Didanosine

Stofnaam
Didanosine
Merknaam
Videx DDI
ATC code
J05AF02
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

> 3 mnd: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

> 3 maanden: 240 mg/m2/dag (180 mg/m2/dag icm zidovudine)

 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Caps. maagsapresistent 125 mg, 200 mg, 250 mg, 400 mg. LET OP: de capsules niet openen ivm mogelijk onbedoelde inademing van de stof)
Poeder voor drank 2 g

Eigenschappen

Didanosine (ddI) is een antivirale stof, behorend tot de nucleoside-analoga, die in vitro werkzaam is tegen retrovirussen, incl. het humane immunodeficiëntievirus (HIV). Remt na omzetting in de actieve metaboliet dideoxyadenosinetrifosfaat het virale reverse transcriptase. Didanosine wordt bij zure pH snel afgebroken. De kauwtabletten bevatten bufferende stoffen die de pH in de maag verhogen. Inname dient te geschieden op de nuchtere maag.

Kinetische gegevens

Drank:
De variabiliteit in de geabsorbeerde hoeveelheid didanosine is bij kinderen groter dan bij volwassenen. De absolute biologische beschikbaarheid van oraal toegediend didanosine was ongeveer 36% na de eerste dosis en 47% bij steady state. Na intraveneuze toediening van didanosine in doseringen van 60 of 90 mg/m2 of equivalente orale doseringen van 120 of 180 mg/m2, bedroegen de didanosinespiegels in de liquor cerebrospinalis ongeveer 46% van de gelijktijdig gemeten plasmaspiegels. Didanosine- concentraties in de liquor cerebrospinalis waren tot 3,5 uur na toediening meetbaar. De renale klaring vertegenwoordigt ongeveer 59% van de totale lichaamsklaring (315 ml/min/m2) hetgeen erop wijst dat zowel renale als niet-renale processen betrokken zijn bij de eliminatie. Van een orale dosis wordt ongeveer 17% didanosine in de urine teruggevonden. Er is geen bewijs voor accumulatie van didanosine na orale toediening gedurende gemiddeld 26 dagen.

Algemene opmerkingen

Granulaat in capsule is maagsapresistent.

Doseringen

Indicatie: HIV
  • Oraal
    • 2 weken tot 3 maanden
      [5]
      • 100 mg/m2/dag in 2 doses
      • In combinatie met zidovudine dosis aanpassen.

        Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team. Retrovirale therapie is sterk onderhevig aan wisselingen in gangbare combinaties. Bovengenoemde dosering is dan ook slechts richtinggevend.

    • 3 maanden tot 8 maanden
      [4] [5]
      • 200 mg/m2/dag in 2 doses
      • In combinatie met zidovudine dosis aanpassen.

        Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team. Retrovirale therapie is sterk onderhevig aan wisselingen in gangbare combinaties. Bovengenoemde dosering is dan ook slechts richtinggevend.

    • 8 maanden tot 18 jaar en < 60 kg
      [5]
      • 240 mg/m2/dag in 1 - 2 doses , max: 250mg/dag
      • In combinatie met zidovudine dosis aanpassen.

        Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team. Retrovirale therapie is sterk onderhevig aan wisselingen in gangbare combinaties. Bovengenoemde dosering is dan ook slechts richtinggevend.

    • 8 maanden tot 18 jaar en ≥ 60 kg
      [4] [5]
      • 240 mg/m2/dag in 1 - 2 doses , max: 400mg/dag
      • In combinatie met zidovudine dosis aanpassen.

        Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team. Retrovirale therapie is sterk onderhevig aan wisselingen in gangbare combinaties. Bovengenoemde dosering is dan ook slechts richtinggevend.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Bij verminderde nierfunctie bij kinderen volgens de fabrikant:

bij lichaamsgewicht lager dan 60 kg:

  • creatinineklaring 30-60 ml/min: 150 mg per dag in 1-2 doses;
  • creatinineklaring 10-30 ml/min: 100 mg per dag;
  • creatinineklaring kleiner dan 10 ml/min: 75 mg per dag;

 

Bij Dialyse

Didanosine bij voorkeur na dialyse te gebruiken, een aanvullende dosis na dialyse is niet nodig.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Zelden:m.n. bij kinderen, veranderingen van de retina (depigmentatie) of de oogzenuw.
Nucleoside en nucleotide analoga kunnen mitochondriale schade veroorzaken (bij kinderen die in utero en/of postnataal zijn blootgesteld) met als gevolg hematologische stoornissen, metabole stoornissen en later optredende neurologische stoornissen.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): diarree. Vaak (1–10%): anorexie, droge mond, misselijkheid, braken, buikpijn, flatulentie. Hepatitis. Vermoeidheid, asthenie, koude rillingen, koorts. Myalgie (met of zonder toename van creatinekinase), artralgie. Perifere neurologische symptomen (incl. neuropathie), hoofdpijn. Huiduitslag. Verhoogd of abnormaal serumamylase, verhoogd of abnormaal creatinekinase. Soms (0,1–1%): sialo-adenitis. Alopecia. Droge ogen, retinale depigmentatie, opticus neuritis. Anemie, leukopenie, trombocytopenie. Anafylactische reactie. Hepatische steatose, leverfalen. Rabdomyolyse met acuut nierfalen. Hypo- en hyperglykemie, diabetes mellitus, lactaat-acidose, Verhoogd of abnormaal alkalische fosfatase. Zelden (0,01–0,1%): parotisvergroting. Niet-cirrotische portale hypertensie. Myopathie.

Bij gebruik van nucleoside-analoga is lactaatacidose (soms fataal) geassocieerd met ernstige hepatomegalie en leversteatose (zie ook onder waarschuwingen en voorzorgen). Anti-retrovirale combinatietherapie is in verband gebracht met een herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie) en met metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie, hyperlactatemie). Er zijn gevallen van osteonecrose gemeld, vooral bij patiënten met algemeen erkende risicofactoren, voortgeschreden HIV-infectie of langdurige blootstelling aan anti-retrovirale combinatietherapie. Bij het starten van een anti-retrovirale combinatietherapie bij ernstige immunodeficiëntie kan het immuunreconstitutiesyndroom optreden, waarbij ook auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves) kunnen ontstaan, soms vele maanden na het beginnen van de behandeling.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Mitochondriale disfunctie is gemeld bij HIV-negatieve kinderen die in utero en/of postnataal zijn blootgesteld aan nucleoside-analoga met als gevolg meestal voorbijgaande hematologische (anemie, neutropenie) en metabole (hyperlactatemie en hyperlipasemie) stoornissen en daarnaast laattijdig optredende neurologische (hypertonie, convulsies, abnormaal gedrag) stoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Wees voorzichtig bij een geschiedenis van pancreatitis. Bij verdenking op pancreatitis (aan de hand van symptomen of laboratoriumwaarden) de behandeling onmiddellijk staken. Lactaatacidose is gerapporteerd bij gebruik van nucleoside-analoga en wordt meestal geassocieerd met ernstige hepatomegalie en hepatische steatosis. Wees daarom voorzichtig bij (in het bijzonder obese vrouwen) met hepatomegalie of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en leversteatose. Co-infectie met HCV (behandeld met interferon α en ribavirine) is tevens een risicofactor. Vroege symptomen van hyperlactatemie omvatten misselijkheid, braken, buikpijn, malaise, verlies van eetlust, gewichtsverlies en respiratoire (snelle en/of zware ademhaling) of neurologische symptomen (incl. verzwakte motoriek). Lactaatacidose treedt gewoonlijk op na behandeling van een paar maanden. Ernstige (soms fataal verlopende) gevallen zijn in verband gebracht met pancreatitis, leverfalen/leversteatose en nierfalen. De behandeling staken bij optreden van symptomatische hyperlactatemie, metabole- of lactaatacidose, progressieve hepatomegalie of snel toenemende aminotransferasespiegels. Wees voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie in verband met meer kans op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische manifestaties kunnen leiden zoals cytomegalovirus retinitis, gegeneraliseerde en/of focale mycobacteriële infecties en Pneumocystis carinii-pneumonie. Ook kunnen in dit kader (vaak pas na vele maanden) auto-immuunziekten optreden (zoals de ziekte van Graves). Bij een reeds bestaande leverfunctiestoornis en bij een chronische co-infectie met HBV of HCV neemt de kans op ernstige en mogelijk fatale hepatische bijwerkingen toe. De werkzaamheid en veiligheid van didanosine is niet onderzocht bij significante onderliggende leverstoornissen. Patiënten (vooral die met een bestaande leverfunctiestoornis) nauwlettend controleren; bij duidelijke verergering van de leverziekte (leverenzymspiegels > 5× ULN) de behandeling tijdelijk of definitief staken. Denk bij verhoogde leverenzymwaarden, trombocytopenie, haematemesis, splenomegalie, ascites of oesofageale varices aan niet-cirrotische portale hypertensie, die bij gebruik van didanosine zijn gemeld. Staak definitief de behandeling bij gebleken niet-cirrotische portale hypertensie. Bij optreden van pijnlijke en/of stijve gewrichten de diagnose osteonecrose overwegen. Bij optreden van symptomen van perifere neuropathie de behandeling staken. Jaarlijks een oogonderzoek laten uitvoeren (o.a. gezichtscherpte, kleurherkenning en fundusonderzoek) en indien gezichtsveranderingen optreden.

Interacties

Relevant:

Absorptie: het poeder voor drank wordt klaargemaakt met een antacidum, omdat didanosine ontleedt bij lage pH. Het antacidum kan de absorptie van een aantal middelen verminderen. Zie voor de interacties met antacida Maagdarmmiddelen, Middelen bij peptische aandoeningen, Antacida. De maagsapresistente capsule bevat geen antacidum.

Toename didanosine: de biologische beschikbaarheid van didanosine wordt verhoogd door allopurinol, valganciclovir en ganciclovir.

Tenofovir verhoogt de AUC met 40-60%, bij combinatie moet de dosering van didanosine worden verlaagd (zie D.).

Combinatie met ribavirine is gecontraïndiceerd; bij combinatie zijn ernstige bijwerkingen waaronder lactaatacidose, pancreatitis en perifere neuropathie gemeld.

Mycofenolzuur kan de toxiciteit vergroten.

Niet relevant: bij combinatie met hydroxycarbamide kan het risico op perifere neuropathie of pancreatitis toenemen.

Niet beoordeeld: methadon kan de biologische beschikbaarheid verlagen.

Bij combinatie met middelen die pancreatitis kunnen veroorzaken, is voorzichtigheid geboden. Als pentamidine intraveneus moet worden toegediend wegens Pneumocystis-pneumonie, wordt didanosine bij voorkeur gestaakt.

Een hoog percentage virologisch falen en resistentieontwikkeling is gemeld, beide in een vroeg stadium, bij combinatie van didanosine plus lamivudine en tenofovir.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 19 okt 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 19 okt 2014
  3. Bristol Meyers Squibb, SPC Videx RVG 30023, 03 feb 2010, www.cbg-meb.nl, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h30023.pdf (geraadpleegd 12 feb 2010)
  4. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life. , HIV Med, 2015, doi:10.1111/hiv.12217
  5. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children. , Guideline for the use of Antiretroviral agents in pediatric HIV infection, www.aidsinfo.nig.gov/contentfiles/lvguidelines/pediatricguidelines.pdf, Geraadpleegd 12 sept 2016, O1-O140

Wijzigingen

  • 04 oktober 2016 09:44: De dosering voor kinderen jonger dan 3 maanden en kinderen van 3 maanden tot 8 maanden is aangepast op basis van de herziene richtlijn. Voor oudere kinderen kan een 1 dd dosering in overweging genomen worden