Stavudine

Stofnaam
Stavudine
Merknaam
Zerit d4T
ATC code
J05AF04
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

HIV
< 3 mnd: Off-label
> 3 mnd: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV
> 3 mnd - <30kg:
1 mg/kg tweemaal daags (elke 12 uur)
>30 -60 kg: 30 mg tweemaal daags (elke 12 uur)
>60kg: 40 mg tweemaal daags"

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule 20 mg, 30 mg, 40 mg
Drank 1 mg/ml

Eigenschappen

Nucleoside reverse transcriptaseremmer (NRTI). Stavudine (= d4T), een analoog van thymidine, is een antivirale stof waarvan het werkingsspectrum vrijwel beperkt is tot retrovirussen, incl. humaan immunodeficiëntievirus (HIV). Het is pas werkzaam nadat het intracellulair door fosforylering is omgezet in de actieve metaboliet stavudinetrifosfaat; deze remt het HIV-reverse-transcriptase door competitie met het natuurlijke substraat (thymidinetrifosfaat). Tevens remt het de synthese van viraal DNA door voortijdig de virale DNA-ketenverlenging te blokkeren.

Kinetische gegevens

Voedsel heeft geen invloed op biologische beschikbaarheid.

Doseringen

Indicatie: HIV
  • Oraal
    • 0 dagen tot 14 dagen
      • 1 mg/kg/dag in 2 doses
      • Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team. Retrovirale therapie is sterk onderhevig aan wisselingen in gangbare combinaties. Bovengenoemde dosering is dan ook slechts richtinggevend.

         

        ...lees verder
    • ≥ 14 dagen
      [5]
      • 2 mg/kg/dag in 2 doses , max: 60mg/dag
      • Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team. Retrovirale therapie is sterk onderhevig aan wisselingen in gangbare combinaties. Bovengenoemde dosering is dan ook slechts richtinggevend.

         

        ...lees verder

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 tot 24 uur
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 tot 24 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Niet geven

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Bij kinderen zou klinische significante perifere neuropathie minder frequent optreden.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): paresthesie, perifere neuritis; deze bijwerkingen komen minder frequent voor bij kinderen. Vaak (1-10%): diarree, buikpijn, misselijkheid, dyspepsie. Vermoeidheid. Duizeligheid, hoofdpijn, slapeloosheid, slaperigheid, abnormale dromen en gedachten, depressie. Lipoatrofie, lipodystrofie, asymptomatische hyperlactacidemie. Huiduitslag, pruritus. Neutropenie, trombocytopenie, verhoging ALAT, ASAT en lipase. Soms (0,1-1%): angst, emotionele labiliteit. (Fatale) melkzuuracidose, anorexia. Asthenie. Artralgie, myalgie. Braken, hepatitis of geelzucht, (fatale) pancreatitis. Gynaecomastie. Urticaria. Zelden (0,01–0,1%): anemie. Hepatische steatosis. Zeer zelden (< 0,01%): spierzwakte (meestal door melkzuuracidose). Diabetes mellitus. Leverfalen.

Anti-retrovirale combinatietherapie (CART) is in verband gebracht met een herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie). CART kan tevens gepaard gaan met metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie en hyperlactatemie). Verder kan CART aanleiding geven tot het immuunreconstitutiesyndroom. Gemeld zijn gevallen van osteonecrose, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Behandeling met stavudine wordt geassocieerd met verschillende ernstige bijwerkingen, zoals melkzuuracidose, lipoatrofie en polyneuropathie, waarvoor mitochondriale toxiciteit een mogelijke onderliggende oorzaak is. Gezien deze mogelijke risico's voor iedere patiënt een analyse van de baten/risicoverhouding verrichten en een alternatieve anti-retrovirale behandeling zorgvuldig overwegen. De behandeling met stavudine zo kort mogelijk toepassen; daarna indien mogelijk overstappen op een andere behandeling. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een voorgeschiedenis van perifere neuropathie of pancreatitis. Bij optreden van perifere neuropathie de patiënt overzetten op een alternatieve behandeling. Indien dit niet mogelijk is, hervatting van de behandeling met een lagere dosis overwegen onder strikte controle van symptomen van perifere neuropathie. In geval van symptomatische hyperlactacidemie en metabole- of melkzuuracidose, progressieve hepatomegalie of snel toenemende aminotransferasespiegel de behandeling staken. Voorzichtigheid is geboden bij hepatomegalie, hepatitis of andere bekende risicofactoren voor leverziekten en hepatische steatose; nauwkeurig de leverfunctie controleren. Bij verergering van de leverziekte de behandeling onderbreken of staken. Voorzichtigheid is geboden bij ernstige immunodeficiëntie omdat er meer kans is op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische manifestaties kunnen leiden. Behandeling met stavudine kan selecteren voor thymidine analoog mutaties (TAM's) geassocieerd met zidovudine resistentie en/of deze in stand houden.

Interacties

Relevant
Afname stavudine: mycofenolzuur kan het effect verkleinen.

Overige effecten: bij combinatie met zidovudine wordt de fosforylering van stavudine verminderd (beide gebruiken thymidinekinase voor de intracellulaire fosforylering). Gebleken is dat de combinatie stavudine met zidovudine klinisch minder goede resultaten geeft dan behandeling met stavudine alleen; de combinatie is gecontraïndiceerd.

Combinatie met ribavirine is gecontraïndiceerd. Ribavirine remt in vitro de fosforylering van stavudine. Bij combinatie is lactaatacidose en mitochondriale toxiciteit gemeld.

Niet relevant: bij combinatie met hydroxycarbamide kan het risico op perifere neuropathie of pancreatitis toenemen.

Niet beoordeeld: doxorubicine remt in vitro de activering van stavudine.

Bij combinatie met didanosine en hydroxycarbamide zijn leveraandoeningen met fatale afloop gemeld.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 17 nov 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 17 nov 2014
  3. Jullien V, et al, Age-related differences in the pharmacokinetics of stavudine in 272 children from birth to 16 years: a population analysis., Br J Clin Pharmacol., 2007, 64(1), 105-9
  4. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life. , HIV Med, 2015, doi:10.1111/hiv.12217
  5. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children. , Guideline for the use of Antiretroviral agents in pediatric HIV infection, www.aidsinfo.nig.gov/contentfiles/lvguidelines/pediatricguidelines.pdf, Geraadpleegd 12 sept 2016, O1-O140

Wijzigingen

  • 04 oktober 2016 10:30: De leeftijdscategorien zijn geharmoniseerd met de adviezen uit de richtlijn Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection.
  • 04 oktober 2016 10:30: De leeftijdscategorien zijn geharmoniseerd met de adviezen uit de richtlijn Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection.