Aciclovir

Stofnaam
Aciclovir
Merknaam
Zovirax
ATC code
J05AB01
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Ooginfectie: Off-label
HSV Encephalitis:
< 3 mnd: Off-label
> 3 mnd: On-label
Congenitale HSV infectie: Off-label
Koortslip: On-label
VZV infectie bij immungecompromitteerde patienten:
< 3 mnd: Off-label
> 3 mnd: On-label
Herpes simplex infecties (normale en deficiente immuunrespons), varicella zoster (normale immuunrespons)
3 mnd-12 jaar: on label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Herpes infecties van huid en slijmvliezen:
Oraal
< 2 jaar:
5 dd 100 mg
> 2 jaar: 5 dd 200 mg
Intraveneus
3 mnd-12 jaar: 750 mg/m2/ dag  in 3 doses
Profylaxe van herpes infecties bij transplantaties en remissie-inductiekuren bij acute leukemie:
< 2 jaar: 4 dd 100 mg PO
> 2 jaar: 4 dd 200 mg PO
Gordelroos: niet registreerd voor kinderen
Herpes simplex infecties (normale en deficiente immuunrespons), varicella zoster (normale immuunrespons)
3 mnd-12 jaar: 750 mg/m2/dag IV in 3 doses
>12 jaar: 15 mg/kg/dag
Immunogecompromitteeerde kinderen met Varicella Zoster infecties of kinderen met herpes encephalitis:
> 3 mnd-12 jaar: 1500 mg/m2/dag IV in 3 doses
> 12 jaar: 30 mg/kg/dag
Herpes Neonatorum:
Neonaat: 60 mg/kg/dag in 3 doses
Koortslip:
Kinderen: creme 5 dd aanbrengen
Herpes simplex keratitis: oogzalf niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Conc. voor infusieopl. (als Na-zout) 25 mg/ml
Crème 50 mg/g
Oogzalf 30 mg/g

Eigenschappen

Purine (guanine) nucleoside-analogon. Antivirale stof met in vitro grote werkzaamheid tegen herpes simplexvirus type 1 en 2, Varicella zoster virus, cytomegalovirus en Epstein-Barr-virus. Aciclovir wordt in de cel omgezet in het actieve aciclovirtrifosfaat door middel van door het virus geïnduceerd thymidinekinase. Aciclovirtrifosfaat remt competitief het virale DNA-polymerase en voorkomt verdere virale DNA-synthese met als gevolg blokkade van de vermenigvuldiging van het virus.

Kinetische gegevens

Neonaten:  T1/2= ±4 uur 
1-12 jaar:    T1/2= 2-3 uur
≥ 1 jaar:      Cltot= ±330 ml/min/1.73m2 (klaring neonaten factor 3 lager)
Biologische beschikbaarheid: 15-30%

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: HSV/VSV infectie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [7]
      • De biologische beschikbaarheid van oraal aciclovir is erg slecht. Daarom heeft bij orale toepassing behandeling met valaciclovir de voorkeur.

Indicatie: Ooginfectie, herpes simplex
  • Oculair
    • Oogzalf
      • 0 jaar tot 18 jaar
        • 5 maal daags aanbrengen in onderste conjunctivaalzak.

        • Behandelduur:

          Tot tenminste 3 dagen na volledige genezing

Indicatie: VZV infectie bij immuungecompromitteerde patiƫnten
Indicatie: Koortslip
  • Cutaan
    • 1 maand tot 18 jaar
      [25]
      • 5 maal daags dun aanbrengen

      • Behandeling is alleen zinvol wanneer behandeling kort na prodromale verschijnselen wordt gestart.

Indicatie: Congenitale HSV infectie
  • Intraveneus
Indicatie: Herpes simplex encefalitis
  • Intraveneus
Indicatie: Herpes simplex infecties (normale en deficiente immuunrespons), varicella zoster (normale immuunrespons)
  • Intraveneus
    • 3 maanden tot 12 jaar
      [6]
      • 750 mg/m2/dag in 3 doses
      • Behandelduur:

        10 dagen

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 8 uur
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 uur
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies kan niet worden gegeven. Overleg met kindernefroloog.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Neutropenia (gaat meestal vanzelf over tijdens gebruik of na stoppen), potentieel nefrotoxisch

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, diarree, abdominale pijn, hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, koorts, pruritus, huiduitslag (inclusief fotosensibilisatie). Soms (0,1-1%): urticaria, toename van diffuse haaruitval. Zelden (0,01-0,1%): angio-oedeem, dyspneu. Reversibele verhoging van het bilirubine en leverenzymen. Verhoging van ureum en creatinine in het bloed. Anafylaxie. Zeer zelden (< 0,01%): tremoren, ataxie, dysartrie, convulsies, slaperigheid, encefalopathie, coma. agitatie, verwardheid, hallucinaties, psychosen. Hepatitis, geelzucht. Acuut nierfalen. Anemie, leukopenie, trombocytopenie. Na i.v. toediening: tromboflebitis op de injectieplaats, bij extravasatie leidend tot ulceraties; snelle stijging van ureum- en creatininespiegels in het bloed, vooral bij dehydratie, slechte nierfunctie of te snelle infusie, waarschijnlijk door precipitatie van aciclovirkristallen in de niertubuli en in zeldzame gevallen leidend tot acute nierinsufficiëntie.
 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor valaciclovir.

Bij cutane toepassing: Overgevoeligheid voor propyleenglycol.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Tweewekelijkse bloedbeeldbepaling. Bij hoge dosis of bij infusie let op vochtbalans met name bij nierfunctiestoornissen. Dosisaanpassing is nodig bij nierfunctiestoornissen.
Bij neonaten met een hoge dosering aciclovir moeten men monitoren op neutropenie en niertoxiciteit dat in respectievelijk 20% en 6% van de gevallen voorkomt.
Kreatinine 2 x per week bepalen. Bij orale toepassing heeft valaciclovir de voorkeur.
Cutaan gebruik is alleen zinvol wanneer kort na prodromale verschijnselen de behandeling wordt gestart.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij ouderen en patiënten met verminderde nierfunctie is meer kans op neurologische bijwerkingen; deze patiënten nauwkeurig vervolgen op deze bijwerkingen. De neurologische bijwerkingen verdwijnen na staken van de behandeling. Bij hoge orale doseringen en bij intraveneuze toediening zorgen voor een goede vochtbalans. In verband met de kans op bijwerkingen op de nieren na intraveneuze toediening gedurende enkele uren letten op de urineproductie van de patiënt. De aantasting van de nierfunctie reageert gewoonlijk snel op rehydratie van de patiënt en/of een verlaging van de dosis of staken van de behandeling. Voorzichtigheid is geboden bij bestaande neurologische afwijkingen en ernstige leverafwijkingen. Na langdurige behandeling of herhaalde behandelingen kunnen zich bij immuungecompromitteerde patiënten resistente virussen ontwikkelen.

Bij cutaan gebruik: Contact met slijmvliezen zoals in de mond, het oog of de vagina vermijden vanwege mogelijke irritatie. Indien bij herpes genitalis laesies zichtbaar zijn, dient men zich te onthouden van seksueel contact. Bij ernstige immuungecompromitteerde patiënten (bv. aids-patiënten) dient orale toediening van aciclovir te worden overwogen. Bij ernstige beginnende herpesinfecties van de geslachtsdelen behandelen met aciclovir oraal. Bij ernstige immunodeficiëntie moet men rekening houden met het verschijnen van minder gevoelige virussen.

Interacties

Relevant: de nefrotoxiciteit van ciclosporine of indinavir kan worden versterkt. De nierfunctie moet worden gecontroleerd.

Niet beoordeeld: probenecide kan de renale excretie van aciclovir vertragen.

Combinatie met interferon alfa (zowel 2a als 2b) of methotrexaat (intrathecaal) kan mogelijk neurologische afwijkingen geven.

Combinatie met zidovudine kan synergistisch werken; in zeldzame gevallen zijn meer bijwerkingen waargenomen.

Bij combinatie met mycofenolzuur kan de AUC van aciclovir en van de inactieve metabolieten van mycofenolzuur toenemen.

Referenties

  1. Hartwig NC, et al, Vademecum pediatrische antimicrobiele therapie, 2005
  2. College voor zorgverzekeringen (CVZ), Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 02 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 02 okt 2014
  4. Nadal D, et al, An investigation of the steady-state pharmacokinetics of oral valacyclovir in immunocompromised children, J Infect Dis, 2002, Oct 15;186 Suppl 1, S123-30
  5. Eksborg S, et al, Pharmacokinetics of acyclovir in immunocompromized children with leukopenia and mucositis after chemotherapy: can intravenous acyclovir be substituted by oral valacyclovir?, Med Pediatr Oncol., 2002, 38, 240-6
  6. GlaxoSmithKline BV, SPC Zovirax IV (RVG 09696) 03-09-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  7. de Miranda P, et al, Pharmacokinetics of acyclovir after intravenous and oral administration, J Antimicrob Chemother, 1983, Sep;12 Suppl B, 29-37
  8. Hintz M, et al, Neonatal acyclovir pharmacokinetics in patients with herpes virus infections., Am J Med, 1982, Jul 20;73(1A), 210-4
  9. Kimberlin DW, et al, Safety and efficacy of high-dose intravenous acyclovir in the management of neonatal herpes simplex virus infections, Pediatrics, 2001, Aug;108(2), 230-8.
  10. Sullender WM, et al, Pharmacokinetics of acyclovir suspension in infants and children, Antimicrob Agents Chemother., 1987, Nov;31(11), 1722-6
  11. Enright AM, et al, Antiviral therapy in children with varicella zoster virus and herpes simplex virus infections., Herpes, 2003, Aug;10(2):, 32-7
  12. Enright AM, et al, Neonatal herpes infection: diagnosis, treatment and prevention, Semin Neonatol., 2002, Aug;7(4), 283-91
  13. Kesson AM, Management of neonatal herpes simplex virus infection, Paediatr Drugs, 2001, 3(2), 81-90
  14. Whitley R., Neonatal herpes simplex virus infection., Curr Opin Infect Dis, 2004, Jun;17(3), 243-6
  15. Corey L, et al, Maternal and neonatal herpes simplex virus infections., N Engl J Med, 2009, Oct 1;361(14), 1376-85
  16. Skoldenberg B, et al., Acyclovir versus vidarabine in herpes simplex encephalitis. Randomised multicentre study in consecutive Swedish patients., Lancet., 1984, Sep 29;2(8405), 707-11
  17. Ito Y, et al, Exacerbation of herpes simplex encephalitis after successful treatment with acyclovir., Clin Infect Dis, 2000, Jan;30(1), 185-7
  18. Heininger U, et al, Varicella, Lancet, 2006, Oct 14;368(9544), 1365-76
  19. Heidl M, et al, Antiviral therapy of varicella-zoster virus infection in immunocompromised children--a prospective randomized study of aciclovir versus brivudin, Infection, 1991, Nov-Dec;19(6), 401-5
  20. Shepp DH, et al, Treatment of varicella-zoster virus infection in severely immunocompromised patients. A randomized comparison of acyclovir and vidarabine, N Engl J Med, 1986, Jan 23;314(4), 208-12.
  21. Prober CG, et al, Acyclovir therapy of chickenpox in immunosuppressed children--a collaborative study., J Pediatr., 1982, Oct;101(4):622-5, 622-5
  22. Whitley RJ, et al, Acyclovir: a decade later, N Engl J Med, 1992, Sep 10;327(11), 782-9
  23. Balfour HH, Jr., Intravenous acyclovir therapy for varicella in immunocompromised children, J Pediatr, 1984, Jan;104(1), 134-6
  24. HJC de Vries et al, Richtlijn SOA voor de tweede lijn, Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). , www.huidarts.info, 2012, 114
  25. GlaxoSmithKline, SPC Zovirax (RVG 17098) herziening 22 maart 2013, www.cbg-meb.nl

Wijzigingen

  • 13 augustus 2018 13:52: De doseeraanbevelingen voor premature neonaten zijn toegevoegd op basis van consensus van de werkgroep Neonatale farmacologie.
  • 06 juli 2017 10:10: De leeftijdsgrenzen voor behandeling van neonaten zijn gelijkgetrokken voor alle indicaties obv de SmPC
  • 11 januari 2016 11:23: Toevoegen indicatie VZ bij normale immuunrespons, uitbreiding leeftijd tot 12 jaar obv SmPC