIBIOTICA
J01DH51

Meropenem

Meronem
J01DH02

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): tromboflebitis (i.v.). Toename waarden ASAT, ALAT en alkalische fosfatase. Soms (0,1-1%): misselijkheid, braken, diarree. Urticaria. Eosinofilie. Pijn op de injectieplaats (i.m.). Zelden (0,01-0,1%): maculopapulaire huiduitslag, geneesmiddelenkoorts. Cholestatische icterus, (voorbijgaande) hepatitis. Neutropenie, trombocytopenie, hypotrombinemie (met en zonder bloedingen). Convulsie (vooral bij onaangepaste hoge doseringen bij verminderde nierfunctie). Zeer zelden (< 0,01%): anafylactische reactie. Colitis, pseudomembraneuze colitis. Stijging bloed ureum, daling creatinineklaring, hypokaliëmie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor cefalosporinen of penicillinen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Wees in verband met eventuele kruisovergevoeligheid voorzichtig bij overgevoeligheid voor carbapenems. Bij overgevoeligheidsreacties de toediening staken. Superinfecties kunnen optreden. Bij aanhoudende ernstige diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen. Bij langdurig gebruik dient men bloedbeeld, lever- en nierfunctie te controleren. Bij gebruik van een hoge dosering de nierfunctie controleren. Bij gestoorde nierfunctie de dosering aanpassen en de bloedspiegel controleren. Om hypoprotrombinemie te voorkomen, kan bij oudere of zwakke patiënten met vitamine K-gebrek profylactische toediening van 5–10 mg vitamine K per week zijn aangewezen. Door gebruik van cefalosporinen kan de Coombs-test fout-positief worden evenals dw bepaling van eiwit in de urine (bij neerslagreacties verkregen door denaturatie of toevoeging van zuren) en glucosebepalingen in de urine met koperbevattende reagentia (Benedict-suikerreactie of Fehling-reagens e.d.).

Interacties

Interacties cefalosporines

Relevant: het risico op nefrotoxiciteit is verhoogd bij combinatie met ciclosporine en cisplatine. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden. Het risico op nefrotoxiciteit kan tot 6 maanden na staken van cisplatine aanwezig zijn.

Niet relevant: het risico op nefrotoxiciteit is verhoogd bij combinatie met amfotericine B.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met carboplatine of lisdiuretica.

Niet beoordeeld: het risico op nefrotoxiciteit kan toenemen bij combinatie met bepaalde cefalosporines, polymyxines, vancomycine en NSAID's. Er is een verminderde renale klaring van gentamicine en amikacine opgetreden bij combinatie met indometacine bij prematuren en bij combinatie met andere NSAID's.

Aminoglycosiden kunnen de neuromusculaire blokkade (vooral de ademhalingsdepressie) veroorzaakt door perifeer werkende spierrelaxantia versterken.

Neomycine kan bij orale toediening de absorptie van sommige andere farmaca (met name digoxine en fenoxymethylpenicilline) verminderen en de werking van cumarinederivaten versterken.

Bij combinatie met verschillende betalactam-antibiotica kan een synergistische werking optreden tegen bepaalde bacteriën, zoals Pseudomonas aeruginosa en Enterococcus faecalis.

Aminoglycosiden kunnen in vitro worden geïnactiveerd door bepaalde penicillines; in vivo is deze inactivering alleen gezien bij ernstige nierfunctiestoornis.

Interacties antibacteriele middelen algemeen

Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

 

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 12 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 okt 2014
  4. Eurocept BV, SPC Mandol (RVG 07586/07587), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 26 mei 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h07586-h07587.pdf

Wijzigingen